‘Als ik terug in de tijd kon gaan, zou ik alles anders doen’

‘Hé, wat leuk dat je er bent!’, begroet mijn oma Jo (83) me enthousiast. ‘Kom verder, meid.’ Ik loop de gang door langs haar net aangeschafte rollator richting de woonkamer van haar appartement. Ik val nog net niet over de emmer die in de gang staat. ‘Ja, ik was net aan het dweilen, kijk’, zegt ze terwijl ze haar dweil oppakt. ‘Makkelijk, hè. Vroeger moesten we gewoon op onze knieën met een doek de vloer schoonmaken.’ Lachend lopen we de woonkamer in waar ik de net aangeschafte Parijse bollen op tafel zet als cadeautje. En toevallig roepen juist die lekkernijen mooie herinneringen bij haar op. 

Vroeger toen ik of mijn zussen jarig waren kregen we altijd Parijse bollen’, vertelt ze. ‘Dat was toen echt iets speciaal. Ik heb het al lange tijd niet op. Nadat we allebei onze Parijse Bol met veel geknoei op hebben gegeten vraag ik haar naar haar jeugd. Een periode waar ze nog veel herinneringen aan heeft. Zowel goede als minder fijne. ‘Ik ben in 1937 in Breda geboren, dus ik was drie jaar toen de Tweede Wereldoorlog begon. Als kind wist ik dus niet beter dan in oorlogstijd te leven.’ Ze was toen nog erg jong, maar er zijn nog dingen die haarscherp op haar netvlies staan. ‘Om naar school te komen moest ik altijd over de Tramsingel lopen, en halverwege de straat zat de Boerenbond en daar stond vaak een kar met een zak graan erop. Ik maakte daar samen met mijn schoolgenootjes een gaatje in de zak om graan te pikken. Als je daar uren op knauwt is het net als kauwgom.’ Maar ook de suikerbieten waren niet veilig. In het najaar ging de Suikerfabriek in Breda draaien en werden de bieten met paard en kar vervoerd. ‘Er vielen er weleens een paar af en die pakten we toen mee. Mijn moeder kookte ze thuis en dat stonk vreselijk. Maar we hadden dan wel stroop op ons brood’, zegt ze lachend. 

Luisteren!

Ze kijkt met een fijn gevoel terug op haar leven thuis met haar ouders en twee jongere zussen. ‘Het was thuis altijd gezellig. We hadden altijd visite langs, er werden veel spelletjes gespeeld en gekaart.’ Maar ze vult wel aan dat haar opvatting van ‘gezellig’ waarschijnlijk afwijkt van die van mij, omdat het in die tijd thuis er heel anders aan toe ging. ‘Er was zeker ruimte voor lol, maar er moest tegelijkertijd wel geluisterd worden. Als je dat niet deed, was de lol er snel vanaf.’ Dit ging ook op van haar tijd op de basisschool, ofwel de lagere school. ‘Ik kreeg les van allemaal nonnen, en ze waren streng’, vertelt ze. ‘s Morgens ging de bel en dan moesten we allemaal in rijen op onze vaste plek gaan staan. Elke klas ging zo om de beurt naar binnen. Je vloog gewoon naar je eigen plekkie en ging staan. Geen geklets of anders strafregels. Honderd keer ‘ik mag niet praten’. En dan kreeg je er ‘s avonds nog straf erbij. Maar dan thuis.’ Natuurlijk wil ik weten of mijn eigen oma weleens rebels tegen de nonnen of juffrouwen in is gegaan, maar daar krijg ik een duidelijk antwoord op: ‘Nee, absoluut niet. Daar dacht ik niet eens aan. Dan kan je je vast niet voorstellen, hè!’ 

Na haar tijd bij de nonnen op de lagere school stroomde ze door naar de huishoudschool. De naam zegt het al: daar leerde je het huishouden doen. Ze is naar eigen zeggen altijd goed met haar handen geweest en was ze geen held in leren. Die keuze was voor haar dus snel gemaakt. En het was in deze tijd, toen ze een jaar of 16 was, dat ze de man, mijn opa, ontmoette met wie ze ruim 55 jaar samen zou zijn. ‘Ik ontmoette Henk tijdens dansles. De mannen moesten toen altijd een meisje uitkiezen om mee te dansen en hij koos mij altijd uit. Dat was in oktober, de Kerst daarna kwam ik voor het eerst bij hem thuis.’ Waarom het precies klikte tussen hen kan ze niet duidelijk zeggen. ‘Ik zal hem wel aardig gevonden hebben!’

Henk was de jongste van drie zoons en woonde samen met zijn ouders evenals in Breda. Ze konden elkaar dus geregeld bezoeken. ‘Maar de vrijheid die jonge mensen tegenwoordig hebben om elkaar te ontdekken hadden Henk en ik niet in de beginjaren van onze relatie’, legt ze uit met een serieuze blik. ‘Als we ergens ook maar een paar seconden bij alleen bij elkaar waren, werd er al ergens op de deur geklopt. Daar was men in onze tijd erg streng in. We mochten nog net naast elkaar zitten. Als ik maar niet tegen hem aanleunde.’ 

Van kwaad tot erger 

Wanneer ik mijn oma vraag om iets meer te vertellen over de ouders van Henk, haar schoonouders, neemt ze een slok water. Waar ze met haar schoonvader prima kon opschieten, ging het met haar schoonmoeder niet zo makkelijk. ‘De moeder van Henk was een moeilijk persoon. Ze verwachtte van ons als schoondochters dat we alles voor haar deden. Ik hoorde een tante van Henk een keer aan haar vragen: ‘Moeten zij nou alles voor jou doen?’ En ze antwoordde met: ‘Ja, daar heb ik toch schoondochters voor’. Ze was iemand die gewoon heel graag in de belangstelling stond en woorden verdraaide. Henk en ik hebben daardoor geregeld ruzie gehad. Om iets wat eigenlijk niets was.’ 

Waar mijn opa Henk de eerste jaren van de relatie een hele charmante, fijne man was, begon hij na een tijdje de trekken van zijn moeder te vertonen. Een moeilijk onderwerp waar mijn oma toch over wilt vertellen. ‘Net als zijn moeder stond hij graag in de belangstelling’, begint ze. ‘Hoe hij overkwam bij anderen was voor hem heel belangrijk. Daarom was hij ook geliefd bij anderen, hij kon heel charmant overkomen. Tot de deur dichtging.’ Ze vertelt dat ze in het begin niet doorhad dat ze in zo’n situatie terecht was gekomen. Geleidelijk werd het controlerende gedrag erger en trapte ze er naar eigen zeggen in. ‘Om maar een voorbeeld te noemen. Wij waren toentertijd een keer uiteten bij vrienden en een van onze vrienden, een man, liep achter mij en een vriendin door om glazen te pakken. Voor de grap kneep hij ons een beetje in de schouders. Vriendschappelijk. Henk zat tegenover me en ik zag meteen aan zijn gezicht dat het fout zat. Thuis hadden we knallende ruzie.’ 

Alleen

Toch zijn ze ruim 55 jaar samen geweest en kregen ze drie kinderen; Peter, Hans en mijn moeder Caroline. Tot mijn opa in 2008 aan leverkanker overleed. Hij voelde zich al lange tijd niet goed en bleek na veel onderzoeken ernstig ziek te zijn. ‘De dag begrafenis was heel raar’, vertelt mijn oma verder. ‘Het was alsof alles compleet langs me heen ging, het gleed als het ware van me af. Ik weet er ook niet zo heel veel meer van. Ik was zo lang met hem samen geweest en had ook echt van hem gehouden. En dan sta je er ineens alleen voor.’ Dat was in het begin wel echt even wennen voor haar, juist omdat mijn opa altijd zo veel voor haar regelde. Maar met behulp van mijn moeder en twee ooms heeft ze haar eigen leven weer op kunnen bouwen. 

Maar vier jaar na de dood van mijn opa gebeurde wat iedere moeders grootste nachtmerrie is: een kind verliezen. In 2012 overleed haar zoon, mijn oom, Hans op 50-jarige leeftijd, eveneens aan asbestkanker. ‘Wanneer je zoiets verteld wordt, dringt het niet door’, zegt ze ernstig. ‘Ik weet nog wel dat Peter bij mij langskwam en zei: ga even zitten, ma. Toen vertelde hij dat Hans niet beter zou worden. Je hoort het en je schrikt, maar het gaat langs je heen. Bij zijn begrafenis zat ik er met een heel ander gevoel. Met diep, verregaand verdriet. En iedereen was verdrietig. Mensen hielden van hem.’ 

Alles anders doen

Tot slot vraag ik haar wat ze anders zou doen als ze terugkijkt op haar leven. ‘Als ik het allemaal opnieuw mocht doen, dan zou ik het heel anders doen. Nu hebben mensen veel meer een mening. Vroeger ging je overal in mee en ging je ervanuit dat iemand het beste met je voor had. Je leert iemand kennen en je trouwt. Dat was wat iedereen doen. Dat zou ik nu anders doen: mezelf op de eerste plaats zetten. Naar mezelf kijken en doen wat voor mij het beste is.’ 

Nadat ik mijn oma heb geholpen om de bordjes van onze Parijse bollen weer terug in de keuken te zetten, loop ik langs de foto’s van mijn opa en oom bovenop de glazen kast weer richting de voordeur. We nemen afscheid met het gebruikelijke ‘houdoe’ en terwijl ik op de fiets terug naar huis stap zwaai ik in haar richting tot ze uit het zicht is verdwenen. 

Reageer op dit artikel