Alsof je na Zwolle van de kaart afvalt

Opgroeien in de drukte van de stad of in de rust van de provincie? Als geboren Rotterdammer en getogen in de dichtbevolkte stadsregio tob ik al jaren met die vraag. Om hét verschil te duiden, bezocht ik het Drentse Coevorden.

Als de stoptrein Zwolle Centraal uitglijdt, wordt mijn verbazing iedere kilometer groter. Het wordt groener, bosrijker, maar het is de leegte die overheerst in het Drentse landschap. Of de stilte, want behalve het belletje bij het neervallen van de spoorbomen, is het muisstil. Hoe anders was dat rondom Rotterdam Centraal? Op het startpunt van mijn reis bevond ik me tussen de uitpuilende kantoorgebouwen, filerijdende auto’s en hippe koffietenten. Vastgeplakt aan het treinraampje zie ik echter niets van dit alles. Het is überhaupt bijzonder dat ik de omgeving observeer. Normaal gesproken zou ik mijn nieuwsapps refreshen of een televisieprogramma terugkijken. Het gebrek aan telefonisch bereik verhindert die gewoonte, waardoor ik steeds meer het gevoel krijg dat ik enkele kilometers na Zwolle van de landkaart ben afgevallen. Eenmaal gearriveerd in Coevorden hoop ik mijn slaapgebrek te compenseren met een dubbele espresso, maar bij het vragen naar koffie to go, word ik aangekeken met een blik alsof ik zojuist vroeg naar uitleg over de kwantummechanica. Toch mompelt de man er een antwoord uit. ,,Oh, we hebben hier geen winkeltje bij het station joh’’, waarna hij zijn best doet zijn sigarenrook niet in mijn gezicht uit te blazen. Die ongemakkelijkheid blijkt een ideaal moment om er een gesprek aan vast te knopen, want daarvoor ben ik uitgestreken tot de diepte krochten van de Nederlandse periferie. Gerrit-Jan Oornspeek ziet die benaming allerminst als belediging. ,,Nee, waarom?’’,, vraagt hij zich hardop af. ,,Het is toch fantastisch wonen hier. Schone lucht, geen files en je woont hier nog goedkoper ook. De meeste mensen hebben hier een tuin waar westerlingen jaloers op zouden zijn. In Coevorden heeft niemand wat te klagen.’’

Die laatste opmerking valt te betwisten. Gerrit-Jan is immers pensionado. Wat te denken van de jeugd, voor wie het uitgestorven Coevorden niet echt uitnodigt tot een langer verblijf. ,,Als ik ga studeren, wil ik zo snel mogelijk weg’’,, vertelt Jesse Schepen. Leunend tegen zijn fietsstuur wijst hij vervolgens de uitgestorven winkelstraat in.  ,,We hebben hier wel wat uitgaansgelegenheden hoor, maar heel bijzonder is het allemaal niet. In de weekenden gaan we meestal naar de keet.’’

Hij leest de verbazing van mijn gezicht af. Ik kijk hem nog altijd vragend aan in de hoop dat hij uitlegt wat een ‘keet’ is, maar helaas. Het begrip vereist wat duiding voor een Randstedeling, waardoor het verschil van circa 230 kilometer goed wordt weergeven. ,,Weet je echt niet wat dat is?,, luidde de gezamelijke reactie van Jesse en zijn vriendengroep. ,,Het zijn schuren waar we in de weekenden wat gaan drinken met zijn allen.’’

Die tijd ligt bijna achter hen. Als zestienjarige HAVO-scholieren oriënteren ze zich momenteel over hun vervolgstudie, maar de studentenstad is ook niet geheel onbelangrijk voor Jesses vriend. ,,Utrecht spreekt me wel aan’’, vertelt Julian Woelders op joviale toon. Zijn mondhoeken gaan zelf iets omhoog wanneer hij over het nachtleven in zijn toekomstige woonplaats vertelt. ,,Stappen in Utrecht schijnt geweldig te zijn. Hier hebben we niet eens een bioscoop. Althans, géén normale bioscoop. De films die ze draaien zijn soms twee jaar oud. Om écht wat te kunnen doen moet je een half uur met de bus  naar Emmen.’’

Op kamers is dus een verlangen voor Jesse, Julian en Hamzah Hage Hammoud. Het gebrek aan uitgaansgelegenheden verdrijft hen hoogstwaarschijnlijk naar Utrecht, Groningen of Zwolle, wat compleet tegenovergesteld is aan mijn situatie. Pak ik de metro richting de Akkers sta ik binnen een handjevol minuten in het centrum van Spijkenisse. Kies ik voor de andere metrolijn richting Rotterdam Centraal sta ik binnen een kwartier op de koopgoot. Overal cafeetjes, discotheken en andere gelegenheden waaraan de meeste jongeren behoefte hebben. Een gebrek aan leeftijdsgenoten is er dan ook allerminst, maar voor het drietal havisten is dat anders. Uit statistieken van allecijfers.nl blijkt dat circa 7,5% van de gemeente Coevorden binnen de leeftijdscategorie 15-25 valt. Daarbij moet je aantekenen dat middelbare scholieren worden meegerekend, waardoor het cijfer hoger uitvalt dan de werkelijke situatie. ,,Na de middelbare school vertrekt iedereen hier’’, vertelt Jesse. ,,Blijven wil niemand, want na je achttiende voelt iedereen zich snel alleen hier.’’

Toch heeft het drietal geen vervelende jeugd gehad in Drenthe. Sterker nog: ze zien zichzelf later terugkeren naar Coevorden[S1] . ,,Je kunt hier prima wonen hoor’’, zegt Julian, wiens mening wordt gedeeld door Jesse. ,,Al willen we rond deze leeftijd wat anders dan rust.’’


 [S1]ook geen must, maar wat voor werk wordt hier gedaan zodra ze terugkeren, de landbouw? Of meer winkels etc.?

Reageer op dit artikel