Amir El Madani: “Etnisch profileren gebeurt ook bij agenten”

@Hedy Tjin


Etnisch profileren. De aanslag in Utrecht, met een dader van Turkse afkomst, maakt de situatie er niet makkelijker op. De Marokkaanse agent Amir El Madani maakt het dagelijks mee.


De 36-jarige Amir werkt al ruim tien jaar bij de politie. Hij vertelt over zijn Utrechtse ex-collega Dwight van van de Vijver, wie twee jaar geleden een heeft rap gemaakt over etnische profilering. “De tekst omschrijft exact de situatie”, aldus El Madani.

Agent Van van de Vijver rapt:

“Ik sta voor veiligheid in de samenleving en bied hulp aan hen die dat behoeven. Ik vang boeven, die soms door bizar lage straffen weer snel op straat vertoeven. Wie de straten domineren met dikke auto’s en dure kleren. En als we hen controleren, is dat dan discrimineren? Ze maken misbruik van de situatie en verwarren teveel keren, omdat ze werden gepakt met het fenomeen etnisch profileren”

Uit recente cijfers van het CBS (2017) blijkt dat het aantal personen met een niet-westerse migratieachtergrond dertig tot zestig procent vaker staande wordt gehouden dan burgers met een Nederlandse nationaliteit. Personen uit de Nederlandse Antillen of Aruba worden het vaakst staande gehouden (61%), maar ook Marokkanen worden er vaak uit gepikt (52%). Volgens Marc Schuilenburg, hoogleraar Strafrecht en Criminologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam, worden migranten steeds vaker – bewust of onbewust – staande gehouden door het toenemend aantal aanslagen. De druk van informatiegestuurd politiewerk in combinatie met de enorme aandacht voor  terroristen kan een reden zijn voor etnisch profileren.

“Als onze collega’s bezig zijn met etnisch profileren, verzend ik een tweet waarin staat dat onze organisatie nog veel heeft te leren. Tegelijkertijd vraag ik jullie alle agenten over een kam te scheren, anders ben je, net als velen anderen, mij aan het discrimineren.”

Om aanslagen en andere strafbare feiten te voorkomen zet de politie steeds vaker instrumenten in zoals preventief fouilleren, samenscholingsverboden, bewakingscamera’s en poortjes systemen waarmee mensen de toegang wordt ontzegd tot locaties als metro’s en treinstations. Getinte mensen worden er volgens Schuilenberg vaker uitgepikt door het stereotype verdachte – mensen met een niet-westerse migratieachtergrond – dat de politie vaak voor zich heeft. Uiteraard denken niet alle agenten aan deze stereotypes en soms is het slechts in opdracht van een hogere politiechef. Ook zijn er agenten met een migratieachtergrond, die in hun vrije tijd door collega’s staande worden gehouden.


“Begrijp je het probleem”, zegt Amir. “Etnisch profileren gebeurt niet alleen door politieagenten, maar ook bij hen. Dat is iets wat mensen, ook collega’s, vaak niet begrijpen. Uit mijn omgeving merk ik dat agenten vaak terugvallen op stereotype verdachten. Denk aan een getinte huidskleur, donkere of religieuze kleding, donkere haren, een baard en het spreken van een andere taal. “Terroristische gebeurtenissen hebben mensen met een migratieachtergrond tot zondebokken gemaakt”, aldus de agent. “Het feit dat de dader van de aanslag in Utrecht van Turkse afkomst is, vind ik heel erg. Hierdoor wordt het beeld dat alle migranten slecht zijn voor de buitenstaanders alleen maar aangemoedigd.”

Machteloos

Bij etnisch profileren draait het om disproportioneel vaak staande houden van burgers op grond van hun zichtbare etnische achtergrond en/of huidskleur, zonder dat daar een objectieve en redelijke rechtvaardiging voor bestaat. Als dit onevenredig gebeurt, is het een vorm van discriminatie. In het Latijn betekent discriminatie letterlijk ‘het maken van onderscheid’. Discriminatie is op grond van artikel 1 van de Grondwet verboden.

Ondanks dat El Madani al negen jaar bij de politie werkt, is hij nog vaak slachtoffer van etnische profilering. “Ik heb enkele jaren geleden een nieuwe Porsche gekocht. Ik reed samen met mijn zoontjes door onze wijk. Op een gegeven moment zie ik dat er een auto achter ons aan rijdt. Mijn kinderen zeggen vanaf de achterbank dat het politie is. Ik zeg: zwaai maar vriendelijk naar ze. Verder focus ik me niet meer op de wagen. Als ik onze straat in rijd, zie ik tot mijn verbazing dat de politiewagen ons volgt tot aan mijn huis. Ik wil mijn auto parkeren, maar zie dan het ‘politie-stop-teken’ aan gaan. Een van de twee agenten uit het busje stapt uit en kijkt duidelijk naar mijn dure auto. Vervolgens kijkt hij naar de andere agent met een gezichtsuitdrukking van: Ja, ik heb er eentje! Zodra de agent voor mijn open raampje staat, beweert hij dat de Porsche niet op mijn naam staat én dat mijn auto niet verzekerd is. Ik kijk ze vragend aan, maar zeg niks. De agent vertelt me dat ik moet blijven zitten en dat hij zo terug komt. In het politiebusje controleren ze mijn kenteken. Vervolgens komen ze met dezelfde boodschap terug: de auto staat niet op uw naam en is niet verzekerd.

Ik voel de spanning tussen mij en de agenten groeien. Ik zeg nogmaals: “Met alle respect, maar dit is mijn auto. Ik heb deze enkele dagen geleden gekocht. Ik vraag u beleefd of u de gegevens goed wil controleren, want volgens mij zit er een fout in het systeem.” Hij zegt: “Niks mee te maken, we hebben het al gecontroleerd.” Dan zegt mijn oudste zoon vanaf de achterbank: “Papa, waarom doen ze zo moeilijk? Jij bent toch ook politie.” Een van de agenten kijkt mij met een vragende blik aan. Ik zeg: “Ja, ik ben een collega.” De reactie van de agent is vrij stug en vraagt of ik mezelf kan legitimeren.  “Natuurlijk”, zeg ik en toon mijn identiteitsbewijs. Ik merk ineens een heel andere houding. Ik zeg nogmaals: “Volgens mij kloppen de gegevens niet, dus ik verzoek u vriendelijk om dat nog eens te controleren.” De agent loopt terug naar het busje. Enkele minuten later komt hij terug met de mededeling dat mijn gegevens wel in orde zijn. Nadat ik hem heb bedankt, vraag ik nog: “Als ik blank was geweest, dan had deze hele situatie zich niet had voorgedaan, toch?”. Hij knikt en glimlacht.

Situatie

Als er geen objectieve en redelijke rechtvaardiging bestaat, is het de vraag waarom er dan toch tot staandehouding wordt overgegaan. Uit onderzoek over beslissingen en opvattingen rondom etnisch profileren blijkt dat het handelen van de agent kan bewust discriminatoir of bevooroordeeld zijn, maar de agent kan ook zijn beïnvloed door algemene stereotype beelden. Deze ontstaan vaak door eerdere ervaringen met migranten, media die berichten over terroristische daders of door het overschatten van negatieve gedragingen onder personen met een migrantenachtergrond.

El Madani heeft nog nooit getwijfeld aan het uiterlijk van een eventuele verdachte, maar wel aan de situatie. “Ik weet hoe het voelt als een agent je onterecht staande houdt. Daarom bekijk ik eerst de hele situatie, voordat ik iemand staande houdt. Toch lijken sommige situaties verdacht, maar blijken dat niet te zijn”, zegt de agent. “Op een avond was ik iets voor sluitingstijd bij een supermarkt. Er liep een persoon, met een migratieachtergrond, in donkere kleding en een petje naar binnen. In zijn hand had hij een grote tas. In de winkel hield ik hem even in de gaten, maar er was niets aan de hand. Toen ik buiten op de parkeerplaats in mijn auto stapte, zag ik de man naar buiten rennen met een volle tas met boodschappen. In eerste instantie zou je denken aan een winkeldiefstal. Maar enkele meters verderop bleek dat hij zijn bus moest halen.”

Agenten beoordelen situaties vaak niet op de situatie, maar op uiterlijk. “Je ziet bijvoorbeeld dat iemand gestrest een fietsslot probeert te openen. Ondertussen kijkt hij om zich heen. Politieagenten hebben vaak, door een stereotype verdachte, twee gedachtes bij dit beeld: Als het een blank persoon is, gaat de agent er eerder vanuit dat diegene haast heeft en zijn slot niet open krijgt. Bij een getint persoon, wordt de situatie al heel anders bekeken. Dan lijkt het of de persoon een fiets probeert te stelen, terwijl hij zijn omgeving in de gaten houdt”, legt hij uit.

Strafbaar feit

Inmiddels doet Amir tijdens een staande houding of hij ‘dom’ is en vraagt rustig wat er aan de hand is. Maar vele ‘verdachten’ willen weten van welk strafbaar feit zij worden verdacht. Logisch, want zoals artikel 27 in het Wetboek van Strafrecht benoemt, moet er altijd een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit zijn om iemand staande te houden. Daarbij komt een uitzondering die velen volgens de agent niet kennen. In Nederland zijn er zogenaamde ‘proactieve controlebevoegdheden’. Deze bevoegdheden kunnen worden ingezet zonder dat er sprake hoeft te zijn van een redelijk vermoeden van enig strafbaar feit. Dit gezag wordt dus niet ingezet voor opsporing, maar om te controleren of burgers zich aan bepaalde regelgeving houden. Omdat er voor deze controles geen redelijk vermoeden van enig strafbaar feit noodzakelijk is, zorgt dat ervoor dat politieagenten vrij zijn in hun keuzes om bepaalde personen of voertuigen te controleren. Zonder dat daar enige reden toe is.

“Als je als migrant zonder reden wordt aangehouden, voel je je niet serieus genomen. Je probeert te beargumenteren waarom je  als migrant net als ieder ander in Nederland behandeld wil worden. Het voelt als een voetbalwedstrijd. Je bent de beste ploeg en staat 5-0 voor, maar de scheidsrechter zegt aan het eind van de wedstrijd ineens: Je hebt 5-6 verloren. Ondanks dat je weet dat je 5-0 voor stond, moet je erkennen dat het klopt. Ja, ik heb met 5-6 verloren. Je hebt gelijk”, aldus El Madani.

Onwetende collega’s

“Enkele dagen na de aanslag in Utrecht werd ik weer staande gehouden door een onwetende collega. Ik reed na een late dienst, rond vier uur ‘s nachts terug naar huis in mijn Mercedes. Ik heb op kantoor mijn dienstkleding omgeruild voor een zwarte comfortabele trui. Een paar straten verderop werd ik staande gehouden, omdat ik de bocht te snel zou hebben genomen. Ik moet uit de auto stappen van de agent. Hij vraagt waar ik vandaan kom en wat voor werk ik doe. Ik vertel dat ik van het politiekantoor kom, omdat ik agent ben. Dat veranderde de zaak. Hij ziet door het raampje mijn dienstkleding op de achterbank liggen. Nadat hij dat ziet, is de hele controle niet meer nodig en wordt er niet meer gesproken over een te snelle bocht. Ik krijg mijn rijbewijs terug en mag mijn weg vervolgen. Het is jammer dat het zo gaat, want we weten natuurlijk allemaal wat de aanleiding voor deze controle was”, vertelt El Madani. “Mijn collega heeft mij het gevoel gegeven dat het niet normaal is dat ik in zo’n dure auto rijdt, maar als een blank persoon erin rijdt, dat het wel normaal is. Ik probeer het altijd goed te praten door mezelf voor te houden dat het onwetendheid is bij de ander. Dat het daaruit voorkomt. Dat je het ze maar niet kwalijk moet blijven nemen.”

Daar zit het probleem: onwetendheid. Agenten en burgers moeten zich meer bewust worden van etnisch profileren. De politie zette eind 2017 de eerste stappen. Vanaf dat moment hanteerde de politie dezelfde definitie voor etnisch profileren als Amnesty International. Die luidt: “een vorm van discriminatie waarbij de politie iemand stopt, controleert, fouilleert of aanhoudt, (mede) vanwege zijn huidkleur of herkomst en zonder goede en geldige reden.” Daarnaast heeft de politie in diezelfde periode duidelijke gedragsregels opgesteld om te voorkomen dat agenten etnisch profileren bij controles. In het zogenoemde ‘handelingskader’  staat dat agenten bij proactieve controles, waarbij geen sprake hoeft te zijn van een overtreding of strafbaar feit, voortaan alleen nog onderscheid mag worden gemaakt op grond van huidskleur, afkomst of religie als daarvoor een „objectieve rechtvaardiging” bestaat, zoals een dadersignalement. “Je zult altijd op zoek moeten naar feiten en omstandigheden. Die heb je ook nodig om de controle uit te leggen”, staat in het handelingskader. Een persoon controleren omdat diegene tot een groep behoort die in misdaadstatistieken oververtegenwoordigd is, mag niet meer. Het document instrueert agenten ook nadrukkelijk om niet te handelen op gevoel. In het handelingsdocument staat ook: “Stel je oordeel nog even uit en onderzoek de feiten en omstandigheden in de situatie. Overleg met je collega. Zo voorkom je tunnelvisie.”

Daarnaast moeten agenten volgens Amnesty International  trainingen krijgen met hetzelfde startpunt. Het doel is burgers controleren op basis van feiten en omstandigheden, niet op basis van huiskleur of andere etnische kenmerken. Dit moeten leiden tot meer bewustwording over vooroordelen. Iedereen heeft vooroordelen, maar de vraag is of je er bewust van bent. Een andere maatregel is dat je altijd uitlegt waarom je iemand staande houdt of ondervraagt. Vaak worden mensen niet etnisch geprofileerd, maar hebben ze wel dat idee. Uitleggen waarom je iets doet, kan misverstanden uit de weg helpen.

Politie is je beste vriend

“De afgelopen jaren heb ik een soort overlevingstactiek gecreëerd, om ervoor te zorgen dat je schadevrij blijft tijdens zo’n confrontatie. Je moet er echt op focussen om kalm en beleefd te blijven, ondanks dat je onrecht wordt aangedaan”, aldus El Madani . Hij hoopt dat er snel een oplossing komt zodat etnische profilering minder wordt. “Etnisch profileren draagt niet bij in het vertrouwen in de politie, terwijl de politie er juist is om mensen te helpen en beschermen. Vooral in de tijd van aanslagen moet iedereen zich veilig kunnen voelen en altijd bij de politie terecht kunnen. De aanslag in Utrecht, met een moslimse dader, moet mensen juist de ogen laten openen: “De politie is je beste vriend en beschermt jou en de samenleving.”

Reageer op dit artikel