Bergen aan Zee: een uitgestorven dorp in Noord-Holland

Strandwandeling van Egmond aan Zee naar Bergen aan Zee

Met mijn duim in de lucht probeer ik een automobilist duidelijk te maken dat ik de komende vijf kilometer het liefst niet te voet af leg. Het is donker maar hij ziet het wel. Wanneer hij voorbijrijdt, lijkt hij zelfs nog harder te gaan. Ik had ook niet verwacht dat iemand mij zomaar zou meenemen, maar ik moet het wel proberen. Hoe kom ik hier anders weg, uit Bergen aan Zee?

Een reisverslag van Dennis Boom

Datum van de reis: donderdag 22 maart 2018

Wanneer de Intercity de tunnel bij Blaak uitkomt, staan links de hoge gebouwen die het centrum van Rotterdam, het ‘Manhattan aan de Maas’, kenmerken. Op het centraal station van de stad baan ik me een weg door de meute. Via Amsterdam en Alkmaar reis ik vandaag naar Bergen aan Zee, een bescheiden dorpje in Noord-Holland met nog geen vierhonderd inwoners.

Rond kwart voor twaalf rijdt de bus weg van Alkmaar Centraal. Onderweg maken rijtjeshuizen en winkels plaats voor sportclubs en bedrijven. Buiten de bebouwde kom passeren we weiland na weiland, met in de verte af en toe een molen. Twee meeuwen vliegen hier door de witgrijze lucht.

Tijdens de overstap op een andere bus, tipt een man uit Alkmaar mij dat ik ook van Egmond aan Zee over het strand naar Bergen aan Zee kan lopen. Ik volg zijn advies op en neem een bus naar Egmond. Als de duinen in zicht komen, stap ik uit. De lucht is nog steeds grauw, de zachte wind tegen mijn huid voelt wat fris aan, maar koud is het niet. In een strandtent daar ontschiet er een lachje bij twee jonge vrouwen die er werken, wanneer ik ze vraag of ‘een kwartier tot een half uur’ klopt. “Nou, eerder een half uur tot een uur”, antwoordt een van hen.

Enkele meeuwen krijsen in de lucht. De contouren van een paar flats in Bergen aan Zee zijn vanaf hier waarneembaar. Het lichtbruine zand bij de duinen zakt in onder mijn voeten. Dichter naar de zee toe is het donkerder en vaster, met schelpjes en steentjes ertussen. Dat biedt meer steun en loopt fijner.

Als ik tijdens de wandeling eens goed het landschap bekijk, ervaar ik een geweldig gevoel van leegte. Honderd meter naar links ligt de zee die rijkt tot aan de horizon, vierhonderd meter naar rechts liggen de duinen die als een lichtbruine bergketen opdoemen. Voor mijn gevoel ben ik heel klein in dit grote gebied.

En dat geeft een gevoel van rust. Al mijn verantwoordelijkheden en zorgen vallen van mijn schouders. Ik hoef alleen maar rechtdoor te lopen. Het constante geluid van golven die aanspoelen, laat mijn gedachten afdwalen. Ik bedenk me hoe mooi dit strand als filmlocatie kan dienen. En ik beeld me in dat het bejaarde stel dat een paar honderd meter voor mij loopt, vaker dit soort uitstapjes maakt. Dat zij niet vastgekluisterd zitten aan de smartphones, tablets en gamecontrollers die de levens van jongeren beheersen.

Na een wandeling van vijftig minuten kom ik aan bij de eerste strandtent van Bergen aan Zee. Als ik via de weg door de duinen naar de rotonde loop, zo’n beetje het centrum van het dorp, kom ik langs het Zee Aquarium. Ik besluit er een rondje doorheen te lopen en zie zeedieren van over de hele wereld, zoals de Zilverbladvis (letterlijk zilver met een goud randje), de Europese zeekreeft (bijna helemaal blauw met een beetje wit), de Viltkokeranemoon (een plantachtige koker met sprieten aan de bovenkant), de Zwartpuntrifhaai (grijs met zwarte punten aan de vinnen) en twee grijze zeehonden (met zwarte spikkels – en grote ogen).

De zeehonden – halfzusjes – hebben een eigen verblijf buiten. Bezoekers kunnen door het glas naar ze kijken terwijl ze op hun ‘strandje’ – geen echt strand, maar hard materiaal met een zandkleur – liggen of onderwater zwemmen. Sinds ik de binnenplaats opliep, zwemmen ze constant heen-en-weer terwijl ze aandachtig door de ruit kijken. De Border Collie van een Duitse man en vrouw die de binnenplaats oplopen, heeft niet veel oog voor de dieren. Hij loopt naar een nep-zeehond en begint eraan te snuffelen.

Binnen, in een gang met aan weerszijden aquaria, roept de Duitse man opeens geschrokken: “Was passiert du?”, terwijl hij op zijn knieën gaat zitten bij hun hond, die levenloos in elkaar zakt. “Oh mein Gott”, slaakt de vrouw een paar keer uit. De man houdt het dier bij de achterpoten vast terwijl hij het lichaam tegen zich aan laat rusten. Hij praat een tijdje tegen het beest, dat nog steeds geen teken van leven geeft. Op mijn vragen of ik hulp moet halen, zeggen de man en vrouw herhaaldelijk dat dat niet hoeft.

Na een tijdje zegt de man: “Es ist gut… Epileption.” Zijn vrouw vult aan: “Es passiert nicht so oft, aber…” Ze glimlacht waarmee ze wil zeggen dat het toevallig nu gebeurd. Dan knippert de hond met zijn ogen. Door de hond af en toe uit zijn greep los te laten, kijkt de man of hij weer kan bewegen. Na enkele minuten bewegen plotsklaps de poten weer en de hond kan met behulp van de man weer rechtop staan. Hij loopt rond alsof er niks is gebeurd.

In het anderhalf uur van mijn bezoek, kom ik nog geen tien andere mensen tegen in het zeeaquarium. Marjolein Schrama, de vrouw achter de kassa, zegt dat het aquarium het in de winter vooral moet hebben van de vakanties en weekenden. In de zomer is het dan weer heel druk, dus dat heft elkaar op volgens haar.

Marjolein vertelt dat ze Bergen aan Zee vooral in de zomer leuk vindt, vanwege het lekkere weer en omdat het dan bruist in de cafés en restaurantjes. Met een rood apparaatje plakt ze prijskaartjes op pinguïnknuffels. “In de winter is het hier een beetje uitgestorven”, zegt ze.

Dat gevoel kan ik na een rondje in het dorp met haar delen. Op de boulevard op de duinen lopen nog verscheidene mensen. Meer landinwaarts, achter de hotels, liggen grote huizen verscholen, aan de rand van het duingebied. In dit woonwijkje kom ik vrijwel niemand tegen.

In de hoofdstraat is wat meer leven. Dat wil zeggen: af en toe rijdt er een auto of loopt er iemand. Ik kies een restaurantje bij een hotel om te eten. Ik heb bijna meteen spijt. Opeens valt mij de betegelde vloer op, de luxueuze eikenhouten tafels en met leer bekleedde stoelen, de meterhoge wijnflessen die als decoratie en als standaard dienen voor wat plantensprieten. Een vrouw van in de vijftig met wit haar en in zwart-wit kostuum wijst mij een tafeltje bij het raam. De enige andere gasten in het restaurant zijn collega’s – allemaal net gekleed – die nog nagenieten van de maaltijd.

Aangezien het al over vijven is, sla ik het voorgerecht over en bestel meteen een hoofdgerecht: krokant gebakken varkensschnitzel, geserveerd met stukjes rode kool, gebakken stukjes aardappel en bloemkool met een sausje. Het smaakt uitmuntend en ik zit meteen vol.

Na het eten scharrel ik nog wat rond bij de rotonde, ‘het bruisende middelpunt van Bergen aan Zee’. Welgeteld drie mensen lopen daar nog voorbij. Als het buurtbusje om 19:06 niet op komt dagen, merk ik dat ik op een aangepaste dienstregeling heb gekeken. Het laatste busje is 17:30 al naar Bergen vertrokken. Als ik in het restaurant een boekje met bustijden uit de omgeving bekijk, overweeg ik over het strand terug te lopen naar Egmond aan Zee. Een behulpzame restaurantbezoeker raadt mij aan om te liften naar Bergen. Dorpelingen nemen wel vaker lifters mee, zegt hij.

Ik ga langs de weg staan en wanneer er een auto aankomt, steek ik mijn duim omhoog. Hij raast voorbij. Even wachten, straks is er vast iemand die mij mee wil nemen. Helaas, de volgende rijdt ook door. Ik open google en typ ‘liften’ in om te zien of ik het eigenlijk wel goed doe. Dit is voor mij de eerste keer. De twijfel is onterecht. Weer een nieuwe auto stopt niet. Ik besluit lopend de weg te volgen en wanneer er een auto aankomt, snel mijn duim op te steken. Dat gebeurt twee keer, maar helaas – zonder resultaat.

Na slechts enkele minuten lopen, kom ik bij een rotonde met een bushokje aan de weg naar Bergen. ‘Liftplaats’, leest het bord aan het hokje. ‘Toevallig’, denk ik nog, terwijl een auto aan komt razen. Ik steek mijn duim omhoog, hij scheert voorbij, maar zwenkt af en stopt dan bij het bushokje. Gered! Ik word meegenomen naar Alkmaar. Daarvandaan kan ik met de trein weer terug. Terugkijkend op een geslaagde dag naar en in het dorpje aan de kust, bedenk ik me hoe rustig het daar is; waarschijnlijk is het opzienbarendste dat er vandaag gebeurde de epilepsieaanval van de hond.

Reageer op dit artikel