Damien Rice herrijst uit een muziekloos leven

Damien Rice is terug. Hij heeft even op zich laten wachten, maar na acht jaar (bijna) complete radiostilte heeft de van oorsprong Ierse singer-songwriter zijn weg terug naar de muziek gevonden en een gloednieuw album gemaakt: My favourite faded fantasy.

Zijn eerste album ‘O’, dat in 2002 uitkwam, werd onverwacht een groot commercieel succes. Tegen de zin van Rice, die helemaal geen commerciële muziek wilde maken. “Ik ben muziek gaan maken om met mensen in contact te komen, niet om een soort speelbal te worden van een platenmaatschappij”, zei hij tegen 3FM-dj Michiel Veenstra.

Door het onverwacht grote succes van het album werd het echter steeds moeilijker om in contact te blijven staan met zijn publiek. Met het moordende concertschema dreef zijn muziek hem eerder weg van de mensen dan dat het hem dichterbij bracht.

In 2006 kwam zijn tweede album, ‘9’, uit. Dit album heeft Rice echter onder druk van zijn platenmaatschappij gemaakt. De nummers van ‘O’ heeft hij vanaf een roze wolk geschreven; geïnspireerd door zijn toenmalige grote liefde Lisa Hannigan, die ook backing vocals en gitaarspel op het album verzorgde.

Bij het opnemen van ‘9’ kregen de twee ruzie en niet lang nadat het album af was gingen ze uit elkaar. Rice was niet tevreden met het album en de tour die erop volgde liep dan ook allesbehalve soepel. Halverwege ontsloeg hij Lisa, die ondanks dat ze uit elkaar waren wel nog meespeelde, en aan het einde van de tour ontsloeg hij zijn volledige band met de mededeling ‘zoek maar ander werk, want aan het einde dit jaar kap ik met muziek maken’. En dat deed hij.

In de acht jaar daarna trad hij nauwelijks op en was het nog maar de vraag of er überhaupt nog een nieuw album zou komen. Totdat hij producer Rick Rubin tegen het lijf liep, die albums van onder andere Neil Diamond, Metallica, Rage against the Machine en Linkin Park produceerde. Juist omdat de mannen elkaar niet kenden en dus geen verwachtingen van elkaar hadden, besloten ze met elkaar in zee te gaan.
Rubin wist Rice uit zijn creatieve impasse te trekken, maar Rice werd ook geïnspireerd door zijn nieuwe woonplaats: IJsland. Naast het feit dat het prachtige landschap van IJsland een inspiratiebron vormde geeft de Ier aan dat ook de bevolking hem ontzettend aanspreekt omdat ze veel op Ieren lijken. Na de opnames in Los Angeles met Rubin verzamelde hij in Reykjavik een complete cast van vrienden en lokale muzikanten om zijn album af te ronden.

Het eerste nummer van het album, Long Long Way, vormt een mooie verwijzing naar de afgelopen acht jaar; Rice heeft diep in de put gezeten en een lange, lange weg afgelegd. Maar nu is hij terug en niet van plan om weer te verdwijnen.

Long long way to the top
Long way down if you fall
And it’s a long way back if you get lost

Long way out to the end
Long way to go to lose your friends
It’s a long way to haul all the traps you’ve trawled
When you could just stop and let go

Zo persoonlijk als het eerste nummer is, is ook de rest van het album. Rice maakt als vanouds breekbare nummers waarin hij eerlijker is dan ooit, maar die ook intenser klinken dan zijn eerdere werk.
Het gros van de nummers begint minimalistisch met piano of gitaar, maar Rice werkt in veel nummers duidelijk naar een climax toe. In Trusty and True maakt hij gebruik van strijkers die de gevoeligheid van het nummer nog eens extra vastleggen door naar een adembenemend hoogtepunt in het midden van het nummer toe te klimmen. Hij begint traditiegetrouw met zijn gitaar, waarna de strijkers zacht invallen, de melodie overnemen en steeds krachtiger gaan spelen. Vervolgens bouwen ze richting het einde van het nummer weer rustig af zodat Rice weer alleen met zijn gitaar eindigt.

In het 9,5 minuten durende  It takes a lot to know a man geeft Rice zijn muzikanten zelfs de ruimte voor een instrumentale passage, die zorgt voor een extra dimensie in het nummer. Het lijkt alsof het nummer stopt, waarna zacht pianospel en het geluid van regendruppels inzetten. De strijkers die daarna invallen geven het nummer een melodramatisch tintje, typerend voor Rice.
Ook de fans van Rice’s eerdere werk komen aan hun trekken, onder andere dankzij het folknummer The Greatest Bastard. Hierin is de ‘oude’ Damien Rice duidelijk te herkennen met zijn gevoelige en enigszins schrijnende tekst over voorbije liefdes begeleid door subtiel gitaarspel.

Het enige minpunt aan het album is het geringe aantal nummers: acht. Eén voor elk jaar dat de singer-songwriter op zich heeft laten wachten.
Hij belooft in elk geval dat hij voor het volgende album niet weer zoveel jaren op zich laat wachten.

Reageer op dit artikel