De glorietijden van De Rijp zijn nog altijd zichtbaar en geliefd

De rijp. Een nietig dorp in het noorden van het land ten oosten van de stad Alkmaar. Benoemd door Jan Adriaanszoon Leeghwater als het beste dorp van Nederland. In de zeventiende eeuw, weliswaar. Veel is er ondertussen veranderd in het dorp, maar de rijke glorietijden leven nog altijd onder de échte Rijpers.

“Ook typisch Rijps”, bedenkt Annemarie zich, “we zeggen elkaar gedag. We groeten elkaar.” Annemarie heeft haar beide handen om haar lege kopje koffie geklemd. Met een vriendin zit ze aan een donkere houten tafel aan het raam in het restaurant Het Wapen van Munster. Een gebouw met een glorieus verleden, net zoals bijna ieder pand hier in De Rijp. Uit het raam is het Raadhuis te zien. Gebouwd in het jaar 1630 door de beroemde waterbouwkundige Jan Andriaanszoon Leeghwater. “Vroeger, toen mijn kinderen nog echt klein waren, vroegen ze nog wel eens aan mij, wie was dat, mam? Ja, zei ik dan, dat weet ik eigenlijk ook niet. Maar in De Rijp groeten we iedereen, ook de toeristen. Die zijn dat vaak niet gewend.”

Annemarie is geboren in De Rijp en is zoals ze dat hier noemen ‘een echte Rijper’. In de zomermaanden werkt ze de bij de toeristische organisatie Dagje De Rijp in het Raadhuis in Graft, wat stamt uit 1613. Annemarie weet nog precies welke functie panden vroeger hadden. “Alle oude ambachten zaten hier in het dorp. We hadden hier ook een bakker die rondreed met een bakkerskar, en de melkboer natuurlijk. Ik kan me dat nog herinneren, ik ben dan wel vijftig, maar ik weet het nog. Tot dertig jaar geleden reden zij hier nog gewoon rond.” De vriendin van Annemarie beaamt dat. “Mijn vader was vroeger de bakker, maar dan wel in de Beemster”, vertelt ze. De Beemster is een dorp niet ver van De Rijp. “En de buurman was de melkboer”, lacht ze. De eierboer brengt overigens nog elke dag eieren naar De Rijp.

Een kift tussen De Rijp en Graft

De oude ambachten sterven uit, maar de geschiedenis uit de Rijpse gouden tijd is nog altijd zichtbaar. Graft en De Rijp, dat eigenlijk nog geen eigen naam had, vormden eeuwen geleden nog één dorp, tot besloten werd dat De Rijp omgedoopt werd tot de haven. Aan de Tuingracht, het water dat door het dorpje stroomt, hadden zich veel kooplieden en touwslagerijen gevestigd. Aan de oude gevels zijn die haken ook nog steeds te zien. De pakhuizen van de kooplieden werden ook gebouwd in De Rijp. Het dorp werd steeds welvarender, maar Graft bleef achter. ‘Daar bleven toch de boeren zitten’, zegt Annemarie. ‘Er was wel een kift tussen de twee dorpen.’ Graft was aanvankelijk het mooie, rijke dorp, maar door de invloeden van de handel ging die reputatie uiteindelijk naar De Rijp.

Tegenwoordig gaan de twee dorpen weer vriendelijk met elkaar om. Dagje De Rijp regelt zowel arrangementen voor De Rijp als voor Graft. Jaap Kramer, werkzaam bij deze organisatie, kent de geschiedenis van deze twee dorpen als geen ander. In het Raadhuis van De Rijp is hij druk bezig met de voorbereidingen voor een bruiloft die in de middag zal plaatsvinden. De ruimte is gedecoreerd en de prosecco staat klaar. Het enige wat nog mist, is een nieuwe batterij voor in de afstandsbediening voor het licht. ‘Vind je het erg als ik even bel?’, vraagt hij tijdens het gesprek. Niet lang daarna is zijn probleem opgelost. ‘Ook weer zoiets Rijps’, zegt Jaap, ‘iedereen kent elkaar, dus er is altijd wel iemand die kan helpen.’

Lekker Noord-Hollands leuteren

Jaap vertelt over het handelsverleden van De Rijp, over de vangst en verwerking van haring en walvismoten, wanneer er een verdieping lager van het Raadhuis gestommel klinkt. Een Amsterdams accent klinkt vanuit de richting van de trap. ‘Wij komen voor de lift!’ Drie mannen in blauwe overalls stappen de oude, historische ruimte binnen. ‘Eerst even een bakkie doen’, zegt de Amsterdammer. Het gesprek gaat eerst over de lift, daarna over prosecco en champagne. ‘Niet te zuipen’, zegt de monteur. ‘Behalve die dure, die wordt geschonken wanneer koningin Beatrix op bezoek kwam.’ Tot de koffie op is, blijven de verhalen komen.

De Rijp is met haar bijzondere, rijke verleden, identiteit, inwoners en prachtige oude binnenstad een mooi dorp, misschien volgens Jan Adriaanszoon Leeghwater na al die jaren nog steeds het mooiste dorp van Holland. Over De Rijp valt nog zo veel meer te vertellen, bijvoorbeeld over het traditionele, winterse balgooien en over de – wat minder leuke – bijna alles-verwoestende brand, maar pas echt ervaren hoe De Rijp is, daarvoor moet je er geweest zijn.

Reageer op dit artikel