De groene oases in het eens zo grauwe stadsdeel

Het is druk in het hofje aan de Tweede Looiersdwarsstraat in Amsterdam. Op deze grauwe donderdag in oktober zijn het vooral ouders met kinderen die de speeltuin bezoeken. De bekende volksbuurten van de Jordaan kennen tientallen van dit soort hoven. Soms zijn het heuse parkjes of bloementuinen maar er zijn ook, zoals hier, speelplekken voor kinderen. De groene plekjes van rust in het centrum steken af bij het ruwe verleden waar de Jordaan bekend om staat.

“De Jordaan is natuurlijk bij iedereen bekend als de grauwe arbeidersbuurt uit het begin en midden van de 20e eeuw. Het stond hier dan ook vol met pakhuizen, kleine industrie en winkels. Veel laagbouw tussen de woonhuizen.” Gerard Alberts (61) woont al zo’n 35 jaar in de Jordaan. Hij is een van de trotse eigenaars van de sleutel die toegang verschaft tot het hofje bij hem om de hoek. Met een nonchalant strooien hoedje op zijn hoofd, leunt hij tegen het hek van het speeltuintje en vertelt. Ondertussen wijst hij naar de straat voor zich, de Oude Looiersstraat. “Het was hier een allegaartje van gebouwen, met hier wat huizen en daar wat werkplaatsen.” Later, in de jaren zeventig trok deze kleine industrie weg uit de Jordaan, wat zorgde voor veel leegstand en openbare kavels. IMG_5465.JPG

Ruimte voor groen
De gemeente Amsterdam besloot toen om de laagbouw en lege kavels op te vullen met nieuwe woningen. Daarmee werd het een stuk drukker in het stadsdeel, veel jonge mensen met kinderen kwamen in de Jordaan terecht.  “Hartstikke leuk al die nieuwe gezichten natuurlijk, maar er was hier nauwelijks plaats voor groen. Toen hebben wij als bewoners in de jaren 90 de handen ineengeslagen. We zijn begonnen met het aanleggen van eigen hofjes. Leuk voor ons, en bovendien makkelijk voor de gemeente, want dat scheelt hen weer een hoop kosten”, grinnikt hij terwijl twee jonge moeders hun fiets tegen het hek zetten en hun kinderen al naar de glijbaan rennen.

Verbindende factor
De tuintjes worden volledig door de omwonenden beheerd. Al het snoeiwerk, aanplantingen en onderhoud verzorgen ze zelf. In het hoekje van de speeltuin staat dan ook, haast onzichtbaar, een houten schuurtje met tuingerei. Ieder hofje heeft zes ‘eigenaren’ die een sleutel hebben. De stadstuintjes gaan ’s avonds namelijk op slot. “We kunnen ’s nachts in dit speeltuintje geen blowende junks of andere schoffies gebruiken “,  grapt Alberts. Ondertussen fietsen en lopen er verschillende mensen langs die hem groeten. “De hofjes verbinden mensen en zorgen voor sociale cohesie binnen de wijk. In de lente gaan buurtbewoners samen aan het werk. Ze planten nieuwe bloemen en snoeien er vrolijk op los. Vaak helpen de kinderen mee.”

In het speeltuintje staan verschillende speeltoestellen, wel dankzij gemeentegeld, er is een zandbak en er liggen steppen en kinderfietsjes. “Dat fietsje waar die vrouw daar nu over struikelt bijvoorbeeld. Zoiets is hier gewoon aan komen waaien, bewoners of kinderen hebben speelgoed zelf meegebracht”, legt Alberts enthousiast uit. “Het draait hier als een tierelier!”

Reageer op dit artikel