De Joodse identiteit: een complex verhaal

Een eigen identiteit: elk mens draagt die met zich mee. Binnen het Jodendom is dé identiteit nogal verdeeld. Ik ging met Joodse mensen en een hoogleraar Cultuur in gesprek over de volgende prangende, vraag: wat is precies de Joodse identiteit?

Om te beginnen moet de vraagstelling helder zijn. De Amsterdamse filosoof Ido Abram hielp mij een heel eind op weg. In een artikel van het ‘jewisch culturial quarter’ stelt hij de volgende heldere vraag: ‘Wat betekent dat eigenlijk: joods zijn?’. Deze vraag stond centraal in een tentoonstelling. Die vond plaats van 25 januari 2004 tot en met 4 september 2005 in het Joods Historisch Museum in Amsterdam. Nu hoor ik de kritische onder ons al denken: poeh, die tentoonstelling dateert van zestien jaar geleden, misschien is deze bron inmiddels verouderd? Nee, absoluut niet. Ik kan kort zijn in mijn onderbouwing: dit vraagstuk is van alle jaren, óók in 2020. Deze tentoonstelling is van groot belang voor de zoektocht naar antwoorden geweest, omdat het aangeeft dát het inderdaad een vraagstuk is binnen het Jodendom. Abram haalt vijf aspecten aan die op een bepaalde manier een rol spelen in het leven van een Jood. Het gaat om de volgende zaken: religie en traditie, de band met Israël en zionisme, oorlog, vervolging en overleving, persoonlijke geschiedenis, en de wisselwerking tussen de joodse en de Nederlandse cultuur. Dat elk aspect bij iemand van Joodse komaf aanwezig is, wil overigens niet zeggen dat ze ook allemaal even sterk aanwezig zijn. Een aantal van deze aspecten kwamen wel duidelijk terug in de verschillende dialogen die ik heb gevoerd.

Veel mogelijkheden binnen het geloof

Het eerste aspect dat voorbij kwam, was religie en traditie. Ik ging in gesprek met de Tilburgse Marlien Groeneveld (74). Ze is lid van de Joodse gemeenschap en verricht veel werkzaamheden voor de Tilburgse synagoge. Oorspronkelijk stond onze afspraak gepland in die Tilburgse Synagoge, maar door het oprukkende coronavirus moest het gebedshuis tijdelijk de deuren sluiten voor publiek. Ze vertelt dat het Jodendom niet enkel een godsdienst is. ‘’Als je Joods bent, dan ben je automatisch lid van het Joodse volk’’, vertelt Groeneveld. ‘’Je bent bijvoorbeeld ook Joods als je niet naar de synagoge gaat.’’ Het is daarnaast niet mogelijk om je, als Jood of Jodin, volledig te ontdoen van het geloof. ‘’In de Katholieke kerk ligt dat weer héél anders. Als je niet meer Katholiek wil zijn, dan kun je je uitschrijven en dan ben je ook niet meer Katholiek’’, vertelt Groeneveld. ‘’Ik kan me daarentegen binnen het Jodendom uitschrijven waar ik wil, maar ik zal altijd Joods blijven.’’ Dat is dus wel een groot verschil, wat ook weer invloed heeft op het vormen van een joodse identiteit. Voor Groeneveld is het een familiegeschiedenis, het Jodendom voelt als familie. Er is daarnaast ook veel persoonlijke vrijheid. Je kunt veel kanten op binnen het geloof. Groeneveld: ‘’Als mensen stellen dat de Joodse wetten en de gebruiken ze aanspreken, maar de religie helemaal niet, dan hoef je daar ook niets mee te doen. Sterker nog: binnen het jodendom hoef je niet eens te geloven als Jood. Als ik naar de synagoge ga, maar ik ben niet gelovig, dan ben ik daar zeer welkom.’’ In dit verhaal van Groeneveld zie je al dat er sprake is van verschillende opvattingen, wat ook weer van invloed is op de identiteitsvorming. Op religieus gebied kan er veel binnen het Jodendom, de verschillende tradities zijn bijvoorbeeld niet perse bindend of verplicht om joods te zijn.

‘De Joodse identiteit hebben, is levensgevaarlijk’

Daarna kwam het aspect van oorlog, vervolging en overleving sterk terug. Ook Groeneveld heeft veel te maken gehad met dit aspect. Haar moeder heeft het geloof namelijk niet durven over te dragen aan haar vanwege de Holocaust. ‘’Er waren nog twee niet-joodse familieleden in leven na de oorlog en verder was iedereen vermoord. Dat is natuurlijk heel heftig. Mijn ouders zijn gevlucht en hebben de oorlog op die manier overleefd. Op het moment dat ze wisten dat er bijna niemand meer in leven was, zijn ze daar zó getraumatiseerd door geraakt, dat ze nooit meer aan de buitenwereld laten zien dat ze Joods waren, omdat dat levensgevaarlijk leek.’’ Haar ouders hebben haar herkomst na 1945 verzwegen, dus Groeneveld leefde een hele lange tijd in onwetendheid, totdat ze de grote ontdekking deed. ‘’Ik had twee broers. Eén daarvan was ondergedoken, hij wist duvelsgoed dat hij joods was en de andere is na de oorlog geadopteerd, heeft in een kamp gezeten en wist dus ook dat hij joods was. Toen ze mij een keer hoorden zeggen dat ik niet van Joodse komaf was, moesten ze een beetje giebelen, omdat ze verbaasd waren. Ik was er écht van overtuigd dat ik niet Joods was en ben toen naar mijn ouders gegaan. Die vonden het vervelend dat ik het wist en vertelden dat het levensgevaarlijk was en dat ik er daarom niet over moest praten. Dat maakte het leven natuurlijk niet makkelijker.’’

Een soortgelijk verhaal hoorde ik van Margreet van de Ven, een 57-jarige moderne vrouw ook van Joodse komaf en net zoals bij Groeneveld hebben haar ouders het geloof uit angst niet doorgegeven. Er is echter wel een verschil: de ouders van Van de Ven hebben de oorlog in Europa niet meegemaakt, maar hebben er wel veel over gehoord. Met zorgvuldig gekozen woorden vertelt van de Ven dat haar oma van Joodse afkomst was, maar haar opa niet. ‘’Mijn opa en oma zijn vóór de oorlog naar Indonesië vertrokken, dus in feite heeft mijn oma de dreiging van de Tweede Wereldoorlog niet actief meegemaakt. Ze heeft er daarnaast wel veel over gehoord. Bij terugkomst in Nederland had ze het gevoel niet helemaal erkend te worden in haar ervaringen, ze heeft namelijk een tijd in een Jappenkamp gezeten. De angst voor de holocaust regeerde daarnaast ook nog en tevens het schrikbeeld dat ze haar alsnog kwamen halen. Tegen mijn moeder heeft ze indertijd gezegd dat het wat betreft het Joodse geloof stopte en gaf het advies om vooral niet met een Joodse jongen te trouwen want stel je voor dat het weer gebeurt. Zodoende heeft zij heel bewust het geloof niet door gegeven’’

Je ziet dus duidelijk dat de oorlog een erfenis heeft achterlaten voor zowel Groeneveld als voor Van de Ven. Zij zijn de zoektocht naar de Joodse identiteit dus zonder hun ouders begonnen. Beiden koesteren echter totaal geen wrok voor die beslissing. Van de Ven: ‘’Ik snap haar angst en de gemaakte keuze. Met de wetenschap van nu is het begrijpelijk.’’ Groeneveld: ‘’Ik neem niemand iets kwalijk. Ik vind zelfs dat iedereen die een normaal leven kan leiden, ondanks de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog een medaille verdiend.’’

Arnoud-Jan Bijsterveld, Hoogleraar Cultuur aan de Universiteit van Tilburg, snijdt in een gesprek nóg een ander punt aan omtrent oorlog, vervolging en overleving. Hij stelt dat de historie overwegend een sociale rol inneemt bij de identiteitsvorming. Bijsterveld: ‘’Het feit wat het joodse volk in de tweede wereldoorlog is overkomen, namelijk de holocaust, bepaalt in alles de keuzes die ze nu maken. Zoals men opkomt tegen antisemitisme of al dan niet vermeende achterstelling, die gevoeligheid is nog steeds heel groot. Ook op individueel niveau merk ik dat geregeld, de joden die ik ken leven heel erg met het idee dat ze een soort verplichting hebben tegenover de vorige generaties. Zij hebben namelijk alle verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog meegemaakt en/of de verstrekkende gevolgen ervan.’’

Wisselwerking

Er is ons land sprake van een zekere wisselwerking tussen joden en Nederlanders. Ook bij dit aspect speelt het oorlogsleven een grote rol, een verbindende rol in dit geval. Bijsterveld stelt dat de gebeurtenissen in de Tweede Wereldoorlog, de massale deportatie en uitroeiing van Joden, ook de Nederlandse samenleving raakt. ‘’Het is bepalend geweest voor de Nederlandse identiteit, vandaar dat de joodse gemeenschap een wat centralere plek daarin heeft. Traditioneel is het zo dat de joodse gemeenschap altijd heel zichtbaar is geweest en dat tegenwoordig nog steeds is binnen de politiek, de gemeenschap en cultuur.’’ De relatie tussen joden en niet-joden in Nederland is over het algemeen goed te noemen volgens Bijsterveld, maar er zijn natuurlijk altijd strubbelingen. ‘’Over en weer is er vaak een verwijt over gebrek aan kennis en dat zal ook wel zo zijn. Er zijn Nederlanders die zich niet zo verdiepen in een ander maar ik denk dat het in het algemeen heel goed gaat.’’

Dé zoektocht naar de Joodse identiteit

Van de Ven vertelt dat ze samen met haar dochter, Maxime van de Ven, in juni een reis gaat maken naar Israël. Beiden zijn erg nieuwsgierig geworden naar hun geloof.  ‘’Ik wil het zien, proeven en ervaren’’, zegt ze. ‘’Kijk, ik ben niet Joods opgevoed, maar het gevoel is wel aanwezig en het bloed stroomt wel door mijn aderen.’’  In Israël wil Van de Ven bekijken of dat gevoel kloppend is. ‘’Ik ben heel benieuwd of ik de connectie ga ervaren, of ik dat daar in Israël ga herkennen’’, zegt ze. ‘’Ik ga op zoek naar mijn eigen identiteit die ik door de keuzes van mijn grootmoeder destijds niet heb meegekregen. Daar stopte het simpelweg gewoon.’’ Wat we hier dus zien, is het aspect dat te maken heeft met de band met Israël.

Ze neemt dochter Maxime, 23 jaar, mee op reis en ook zij heeft haar eigen beweegredenen. Maxime: ‘’Ik ben sowieso nog nooit op vakantie geweest in het Midden-Oosten en ik wil het erg graag een keer zien. Ik heb bijvoorbeeld gehoord dat Tel-Aviv een hele gave stad, zowel op cultureel gebied als recreatief gebied. Als vakantieland spreekt Israël me sowieso heel erg aan. Daarnaast is het natuurlijk het land waar veel Joodse mensen leven, waar het geloof heel sterk aanwezig is. Ik ben nieuwsgierig naar hoe de Joodse mensen in Israël leven en waarom ze hebben besloten om juist daar te leven. Ik weet namelijk dat veel Amsterdamse Joden ook naar Israël zijn vertrokken vanuit een bewuste keuze. Ik ben erg benieuwd waar dat vandaan komt en of ik, iemand met Joods bloed en een sterke interesse in het geloof, me op mijn plek voel in Israël.’’

Ook ruimte voor kritiek

Dat er Joods bloed door de aderen van Van de Ven stroomt, betekent niet dat ze louter de goede dingen ziet. Ze is ook in bepaalde mate kritisch over Israël. ‘’Israël is als land enorm verdeeld. Het varieert van streng Orthodox naar liberaal.  Dat gegeven maakt het misschien wel alleen maar complexer voor mij, maar daarnaast ook boeiender’’, zegt ze. ‘’Ik ben heel kritisch op hun politieke beslissingen, want wat zij op dit moment doen met de Palestijnen is hen overkomen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Ik bedoel hiermee niet het uitroeien van een bevolkingsgroep, maar wél het isoleren en verbannen van mensen.’’  Ze hoopt dat de verschillende groeperingen ooit nader tot elkaar komen, maar weet ook dat daar misschien vele generaties overheen zullen moeten gaan. ‘’Het zit gewoon zó diep in de genen van het Joodse volk, dat zij dit aan iedere generatie zullen doorgeven, denk ik.’’

Een woordvoerder namens het Jodendom bestaat niet

De vijf eerdergenoemde aspecten zijn niet het enige wat van invloed is op de identiteitsvorming binnen het Jodendom. Volgens Bijsterveld bestaat er geen woordvoeder binnen het geloof. ‘’Net zoals in andere landen is ook de joodse groep mensen in Nederland verdeeld. Dat is historisch al zo, je hebt namelijk van oudsher een tweedeling tussen liberaal en orthodox en die verkadering gaat steeds verder. Dat zie je ook in allerlei media terug dat zomaar iemand zich profileert als woordvoerder van Nederlandse joden maar dat kan eigenlijk niemand echt claimen’’, stelt Bijsterveld. ‘’Dat komt door de manier waarop het geloof georganiseerd is, het hangt heel erg af van individuele rabbijnen en enkele lokale joodse gemeenten hoe men dingen inricht.’’ Volgens Bijsterveld zijn er wel grote tegenstellingen, tussen orthodox en liberaal, tussen Amsterdam en de rest. Er zijn zowel progressieve als kritische geluiden over de rol van Israël en een aantal organisaties die heel rechts opereren. Zij claimen allemaal het joodse geluid te laten horen en dat  verloopt weleens moeizaam.’’

Is er een antwoord?

Als we de balans opmaken, zien we dat er vele factoren een (grote) rol spelen bij de Joodse identiteitsvorming. Het is voor de joodse mensen gewoon niet eenvoudig om een sterke identiteit te vormen. De slotvraag van dit verhaal is helder: is er een antwoord voor deze identiteitskwestie? Volgens Bijsterveld bestaat er geen échte oplossing voor de problematiek rond de Joodse identiteit. ‘’Ik heb veel te maken met joodse organisaties, ik ben geen jood, echter ik probeer mij zo breed mogelijk te oriënteren. Je hebt het joodse geloof en de joodse identiteit waarbij je te maken hebt met argumenteren, maar meestal vinden we elkaar wel.’’

Reageer op dit artikel