De Jordaan: van volksbuurt naar toeristenattractie

Je verwacht er van die typische Amsterdamse volksmensen, met dito accent, maar een rondgang door de Jordaan levert opvallend weinig Nederlandse gesprekken op. Bastiaan Klap (44) omschrijft de wijk als één grote toeristenattractie.

Klap, die liever bij zijn voornaam genoemd wil worden, is wél zo’n typische Amsterdammer. Zijn accent, zijn bravoure; het plaatje van het stereotype hoofdstedeling is compleet. Elke dag tussen tien en twaalf uur in de ochtend komt Bastiaan een ‘kopstoot’ – een biertje en jonge jenever – drinken bij café De Eland, op de hoek van de Prinsengracht en de Elandsgracht, aan het Johnny Jordaanplein. Dus ook vandaag. “Een echte Jordanees”, volgens de barvrouw die hem een versnapering inschenkt.

“De eigenaar is een vriend van me”, licht Bastiaan toe. Desgevraagd laat hij doorschemeren zich niet helemaal meer op zijn gemak te voelen in de Amsterdamse wijk. “Wat er zo mooi is aan de Jordaan? Niks! Roddelende buurvrouwen en het is één grote toeristenattractie.” Toevallig of niet, precies wanneer hij eens goed gaat zitten om zijn hart te luchten, loopt een Oost-Europese man het kleine café binnen. “Miss, do you have toilet?”, waarop de bardame antwoord: “Yes, in the back.” Bastiaan knipoogt. “Zie je wel.”

Hoewel de Jordaan eeuwen geleden werd aangelegd als simpele volkswijk, barst het er tegenwoordig van de toeristische trekpleisters. Wat wil je ook; op elke straathoek zit een coffeeshop gevestigd en nu de avond vroeg valt, kun je ook moeilijk om de met rode gloed belichte prostituees heen. Toeristen zijn er dol op, maar Bastiaan ziet vooral nadelen. “De wijk is niet meer van de oorspronkelijke bewoners”, vervolgt Bastiaan zijn relaas. “De Jordaan is eigenlijk een dorp in een stad, maar door al die toeristen is de wijk alleen nog aan zijn uiterlijk te herkennen”, klinkt hij getergd. En hij trakteert zichzelf nogmaals op een ‘kopstoot’.

Omdat de in het centrum van Amsterdam gelegen wijk zo verpauperd was, werd hij in de jaren zeventig grondig gerenoveerd. En sindsdien is de wijk veranderd van volkswijk tot een wijk met veel hoogopgeleiden en steeds meer winkels en horeca. “Veel mensen wonen hier al generaties lang. Dat is een hechte gemeenschap.” Hij krijgt bijval van de barvrouw, die al een tijdje aandachtig meeluistert of het wel klopt wat de blonde veertiger allemaal verkondigt. “Maar je ziet hier naast alle toeristen ook steeds meer elite verhuizen naar de grote en luxueuze grachtenpanden.”

Bastiaan zelf woont boven een café dat van zijn vader is geweest en besluit zijn stekkie maar weer eens op te gaan zoeken. “De mazzel!”, roept hij. “Joodse buurt, hè. Bij ons in de Jordaan zeggen we ‘de mazzel’, van mazzeltov. Het beste gewenst, betekent dat”, en hij verdwijnt, via een van de vele bruggetjes over de grachten, tussen de herenhuizen.

Reageer op dit artikel