De oudste die eigenlijk geen oudste is

Anjo Kleinveld stopte op 63-jarige leeftijd met werken om van de fijnere dingen in het leven te genieten. Een uitstekend moment om met hem terug te blikken op de relatie met zijn vrouw, zijn leven als arbeider en zijn jeugd, waarin zijn zus een onzichtbare rol speelde.

Jouw broers beschrijven je altijd als ‘de rebel in de familie’, als ze het over hun kindertijd hebben. Hoe kijk jij naar die titel?

‘De rebel?’ Ha, dat heb je vast van Henne. Ik weet niet zozeer of dat wel klopt. Als de oudste van vier jongens was ik degene die de grenzen moest vinden. Ik was de eerste die wilde gaan stappen, de eerste die op een brommer wilde rijden. Als typisch tiener ging ik geregeld met mijn moeder en vader in discussie. Maar het bleef altijd bij woorden, mijn ouders hebben nooit een kwaadaardige vinger naar me uitgestoken. De rol van ‘rebel’ klopt bij mij niet helemaal. Doordat ik de eerste was, moest ik gewoon de grenzen op zoeken en dat is een rol die tekenend is geweest voor mijn jeugd. Maar terugkijkend denk ik dat Anja ook een rol heeft gespeeld.

Er wordt niet veel over haar gesproken. Heeft je zus een grote impact op je jeugd gehad?

Ja, dat wel. Ik ben zelfs naar vernoemd. Als ik zelf kinderen had gehad, zou ik dat nooit met mijn kind doen, de een vernoemen naar de ander die recent is overleden. Je zadelt zo’n kind dan met iets groots op. Maar ik heb het ze nooit kwalijk genomen.

Als mensen, zeker onbekenden, mij vragen waarom ik Anjo heet, probeer ik die vraag te ontwijken. Toen ik nog klein was gingen we zondags geregeld naar haar graf. Ons deed het niet zoveel. Maar voor mijn vader en zeker voor mijn moeder was het heftig, en is het altijd heftig gebleven. Het hing over haar als een schaduw die ze nooit af heeft kunnen schudden. Ze werd er angstiger door, ze ging zich meer zorgen maken. Dat uitte zich ook in de woordenwisselingen die ik met mijn ouders had. ‘Waarom kom je zo laat thuis?’, zei mijn vader als ik pas om middernacht thuis kwam van het stappen, ‘je weet toch dat je moeder niet kan slapen als je niet op tijd hier bent.’

Anja heeft dus invloed gehad op mijn jeugd, door de resulterende overbezorgdheid van mijn moeder, dat ook weer naar boven kwam als het ging over mijn opleiding.

Liep het niet lekker op school?

Dat niet, ik wist gewoon heel lang niet wat ik wilde gaan doen, in tegenstelling tot Henne, die altijd wist dat hij dierenarts wilde worden. Dat is hem niet gelukt vanwege de numerus fixus, maar dat terzijde. Uiteindelijk heb ik de laboratoriumschool gedaan. Toen ik daarmee klaar was, werd ik opgeroepen voor een jaar militaire dienst op de basis in Ermelo. Mijn vader is daar gestationeerd geweest op weg naar Indië. Daar zou ik worden opgeleid tot infanterist. Maar ik wilde niet schieten, dus werd ik overgeplaatst naar Gouda. Daar werd ik omgeschoold tot soldaat-schrijver, wat in principe een administratief medewerker was.

En daarna?

Na dat jaar militaire dienst heb ik voor een hbo-opleiding tot analyst gekozen. Zo ben ik in aanraking gekomen met de gaschromatografie. Dat is een scheidingstechniek waarbij stoffen in hun gasvorm worden gescheiden op basis van hun eigenschappen. Bij TNO vond ik een baan en heb ik daarz zeven jaar in een lab gewerkt. Maar die vier muren om me heen werden me te nauw en ben ik verkoopmedewerker geworden bij een klein bedrijfje van zestig man. Inmiddels is dat bedrijf overgenomen door het Amerikaanse P.A.C. Daar groeide ik door tot Sales Director en verkocht ik de apparatuur die de stoffen scheidde. De verkoop ervan gaf mij de gelegenheid veel te reizen. De reisliefde van mijn vader is in elk van de broers doorgedrongen. Eentje heeft gestuurd in de VS en is met een Amerikaanse getrouwd, de andere woont inmiddels in Tanzania en de derde heeft Afrika bijna geadopteerd omdat hij zo verliefd is op de fauna. Ik heb van Philadelphia tot Johannesburg en Singapore producten aan de man gebracht. Ik ben voor mijn werk op zes van de zeven continenten geweest.

Je vrouw en jij zijn nu dertig jaar samen toch?

Drieëndertig al, sinds 1987. Men vindt de liefde vaak of terwijl je studeert of je komt het tegen op je werk en ik had het geluk samen met Karen bij TNO te werken, daar is de vonk overgeslagen. Ze heeft ook mijn reiswoede kunnen bijhouden. In die tijd konden we er nog wel eens een vakantie aan vast plakken als ik naar Zuid-Amerika of Australië moest. Toen ik drie jaar in de VS was gestationeerd heeft zij daar een Master in Business Administration gevolgd.

Wat is hetgeen dat je het meeste bijblijft als je terugdenkt aan die drieëndertig jaar?

Hoe zij er voor mij was toen ik darmkanker had van 1998 tot 2000. Zo’n ziekte kan een relatie maken of breken, het maakte niet uit hoelang die relatie al duurt. Het is nooit leuk om te horen dat je kanker hebt, maar zij maakte die periode dragelijker. Daar ben ik haar echt dankbaar voor. Hoewel die periode niet de leukste was, zal dat aspect me altijd bijblijven.

Reageer op dit artikel