De poort naar het noorden

De kleine vestingstad vlakbij de grens met Duitsland, laat mij zien hoe het vroeger was. Lambert Hans neemt je mee in het verhaal achter deze bijzondere plek genaamd Coevorden. “Ik vind het geweldig om mensen te vertellen over de stad maar bovenal over de geschiedenis. Deze eeuwenoude stad kent een oneindige geschiedenis en de inwoners bruisen van trots.”

Vanuit het treinstation ben ik onderweg naar het arsenaal en de haven. Hier heb ik afgesproken met Lambert Hans, een Coevorden-fan en vrijwilliger bij het Stedelijk Museum Coevorden. De dames van de bibliotheek en het museum begroeten mij enthousiast. Allereerst laat Hans de film achter Coevorden zien. In een notendop van twaalf minuten word je meegenomen door eeuwen van tijd. De film speelt af op een 3D-maquette van de vestingstad.

Coevorden is de oudste stad van Drenthe. Al in de middeleeuwen kreeg deze stad stadsrechten van zijn toenmalige landsheer (1046). Coevorden was destijds de enige plek waar men veilig naar het Noorden kon omdat de stad omringd was door moeras. Ter bescherming van de route bouwde de bisschop van Utrecht, toenmalig landsheer, een donjon (een verdedigbare woontoren, al dan niet gebouwd op een motte). Later kwam hier een kasteel.

De vestingstad lag strategisch tussen het noorden, waar de stad Groningen van groot belang was, en het zuiden/oosten. De landsheer zag zijn kans om iedereen belasting te laten betalen die van de route gebruik wilde maken. Iedereen wilde hoofd van Coevorden zijn door deze goede bron van inkomsten. De bron heeft dan ook geleid tot machtsovernamen, plunderingen en slagvelden.

Na de film neemt Hans mij mee door het museum en laat hij mij vele vondsten zien. “Iedereen die in het oude deel van Coevorden gaat graven, zal voorwerpen terugvinden van honderden tot duizenden jaren oud. Dit is voor archeologen een bijzondere plaats”, vertelt Hans. “Tijdens de vernieuwing van ons gemeentehuis vonden zij bijvoorbeeld resten van zwaarden en Spaanse helmen. Dat zijn spullen uit de tijd van de 80-jarige oorlog, zo’n vier à vijfhonderd jaar oud.”

Aan de voet van het kasteel groeide een kleine stad, een plek met handwerklieden en handelaren. Al snel werd Coevorden het streekcentrum voor handelsverkeer. Ook werd de stad het bestuurscentrum voor het gewest Drenthe. Ondanks dat Coevorden nauwelijks groeide gedurende de middeleeuwen, bleef het machthebbend in de handel en behield het de bestuurszaken van het gewest.

Hoewel het museum veel interessants te bieden heeft, besluiten we naar buiten te gaan. “Ik neem je het liefst mee langs alle gebouwen en plekken in de stad. Het beeld dat je dan krijgt, is veel groter en mooier.” Hans is enthousiast en het is duidelijk dat hij het heerlijk vindt om over zijn stad te vertellen. “Als vestigingsstad had Coevorden verschillende verdedigingswerken waaronder zeven bastions (zie afbeelding), waarvan er helaas nog maar drie over zijn.” De bastions droegen de namen van de Zeven Provinciën van het toenmalige Nederlanden, alleen Holland, Zeeland en Utrecht zijn er nog.

 

We beginnen de rondleiding bij één van die drie bastions. Ik vind het raar om te bedenken dat zoveel duizenden jaren geleden hier mensen vochten voor het behoud van hun stad. “Dat is ook wel gek maar ik vind het ook heel mooi. Ik woon in een stad waar gevochten is tot het bittere eind om onafhankelijk te blijven”, lacht Hans.

Na onze stop bij de eerste bastion gaan we naar het kasteel. “Je kunt wel zeggen: ‘het hart van de Coevoordse geschiedenis’. Hier is het allemaal begonnen”, vertelt Hans. We nemen een kijkje rondom het kasteel. Het is klein maar imposant, het gebouw heeft een rijke geschiedenis van veroveringen en heroveringen. “Het kasteel is vaak vernietigd. Doordat Coevorden vroeger zo sterk was en niet graag zijn onafhankelijkheid opgaf, is er hier heel veel gevochten. De stad is meermaals volledig weggevaagd en opnieuw opgebouwd. Zo zijn de twee torens (zie hieronder) in de twintigste eeuw opnieuw gebouwd aan de hand van een tekening die de oorspronkelijke bouw weergaf.

Het kasteel van Coevorden staat op de lijst van de Nederlandse Rijksmonumenten. Hierdoor werd met toezicht van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed toegezien dat het herbouwen van de twee torens van het kasteel zo nauwkeurig mogelijk werd uitgevoerd. Naast dit rijksmonument kent Coevorden 158 andere rijksmonumenten waaronder het stadscafé Vancouver, het arsenaal en de kerk.

Hans laat niets aan de verbeelding over. “Ik weet heel veel over Coevorden en vind het fijn alle informatie te delen.” Door het park lopen we langs de twee andere bastions terug het centrum in. “Op de plattegrond van de oude stad is te zien dat er drie rechte wegen van 325 meter lang waren richting de bastions. Dit omdat de soldaten, die Coevorden beschermden, zo snel mogelijk bij de verdedigingswerken moesten zijn. De markt is het middelpunt”, legt Hans uit. Als we op de markt staan, zie ik overduidelijk de drie wegen. Ik had nooit bedacht dat deze reden achter de lange straten zat.

Als afsluiter bezoeken we de plek waar ooit één van de poorten van de stad stond. “Ik vind het jammer dat daar niks van over is gebleven. Het enige tastbare is het cement dat nog altijd in de grond zit. Momenteel zijn ze het gebied rondom deze toren aan het vernieuwen, we hopen dat de overblijfselen een mooie plek krijgen en niet vergeten worden”, vertelt Hans. De tocht door de stad heeft mij meegenomen door de tijd. De uitleg en beeldende verhalen van Hans maakten de zoektocht naar het verleden van de stad sprekender en pakkender.

Reageer op dit artikel