De schoonfamilie van poppodium 013

Foto: Google Maps

Zo’n 250 vaste vrijwilligers telt poppodium 013. Een groot deel werkt halverwege april tijdens Roadburn. Op het festival komen de obscure, harde muziekgenres bij elkaar. De 013-vrijwilligers zijn broodnodig om het evenement draaiende te houden en staan te popelen om hier te werken. Wat drijft hen?

The Prodigy, 2017
Vrijwilliger Nick van den Ende staat tegen de barrier voor het podium gedrukt. Hij probeert zich staande te houden. Rechts van hem kolkt een moshpit. Zijn vriendin en zus springen mee met de muziek. Een sloot bier wordt in zijn nek gegooid, maar het kan hem niet schelen. The Prodigy staat op het podium, in de grote zaal van 013. Elke seconde vraagt Nick zich opnieuw af welke beweging frontman Keith Flint gaat maken. Zodra de band ‘Breathe’ inzet, met zo’n ‘ziek walmende bassline’, kijkt Nick naar zijn vriendin. Wow! De energie is te voelen in zijn tenen, zijn vingers. Op de vierkante meter die Nick heeft, probeert hij mee te bewegen. Slechts een handjevol artiesten heeft zo’n indruk gemaakt. De sfeer is net zo goed speciaal, want alleen de die hard fans zijn er. Het heeft vreselijk gesneeuwd: treinverkeer gecanceld, onverantwoord om de weg op te gaan. Maar Nick is er. Dankzij zijn vrijwilligerswerk bij 013. “Het is ongelooflijk hoeveel liefde er op een plek kan zijn.”

‘Ik houd van 013’
Bij de kassa staat Bart Meijer, een flinke en goedlachse man met gekortwiekt haar. Het bandlogo van metalgroep Slayer staat prominent op zijn onderarm getatoeëerd. Hij telt de laatste euro’s die binnen zijn gehaald van de kaartverkoop deze dag. Via de portofoon hoort hij wat er backstage en in de zaal gebeurd: iedereen moet eruit, want de ruimte wordt klaargemaakt voor het Singlefeestje. Het is 23.00 uur en Mash-upband Memphis Maniacs is net voorbij. De bezoekers stromen de zaal uit. Zo’n vijf uur eerder is hij begonnen met een bakkie koffie, een praatje met collega’s en het voorbereidende werk: gastenlijst en fotopassen klaarleggen, het aantal shows en de prijzen daarvan checken.

Heavy metalband Manowar stond in 2010 in 013, maar Bart kon toen niet gaan omdat hij niet voldoende geld had om een ticket te betalen. Hij wilde hoe dan ook voorkomen dat dit nogmaals zou gebeuren, dus sloot hij zich aan bij het vrijwilligersteam. Een van de beloningen is dat je gratis naar shows mag als je minimaal zo’n drie keer per maand een dienst draait. Ondertussen maakt het hem niet meer uit of hij gratis naar shows gaat. “Ik heb een vaste baan als handhaver en kan elke show betalen waar ik heen wil, maar toch blijf ik hier. Ik houd van deze plek”, lacht Bart.

Rock ’n rollator
Nick helpt bezoekers met kluisjes die lastig dichtgaan. Hij heeft ook een pinapparaat waar mensen een muntje voor een kluisje kunnen pinnen als ze geen contant geld bijhebben. Verder bergt hij grote tassen in een XL-locker op en wijst hij een enkele verdwaalde bezoeker de weg. “Het is geen rocket sience”, zegt Nick. Hij staat vooral met zijn rug tegen de verwarming aan, te wachten tot hij benaderd wordt. “Je moet niet te opdringerig zijn”, meent hij. Hij is herkenbaar aan zijn rode crewshirt met ‘Ask Me Anything’ erop. Voor vrienden is hij herkenbaar aan de rij festivalbandjes aan zijn arm of het horloge in de vorm van een platenspeler, bijvoorbeeld. Terwijl hij wacht op vragen van bezoekers, groet hij elke vrijwilliger die voorbijloopt. Hij zwaait, geeft een boks of roept een naam.

Nick lijkt iedereen te kennen en bevriend te willen. Vrijwilligers die naar de show van de Vlaamstalige indieband Bazart gaan, stopt hij een muntje toe. Dat gaat zoals bij een drugsdeal. Nick zoekt oogcontact en de ander loopt langs. De armen bungelen naar beneden, maar raken elkaar voorzichtig aan. Het muntje glijdt van de ene handpalm in de andere. “Betalende bezoekers hebben het zo niet door”, zegt Nick. Het is niet erg dat-ie de muntjes weggeeft. Volgens protocol mag hij naar vrijwilligerspassen vragen, maar hij kent alle gezichten al. De muntjes komen ook wel eens buiten 013: “Ik neem zelf ook wel eens een muntje mee naar een ander poppodium”, zegt Nick. “Ze werken toch bijna overal met dezelfde soort.”

Het sociale aspect is Nicks favoriete deel van het werk. Dat is ook de reden dat hij graag werkt tijdens Roadburn of andere drukke metalshows die hij zelf niet wil zien. “Hoe harder de band, hoe zachter het publiek”, zegt hij. “En deze bezoekers weten meestal ook hoe het werkt in een poppodium, omdat ze vaker naar concerten gaan. Ouderen hebben hier moeite mee.”

“Bij The Mavericks was het echt rock ’n rollator. Die mensen hebben allemaal begeleiding nodig en dan ren je heen en weer. Soms komen er theaterliefhebbers en in het theater wordt heel veel voor de bezoekers gedaan. De jas wordt aangenomen, ze krijgen een drankje aangeboden, worden af en toe zelfs naar hun plaats geleid. Dan staan ze er hier ineens ‘alleen’ voor. Tussen dat soort mensen en mij is wel eens wrijving omdat ik vind dat ze al verwend zijn met de service hier. Niet veel poppodia hebben om de paar meter iemand staan die je kan helpen. Het is misschien wel de succesfactor van 013.”

Podia moeten portemonnee trekken
In 2005 was zo’n 5100 man personeel dat gratis werkte in Nederlandse poppodia en theaters. Tien jaar later is dat aantal meer dan verdubbeld. De verwachting van het CBS is dat het aantal vrijwilligers blijft toenemen. Het werken met een groot vrijwilligersteam bij 013 is dan ook een financiële keuze geweest, zegt vrijwilligerscoördinator Gijs Bernard tegen magazine DURF!: “Er was geen geld in onze branche om een poppodium te runnen.”

Maatschappijwetenschapper Arjen van Witteloostuijn verklaart het geldtekort: “De oorzaken zijn een terugtrekkende overheid en een markt met natuurlijke overproductie.” Daarmee bedoelt hij het korten van subsidies vanuit de overheid en dat er meer concerten worden aangeboden dan dat er vraag naar is. “De prijzen staan permanent onder druk. Alleen een enkele ‘blockbuster’ maakt winst, maar we zien het nut van kunst, inclusief populaire muziek, in waardoor het blijft bestaan.” Maar toch, al zou 013 genoeg geld hebben voor betaald personeel: zo’n baan wordt niet altijd aangenomen.

Liever gratis dan betaald werken
Bart was chef polsbandjes tijdens Roadburn, wat wil zeggen dat hij volledig verantwoordelijk is voor het uitdelen van polsbandjes aan tickethouders. Het is eigenlijk een betaalde functie, maar dan zou Bart het niet willen doen. “Vrijwilligerswerk voelt goed, dat verandert bij betaling”, zegt hij. “Het vertrouwen dat ik als vrijwilliger van de organisatie en 013 krijg, is fantastisch. Ik mag zelf problemen oplossen en ben vrij, word niet op m’n vingers gekeken. Als dat wel zo zou zijn, zou ik hier niet willen werken.”

Een van die problemen die Bart mag oplossen is bijvoorbeeld BN’ers die moeilijk doen. Bart kletst graag bij de kassa: met zijn collega’s, met de bezoekers. “Er gebeurt weinig bijzonders hier, dus je hebt alle ruimte om het gezellig te maken”, zegt hij. “Een grapje hier en daar is leuk, maar soms kun je dat beter laten. Als er belangrijke figuren, of figuren die zichzelf belangrijk vinden, langskomen, bijvoorbeeld. Ik weet nog dat een bekende Nederlander bij het loket stond en beweerde dat hij op de gastenlijst stond, dat was niet zo. Toen ging-ie moeilijk doen. ‘Maar ik mag naar binnen, want… bla bla bla’. Managers zijn het ergst. Die doen vaak uit de hoogte ”, gniffelt Bart.

Gezelligheid en anekdotes is niet het enige wat Bart krijgt. Hij mag gratis naar concerten en heeft een maandelijkse vrijwilligersborrel, maar die vindt-ie niet meer zo interessant. Omdat een paar mensen eens misbruik hebben gemaakt van de gratis drank, is deze verkort. “Daardoor komen steeds minder sterke verhalen naar boven”, zegt Bart. “Ik kreeg echt een groepsgevoel van de verhalen. Ik leerde daar ook mensen kennen waarmee ik niet steeds samenwerk bij de kassa. Het maken en versterken van vriendschappen, dat was het belangrijkste van die borrel.”

Dat maken van vriendschappen kan nog steeds. Bart is bijvoorbeeld uitgenodigd voor een bruiloft van een Roadburnbezoeker. Hij leerde hem kennen tijdens het uitdelen van polsbandjes, maar het botert ook met collega’s. “Mijn sociale leven speelt voor het grootste deel in 013 af. Dat klinkt zielig, maar ik voel me hier thuis. Hier werken gemoedelijke, open minded en intelligente mensen. Ik kan hier met collega’s praten over mijn interesse voor seriemoordenaars zonder dat ik gek aangekeken word.”

Schoonfamilie
“Je groeit ook als mens”, zegt Nick. “Ik werk met zoveel verschillende mensen samen: werkelozen, mensen in de zorg of met een eigen bedrijf. De leeftijden verschillen, net zoals de sociale skills, maar voor iedereen is een plekje. Ik heb meer geduld en inlevingsvermogen gekregen en probeer dat ook door te geven aan collega’s. Ik vind hiphop niet leuk, maar ik zet die mening aan de kant. Ik kom gewoon werken als er een hiphop act is zonder om de tien minuten te zeggen dat ik niks met hiphop heb. Als een collega dat wel doet, spreek ik die daarop aan en hoop ik die wat te kunnen leren.”

“Daar staan collega’s ook voor open, want je hebt hier allemaal minimaal één ding gemeen”, zegt Nick. “De interesse in muziek. Het komt erop neer dat hier 250 man schoonfamilie rondloopt. En ja, sommige mensen kun je echt niet luchten, maar om de meesten geef ik echt heel veel. Als ik hier een week niet ben, dan mis ik het, ook al zie ik mijn 013-vrienden buiten werktijd. Bekenden die hier nog niet werken, probeer ik erbij te betrekken. Dit werk maakt me gelukkig en ik wil dat ook aan andere mensen geven.”

1 reactie

Reageer op dit artikel