De Syriër die Congolezen en Koerden in harmonie laat samenleven op Lesbos

Het grint onder zijn voeten knarst op de maat van Kendrick Lamars DNA. ‘’I got royalty, got loyalty inside my DNA’’, zo klinkt de muziek in zijn oren. De gestalte van minimaal twee meter straalt hiphop uit. Hij begroet mensen links en rechts met een box terwijl hij het Griekse vluchtelingenkamp betreedt.

Het is Ali. Hij is de man die de orde bewaart op het kamp waar hij zelf medeoprichter van is. Om precies te zijn is het Ali Mular; 24 jaar, in zijn eentje gevlucht vanuit Damascus en sinds twee jaar woonachtig op Lesbos. Ze noemen hem ook wel de reus met de eeuwige glimlach. Gekleed in een grote grijze hoodie, een strakke jeans met gaten en een paar kleurrijke sneakers loopt hij over het terrein met zijn walkie-talkie vast.

‘’My bro! My bro! How are you? Are you ready for breakfast shift?’’, zegt Ali tegen een grote, wat chagrijnig ogende Congolese man die hij tegenkomt. Deze man woont in een tent op het kamp wat The Olive Grove genoemd wordt. In deze grote witte tent slapen meer dan 100 Congolese mannen. Op het kamp wonen nog zo’n tweeduizend mensen in kleine tenten, waaronder voornamelijk gezinnen.

Kamp Olive Grove
De Olive Grove is vernoemd naar de vroegere bestemming van de oppervlakte. Waar nu een vluchtelingenkamp is, was vroeger een olijfgaard. Inmiddels is het een officieel geregistreerd kamp, maar hier is veel aan vooraf gegaan.

Het kamp is ontstaan vanuit de onvrede voor kamp Moria. Dit overbevolkte kamp is de laatste tijd veel en negatief in de media. Voor velen is het ‘de hel op Lesbos’. Het was met de stichting ooit de bedoeling als tijdelijke opvang van 2000 mensen, inmiddels zijn dit er 9000.Toen de EU in maart 2016 een deal sloot met Turkije om nieuwe immigranten buiten Europa te houden, verdriedubbelde het aantal bewoners in Moria rap. Er bleven mensen oversteken van de Turkse kust naar de Griekse. Door de afspraken uit dezelfde deal kunnen deze mensen, ook al zijn ze in Griekenland op Europees grondgebied, niet doorreizen naar andere landen van de EU. Althans, niet zomaar. Hen wacht een lange, onzekere asielprocedure.

Terug naar de Olive Grove. In januari dit jaar hielden bewoners van Moria het niet meer uit. Gevechten, brandstichtingen, verkrachtingen, slechte hygiëne met als gevolg ziekte; het werd ondraaglijk. Een groep van een paar honderd mensen besloot buiten de hekken te gaan slapen. Midden in de winter. Ze namen hun spullen mee en bonden zeilen tussen de olijfbomen.

Ali en MOTG (Movement on the Ground)
Movement on the Ground, die haar focus eerst legde op een kleiner kamp genaamd Kara Tepe, besloot in te grijpen en ging helpen in de Olive Grove. Ali sloot zich vrijwel meteen aan bij de organisatie. Zijn taak was in eerste instantie het meehelpen bouwen. Betonstorten en met pallets en zeilen geïsoleerde tenten bouwen. Zijn taak werd al snel het oplossen van conflicten tussen de bewoners.

‘’Alles wat je hier nu ziet was er in januari nog niet. Dat kun je je toch niet voorstellen..’’, vertelt hij terwijl hij zijn kantoor binnenloopt. Het is een witte stacaravan, ze noemen het een isobox. ‘’Het was zo deprimerend om te zien hier; modder, takken en geen faciliteiten. En kijk wat we in zo’n korte tijd bereikt hebben.’’ Hij lacht. Hij ziet er trots uit. Met zijn brede houding en zijn lange gestalte staat hij stevig op de grond. Met grote stappen en half springend, loopt over de ongelijke stukken grond met losse stenen. Hij stopt bij een lege oppervlakte in het midden van het terrein. Het beton dat ziet eruit als versgestort. Het is het een soort verzamelplek. Er zit een clubje jonge jongens op de grond te kaarten. ‘’Hier willen we een basketbalveldje van maken. En kijk daar kunnen mensen bidden’’, hij wijst naar een tent met een aantal houten banken erin. ‘’Ik zit vaak bij de Afrikaanse christenen. De religieuze liederen die ze zingen vind ik prachtig. Met mijn islamitische achtergrond lijkt dat misschien gek, maar ik zie dat mensen elkaar accepteren zodra ze elkaar ontmoeten. Je hoeft elkaar niet te begrijpen om respect te voelen.’’

De reis van Ali
Voordat Ali zich aansloot bij MOTG, werkte hij voor andere organisaties op Lesbos. Vanaf het moment dat hij zelf voet zette op het eiland en in kamp Moria terecht kwam, hielp hij al mee. Het was in het voorjaar van 2016 dat hij de oversteek maakte. ‘’In die periode kwamen er iedere nacht nog bootjes aan. Ik hielp mijn lotgenoten en wachtte met zaklampen bij de kust.’’ Een klein jochie rent voorbij en geeft Ali een high five. ‘’My bro, you good?’’, roep hij hem na. Het kleine mannetje lacht en rent door.

Ali was ook nog maar een kind toen hij zijn familie en vaderland verliet. Een kind in westerse ogen, maar oud genoeg om als jonge man het pad vrij te maken voor zijn ouders. In 2011 begon de oorlog in zijn stad Damascus. Ali’s familie had meerdere huizen in Syrië en genoeg geld om te verhuizen en ergens ver van de hoofdstad een nieuw leven op te bouwen. Toen zijn ouders dit deden, ging hij naar het buitenland om te werken. Hij was toen 16. Egypte, Libanon en uiteindelijk Turkije voor een paar jaar. ‘’In Turkije ging het fout. Ik vond een smokkelaar die mijn oversteek naar Griekeneland zou regelen. Ik moest het wel 3000 Turkse lyra betalen. Op de nacht van onze afspraak kwam hij niet opdagen. Hij wilde mijn geld ook niet teruggeven. Ik was woest en wilde mijn trots behouden. In een gevecht heb ik hem hevig verwond. Hij is in het ziekenhuis beland en ik werd gearresteerd. Daarna volgde twee jaar in een Turkse gevangenis voor vluchtelingen. Ik kwam uiteindelijk vrij en kon alsnog naar Griekenland.’’

De procedures rondom asielaanvraag zijn erg vaag. De mensen in de kampen, de vrijwilligers en zelfs de instanties die erover gaan, kunnen geen duidelijke uitleg geven over de gang van zaken. Dit komt doordat de afspraken steeds veranderen en de eisen steeds strenger. Vooral mannen alleen maken weinig kans door te mogen naar Europa.

Bij Ali is het nog redelijk snel gegaan. ‘’Ik kwam aan op Lesbos op een vroege ochtend. In Moria moest ik een dag wachten op mijn registratie. Toen ik mijn document met als status ‘vluchteling op Lesbos’ eenmaal had, begon de volgende fase. Eens in de maand ging ik met mijn papiertje in de rij staan. Het is eigenlijk geen rij maar een ongeregelde horde mensen voor een groot hek met tralies en drie luiken. Mensen duwen elkaar om als eerst hun papiertje aan de ambtenaar achter het luikje te geven. Lukt het je vandaag niet, dan probeer je het morgen weer. Erg frustrerend.’’ Ali excuseert zich omdat hij even moet bellen. ‘’Hello habibi, how are you doing?’’, zegt hij en hij loopt een stukje door.

Na een jaar wachten, kreeg Ali zijn Griekse verblijfsvergunning. Dit houdt in dat hij mag reizen, werken en wonen binnen het land. Gaat hij buiten de Griekse grenzen, dan kan hij alsnog uitgezet worden. ‘’Ik was nieuwsgierig naar de grote stad. Een bezoekje aan Athene maakte dat ik daar meteen op terug kwam. Ik vond het maar niks daar. Er zwerven daar zoveel vluchtelingen rond. Ze hebben hele dagen niets te doen dan op straat hangen. Ik miste Lesbos meteen en besloot daar te blijven. Er is genoeg te doen. Het is een kleine, warme samenleving. Ik ben gek op het eilandleven.’’

Ali woont in Mytiline, de hoofdstad van Lesbos. Met 36196 is het een groot dorp voor Nederlandse begrippen. In de zomer is het er toeristisch, maar in de winter blijft het levendig door de universiteit en een aantal fabrieken.

En zo werkte Ali met veel plezier als allround vrijwilliger en Arabisch vertaler op de kampen Moria en Kara Tepe en uiteindelijk als vaste plek in de Olive Grove. Hij ontmoet iedere week nieuwe vrijwilligers; mensen van over de hele wereld. ‘’Ik noem alle vrouwelijke vrijwilligers habibi en de mannen my bro’s. Dit doe ik niet alleen omdat ik de namen niet kan onthouden, maar ook omdat ik het zo ontzettend tof vind dat mensen ons hier komen steunen. Het voelt als steun vanuit heel Nederland of Duitsland wanneer er hier een groepje mensen uit dat land is. Ik probeer ook wat woorden te leren, maar vind het erg lastig.’’

De laatste ontwikkelingen
Afgelopen juli kreeg Ali bericht waarvan zijn hart oversloeg van geluk. Hij mocht vanaf augustus vrij reizen in Europa. Deze nieuwe status houdt in dat hij drie maanden in andere Europese landen dan Griekenland mag reizen. Vindt hij ergens een baan, of trouwt hij met iemand uit zo’n land, dan mag hij blijven. Zo niet, dan is hij verplicht zich na drie maanden weer te melden in Griekeland.

‘’Ik ben natuurlijk zo snel mogelijk naar mijn familie gegaan. Mijn ouders wonen in een klein Duits dorpje, vlakbij de grens van Tsjechië. Mijn ene broer woont in Zweden en mijn andere broer in Oostenrijk. We wonen dan wel ver uit elkaar en ik mis ze iedere dag, maar we leven allemaal nog en dat is bijzonder.’’ Hij laat foto’s op zijn telefoon zien van zijn broer en babyneefje. ‘’Mijn neefje werd afgelopen juli geboren en in augustus mocht ik hem zien.’’ Hij glundert en blijft nog even staren naar zijn beeldscherm.

Er zijn veel families die verspreid over verschillende landen wonen. Een gezin gaat vrijwel nooit compleet op de vlucht. Het is gebruikelijk om dat vader of de oudste zoon vooruit te sturen. Bij Ali was dit ook het geval. Toen hij in de Turkse gevangenis zat, is de rest van zijn gezin doorgereisd.

 Na vijf weken reizen door Europa, besloot Ali dat hij weer terug moest naar Lesbos. ‘’Ik ben hier nog niet klaar. Mijn missie in de Olive Grove moet ik voltooien. Ik wil het afmaken. Inmiddels heb ik een betaalde baan bij MOTG. Ik wil niet zeggen hoeveel het is. Het is naast de 90 euro die ik ontvang van de Griekse overheid, net genoeg om van te kunnen leven. Ik eet op het kamp, krijg mijn kleding en heb altijd wel vervoer. Voor nu ben ik hier heel tevreden. Griekenland voelt als mijn tweede thuis. Uiteindelijk wil ik naar het westen. Dat weet ik zeker.’’

‘’Hello, this is English class for Ali. Are you there?’’ Klink zijn walkie talkie. Hij moet even terug naar het kantoor om de boeken van de Engels docent te pakken. ‘’Movement on the Ground geeft Engelse les aan bewoners van Olive Grove die daar interesse in hebben. Ze beginnen heel rustig met het alfabet. Er zitten talenten tussen die het heel snel oppikken.’’ Een groepje jonge mannen heeft zich al verzameld voor het kantoor en er staan al wat klapstoelen klaar. Ali is net twee minuten in gesprek met de Engels docent en zijn walkie talkie gaat weer af. ‘’Ik moet naar ingang van het kamp want daar wacht de leverancier met het avondeten.’’ Hij pakt nog snel een flesje water en verlaat dan met grote passen het terrein.

 

Reageer op dit artikel