De vergeten Nieuw-Guineakwestie

Nederland en Nieuw-Guinea: een roerige geschiedenis. Begin jaren 60 hebben Nederlandse veteranen geholpen om de bewoners van het eiland te beschermen tegen de Indonesiërs. Maar het lijkt wel alsof de jongere generaties hier niets meer van weten, en alsof het land zomaar afgegeven is aan de Indonesiërs.

Mijn opa, Jan de Kok (77), zit tegenover me, zijn hand kriebelend op het hoofd van het hondje dat naast zijn stoel zit. Zijn huid is gekleurd alsof hij een paar weken in de Italiaanse zon heeft gestaan, maar dat komt door de Zeeuwse lucht, zegt hij. In 1962 is hij militair geweest in Nieuw-Guinea. Als chauffeur in Hollandia bracht hij de soldaten naar hun aangewezen plek toe, zodat die de Papoea’s konden beschermen tegen de Indonesiërs. Vanaf Schiphol vlogen ze naar Curaçao, waar ze een week verbleven. ‘’In burger, want het moest in het begin geheim blijven dat wij naar Nieuw-Guinea gingen.’’ Na een week vol plezier vertrokken ze per boot, met de Zuiderkruis, naar Nieuw-Guinea, als militair dit keer.

Het vertrek naar Nieuw-Guinea

Bij het passeren van de evenaar kwam Neptunus aan boord. ‘’Een van de bemanningsleden was omgekleed tot Neptunus. Die kreeg een hoop pudding en vuile dingen over zich heen gegooid,’’ vertelt Jan met lachrimpels bij zijn ogen. Toen de Zuiderkruis bijna aankwam bij Nieuw-Guinea, kwam er een oorlogsschip om hen heengevaren met een hele hoge snelheid, zodat ze beschermd waren tegen eventuele aanvallen van de Indonesiërs.

Eenmaal in Nieuw-Guinea viel Jan als eerste de natuur op: vele lianen, paradijsvogels en wilde honden, een vleermuizensoort. Ook maakten ze kennis met de lokale bevolking, de Papoea’s. ‘’Mannen en vrouwen hadden bijna niks aan. De mannen droegen een peniskoker en sommige vrouwen hadden een rokje aan dat ze hadden gekregen, meer niet. Ze zagen er heel armoedig uit.’’

Op patrouille

In Nieuw-Guinea ging Jan vaak op patrouille. ‘’Er waren parachutisten (Indonesiërs, red.) geland in de bush, dus daar ging ik met m’n Dikke Daf met een hoop militairen erin. Ik reed zover als ik kon en zette ze af, met de voorruit naar beneden geklapt voor de frisse lucht en dan ging ik weer terug. De militairen gingen al kappend het oerwoud van Nieuw-Guinea in, met alle gevolgen van dien: er zaten veel bloedzuigers en slangen. De volgende dag bracht ik het eten naar de plek waar ik ze had afgezet. Ons werd op het hart gedrukt geen varken aan te rijden en als we dat wel deden, moesten we doorrijden. Die waren daar nog belangrijker dan een kind, dus dan kreeg je de Papoea’s achter je aan.’’

Jan sliep al die tijd in een ronde, stalen hut, met zijn weekendtas als kussen. In de weekenden waren de militairen vrij en gingen ze regelmatig naar het strand. Ook met de lokale bevolking konden ze het goed vinden. ‘’De Papoea’s waren onze grote vrienden, ze deden alles voor ons. Ze wasten onze vrachtwagen, deden er benzine in, en dan kregen ze van ons een paar schoenen of een kapotte broek, daar waren ze heel blij mee.’’

Jan (rechts) en een van zijn kameraden

Maar, op den duur werd de staat van paraatheid opgevoerd. ‘’De legerleiding hield er rekening mee dat er droppings konden komen van Indonesiërs, en er waren ook onderzeeërs gesignaleerd. Toen moesten we gekleed naar bed, met wapen en munitie. Zodra er nachtelijke vluchten gesignaleerd waren, werd de situatie nog erger en moesten we de hele nacht door de wacht houden op het vliegveld.’’

Op 12 augustus kregen de Papoea’s uiteindelijk door dat ze onder Indonesië zouden gaan vallen. ‘’De besprekingen waren al gaande, maar daar kregen wij niks van te horen. Toen kwam er een protestmars in Hollandia van de Papoea’s. Ze waren boos dat wij Nederlanders het toelieten dat ze overgenomen zouden worden. Vanaf dat moment mochten we voor de veiligheid niet meer met het raam omlaag rijden.’’

De overeenkomst

De overeenkomst dat het land overgeleverd zou worden aan Indonesië, werd uiteindelijk getekend. ‘’We kwamen met zijn allen bij elkaar op 16 augustus. De dag ervoor was de overeenkomst getekend waarna we te horen kregen dat we geen wapens en munitie meer kregen. We waren dus aan de goden overgeleverd als er iets zou gebeuren. We zouden pas eind november weer in Nederland zijn, dus in de tussentijd moesten ze ons bezighouden. Vanuit het thuisfront kwamen de Blue Diamonds, Anneke Grönloh en Willeke Alberti en die traden dan op in een loods. Die hebben daar nog bij mij achter in de Dikke Daf gezeten.’’

De Blue Diamonds komen naar Nieuw-Guinea
Bron: Het Parool, Delpher

‘’Uiteindelijk gingen we als militair weer aan boord op 27 oktober. Op de kade stonden overal Papoea’s te zwaaien, er was een kapel die een deuntje speelde en het Wilhelmus werd gezongen. Vlak daarvoor moesten wij in de houding gaan staan bij onze kazerne waar de Nederlandse en de Indonesische vlag naast elkaar hingen. Toen de Nederlandse vlag naar beneden ging, hebben we wel wat traantjes gelaten,’’ vertelt Jan licht geëmotioneerd.

In het artikel ‘Opinie op Zondag: West-Papoea is schandvlek, en onze stilte daarover ook’ in de Volkskrant, geschreven door Arnout Brouwers, wordt verteld over de stilte van Nederland over het huidige Nieuw-Guinea: ‘’Om het communisme in te dammen, moest Den Haag van Washington de Papoea’s opgeven. De overdracht aan Indonesië werd geregeld in 1962, ook de bovengenoemde daad van zelfbeschikking in 1969. Deze staat bekend als de ‘Act of No Choice’: er viel echt niks te kiezen. En zo ontstond uit een oude Nederlandse kolonie een nieuwe, Indonesische kolonie, waarvoor de ­Papoea-bevolking nog steeds een hoge rekening betaalt. Naast uitbuiting en ­marginalisering, pasten de nieuwe koloniale autoriteiten een vileine omvolkingspolitiek toe – erop gericht om van de Papoea’s een minderheid te maken in eigen land.’’

In Nederland horen we voortaan vrij weinig over de Papoea’s. Een enkele keer lezen we over gevechten tussen verschillende stammen, maar vrijwel nooit over de gevolgen van de tijd dat Nederland in Nieuw-Guinea zat. Ook daarover schrijft Brouwers: ‘’De stilte in Nederlandse media over de Papoea’s blijft verbazen. Waar zijn de actiegroepen tegen racisme, mensenrechtenschendingen en kolonialisme? Natuurlijk werkt Jakarta mee aan die stilte: media en ­activisten ­komen West-Papoea niet in. Onderdrukking gaat beter zonder pottenkijkers. En zo nodig, zoals nu, wordt ook het internet tijdelijk platgelegd.(….)Dat klein wordt vermalen door groot, gebeurt vaker. Het volkenrecht biedt slechts zeer zelden een pleister. Maar de Papoea’s staan in hun recht. En dat maakt onze stilte zo laf. Het ­bestuur over West-Papoea is een schandvlek voor Indonesië. Dit is geen theoretisch ‘postkoloniaal ­debat’, maar een actuele misstand. Hoe vaker Jakarta daarop wordt aangesproken, hoe beter.’’

Ook Jan is het hier mee eens. ‘’Wat ik heel kwalijk vind, is dat we een heel land afgeven daar, zonder dat daar iets over gezegd wordt. Omdat Amerika ons opdroeg dat we moesten stoppen. Maar dat was geen goed idee, want we hadden de Papoea’s zelfbeschikkingsrecht toegezegd. Uiteindelijk zouden ze het land dus voor zichzelf krijgen, en zou Nederland zich terugtrekken. Dat is heel kwalijk.’’

Goed of slecht?

Manon van den Brekel, journalist, ziet met het schrijven van haar artikelen twee kampen van veteranen die hebben gevochten in Nieuw-Guinea: degene die vinden dat ze iets goeds hebben gedaan, en die vinden dat ze iets slechts hebben gedaan. Jan zegt hierover: ‘’Wij zijn naar Nieuw-Guinea gestuurd om ervoor te zorgen dat er geen oorlog uitbrak in 1962, en Nederland zat er al vanaf begin jaren 40, dus ik vind wel dat wij iets goeds gedaan hebben.’’

De bewoners van Nieuw-Guinea zijn boos op de Nederlanders omdat ze hen zo hebben laten vallen, zo blijkt uit het artikel ‘Deze Papoea-strijder zet zijn strijd voort vanuit het land dat hem verraadde’ van De Correspondent, tevens geschreven door Van den Brekel: ‘’Nederland heeft de Papoea’s verraden. Daar is Gerardus Thommey (66) duidelijk over. ‘De Nederlanders hebben ons in 1962 niet betrokken bij het New York Agreement.  Dáár is onze ontevredenheid begonnen. Nederland heeft ons vrijheid beloofd en een onafhankelijk Papoea, maar bij het New York Agreement is ons nooit om advies of een mening gevraagd. Daarom is Nederland schuldig.’’’

Volgens datzelfde artikel zetten Papoea’s in Nederland zich in voor een vrij Papoea Nieuw-Guinea: ‘’Thommey is blij dat de jongere generatie Papoea’s in Nederland bereid is zijn strijd voort te zetten. Ze delen voornamelijk folders uit, houden petities en geven dansdemonstraties. Hun strijd ziet er dus heel anders uit dan die van Thommey vroeger. ‘Toen ik in de jungle was, schoot ik met een geweer. Maar die boodschap kwam niet aan in Nederland of Amerika. Wat ik in Nederland meemaak, is dat we binnen één minuut onze boodschap de hele wereld over kunnen sturen.’’’

Ook vindt Thommey volgens het artikel dat Nederland moet opkomen voor de Papoea’s: ‘’‘Nederland moet zijn mond opendoen en durven praten over onze grondrechten, ons recht op zelfbeschikking, ons recht op vrijheid. Nederland moet meer lef tonen.’’’

De laatste avond was er een groot feest voor de veteranen in Nieuw-Guinea. Alles moest ingepakt worden en alle wapens werden gedumpt in de zee, aan Indonesië geven was voor Nederland geen optie en het was te duur om alles mee terug te nemen. Tijdens de terugreis hielpen de militairen bij de eetzaal en werden er veel spelletjes gespeeld. Op 25 november kwamen de veteranen weer aan in de Hoek van Holland. Omdat het zo laat was, mochten ze de volgende dag pas van boord. ‘’Toen stond mijn familie daar met een heel groot bord met ‘DEKO’ erop, de naam van onze familiedrukkerij. Dus ik zag in één keer waar ze stonden. Toen ben ik met ons pa en ma mee naar huis gereden, en ’s avonds was er een feestje. Ik zou nog best eens terug willen naar Papoea Nieuw-Guinea. Hollandia is nu zo groot geworden, dat herken je niet meer terug. Maar de Papoea’s, die zijn altijd bij me gebleven. ’’ 

Reageer op dit artikel