Driebanden herbeleeft ouwe tijden in nieuw jasje

Driebanden, het klinkt suf. Maar vroeger werd het uitgezonden op tv voorzien van commentaar. Tegenwoordig weten de meeste jongeren niet eens waar het over gaat. Daar gaat verandering in komen. De sport is bezig aan een opmars in Nederland. Met de World Cup in Veghel als echte doorbraak.

Maar wat is driebanden eigenlijk? De naam zegt het al een beetje. Het is een spelvorm van carambolebiljart waarbij de regel geldt dat de speelbal minimaal drie keer een van de randen van de tafel moet hebben geraakt alvorens de tweede aanspeelbal te raken. In de video hier rechts doet iemand het voor.

Na een afwezigheid van tien jaar keert het prestigieuze biljarttoernooi terug in Nederland. Het wordt in 2019, 2020 en 2021 gehouden in de Koekbouw op de Noordkade in Veghel. Ziggo Sport gaat zorgen voor een live tv-registratie.

Stichting BEN (Biljart Evenementen Nederland) is verantwoordelijk voor het terughalen van de World Cup naar Nederland. Harry Mathijssen is samen met Ad Smout de organisator van het belangrijke toernooi. Hij runt ook zijn eigen biljartbedrijf Eureka Billard Berlicum. We spreken er af voor een interview. Het is een mooie authentieke ruimte met acht biljarttafels. De helft bedekt, de helft niet. Aan de linkerzijde staan tientallen keuen opgesteld.

Harry komt in een netjes gestreken blouse binnen. Hij vertelt hoeveel de World Cup betekent voor de sport: “Heel veel. Het biljarten gebeurde vroeger veel in de horeca en groeide heel erg uit in de jaren 60’, 70’. Maar daarna kwam er een keldering in.” Volgens hem daalde de media-aandacht voor de sport. “Journalisten gingen er minder over schrijven. Het kwam niet zo vaak meer op tv. En dan kom je in een neerwaartse spiraal terecht.”

“Het was echt een reizend circus”

Zes jaar geleden vond Mathijssen dat de limiet bereikt was. De organisatie van het biljarten werd steeds slechter naar zijn zin. “Er zat geen continuïteit in. Het vloog van links naar rechts. Het was echt een reizend circus.” En dat lag deels aan de biljartbond, vindt hij. “Zij hadden het niet 100% onder controle.”

Het economische plaatje

Zo was en is het financiële niveau in het driebanden zeer ondermaats vergeleken met andere sporten. “Er zijn een handjevol topspelers in Nederland. Maar zij konden een aantal jaar terug niet van de sport leven”, zegt Mathijssen met een verontwaardigde blik.

Zo’n absolute topspeler is Dick Jaspers. Hij loopt al jaren mee in de sport. Als jochie begon hij met driebanden in het café van zijn ouders en grootouders. Daar leerde hij de fijne kneepjes van het vak. Inmiddels staat hij op zijn 54ste nog steeds aan de top. Jaspers is viervoudig wereldkampioen, veroverde vijf maal het Europese kampioenschap en behaalde al negentien keer de nationale titel. Een indrukwekkend palmares.

Zijn thuisbasis ligt in St Willebrord. Hij woont in een keurige buurt. De bel rinkelt. Dick stommelt van de trap af en doet open. Direct zie je dat hij geen kleine jongen is in het driebanden. Er staan een stuk of acht prijzen opgesteld in de garage. “Deze komen bijna allemaal uit het buitenland”, licht hij toe.

Jaspers gaat door naar de ruimte waar het voor hem allemaal om draait, de biljartruimte. Een imposante biljarttafel staat precies in het midden van de kamer. Het blauwe biljartlaken glanst. Er liggen drie ballen op. Een rode, een witte en een gele, allemaal met een stip. Aan de muur hangt een foto. Dick staat op de hoogste tree van het podium. Hij houdt een beker omhoog en lacht. “Dat was in 1994, toen was jij nog niet geboren jongen.”

Verdubbeling prijzengeld

De viervoudig wereldkampioen heeft altijd al goed kunnen leven van de sport. “Ja, vroeger ook.” Hij speelt in verschillende landen competitie, heeft sponsors en strijkt prijzengeld op. In verschillende landen competitie spelen? Ja, dat is gebruikelijk in het driebanden. Dick speelt ongeveer de helft van de competitie in Nederland en Duitsland mee, dan nog een enkele wedstrijd in Tsjechië en Frankrijk, en ten slotte doet hij ook nog mee aan de Portugese competitie. “Het wordt gedoogd door de bond zodat wij, de profspelers, in ieder geval een boterham kunnen verdienen”, legt hij uit.

Want de bedragen die omgaan in het driebanden kunnen bij lange na niet tippen aan andere sporten zoals voetbal of darten. Het prijzengeld is de afgelopen jaren wel verdubbeld of op sommige toernooien zelfs verdriedubbeld. De eerste plaats bij het WK driebanden was tot een jaar of vijf geleden 5.000 euro waard. Dat is daarna naar 10.000 euro gezet en sinds vorig jaar krijg je 20.000 euro als je het WK wint.



Tienmaal het bedrag dat je krijgt als je als vrouw de eerste plek bij een WK behaalt. Dan ontvang je namelijk maar 2.000 euro. Voor Thérèse Klompenhouwers, viervoudig wereldkampioen, zevenvoudig Europees Kampioen en elfvoudig Nederlands kampioen, is het daarom ondanks al haar titels nog steeds moeilijk om van de sport te leven. Zo is ze naast haar driebandbestaan ook bondstrainer om genoeg brood op de plank te krijgen. Volgend jaar zal de eerste prijs bij het WK driebanden voor vrouwen 4.000 euro waard zijn. “Dat laat wel een blijk van waardering zien”, is Klompenhouwer hoopvol.

Volgens Jaspers zijn er ook lucratievere toernooien dan het WK die juist iets minder prestigieus zijn, “Ik deed vorig jaar in Amerika mee aan een toernooi. Een hele rijke man organiseerde dat. De eerste prijs lag op 150.000 euro, het hoogste bedrag ooit.” Hij werd derde en streek een aardig zakcentje op.

Transformatie

Jaspers is 23 jaar wanneer hij besluit zich volledig te gaan wijden aan het driebanden. Op dat moment maakt de sport een enorme ontwikkeling door met de oprichting van de BWA (Billiards Worldcup Association), zo erkent hij. “Zij hebben de boel opgeschud. Dat suffige, ouwe en nostalgische beeld van het biljarten heeft de BWA gemoderniseerd.”

“Dat suffige, ouwe en nostalgische beeld van het biljarten is gemoderniseerd”

De viervoudig wereldkampioen rakelt een anekdote op. “Ik deed in Antwerpen mee aan een toernooi. Daar waren flinke geldprijzen te verdienen en iedereen liep in smoking. Dat was behoorlijk revolutionair in die tijd. Ik praat dan over 35 jaar geleden. Daarvoor speelden we om een beker of een koelkast.”

De BWA stierf in 2003 een zachte dood en het grootste gedeelte van de profspelers sloot zich aan bij de UMB (Union Mondiale de Billiard). Zij zorgden tien jaar geleden ook voor een baanbrekende ontwikkeling. De spelregels werden omgegooid.

Waar spelers een aantal jaar geleden onbeperkt de tijd hadden voor een beurt is dat tegenwoordig teruggedrongen naar veertig seconden. Wedstrijden draaien daarnaast niet meer om sets, maar wie het eerst bij de vijftig, veertig, of dertig punten is wint de partij.

“Vroeger liepen tv-ploegen gewoon weg”

Dat alles om het spannender te houden voor het publiek. Een behoorlijke omslag, maar Jaspers snapt het wel. Hij is blij met de wijzigingen. Volgens hem was het noodzakelijk. “Wedstrijden duurden vroeger zo lang dat tv-ploegen gewoon weg liepen. Mensen kunnen geen 3.5 uur naar een wedstrijd kijken.”

Van NK naar WC

Mede door de spelwijzigingen klimt het driebanden langzaam uit het dal. De sport is in opkomst. Ook Mathijssen van stichting BEN ziet dat de biljartwereld op de goede weg is. Met de stichting organiseert hij al een aantal jaren het Nederlands Kampioenschap driebanden. “We zijn begonnen in een klein zaaltje maar het wordt alsmaar drukker.” 

Biljartbedrijf Eureka Billard Berlicum

Hij haalt zijn telefoon tevoorschijn en toont een filmpje van het NK in Berlicum. In de video wordt een driebander groots aangekondigd. Zijn bijnaam is ‘the iceman’. Onder luid gejuich vanuit het publiek, discolichten en een opkomstnummer loopt hij richting de biljarttafel. “Een beetje zoals bij het darten”, glundert Harry.

Na zes jaar NK wilden hij en Ad meer, nog een stapje hoger. “Dan kom je uit op een W met een C of een W met een K”, lacht de organisator. Het werd een W met een C. Maar voor zo’n enorm evenement zijn natuurlijk sponsors nodig. Die vond het tweetal in Jumbo. Het duo is erg in hun nopjes met de samenwerking. En zo’n grote sponsor is ook noodzakelijk. “Biljartbedrijven zijn te klein om even een paar honderdduizend euro op te hoesten”, aldus Mathijssen.

Nederland vs rest van de wereld

“Zuid-Korea is het beloofde land, het paradijs”

Het driebanden wordt niet alleen in Nederland populairder ook internationaal heeft het een vlucht genomen. De sport globaliseert. Vooral in Azië is het heel erg in opmars, dat geeft Jaspers aan. “Zuid-Korea is het beloofde land, het paradijs. Biljarten heeft daar de status van schaatsen of tennis hier. Klompenhouwers deelt dezelfde mening. “Als ik in Korea speel dan ben ik al met vijftien mensen op de foto gegaan voordat ik bij de tafel ben en volgens mij kan Dick daar niet eens normaal over straat.”

Ook Mathijssen merkt dat de sport meer leeft buiten Europa. Want ondanks de ongekende luxe van de nummer één positie van de wereld bij de dames en de heren, wordt het door de toenemende concurrentie uit Azië voor Nederland steeds lastiger zijn internationaal toonaangevende positie te handhaven. “In Korea en Vietnam is biljarten booming. Daar worden heel veel wedstrijden op tv uitgezonden. Die mediarechten brengen geld op en dat geld kan je dan weer investeren in het biljarten.”



Toch is hij niet bang. “Wij kunnen die concurrentie als Nederland dadelijk gewoon weer aan.” Om daaraan toe te voegen dat er wel een belangrijk signaal is afgegeven met het binnenhalen van de World Cup. Een signaal dat Nederland nodig had. “We laten op deze manier zien dat we het nog steeds kunnen en willen.”

Ouwe lullen sport

Een groot verschil tussen Korea en Nederland is de aanwas uit de jeugd. Want waar die bij ons uit blijft, duikt daar het ene na het andere talent op. Het lid van Stichting BEN weet waar het aan ligt. “In Azië is biljarten echt een volkssport. Daarom worden kinderen daar van kleins af aan begeleid door de biljartbond. Dat is hier weggeëbd.”

“Hun hebben een voorsprong van tien jaar”

Dit ziet ook de viervoudig wereldkampioen bij de vrouwen. “In Seoul alleen al hebben ze 20.000 clubs. Ze kunnen daar op elke hoek biljarten en beginnen daarom op jonge leeftijd met driebanden. Dan hebben hun al een voorsprong van tien jaar op ons.”

Door de gemiddeld hoge leeftijd in het biljarten wordt het vaak een ouwe lullen sport genoemd. Jaspers peinst een beetje als ik deze term ter sprake breng. Hij probeert het te verklaren. “Biljarten is een hele stressvolle sport. Jongen gasten kunnen daar moeilijk mee omgaan. Die hebben teleurstellingen en dat soort situaties nog nooit meegemaakt.” Hij geeft daarnaast nog een reden voor het lage aantal jongeren in de sport. “Mensen willen als ze jonger zijn bewegen. Biljarten is juist heel ingetogen. Dus dat matcht niet.”

Live op tv

In Nederland beoefenen op dit moment ongeveer twintigduizend man driebanden in competitieverband. Dat aantal is door de jaren heen stabiel gebleven. Maar Jaspers gelooft er heilig in dat het binnenkort omhoog gaat door de toenemende media-aandacht voor het biljarten.


Zo gaat Ziggo Sport dus de World Cup live registreren. Zij zijn voor de komende drie jaar verbonden aan het evenement in Veghel. Daar schuilt ook een gevaar in. Want wat nu als de kijkcijfers tegenvallen en de sportzender na een jaar de stekker er uit trekt? Dat realiseert ook Mathijssen, de organisator van het evenement zich. “Mocht blijken dat ze geen interesse meer hebben, dan zou dat voor ons desastreuze gevolgen kunnen hebben.”

“Nederland heeft nog echt een biljarthart”

Harry en Ad springen daarom erg in het diepe. Maar de organisator ziet weinig risico’s. “Nederland heeft nog echt een biljarthart. Dus ik verwacht dat veel mensen gaan kijken.” Ondertussen toont Mathijssen mij een promofilmpje van het evenement. Stel dat Ziggo toch stopt, dan koopt Stichting BEN zendtijd. Dat laat hij aan mij weten.

Compleet losgeslagen

“De biljartwereld is compleet losgeslagen”

De biljartwereld is ook intensief bezig met het verzinnen van nieuwe formats. De vijfvoudig Europees kampioen geeft het survivaltoernooi als voorbeeld. “Dat is heel populair in Korea. Je speelt het met vier man. Iedereen krijgt een puntenvoorraad. Als je tegenstander een punt maakt gaat er bij jou een punt af. Een partij duurt twee keer 45 minuten en dan vallen de twee met de minste punten af.” Volgens hem wordt het survivaltoernooi ook opgepakt door ander landen. Hij sluit daarom niet uit dat er meer creatieve formats bij gaan komen. “De biljartwereld is compleet losgeslagen.”

Topsport

Oude mannen met een buikje die in een café onder het genot van een pilsje met een keu tegen een balletje aan stoten. Dat beeld heb je al snel bij biljarten. Maar volgens de viervoudig wereldkampioen driebanden mag je de sport daar absoluut niet mee vergelijken. “Zo ben ik natuurlijk ook begonnen, maar nu ben ik op en top met het vak bezig. Wij moeten fit zijn om te presteren. Verwacht echt niet dat wij aan de bar zitten en bier aan het drinken zijn. Dat is een omslag van de laatste tien jaar.” Vroeger was het wel anders, geeft hij toe. “Toen speelden de meesten vooral voor hun plezier. Maar het is echt topsport geworden.”

“Verwacht echt niet dat wij aan de bar zitten en bier aan het drinken zijn”

“Dat is een omslag van de laatste tien jaar”

Zo traint het boegbeeld van het driebanden thuis drie uur per dag. “Soms meer, soms minder. Ik houd het goed bij. Als ik de volgende dag een belangrijke wedstrijd heb doe ik er ’s avonds nog twee uur bij. Maar af en toe zeg ik ook tegen mezelf: ‘het is nu beter om niks te doen.’”

De viervoudig wereldkampioen begeeft zich naar de biljarttafel met de keu in zijn handen. Hij trekt zwarte handschoentjes aan en veegt zijn keu schoon. Hij focust zich. Hij gaat een moeilijke bal stoten.

Jaspers buigt zich voorover met de keu in zijn hand. Hij beweegt de keu drie maal langzaam richting de witte bal. Om daarna, bij de vierde keer, hem hard te raken. De witte bal kaatst tegen de gele bal. Tegen de lange zijde van de tafel. Tegen de korte tafel van de zijde. Tegen de andere lange zijde van de tafel. De witte bal nadert de rode bal. Maar gaat er rakelings langs. “Ah net niet”, baalt Dick. Na vijf pogingen lukt het hem.

Stevige concurrentie

Is het spelniveau dan ook gestegen de afgelopen jaren? ‘Ja’, antwoordt Jaspers resoluut. Hij staat al sinds 1991 onafgebroken in de top tien van het mannelijke driebanden. Samen met de Belg Ceulemans en de Zweed Blomdahl heerste hij decennia lang in de sport. Tot 2012. Toen nam de dominantie van de drie af omdat er steeds meer topspelers bij kwamen.

“In alle opzichten is het biljarten gegroeid”

Jaspers: “De Zuid-Koreanen en de Vietnamezen zijn goed. In Zuid-Amerika heb je talenten, maar die hebben het probleem dat ze lange reizen moeten maken en dat ze daar het geld niet voor hebben. De Turken zijn ook goed vertegenwoordigd. Dus ja genoeg concurrentie”, kijkt de Nederlandse driebander een tikkeltje wanhopig. “In alle opzichten is het biljarten gegroeid. Het niveau, het prijzengeld en de professionaliteit van de spelers.”

World Cup



De World Cup vindt plaats in de Koekbouw te Veghel. Buiten voor de ingang van het gebouw wordt al snel duidelijk wie het toernooi sponsort. Zes grote jumbo vlaggen wapperen in de wind. Eenmaal binnen in het gebouw duiken er bartafels, kraampjes en biljarttafels op. Veelal mannen van middelbare leeftijd staan gezellig met elkaar te keuvelen, vaak voorzien van een biertje.

Het driebanden vindt plaats in een grote iets wat donkere hal. Thérèse Klompenhouwers zit aan een gereserveerde tafel met twee anderen. Pal langs het wedstrijdveld. Ze kijkt geconcentreerd naar een partij die zich recht voor haar neus afspeelt. Het is 14.15 uur. De viervoudig wereldkampioen bij de vrouwen speelt om 16.00 uur haar eerste partij.

Het speelveld van de World Cup

Mee met de tijd

De ruimte is mooi aangekleed. In het midden bevindt zich het speelveld. Met daarop vier biljarttafels. Een in elke hoek. Aan beide kanten van het speelveld staat een tribune. De linker is voor driekwart gevuld, op de rechter zit een handjevol mensen. Boven het speelveld hangen ijzeren stellages met daaraan lampen. De biljarttafels staan in de spotlights.

“Deze locatie is uniek voor het biljarten. Het moet allemaal een beetje hipper tegenwoordig. De tijd van in de kroegen spelen is wel voorbij”, glundert Thérèse. Ze vindt het een goede ontwikkeling. Ze praat zachtjes zodat de spelers niet afgeleid worden. “Maar het hoeft niet muisstil te zijn hoor.” Ook juichen en klappen tussen de punten door moet kunnen volgens haar. “Het ligt vooral aan hoe je speelt. Als je goed speelt hoor je niks. Als je slecht speelt raak je afgeleid door alles.”

Tussendoor let ze op de wedstrijd. De scheidsrechters hebben een geheel zwart pak aan met het logo van jumbo op beide mouwen.  “Ze hebben dit keer geen colbertje aan, dat is normaal wel zo”, vertelt Thérèse. De vrouw naast haar begint te praten. “Vorig jaar hadden ze bij de World Cup een geel jasje. Dat zag er echt niet uit, ze leken net op bijen”, lacht ze.

Niveauverschil

De wedstrijd is voorbij en de twee dames gaan koffie halen. De vrouw die naast Therese zat en nu aan haar zij loopt, heet Chantal en is de vriendin van Therese. Zij gaat met WK’s en EK’s eigenlijk altijd mee. “Dan kan ik tegen iemand praten. Ze begrijpt me en daardoor kan ik beter omgaan met de stress.”

“Wij hebben alleen WK en EK”

Klompenhouwer is inmiddels het niveau bij de vrouwen ontstegen, erkent ze. Daarom doet ze ook vaak mee aan toernooien zoals de World Cup in Veghel. Waar in totaal drie vrouwelijke driebanders aanwezig zijn. Het verslaan van de top van de mannen is nog te hoog gegrepen voor haar. “Zo’n toernooi als hier is vooral om wedstrijdritme op te doen.” Want bij de vrouwen ligt het aantal toernooien bijzonder laag. “Wij hebben alleen een WK en EK.”


Ze is daarom erg afhankelijk van het spelen van wedstrijden in competities. Ook die bestaan voornamelijk uit mannen. De elfvoudig Nederlands kampioen is zelfs de enige vrouw die mee speelt in de hoogste competitie van ons land, de Eredivisie. Ook op WK’s moet ze in haar eentje de kar trekken voor Nederland. Daar moet verandering in komen vindt ze.

Met zijn allen

Voor vrouwen is het vanwege het magere prijzengeld nu eenmaal moeilijker om uit te groeien naar de top, geeft de zevenvoudig Europees kampioen aan. “Als je een prof wil worden in het driebanden moet je minimaal twintig uur per week trainen. Maar als je daarnaast ook veertig uur moet werken, dan gaat dat bijna niet.” Volgens haar kun je daarom niet vroeg genoeg beginnen met het opleiden van vrouwelijke wereldtoppers. “We moeten jonge meisjes vinden en die moeten goede begeleiding krijgen. Dan gaat het niveau omhoog.”

Meer goede accommodaties waar de jeugd ook lekker kan biljarten, dat raadt Jaspers aan. “Een soort van cafeetje waar je gezellig kan chillen, dat is er nu nog te weinig.” Als dit gerealiseerd wordt ziet hij echt potentie. “We realiseren ons nu dat we het moeten doen, dat we onze sport zo publieksvriendelijk moeten presenteren, dat we ons moeten laten zien.”  

“Het zijn eenlingen. Zij werken allemaal voor zichzelf.”

Met de World Cup is een flinke stap in de goede richting gezet. Maar Mathijssen benadrukt dat er nog veel meer nodig is om de sport verder door te laten groeien. Zo neemt hij zijn eigen sector als voorbeeld. “De biljartbedrijven in Nederland zijn eenlingen. Zij werken allemaal voor zichzelf.” Hij hoopt daarom dat er een belangenvereniging komt, maar ook die toekomst ziet hij sombertjes in. “Echte vakmensen worden steeds schaarser. En in het land der blinden is eenoog koning.”

“Ze komen hun ivoren toren niet uit”

De organisator merkt het met name in de betrokkenheid van de biljartbedrijven bij de World Cup. “Die is zeer matig. En dat zijn toch mensen die hun geld moeten verdienen met biljarten”, vertelt hij zichtbaar geïrriteerd. “Zij komen hun ivoren toren niet uit. Ze vinden het wel belangrijk om zichzelf op de borst te kloppen, maar komen kijken nee hoor.”

Terug van weggeweest

Het is donderdag 24 oktober. De dag dat Ziggo Sport de gehele dag de World Cup live uitzendt. De dag dat de kwalificaties voorbij zijn en het toernooi echt kan beginnen. De dag dat het driebanden weer op de kaart wordt gezet in Nederland.

Jaspers speelt. Op beide tribunes is maar een enkel stoeltje leeg. Het staat 33-33. De wedstrijd gaat tot de veertig. Zijn tegenstander is aan zet en maakt vier punten op rij. “Hij hoeft er nog maar drie”, fluistert een man in het publiek. Hij mist. Jaspers heeft het nu in eigen hand. Hij maakt zes punten op rij. Bij ieder punt wordt het geklap harder. Het is zenuwslopend. Hij is één punt verwijderd van de winst.

Het publiek mort zich. Er wordt wat geroepen vanaf de tribunes. ‘Sssstt’, sissen een aantal mensen vervolgens. Jaspers stoot de witte bal tegen de gele bal. Het is muisstil. De witte bal heeft drie banden aangeraakt en nadert de rode bal. Tik, hij doet het. Hij heeft veertig punten. ‘Dickie, Dickie, Dickie’, klinkt het vanaf de tribunes. De mensen klappen. De partij is voorbij. De tribunes stromen leeg. Jaspers moet direct een interview afgeven aan het Brabants Dagblad.

Het driebanden is terug van weggeweest, gestoken in een nieuw jasje.

Reageer op dit artikel