Drugsdumpingen in de natuur blijven zich opstapelen

Jerrycans, plastic tanks, ijzeren vaten en een chemische lucht. Voor milieuorganisaties, politie en justitie is dit beeld niet meer vreemd.

Jaarlijks stijgt het aantal dumpingen van synthetisch drugsafval. Uit het Landelijk Overzicht Synthetische Drugs van de politie blijkt dat in 2018 het aantal dumpingen met 40 procent is gestegen naar 292 drugsdumpingen. Vooral in Brabant, waar ruim een derde van het totaal wordt gedumpt, is het een groot probleem.

De provincie Brabant is het grootste ‘drugslaboratorium’ van MDMA, de werkzame stof in XTC, ter wereld. Om MDMA te maken heb je verschillende chemicaliën nodig. Na de productie blijft een groot deel van de bewerkte chemicaliën – afval – over. De productie van één kilo MDMA levert zo’n zes tot tien kilo afval, met name aceton, op. Voor één kilo amfetamine wordt maar liefst twintig tot dertig kilo afval geproduceerd. Meer dan tachtig procent van de geproduceerde drugs gaat naar het buitenland, maar het afval blijft hier.

De politie houdt de grondstofimport van de synthetische drugs steeds beter in de gaten. Toch neemt de hoeveelheid dumpingen van drugs in de Nederlandse natuur juist toe. “Omdat de politie beter let op de grondstoffen, is daar moeilijker aan te komen en moeten drugsproducenten chemische processen gaan doen om die grondstoffen zelf te maken. Dat levert nog meer afval op. Dat verklaart voor een deel waarom er steeds meer drugsafval gevonden wordt”, aldus Freek Pecht, eenheidscoördinator synthetische drugs in Zeeland en West-Brabant. Ook is het volgens Pecht mogelijk dat politieacties leiden tot een toename in drugsafval dumpingen. “Een politieactie kan een paniekreactie veroorzaken, waarbij meer drugs wordt gedumpt”, aldus Pecht.

Chemicaliën

Met het toenemend aantal dumpingen worden de kosten ook steeds hoger. Omdat de chemicaliën enorm gevaarlijk zijn, schakelt de politie bij elke dumping een gespecialiseerd bedrijf in om het afval te laten verwijderen. Een gemiddelde dumping kost snel tienduizend euro aan opruimingskosten. Als de stoffen zijn gaan lekken in de grond kost het ruim het dubbele. Daan Claereboets werkt bij Strukton Milieutechniek, een bedrijf dat gespecialiseerd is in het opruimen van chemisch afval. “Het werk is enorm risicovol. Daarom dragen we zogenoemde pbm’s: persoonlijke beschermingsmiddelen.” Ondertussen trekt hij zijn werkkleding aan: een chemiepak, -handschoenen, -laarzen, een ademluchtmasker en een helm. “Je hebt kans om zuur over je heen te krijgen of dampen binnen te krijgen die schadelijk zijn voor je gezondheid”, legt Claereboets uit terwijl hij zijn handschoenen vastbindt aan zijn pak. “Als je de lucht inademt, kan je hoofdpijn en misselijkheid ervaren. Als je de dampen langer inademt, kan je knock-out gaan en je longblaasjes kunnen zelfs verbranden.”

Het gebruik van de chemicaliën is volgens Jan van Maarseveen, hoogleraar organische chemie aan de Universiteit van Amsterdam niet het grootste probleem. “”Dagelijks werken onder meer apothekers, universiteiten en farmaceuten met de gevaarlijke stoffen. Het probleem is het ‘weggooien’ van het gevaarlijke afval. Legale bedrijven zoals ziekenhuizen moeten de gevaarlijke stoffen wettelijk laten ophalen door afvalverwerkers zoals Strukton. Een deel van de chemicaliën wordt gezuiverd en opnieuw gebruikt. De rest wordt op een speciale manier verbrand waardoor er slechts stikstof, koolstofdioxide en water overblijft”, legt Van Maarseveen uit.

Omdat drugsproductie wettelijk verboden is, mogen criminelen de geproduceerde drugs of het drugsafval uiteraard niet in hun bezit hebben of vervoeren. Daarom wordt het afval vaak op illegale wijze gedumpt in het bos of in een buitengebied. Criminelen doen dit vaak niet zelf, maar huren voor een paar honderd euro een zogenoemde ‘stroman’ in. De stroman rijgt een touw door de tientallen jerrycans. Vervolgens rijdt hij of zij, vaak ’s nachts, met het busje vol drugsafval een verlaten landweggetje in. Daar bindt hij het andere uiteinde van het touw aan een boom. Met geopende deuren rijdt hij weg, zodat de vaten zichzelf dumpen. De klep dicht en de dumping is voltooid. Het gaat allemaal zo snel, dat de kans heel klein is dat de dader ooit wordt gepakt.

Toch worden er kleine stappen gezet om criminelen op te pakken. De troep wordt namelijk niet meer zo snel mogelijk opgeruimd. Eerst wordt elk spoor nauwkeurig onderzocht, zoals op een plaats delict. Marco Bosman, forensisch deskundige laat weten: “Denk bijvoorbeeld aan het onderzoeken van dactyloscopische sporen zoals vingerafdrukken. Daarbij is de plek van de vingerafdruk op het vat van belang. De binnenkant van het vat, net onder de rand van de deksel, bevat eerder een delict spoor dan de buitenkant van het vat. Elke willekeurige wandelaar kan namelijk het vat of de deksel hebben aangeraakt, maar ook degenen die het vat hebben geproduceerd of verkocht. Zij hebben echter geen aanleiding om hun vingerafdrukken ook aan de binnenzijde van de rand achter te laten.” Het onderzoeken van sporen blijft volgens Bosman lastig, want wat is een delict spoor en wat niet? “Een voetafdruk in het bos kan ook van een wandelaar zijn”, aldus Bosman.

De samenstelling van het afvalmateriaal is bijna altijd een spoor, omdat dat materiaal met een andere dumping kan worden vergeleken. Het Nederlands Forensisch Instituut stelt vast wat de samenstelling van de stoffen in de vaten is. Ook kijkt het instituut naar de productieprocessen die daaraan ten grondslag hebben gelegen. Het doel van de politie is om de sporen op verschillende plekken met elkaar te verbinden en drugslabs op te rollen. In 2018 werden alleen al in Oost-Brabant 19 drugslabs opgerold. In 2017 waren dat er 9. De politie wil deze stijgende lijn voortzetten.

Subsidie

Na het sporenonderzoek, wordt de troep zo snel mogelijk uit de natuur verwijderd. Maar wie betaalt die enorm hoge kosten eigenlijk? In de periode van 2015 tot en met 2017 stelde de Provinciale Staten jaarlijks één miljoen euro beschikbaar om gemeenten en landeigenaren tegemoet te komen in de opruimkosten, tot maximaal vijftig procent van de totale kosten. “Deze regeling liep eind 2017 af, maar een definitieve financiële oplossing is er nog steeds niet’, aldus René Beijnen van het subsidieloket in Noord-Brabant, die de regeling voor alle provincies uitvoert. “Als er op het terrein van een grondeigenaar na 2017 afval is gedumpt, draaien ze volledig zelf op voor de kosten.”

Steeds meer provincies, waaronder Brabant en Zeeland, willen gemeenten, terreinbeheerders en andere grondeigenaren die in 2018/2019 kosten hebben gemaakt voor het opruimen van drugsafval daarom tegemoet komen in de vorm van subsidie. “De kosten lopen op en we willen gemeenten en grondeigenaren niet alleen laten opdraaien voor het opruimen van drugsafval”, aldus Beijnen. Als je in aanraking wil komen voor een subsidie, moeten zij wel aan enkele voorwaarden voldoen. Er moet onder meer sprake zijn van illegale drugsdumping in Brabant en het drugsafval is verwijderd in de periode tussen 1 januari 2018 en 31 december 2019. Daarnaast moet een gespecialiseerd bedrijf het afval opruimen en de bodem verontreinigen volgens de daartoe geldende wet- en regelgeving. De subsidieregeling geldt voor 2018 en 2019 en bedraagt maximaal vijftig procent van de totaal gemaakte kosten. Echter geldt deze regeling niet voor alle provincies. Ondertussen zet de Gedeputeerde Staten zich via het Interprovinciaal Overleg (IPO) in voor een nieuwe landelijke regeling.

Milieuorganisaties

Drugscriminaliteit bestrijden kost enorm veel geld. Daarom maakte de Provinciale Staten in oktober vorig jaar twee miljoen euro vrij om de problemen aan te pakken. Ook kreeg de provincie Brabant, waar veruit de meeste drugdumpingen plaatsvonden, acht tot negen extra opsporingsambtenaren in de strijd tegen de dumpingen in het bos en het buitengebied. Alle toezichthoudende natuurorganisaties in Brabant besloten tot samenwerking. De organisaties kwamen echter tot de conclusie dat het probleem te groot is. Daarom wordt de aanpak sinds begin 2019 centraal georganiseerd met het Brabantse project SSiB, Samen Sterk in Brabant. Dat wordt aangestuurd door de overkoepelende organisatie Omgevingsdienst Brabant Noord.

Het team van Samen Sterk in Brabant is 7 dagen in de week en 24 uur per dag in verschillende buitengebieden aan het werk. Dat werk gebeurt door ruim 80 buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in de gehele provincie. Een van de boa’s van Omgevingsdienst Brabant Noord in het team Samen Sterk In Brabant is Stefan Schellekens. “De organisatie van Samen Sterk In Brabant werkt samen met andere partijen zoals Staatsbosbeheer, gemeenten en waterschappen”, legt Schellekens uit. “We hebben allemaal hetzelfde doel: het Brabantse milieu beschermen.” Waarom is deze samenwerking zo belangrijk? “Door de samenwerking hoeven we niet binnen de gemeentegrenzen te blijven. Als Staatsbosbeheer bijvoorbeeld een probleem heeft dat nét buiten hun gebied ligt, dan kunnen we dat samen aanpakken. Dat is een groot voordeel .”

Als een boa een dumping vindt, wordt dit gemeld via de BuitenBeter-app op hun smartphone. Met deze app kunnen niet alleen boa’s, maar ook burgers een melding doen bij de gemeente. “Ik maak via de app een foto van de dumping”, legt Schellekens uit. “In een notitie geef ik alle bijzonderheden rondom de dumping aan. Bijvoorbeeld of sporen zijn van een mogelijke dader.” De gemeente weet bij de melding waar ze moeten zijn, omdat de app via de gps de exacte dumplocatie registreert.”

Grote drugsdumpingen komen over het algemeen niet vaak voor, maar soms is het ineens drie of vier keer per week raak. “We weten niet waar en wanneer er drugs wordt gedumpt in het gebied en juist dat maakt het handhaven zo lastig. Op een gegeven moment weet je wel wat de populairdere dumpplekken zijn. Die bezoeken we vaker, maar een dumping kunnen we helaas niet tot nauwelijks voorkomen.”

Oplossen

Drugscriminaliteit kost enorm veel geld, tijd en mankracht. De politie weet steeds beter hoe zij te werk moeten gaan, maar ze is er nog lang niet. Ook financieel gezien is er nog een lange weg te gaan. Maar ondertussen blijven de enorme drugsdumpingen zich opstapelen. Er moet een oplossing komen, maar welke? Volgens hoogleraar Jan van Maarseveen kan je het afvalprobleem alleen aanpakken, als je de productie aanpakt. “Het wordt tijd dat we gaan nadenken over manieren om moderne synthetische drugs, zoals MDMA, op een verantwoorde en legale manier te maken”, aldus Van Maarseveen. Volgens hem zouden legale bedrijven zoals chemici en farmaceuten de duurzame xtc-pillen makkelijk kunnen maken en ook nog eens veel minder afval overhouden. “Een gespecialiseerd bedrijf kan de productie in een laboratorium tot in detail perfectioneren, en de benodigde oplosmiddelen recyclen.” Freek Pecht is het met Van Maarseveen eens dat de productie moet worden aangepakt, maar volgens hem kan dat ook op een andere manier. “Zorg voor een goede opsporingsmethode, met nog meer mankracht. Ook moet er een centrale plek komen waar men landelijk onderzoek doet naar drugs en de straffen voor het produceren en dumpen van synthetische drugs moeten veel hoger.”

Volgens Femke Dingemans, D66fractielid Natuur, Milieu & Handhaving moet het inleveren van drugsafval juist worden beloond, in plaats van bestraft. “Drugsproducenten zullen meegaan in het idee als deze optie aantrekkelijker is dan het alternatief van dumpen”, aldus Dingemans “Ze kunnen hun drugsafval bijvoorbeeld tegen betaling inleveren bij het milieustation. medewerkers hebben al de nodige diploma’s om chemisch afval op een verantwoorde manier te verwerken.” Het liefst ziet Dingemans dat het Brabants Afval Team (BAT) het afval op elke gewenste locatie ophaalt. Om dit alternatief interessant te maken, wordt wettelijk de garantie gegeven dat het ingeleverde drugsafval nooit zal worden gebruikt om de drugsproducent te herleiden. Waarom? “Mocht het afval toch worden gebruikt als bewijsmateriaal, dan hebben drugsproducenten en hun advocaten een juridische poot om op te staan.” Al met al zal de regeling volgens het D66fractielid leiden tot minder dumpingen van drugsafval, minder kosten en minder gevaar voor het milieu en de gezondheid.

Charles Dorpmans van verslavingsorganisatie Novadic-Kentron is het hier niet mee eens. “Zolang mensen synthetische drugs als xtc gebruiken, wordt de productie in stand gehouden. Gebruikers moeten zich realiseren dat zij een illegaal systeem in stand houden. Daarnaast moeten mensen weten wat voor gevolgen hun drugsgebruik heeft op hun eigen gezondheid, maar ook voor het milieu.”

Reageer op dit artikel