‘Eerlijke’ regels zetten kleine voetbalclubs buitenspel

Een andere club dan Ajax, PSV of Feyenoord kampioen van Nederland? Onder de vleugels van nieuwe regelgeving wordt die kans steeds kleiner. De UEFA en KNVB beperken de mogelijkheid om te investeren en dat heeft invloed op de sportieve kansen van kleinere clubs. Hoe gaan die kleintjes daarmee om?

Bestuurders van Nederlandse voetbalclubs moeten heden ten dage in hun beleidsvoering rekening houden met Financial Fair Play (FFP) en een nationaal licentiesysteem. Beide reglementen ontstonden door het mondiale streven naar een gezonde voetbalwereld, met als doel een zo eerlijk mogelijke concurrentiestrijd. Toch blijken de systemen in de praktijk niet altijd rechtvaardig.

Dat ondervond de Baskische club Eibar dit seizoen aan den lijve. Eibar, afkomstig uit het gelijknamige stadje met nog geen dertigduizend inwoners, promoveerde afgelopen seizoen verrassend naar de hoogste Spaanse divisie. De club genereert weinig inkomsten, maar doet nog minder uitgaven. Helemaal in lijn met de gedachte achter de financiële reguleringen, lijkt het.

Het paradoxale feit deed zich voor dat Eibar te klein en te gezond was voor de Primera Division. De Spaanse voetbalbond dreigde de club terug te zetten naar de derde divisie, als de Basken niet snel met 1,7 miljoen euro over de brug zouden komen. Volgens een Spaanse regel moest de club namelijk een maatschappelijk kapitaal hebben van minimaal 2,1 miljoen euro.

Eibar had op dat moment een positief eigen vermogen van slechts vier ton en zou zich in de schulden moeten steken om mee te mogen doen op het hoogste niveau. Dat was geen optie. Men vreesde in Eibar voor de sanctie van de Spaanse bond. Gelukkig voor het clubje deden oud-spelers David Silva (inmiddels Manchester City) en Xabi Alonso (Bayern München) en nog tal van anderen een duit in het zakje om het avontuur van Eibar te verwezenlijken. Met 13 punten uit 12 wedstrijden en een twaafde positie op de ranglijst legde Eibar alvast de basis voor nog een seizoen met wedstrijden tegen Real Madrid en FC Barcelona.

eibarFoto: In Estadio Municipal de Ipurua van SD Eibar passes iets meer dan 5000 toeschouwers.

Wat houdt de regelgeving in?

Financial Fair Play werd drie seizoenen geleden geïntroduceerd door de Europese voetbalbond UEFA. De belangrijkste bepaling binnen de FFP is het ‘break-even’ draaien. Betaald voetbalorganisaties mogen niet veel meer uitgeven dan er binnenkomt – maximaal 45 miljoen euro over drie seizoenen. Dat lijkt veel geld, maar Eredivisieclub Vitesse zat al bijna aan dat bedrag. De Nederlandse voetbalbond KNVB staat volledig achter de doelstellingen van de UEFA en nam in 2010 al een voorschot op de FFP-regels.

De KNVB sprak met de Nederlandse betaald voetbalorganisaties (bvo’s) af transparant te rapporteren over het financiële beleid bij alle clubs. Dat doet de bond door middel van een licentiesysteem; een commissie controleert of clubs aan de licentie-eisen voldoen. Onderdeel hiervan is een categorie-indeling.

De indeling bestaat uit drie divisies: Categorie 1 (onvoldoende), Categorie 2 (voldoende) en Categorie 3 (goed). Op basis van verschillende meetpunten en een ratingsysteem bepaalt de licentiecommissie of de financiële huishouding op orde is. Clubs in Categorie 1 moeten werken aan financieel herstel. Dat alles met als doel dat elke club minimaal in Categorie 2 belandt.

De clubs die op dit moment in de ‘ongezonde’ Categorie 1 zitten zijn FC Twente, NAC Breda en Excelsior – allen Eredivisie – en Fortuna Sittard en De Graafschap (beide Eerste Divisie).

Kanttekeningen

Het creëren van een gezonde bedrijfstak is een nobel streven, maar de ophemeling van de systemen verdient enig tegenwicht. Onder andere Michiel de Hoog, voetbal- en datajournalist van De Correspondent, is kritisch op de regelgevingen en wijdde in september al een artikel aan de resultaten van verschillende onderzoeken. Hij maakte daaruit op dat voetbalcompetities alleen maar oneerlijker worden door Financial Fair Play.

Onderzoekers Markus Sass en Henning Vöpel trekken allebei op basis van gedegen onderzoek de conclusie dat de nieuwe regelgeving zijn doel voorbij schiet. Wat is het geval: de UEFA en KNVB willen, naast financiële continuïteit creëren, het groeiende gat tussen grote en kleinere clubs binnen een competitie inperken. Sinds 1964 werd in Nederland bijvoorbeeld maar drie keer een andere club dan één uit de traditionele top drie kampioen. Een voorspelbare competitie vinden de bonden logischerwijs niet wenselijk.

De voetbalbonden helpen clubs hun financiën op orde te krijgen, maar een gezonde begroting maakt investeren moeilijker. Markus Sass betoogt dat het beperken van investeringen haaks staat op de ambitie om onderlinge verschillen te verkleinen. De onderzoeker van de Universiteit van Magdeburg (Duitsland) voorspelt aan de hand van een zelfontworpen economisch model dat Financial Fair Play op de lange termijn zorgt voor een uitermate ongelijke concurrentiepositie.

“Dat komt doordat kleinere clubs geen groter marktaandeel meer voor zichzelf kunnen kopen, omdat ze nagenoeg break-even moeten draaien, en dus niet meer kunnen investeren in de toekomst. Die negatieve spiraal kunnen ze onmogelijk stoppen als ze moeten voldoen aan het reglement van Financial Fair Play”, schrijft hij in zijn verhandeling ‘Long-term Competitive Balance under UEFA Financial Fair Play Regulations’.

fairplay1

Profiteren van ‘Fair Play’

De grote Europese voetbalclubs zullen ook even morren. Zij moeten, net als de kleine goden, opeens met een sluitende begroting gaan werken en mogen weinig verlies lijden. “Maar omdat hun vermogenspositie enorm is, kunnen grote bvo’s op de lange termijn profiteren van Financial Fair Play”, legt voetbaleconoom Frank Turksma uit.

De vermogenspositie is de waarde die een bedrijf vertegenwoordigt en die is belangrijk voor de licentieregeling van de KNVB. Bij voetbalclubs wordt die waarde voornamelijk vervuld door transferwaarden van spelers. Een voorbeeld: het Engelse Chelsea heeft veel contractspelers die verkocht kunnen worden voor veel geld. FC Dordrecht, daarentegen, werkt met de kleinste begroting van de eredivisie (2,1 miljoen euro) en heeft in zijn huidige selectie amper doorlopende contracten. Bovendien betaalde de club voor geen enkele speler een transfersom.

De waarde van een speler wordt berekend door de aankoopwaarde te delen door het aantal resterende contractjaren. Dus als Ajax in de zomer van 2013 een speler kocht voor zes miljoen euro en met hem een vierjarig contract overeenkwam, is hij in de zomer van 2014 nog maar 4,5 miljoen euro waard. Dat bedrag mag de club scharen onder de solvabiliteit, de KNVB-variabele die de vermogenspositie herbergt.
Een speler wiens contract afloopt is waardeloos voor de solvabiliteit. Het is mede daardoor dat Ajax het beleid voert spelers met nog één contractjaar te verkopen of het contract te verlengen. Net als de sluitende begroting is de solvabiliteit een belangrijk meetinstrument bij de FFP en het licentiesysteem.

Wat betekent dit voor de boekhouding?

Voordat er een reglement als FFP of het licentiesysteem bestond, hadden voetbalclubs volledige vrijheid in de uitvoering van het eigen financiële beleid. Dat resulteerde bij veel clubs in jaarlijks stijgende personeelkosten en transferuitgaven. De inkomsten werden over het algemeen ook steeds hoger, maar bleven uiteindelijk toch achter op de uitgaven. Dat werd opgelost met het lenen van geld – oftewel: er werd een schuld opgebouwd.

Als een club – groot of klein – wilde investeren, of een gat in de begroting moest dichten, kon die eenvoudig geld lenen. Uiteraard alleen als de geldverstrekker er vertrouwen in had dat het geleende geld (en de eventuele rente) terugbetaald werd. Er was echter geen regel die het lenen van geld en dus het opbouwen van een schuld verbood. Die is er nu met Financial Fair Play en het licentiesysteem wel.

Volgens Turksma is het opbouwen van schuld geen schande en regelmatig zelfs noodzakelijk. “Je moet soms een schuld creëren om winst te maken, zo werkt dat in de bedrijfswereld. Maar je mag maar weinig schuld hebben volgens de Financial Fair Play. Dat is het wrange van alles tegen een meetlat leggen: soms is het tegenstrijdig.”

platiniFoto: UEFA-voorzitter Michel Platini.

Zwakke plek licentiesysteem

In de Eredivisie is die tegenstrijdigheid niet anders, hoewel het ‘grote’ Ajax zich aan dezelfde regels moet houden als NAC Breda en Willem II. Maar, zegt Turksma, “het belangrijkste verschil is dat clubs met een grote vermogenspositie veel meer opties hebben om punten te pakken in het licentiesysteem.”

Een goede vermogenspositie betekent dat een voetbalclub onder andere spelers herbergt die een transferwaarde vertegenwoordigen voor de solvabiliteit. Bij Financial Rating System van de KNVB zijn daardoor bij de solvabiliteit al veel punten te behalen. Een club die veel voetballers heeft met een transferwaarde, kan die spelers logischerwijs vervolgens verkopen. Denk aan de spelersverkoop van Ajax en PSV. De verkoopwinst werkt door op de winst-en-verliesrekening, en: hoe meer winst, des te minder schuld. Op die manier pakken die clubs gelijk veel punten bij de variabele begrotingsdiscipline, in het ratingsysteem.

Kleine clubs hebben weinig geld en daardoor niet veel transferwaarde in de selectie. En om aan de financiële regels van de KNVB te voldoen, moeten zij bezuinigen op bijvoorbeeld personeelskosten om daar punten te sprokkelen. Gevolg: het volgende jaar heeft de club vermoedelijk nog minder transferwaarde in het team, omdat de salarissen lager liggen. Spelers die voorheen nog graag bij desbetreffende club wilden voetballen, kunnen nu ergens anders meer verdienen.

Op deze manier komen we weer uit bij de negatieve spiraal die Markus Sass voorspelde. Die wordt versterkt door onder andere een eveneens groeiend onderling verschil in de inkomsten uit de verkoop van uitzendrechten. Denivellering is geen goede zaak voor de aantrekkelijkheid van de competitie.

Mogelijkheden kleine clubs

Door die denivellering en de vele financiële beperkingen wordt creatief beleid voor kleine clubs belangrijker dan ooit. Turksma: “Bestuurders van kleine clubs moeten elke keer weer een sterkte-zwakteanalyse maken aan de hand van de variabelen van de licentieregeling. Ze zijn genoodzaakt zich af te vragen waar ze punten op kunnen scoren en waar niet. Als ze zich daar niet volledig op focussen zijn ze kansloos in het systeem.”

De trend is dat het verschil tussen clubs groter wordt, maar dat betekent niet dat er voor relatief kleine clubs geen enkele mogelijkheid meer is op succes. Geluk en incidenteel pieken gaan daarin wel een steeds belangrijkere rol spelen. In elke competitie is elk jaar wel een club die veel hoger eindigt dan verwacht. Dat zal in de toekomst vast en zeker blijven gebeuren, daar zijn vrijwel alle onderzoekers het over eens.

nac1
Foto: de spelers van NAC Breda in in 2010, toen de club derde eindigde in de eredivisie.

Wat brengt een incidenteel succes teweeg? Stel: NAC Breda, met een begroting van nog geen vijftien miljoen euro, plaatst zich dit seizoen verrassend voor deelname aan de Europa League. Dan komt er onverwacht een hoop geld binnen. Indien dat geld goed wordt geïnvesteerd en de club ook de komende jaren boven zichzelf uitstijgt, ontstaat een positieve trend. Zo eenvoudig als het klinkt, is het allerminst.
Logische gevolgen van een aantal goede prestaties op rij, zijn een verhoging van het salarisplafond en meer transferuitgaven. Dat is dan per slot van rekening mogelijk, want de inkomsten zijn ook gestegen. Dergelijk opportunistisch beleid is gelijk de grootste valkuil.

Als de ploeg na zijn successen plotseling mindere prestaties levert en geen Europees voetbal meer speelt, terwijl dat wel is begroot, ontstaat een tekort. Een incidenteel tekort is vrijwel altijd op te vangen, maar wordt er drie jaar op rij geen Europees voetbal gehaald, heeft NAC een probleem. De spelers met hoge salarissen zijn immers voor meerdere jaren vastgelegd en de begroting is ingesteld op meer inkomsten dan in werkelijkheid binnen komt. Zo ontstaat een negatieve trend, die moeilijk te stoppen is. Geld lenen om een tegenvaller op te vangen is door de reguleringssystemen namelijk onaantrekkelijk.

Uit angst voor die laatste situatie, zullen bestuurders steeds voorzichtiger worden met investeringen na een incidenteel succes. Beleidstechnisch valt dat te prijzen, maar het maakt de competitie er niet spannender op. De bonden zetten zichzelf, waarschijnlijk onbewust, voor het blok. De Hoog: “Zij moeten zich afvragen wat zwaarder weegt: de financiële voordelen of de daaruit ontstane sportieve nadelen – die ook gevolgen hebben voor de financiële situatie.“

NAC zal ook in de toekomst nog kunnen stunten tegen Ajax en Feyenoord. Maar de onderlinge verhoudingen zoals die nu zijn, zullen op de lange termijn standhouden. En zodoende gaan de UEFA en KNVB voorbij aan één van hun belangrijkste doelen: het creëren van een eerlijke concurrentiestrijd. Volgens Sass worden de verschillen uiteindelijk zelfs onoverbrugbaar.

De gevolgen zullen voor de Eredivisie hetzelfde zijn als voor de Champions League, waar Ajax inmiddels te vergelijken is met een eredivisieclub die elk jaar het linkerrijtje misloopt. Hoe treurig het ook is: onder de huidige omstandigheden zal hoogstwaarschijnlijk nooit meer een Nederlandse club tot de finale van het kampioenenbal reiken. Daarop maakt alleen nog de Europese elite aanspraak. Die groep is rijk genoeg.

1 reactie

  1. Ik heb Eibar gevolgd. Ze hebben nauwelijks bekende spelers, eerder mensen die bij de grotere clubs niet meekonden.
    Toch staat er blijkbaar een ploeg, met 20 Punten staan ze na 15 machten op een 9 de plek, voor Athletic de bilbao en Real Sociedad. Misschien toch een lichte aanwijzing dat niet alle Spaanse ploegen toppers zijn en ook dat veel voetballers schrijnend overbetaald zijn

Reageer op dit artikel