Enig kind, met twee halfbroers

Fotocredit: Wikimedia

Er zijn steeds meer samengestelde gezinnen in Nederland en mijn gezin is er een van. ‘Nieuwe’ gezinnen worden als moeilijk gezien: leeftijdsverschillen tussen ouders, een lastige samenvoeging van twee culturen etc. Hoe moeilijk is het om een samengesteld gezin bij elkaar te houden?

“Mijn papa is 38 jaar en mijn mama is 35 jaar, hoe oud zijn jouw papa en mama?” werd vaak gevraagd door mijn klasgenootjes op de basisschool. Ietwat aarzelend mompelde ik dan: “Mijn papa is 57 jaar en mijn mama is… mijn mama is 37 jaar.” Grote ogen, hier en daar een geschrokken gezicht en een ‘Ohh! Dat is oud!’ of ‘Zo oud is mijn opa!’ volgden al gauw. Ik keek mijn klasgenoten vreemd aan. Wat is er dan zo raar?

Bijna tien procent van alle gezinnen is een samengesteld of een stiefgezin. Dat houdt in dat een of beide ouders kinderen uit een vorig huwelijk meenemen naar een nieuw huwelijk.  Volgens het CBS en het Nederlands Jeugd Instituut neemt dit aantal gezinnen toe in 2016, door een verhoogd aantal scheidingen. Samengestelde gezinnen worden als moeilijke gezinnen gezien, omdat kinderen vaak aan elkaar moeten wennen en de ouders niet goed weten hoe ze het gezin als een geheel kunnen maken. Zelf kom ik uit een variant op een samengesteld gezin waar eigenlijk geen grote problemen waren. Hoe gingen mijn ouders om met het feit dat ze een ‘nieuw’ gezin vormden? Hoe hebben ze hier rekening mee gehouden in mijn opvoeding? Dit zijn vragen die ik mijn ouders ga voorleggen, in de hoop er een antwoord op te vinden.

Eerst even wat cijfers

De oranje kolommen zijn gezinnen met één kind en een totale leeftijd van de ouders. De gele kolommen zijn gezinnen met één kind en een moeder die een kind kreeg tussen 25 en de 30 jaar. Dit laatste onderdeel is op mij van toepassing.

 

(bron: CBS, huishoudenssamenstelling en herkomstgroepering, 2016)

 

Mijn gezinssituatie

Mijn vader (69) is hertrouwd met mijn moeder (49) nadat zijn eerste huwelijk strandde. Met zijn eerste vrouw heeft hij twee kinderen, die iets jonger dan mijn moeder zijn. Zij zijn mijn halfbroers. Ik heb nooit met beide broers in een huis gewoond, aangezien zij al volwassen waren en kinderen kregen voor ik geboren werd. Ik ben dus tante van neven die tot vier jaar ouder zijn. Heel ingewikkeld, maar in de praktijk heel simpel: ik ben enig kind met twee halfbroers.

Terminologie

Patchwork gezin, samengesteld gezin, stiefgezin of nieuw gezin: de termen vliegen je om de oren. Maar uit wat voor gezin kom ik dan?  Ik schakel de hulp in van pedagoog Corrie Haverkort, een van de bedenkers van het Stiefplan, een stappenplan voor een succesvol samengesteld gezin. De juiste term voor mijn gezinssituatie is volgens haar een kerngezin binnen een samengesteld gezin. “Een kerngezin is een gezin waar een bloedband is tussen kind en beide ouders. Simpel gezegd: je woont samen met allebei je biologische ouders. In een kerngezin binnen een samengesteld heeft een of beide ouders kinderen uit een eerder huwelijk. In zo’n gezin komt vaak een leeftijdsverschil tussen ouders voor”, vertelt ze. Het is volgens haar moeilijker dan een kerngezin, maar wel eenvoudiger dan een samengesteld gezin. “Een samengesteld gezin vraagt meer van de ouders, omdat ze van twee gezinnen een eenheid moeten maken. In jouw geval was het eenvoudiger omdat je niet te maken hebt met halfbroers die bij jou thuis wonen.”

Een kerngezin binnen een samengesteld gezin komt steeds vaker voor, volgens Haverkort. Een leeftijdsverschil hoort daar bijna altijd bij, omdat de kinderen uit het eerste huwelijk vaak al het huis uit zijn. Zo ervaar je minder problemen dan bij een samengesteld gezin, maar ouders kunnen wel last hebben van een loyaliteitscomplex tegenover kinderen die buiten het nieuwe gezin vallen. In mijn geval zijn dat mijn halfbroers. “Het kan zijn dat je vader moeite heeft of heeft gehad met het verdelen van aandacht tussen jou en je broers. Dat is een veelvoorkomend probleem bij deze vorm van kerngezinnen. Je start eigenlijk een nieuw gezin met nieuwe mensen en je kan daardoor het gevoel krijgen dat je jouw oude gezin tekort doet.”

In gesprek

Hoe is ons gezin eigenlijk ontstaan? Ik vraag het mijn ouders. We zitten in de woonkamer, in de zithoek. Gewapend met thee, koffie en een stukje gevulde speculaas leg ik mijn ouders uit wat ik van ze wil weten. Ik begin bij het begin: hoe begon hun relatie?

“Als een vriendschap”, zegt mijn moeder. Ze is op haar negentiende naar Tilburg verhuisd om te studeren. Voor haar studie Sociologie deed ze een participerend onderzoek in het Baanlozencentrum in het Volt gebouw in Tilburg (waar tegenwoordig de Voltage zit). Mijn vader raakte in 1979 betrokken bij een ongeluk waar hij blijvend letsel aan heeft overgehouden. Dat zorgde ervoor dat hij arbeidsongeschikt werd verklaard. Hij werkte daarna in de ontvangstgroep van het Baanlozencentrum en had daar een bestuursfunctie. “Je moeder wilde mij per se spreken voor haar onderzoek, omdat ik in het bestuur zat”, vertelt mijn vader. “We spraken uiteindelijk een paar keer af en eigenlijk is ze nooit meer weggegaan.”

20161114_094535
Mijn ouders op de bank in de woonkamer.

Ik vraag ze naar het leeftijdsverschil. Mijn vader: “In het begin van de relatie heb ik daar veel over nagedacht. Ze is drie jaar ouder dan mijn oudste zoon, dat is best heftig. Toen we elkaar ontmoetten, zat ik net in rustig vaarwater na de scheiding met mijn ex-vrouw. Zoiets als dit zou daar wel eens verandering in kunnen brengen.” Maar dat gebeurde niet. Althans, niet recht in hun gezicht. “De familie heeft er nooit veel over gezegd. Er was geen goedkeuring, maar ook geen afkeuring. Het zal niet zomaar geaccepteerd zijn, maar de familie heeft zich er nooit over uitgesproken.”

“Mijn familie heeft wat meer van zich laten horen, wat dat betreft”, valt mijn moeder in. “Ik weet nog dat ik mijn familie op een trouwfeest van mijn neef liet weten dat ik een vriend had die twintig jaar ouder was. Dat werd toen niet serieus genomen: ze dachten echt dat ik een grapje maakte. Mijn broer heeft er ook veel moeite mee gehad. Hij heeft dat wel eens uitgesproken, maar inmiddels is hij er wel aan gewend.”

Mijn moeder komt uit een protestants dorpje in de Achterhoek.  De mentaliteit daar was toen dat je wel mocht studeren, maar je komt uiteindelijk gewoon weer terug naar het dorp. Iedereen hield zich aan tradities en mijn moeders keuzes passen daar niet bij. Ze ging weg om te studeren en bleef in het Rooms-Katholieke zuiden wonen. Dat kan écht niet. Ze vertelt: “Vooral mijn neef had er veel moeite mee. Hij besloot uiteindelijk om niet op onze bruiloft te komen. Ik denk niet dat hij niet wilde, maar hij kon het niet vanwege zijn principes. Mijn keuzes pasten daar gewoon niet bij.” Mijn vader is geboren en getogen in Tilburg. Ik heb het grootste deel van mijn leven vooral met zijn kant van de familie opgetrokken. Mijn twee halfbroers waren daar een onderdeel van, de een iets meer dan de ander. “Beiden vonden het wel prima, maar ik denk dat mijn oudste zoon er de meeste moeite mee had”, zegt mijn vader. Mijn moeder valt in: “Ik denk dat jouw familie er wel moeite mee had, maar dat ze dat omzetten in een onuitgesproken gevoel dat in de lucht bleef hangen. Later is dat overigens wel verdwenen.”

Mijn opvoeding

Voor mij was het leeftijdsverschil tussen beiden nooit echt een probleem. Mijn ouders hebben mij nooit expliciet uitgelegd wat de situatie was en ik vroeg er nooit naar. Pas toen mij duidelijk werd dat niet alle ouders zoveel in leeftijd schelen, was ik bang dat andere kinderen het raar zouden vinden. Mijn ouders hebben daar nooit echt over nagedacht. “We wilden er geen probleem van maken en ervoor zorgen dat het ‘normaal’ voor je was. Ik zorgde er bijvoorbeeld voor dat ik veel met ouders van andere kinderen in gesprek was, zodat zij ook begrepen dat hier geen vreemde situatie gaande was”, vertelt mijn vader, “en daarnaast heb je nooit aangegeven dat je het vervelend vond. Je hebt geen gekke vragen gesteld en andere kinderen eigenlijk ook niet.” Dat is waar. Los van het schoolplein en een medewerker van ijssalon Intermezzo die, toen mijn vader naar het toilet ging, heel hard tegen mij riep: ‘Zo. Nu even op je opa wachten!’, heb ik weinig opmerkingen over de leeftijd van mijn ouders gehoord.

In het boek ‘Hoe maak je een succes van je nieuwe gezin?’ beschrijft Haverkort zeven belangrijke stappen voor een samengesteld gezin. Belangrijke stappen zijn volgens haar stap 3: bloedband en stiefband naast elkaar, stap 4: twee culturen bij elkaar en stap 7: meerdere loyaliteiten. “Dit is voor jou ook het meest van toepassing. Je ziet vaak dat deze stappen het lastigst zijn voor samengestelde gezinnen.” Ik vraag mijn vader of hij een loyaliteitscomplex heeft of had. Die vraag maakt wat emoties los. Het valt even stil, maar mijn vader hervat het gesprek. “Ik heb daar zeker last van, vroeger meer dan nu. Vooral richting je halfbroers. Ik ben de eerste twaalf/dertien jaar van hun leven hun vader geweest en daarna was ik ineens weg. Wat heeft geholpen is dat je halfbroers je moeder, en later jou, geaccepteerd hebben. Dat deden ze al vrij snel. Ik heb heel erg mijn best gedaan een goed contact met ze te onderhouden, ondanks dat het soms lastig was voor de omgeving.”

Ik heb nooit last gehad van het feit dat mijn vader zijn aandacht soms moest verdelen, maar dat komt ook omdat mijn halfbroers voor mij meer neven waren. Ik ben niet in hetzelfde huis opgegroeid als zij. Ik ken hun cultuur niet goed genoeg en we hebben geen ‘broer-zus’ relatie.

Generatiekloof?

In mijn gezin leven we eigenlijk met drie generaties in één huis. Ik vraag mijn ouders of er een generatiekloof is in hun relatie. Mijn moeder: “Soms ben je in je beleving wat alleen. Ik zat, toen ik je vader ontmoette, in een hele andere levensfase. Ik moest bijvoorbeeld nog helemaal niet aan kinderen denken, terwijl je oom en tante net een kind kregen. Ik was student en kreeg ineens de rol van oma. Dat was even wennen in het begin. Ook kwam ik met andere thema’s in aanraking. Zoals nu. Je vader is bijna zeventig. Thema’s als ziekte en dood komen nu aan bod. Daar zijn we beiden al even mee bezig. Ik denk dat als ik een man was getrouwd die jonger was, ik daar nu nog lang niet mee bezig zou zijn.” Mijn vader ervaart dit minder. “Ik merk wel dat ik ouder word en fysiek iets minder kan dan je moeder. Of er dan sprake is van een generatiekloof, vraag ik me af.”

Samengestelde gezinnen in de media

In de media is er al veel geschreven over nieuwe gezinnen. Zeker omdat er steeds meer van dit soort gezinnen ontstaan. Er zijn veel tegenstellingen te vinden. In  de hoek van de pedagogiek en opvoeding wordt met een redelijk negatieve toon geschreven over dit onderwerp. Een gezin brengt vaak de nodige problemen met zich mee want kinderen maken de scheiding mee, gaan door trauma’s, krijgen zomaar broers en zussen zonder dat ze daar zeggenschap in hebben.

Haverkort zegt daarop: “Ongeveer zestig procent van de samengestelde gezinnen valt uit elkaar. Dat heeft te maken met het feit dat twee gezinsculturen worden samengevoegd. Voor de ouders is dat lastig, maar zeker ook voor de kinderen. Je krijgt te maken met het loyaliteitsprobleem bij zowel kind als ouder als het gaat om het geven van aandacht. De omschakeling, het verdelen van de aandacht, kan lastig zijn. Dit zijn veelvoorkomende problemen, waar mensen hun ervaringen over willen delen. Vandaar dat dit sneller aangekaart wordt.”

Daar staat tegenover dat er initiatieven ontstaan om de negatieve berichtgeving tegen te gaan, bijvoorbeeld een film van de jeugdzender Zapp, over een samengesteld gezin, genaamd Rabarber.

Voor een stukje publieke opinie duik ik ook even in de fora op internet. Hier gaan mensen, vooral vrouwen, in gesprek over hun gezinssituatie.. Wat mij verbaast, is dat er weinig gezinnen hetzelfde in elkaar zitten als mijn gezin. Ik lees over stiefkinderen die het moeilijk vinden om zich aan te passen aan een extra kind bij het gezin en over kinderen die juist niet kunnen wachten tot het gezin wordt uitgebreid.

Vreemd gezin

Met het schrijven van dit artikel besef ik mij hoe ingewikkeld gezinssituaties zijn. Los van het leeftijdsverschil, heb ik mij nooit beseft wat er zich voor mijn geboorte en tijdens mijn opvoeding allemaal heeft afgespeeld. De grootste les die ik vanaf kleins af aan heb meegekregen is misschien een open deur, maar wel een mooie, grote, eikenhouten deur: ‘Sta open voor wat er op je pad komt.’ Daar komt bij dat niets is wat het lijkt. Mijn ouders hebben me geleerd om minder snel te oordelen over ‘vreemde’ gezinnen, omdat ik zelf uit een ‘vreemd’ gezin kom. Een les die mij de rest van mijn leven bij zal blijven.

Reageer op dit artikel