‘’Er was altijd muziek in huis’’

Bron: Pixabay

Ine de Kok (71) is geboren en getogen in Tilburg, een paar jaar na de oorlog. Opvallend is dat haar gezin, ondanks dat ze in een parochie woonden, niet gelovig was. Muziek was bij hen daarentegen wél een groot onderdeel van het leven.  

Verleden

‘’Toen ik geboren werd in 1948, was de wereld in opbouw, wat inhield dat mijn vader een goede baan had bij Unilever in Gouda en mijn moeder huisvrouw was. Ze had maar vier kinderen, wat weinig was in die tijd. Daardoor had ze voldoende tijd voor haar gezin. We hadden een behoorlijk huurhuis aan de ring van Tilburg, met kippen, een konijn en een hond. We speelden altijd veel buiten met de kinderen van de buren, en omdat we aan de rand van het buitengebied zaten, hadden we alle ruimte.’’

‘’Tilburg was een katholieke stad, waar je in parochies woonde die om de kerken heen gecreëerd waren. Wij hoorden bij parochie De Hoefstraat. Religie betekende echter niet veel in ons gezin. We gingen naar de verplichte mis op zondag, maar dat was het dan ook wel zo’n beetje. Je zou eigenlijk denken dat na de angsten van de oorlog religie veel zou aantrekken, maar de oorlog had mensen ook flink zelf na laten denken waardoor ze zich minder richtten naar de ideeën van geestelijk leiders. Daarbij hadden ze behoefte aan plezier en vrolijkheid, bij ons uitte zich dat in de liefde voor muziek. Er was altijd muziek in huis, met name piano, zang en radio. Een goed punt op je rapport voor muziek werd dan ook veel meer gewaardeerd dan voor godsdienst. Diverse grote gezinnen om ons heen waren wel  fanatieker in de uitvoering van godsdienstige rituelen, maar toch denk ik dat de ontkerkelijking toen al een flinke stap had gemaakt.’’

‘’In de parochies waren scholen. Vanaf ons vierde tot ons zesde jaar gingen we naar de bewaarschool, die gemengd was. Daarna zes klassen naar de lagere meisjesschool. In die tijd werd het onderwijs in Tilburg georganiseerd door de katholieke kerk. Voor de jongens met name door de Fraters van Tilburg en voor de meisjes door verschillende nonnenorders. Wij werden begeleid door de zusters van de Vliegkappen, een orde opgericht in Frankrijk. Er was ook nog wat protestants en joods onderwijs, het openbare onderwijs kwam pas later.’’

‘’Na de lagere meisjesschool kon je nog les krijgen op de M.E.A.O., middelbaar administratief onderwijs, een onderwijsvorm die voor het eerst ging proefdraaien en meteen al een succes was. Je leerde er alles wat nodig was voor een kantoorbaan: typen, steno, brieven opstellen en financiële administratie. Via deze school kon ik solliciteren bij verschillende bedrijven die daarvoor een aanvraag ingediend hadden. Ik kwam bij de Katholieke Leergangen, waar ik meewerkte op de administratie van de Kunst Akademie Tilburg. Als bijverdienste schonk ik op zaterdagmorgen, wat ook een lesdag was, koffie in de kantine.’’

‘’Werken was voor vrouwen toch wel gebruikelijk in deze tijd. Overal waren familiebedrijven die aan opvolging toe waren. Mijn schoonmoeder werkte bijvoorbeeld ook mee op de typkamer, een onderdeel van de drukkerij die mijn schoonfamilie bezat. Later gingen mijn man en ik ook bij de drukkerij wonen, dat was handiger toen onze dochter eenmaal geboren was. Het was min of meer vanzelfsprekend in het midden kleinbedrijf dat je als vrouw je man ging ondersteunen in de werkzaamheden waar je als toekomstig gezin van afhankelijk werd. Het werk dat ik deed lag ook in de administratieve lijn, waar ik voor geleerd had. Er was in die tijd geen kinderopvang, dus als je aan een gezin wilde beginnen moest je werk en huishouden wel combineren. Het werd ook door mijn schoonouders als een mooie kans gezien dat wij in de drukkerij werkten. Natuurlijk wilden ze ook graag dat het bedrijf verder ging, want ze hadden nog zes kinderen die naar hun bestemming moesten en hun geld en pensioen zat in de zaak. Dat kon er alleen maar uitkomen door verkoop of opvolging.’’

‘’Het hebben van personeel bij de drukkerij vond ik altijd heel moeilijk. Zij werkten hard en goed voor het bedrijf, maar brachten ook altijd een zak vol privéproblemen mee. Verder veranderde de drukkersbranche heel sterk. In het begin maakten we veel lichtdrukken, maar later moesten we switchen naar digitaal drukwerk en dat was een grote stap voor het bedrijf. Een totaal ander vak met een hoog prijskaartje, maar ook dat is ondernemen.’’

Heden en toekomst

‘’Wat ik nu heel spannend en interessant vind, is de ontwikkeling van de technische intelligentie. De wedloop om nog meer luxe en een meer en meer economie vind ik jammer, dat gaat ten kosten van de natuur. De huidige maatschappij is te overbevolkt en daardoor zijn er veel verschillen met daaruit voortvloeiende problemen. Ik denk dat het tijd is dat we ophouden met het vermenigvuldigen van onze soort, ik gun de natuur op onze aardbol een sterke verbetering.’’

‘’Ik hoop dat er tijdens mijn leven nog veel vorderingen gemaakt worden met het reizen in de ruimte, en dat het ruimtevuilnis dat er nu al is wordt opgeruimd. Verder ben ik natuurlijk benieuwd hoe mijn nageslacht met hun leven omgaat. Wel zie ik sterk op tegen de aftakeling van mijn lichaam en geest.’’

Reageer op dit artikel