‘Film is een fysieke ervaring en dat is cruciaal’

Een lichtstraal baande een weg door complete duisternis. De doodse stilte werd onderbroken door een geratel dat steeds sneller ging. Grote pupillen werden kleiner toen de lichtstraal het zilveren doek bereikte. Er verscheen in enorme letters Lawrence of Arabia. Iedereen in de bioscoopzaal keek naar het trillende en korrelige scherm en ging even terug in de tijd.

Zo zag een bioscoopbezoek er nog uit voor het jaar 2000, maar er is heel wat veranderd. Lawrence of Arabia (1962) draaide begin april in het EYE Filminstituut in Amsterdam. Geen digitale film, maar een 70 mm-film. Dat analoog filmformaat is tegenwoordig schaars, want sinds 2012 worden films in Nederland alleen nog maar digitaal geprojecteerd. Het EYE maakt nog uitzonderingen.

Als filmliefhebber heb ik Lawrence of Arabia vier jaar geleden thuis op Blu-Ray gezien. Dat was een unieke filmervaring: de mooiste film die ik ooit heb gezien. Ik stond ervan versteld dat een film zo groots als Lawrence of Arabia in 1962 opgenomen is. Hij ziet er nog steeds prachtig uit. Na wat research kwam ik erachter dat de film op 70 mm is gefilmd, maar wat betekende dat? Omdat we in deze tijd digitale camera’s en mobieltjes gewend zijn, is het moeilijk voor te stellen dat films vroeger op een filmrolletje werden opgenomen met een gigantische analoge camera: geen autofocus, geen stabilisatie, geen 8 terabyte harde schijf. Ik was nieuwsgierig naar waarom analoge film nu eigenlijk verloren is gegaan en komt het ooit nog terug?

Ontwikkeling en traditie

De historie van cinematografie, oftewel gaat terug naar 1830 toen foto’s snel achterelkaar werden afgebeeld door middel van een draaiend bord. Pas in 1888 kwam de eerste echte film uit: Roundhay Garden Scene van Louis Le Prince. Deze film werd geschoten op film gemaakt van papier. Later werd het materiaal celluloid uitgevonden dat beelden op chemische wijze op een plastic filmstrip kon afbeelden. Toen waren Nickelodeons de enige manier om een film te zien. Dat waren een soort kleine theaters die op hoeken van straten stonden. Pas sinds de Cinematographe van de gebroeders Lumière kon film op een groot doek worden geprojecteerd. Dat was rond 1895. Vanaf dat moment begon langzaam het bioscooptijdperk, dat elk jaar groeide en groeide.

Rond 1925 ontstond de mogelijkheid om geluidfilms te maken. Tot die tijd werden films gemaakt zonder geluid, oftewel stomme films. Ongeveer tien jaar later, rond 1936, werden voor het eerst kleurenfilms geschoten. Sommige filmmakers kozen ervoor om de nieuwe technologieën meteen te gebruiken, maar anderen – als Charlie Chaplin – bleven stomme films maken tot in de jaren ‘40. Ook regisseur Billy Wilder bleef grotendeels zwart-wit films maken tot 1960, allemaal uit het principe dat film traditioneel moet blijven. Dit principe is ook een argument dat in de modernere kwestie speelt: de overstap van analoog naar digitaal.

‘Eigen normen en waarden’

Iemand die nog steeds trouw is aan analoog is filmmaker Jaap Pieters. Hij was de eerste keer niet te bereiken. Een dag later belde hij terug: no caller id. Pieters verontschuldigde zich dat hij niet bereikbaar was. Hij heeft namelijk geen mobieltje. Ik vroeg waarom hij de ‘analoge goeroe’ wordt genoemd bij EYE, waarop hij hard moest lachen. “Ja, is dat zo? Nou, ik schiet alleen films op film, niet digitaal. Dat heeft me nooit getrokken. Films horen op film te worden geschoten. Ontwikkeling in tijd en techniek moet je niet willen tegenhouden, maar je moet je eigen normen en waarden blijven hanteren.”

Je eigen normen en waarden blijven hanteren is een waarde die meer filmmakers hebben. Zo schoot regisseur Christopher Nolan de film Dunkirk volledig analoog. Tijdens zijn speech op het BFI London Film Festival vertelde hij: “Ik wil dat niemand een filmmaker zegt dat die niet meer op analoog mag schieten, net zozeer dat je zegt dat David Fincher of Steven Sodenbergh niet op digitaal kunnen schieten. Dat is het recht van de regisseur. Het is zijn eigen keuze.” Maar waarom zou iemand voor analoog kiezen als die ook digitaal kan filmen?

Vanaf de jaren ‘80 van de vorige eeuw ontwikkelde Sony nieuwe digitale camera’s. Film werd steeds minder op analoge filmspoelen gedrukt, maar meteen naar een cassette overgezet. De belangrijkste vooruitgang was dat je eindelijk precies kon zien wat je filmde. Analoge camera’s hebben maar een klein gaatje om in te kijken: je ziet geen rasterlijnen en moet erg zorgvuldig zijn om scherpte en diepte in te kunnen stellen.

Iemand die mij precies het verschil kon benoemen, is Paul van de Bos, cameraman van onder andere Soldaat van Oranje. In een telefonisch interview liet hij me weten wat zijn ervaringen zijn met beide formaten. Hij maakte namelijk de overgang mee. “Op een gegeven moment zagen producenten in dat digitaal handiger en sneller was. Er konden zo meer grootschalige films geschoten worden. Meer films, meer geld.” Jaap Pieters is het hier totaal niet mee eens zijn: “Handiger en sneller zijn woorden die niet voor mij bestaan. Film hoort voor mij maar op één manier gemaakt te worden, maar het is natuurlijk een kwestie van voorkeur om voor analoog of digitaal te kiezen.”

Een uitstervend beroep

De eerste film die volledig digitaal werd geschoten, gemonteerd en geprojecteerd was Star Wars – Episode II: Attack of the Clones (2002). In die tijd ging Hollywood vrijwel helemaal over op digitaal. Er werden steeds minder analoge films gemaakt en analoge projectoren werden vervangen door digitale. In 2012 waren analoge projecteren volledig verdwenen uit de Nederlandse bioscopen. Alleen het EYE Filminstituut bleef zijn analoge projectoren houden. Ze dateren uit de jaren ’60 en ’70 van de vorige eeuw. Degene die ze bedient is Anton Bakker, een filmoperateur die al 25 jaar in het vak zit. Net voor de voorstelling van Lawrence of Arabia kon ik een kijkje nemen in de cabine. Er stonden twee projectoren ter grootte van een koelkast.

Bakker was daarbinnen een filmspoelen aan het verbinden “Een analoge film komt in zeven aktes, dus zeven spoelen die je aan elkaar moet plakken voordat je die afspeelt. Al die spoelen zijn te zwaar om in een keer te brengen. Analoog is daarom veel leuker. Er zit meer variatie in. Een digitale film wordt op een schijfje of digitaal aangeleverd. Je hoeft maar op een knopje te drukken.” Bakker noemde zijn vak een uitstervend beroep, terwijl hij vrolijk de derde aan de vierde akte plakte. Hij gebruikte normale plakband en noteerde op een geel stickertje ‘3/4’. De film die hij aan het plakken was, was Phantom Thread (2017) op 70 mm. “De filmmaker Paul Thomas Anderson is een van de weinige filmmakers die nog analoge films schiet. Hij schoot deze in 35mm, maar printte die op 70 mm-film, dat noem je een blow-up.”

Een andere filmmaker die ook nog op film schiet is Quentin Tarantino, hij bracht in 2015 The Hateful Eight uit op 70 mm. De filmrol is 70 millimeter breed en de beelden staan er verticaal op afgedrukt. Er is maar een formaat dat groter is dan 70 mm: IMAX 70 mm. Op die filmrol staan de afbeeldingen er horizontaal op. De film Dunkirk (2017) van Christopher Nolan is gefilmd in IMAX 70mm. (Zie het figuur hiernaast om de verschillende formaten te vergelijken).

‘Analoge film is niet heilig!’

Bakker vindt analoog spannender, maar er zijn gevallen dat hij liever een digitale film kijkt vanuit zijn cabine. De film die hij aan het plakken was – Phantom Thread – werd in twee versies geleverd bij EYE: de analoge 35 mm en de DCP (digitaal). “De filmmaker heeft de 35mm nauwelijks opgepoetst en zo puur mogelijk gelaten, waardoor die af en toe lelijk oogt. Zo zien de schaduwen op jurken er vreemd uit. Zoiets leidt je af tijdens het filmkijken. In de opgepoetste DCP-versie zien ze er veel natuurlijker uit.” De beeldkwaliteit is volgens Jaap Pieters op analoge film juist veel beter. “De lichtverhouding, kleurverzadiging, de korrel en het materiaal maken de film zo veel rijker en mooier. Als je in de bioscoop zit zie je het beeld een beetje bewegen, soms verspringt er wat. De film leeft. Film is namelijk een fysieke ervaring en dat is cruciaal. Film is anders geen film, maar iets steriels.”

Cameraman Van de Bos is het daar niet mee eens: “Analoge film is niet heilig! Film is een inhoudelijke zaak.” Volgens Jaap Pieters is film juist geen inhoudelijke zaak, maar komt puur voort uit de kunstzinnige geest. “Ik heb mijn eigen taal ontdekt om me te kunnen uitdrukken en dat was 8mm-film. Waarom zou ik werken met iets anders als er nog zoveel te ontdekken valt met analoog?” Pieters heeft nog nooit een ander format gebruikt. Wel heeft hij ooit een digitale foto moeten maken voor een vriend van hem. “Ik kon rasterlijnen zien. Scherpte, licht en kleur werden automatisch ingesteld. Veel te makkelijk!” Van de Bos: “Anno nu is het raar om met iets te schieten zonder meteen resultaat te kunnen zien. Nu zie je alles wat je doet. Vroeger moest het allemaal kloppen en dat maakte film spectaculairder.”

‘Deze keer was precies als in 1962’

Dit is de reden dat filmliefhebbers naar EYE komen, zegt filmoperator Anton Bakker. Steeds meer jonge mensen komen langs om analoge films te zien. “Toen The Hateful Eight uitkwam, zat het hier vol. Ochtend, middag, avond.” Ik besloot dus na de voorstelling van Lawrence of Arabia met wat bezoekers te spreken. Het publiek was vrij klein en enorm gemengd. Veel 20’ers en 70’ers.

Serge Greeven (22) zegt dat het grote scherm hem naar deze film toetrok. “Ik had de film al op tv gezien en vond het wel toepasselijk om die op het grote doek te zien. Lawrence of Arabia is spectaculair en kan alleen op het grote scherm bekeken worden. Dat is de juiste manier.” Ik vroeg of het analoge filmformaat er wat mee te maken had, waarop de jongen met zijn hoofd schudde. “Nee, ik keek hem alleen omdat die in de bioscoop is.”

Na Greeven kwam een wat oudere man de zaal uitgelopen: John de Jong (69). Hij ging voor de tweede keer naar Lawrence of Arabia. “Deze keer was precies als in 1962. Op mijn dertiende maakte de film zo’n indruk op me dat ik hem nu weer moest zien in de bioscoop. 70 mm is het mooiste filmformaat dat er bestaat.”

Net als Mount Everest

Volgens Bakker was de bioscoopzaal wel helemaal vol bij The Hateful Eight. “Maar Tarantino is dan ook een van de meest geliefde regisseurs in Hollywood op het moment. Analoge film is verdwenen omdat digitaal handiger en betrouwbaarder is. Filmspoelen kosten 25.000 euro en er zijn af en toe mechanische problemen. Een DCP kost maximaal 3.000 euro en werkt met één druk op de knop.” Toen The Hateful Eight voor het eerst op 70 mm werd gedraaid voor critici in Los Angeles, waren er zelfs zoveel problemen met de projectoren dat ze een digitale versie moesten screenen.

Ondanks dat Tarantino digitale films en digitale projectie niks vindt, vertelde hij tijdens het filmfestival van Cannes in 2014 “Jonge mensen kunnen nu filmen met hun telefoon als ze dat goed kunnen en willen. Vroeger had je ten minste een 16 mm-camera nodig om iets te maken, dat was net als Mount Everest die bijna niemand kon beklimmen.” Als 21-jarige filmliefhebber ben ik bewust naar Amsterdam afgereisd om een analoge film te zien. Misschien ben ik wel een van de weinigen van mijn leeftijd, ook vind ik digitaal schieten veel handiger. Je kunt de kunst respecteren en toch digitaal schieten, zeker als je op zo’n jonge leeftijd niet alle apparatuur kunt betalen.

Bakker: “Vijf jaar geleden waren mensen alleen nog maar op zoek naar digitaal, nu proberen grote filmmakers weer meer analoog te schieten. Misschien wordt het wel een succes. De lp is nu ook terug en dat meer dan ooit, dus wie weet.” We zullen zien wat de toekomst ons brengt, maar ik hoop dat filmmakers analoog blijven schieten als ze dat willen. Ik zag Lawrence of Arabia met eigen ogen op 70 mm en ik kan concluderen dat die er veel beter uitzag dan de digitale versie.

Reageer op dit artikel