Gamen is zo verkeerd nog niet

Videogames worden al jaren bekritiseerd. Gamers zouden er gewelddadig van worden en kinderen zouden urenlang hun tijd verspillen aan het uitroeien van zombies. Word je van gamen daadwerkelijk gewelddadig en zitten er enkel nadelen aan? Welnee.

Het dialoog borrelt vaak op na tragedies waarbij wapens in het spel zijn. Na de schietpartij op Columbine High School (Colorado, VS) in 1999 benadrukten politici en verslaggevers maar al te graag de connectie tussen de moordenaars en hun favoriete spel, Doom. De Virginia Tech-schutter zou tot zijn daden gekomen zijn door Counter-Strike en de Noorse massamoordenaar Anders Breivik zou Call of Duty als ‘trainingssimulator’ gebruikt hebben. Alle drie de spellen zijn first-person shooters: je loopt rond met een wapen en speelt vanuit het perspectief van de personage.

Lees meer over deze schietpartijen
Columbine High School: Eric Harris (18) en Dylan Klebold (17) schieten twaalf medeleerlingen en een leraar dood en plegen vervolgens zelfmoord. Nog eens 24 anderen raakten gewond.

Virginia Tech: In 2007 richt de Zuid-Koreaanse Seung-Hui Cho een bloedbad aan op een universiteit in het Amerikaanse Virginia. Er vallen 33 doden, onder wie de schutter zelf.

Noorwegen: In 2011 pleegt Anders Breivik een dubbele aanslag in Noorwegen, bestaande uit een bomaanslag in de regeringswijk van de hoofdstad Oslo en een schietpartij op een zomerkamp van de jeugdafdeling van de sociaaldemocratische Noorse Arbeiderspartij op het eiland Utøya. 77 mensen komen om het leven.

Sniper: Ghost Warrior 3

Zijn deze moordenaars beïnvloed door het spelen van gewelddadige schietspellen óf ligt de werkelijke oorzaak elders? Er zijn meer dan honderd onderzoeken gedaan naar de effecten van geweld en agressie in games. Toch is er geen duidelijk antwoord te geven op de vraag of gewelddadige spellen en agressie een verband met elkaar hebben. De onderzoeken hebben veelal een andere uitkomst.

Volgens onderzoek van psychologen van de Amerikaanse University of Rochester is het niet de inhoud van een spel dat agressieve gevoelens oproept, maar de frustratie als gevolg van falen tijdens het spelen. Als de moeilijkheidsgraad van het spel te hoog is of het proefpersoon het spel voor het eerst speelt wordt deze persoon sneller agressief, omdat bepaalde dingen niet lukken. Avichal, een gamer die ik online heb ontmoet, laat weten: “Soms word ik tijdens het spelen wel agressief, maar dat is daarna alweer weg”.

Karin Fikkers, van de Universiteit van Amsterdam heeft onderzocht dat agressie door game-geweld niet ontstaat in een harmonieus gezin. Volgens haar onderzoek reageert niet iedereen hetzelfde op het urenlang spelen van een spel als Call of Duty. Kinderen die thuis vaker worden geconfronteerd met geweld reageren iets agressiever wanneer zij regelmatig in aanmerking komen met gewelddadige media, al is dat effect klein. In een interview met de Volkskrant zegt Fikkers: “De mate van agressie thuis voorspelt veel sterker of kinderen zelf gaan slaan en schelden dan het aantal uren gewelddadige videogames dat ze spelen.”

De Amerikaanse onderzoekers Brad Bushman, Carlos Cruz en Mario Gollwitzer stellen dat geweldaddige games juist wel een negatief effect hebben op kinderen. Bushman zegt in een persbericht van de Ohio State University dat de overgrote meerderheid van media-onderzoekers, ouders en kinderartsen het erover eens is dat gewelddadige media schadelijk zijn voor kinderen. Het onderzoeksteam heeft iets meer dan zevenhonderd mensen om hun mening gevraagd. Echter vormen deze meningen nog steeds geen wetenschappelijk bewijs.

Uit een artikel van The Guardian blijkt dat het moeilijk is om een goed onderzoek naar de connectie tussen videogames en geweld te maken. Er zijn namelijk verschillende soorten gewelddadige games: sommige zijn competitief, sommige zijn coöperatief. Welke factoren van een spel precies van invloed zijn op het gedrag van de gamer, is voor de onderzoekers van het Britse dagblad (nog) niet duidelijk.

Wereldwijd zijn er meer dan twee miljard gamers. Veel mensen zullen bij de doelgroep van videogames denken aan kinderen, maar de gemiddelde gamer is 33 jaar oud. De effecten die een game met zich meebrengt verschillen per persoon. Het heeft te maken met een combinatie van factoren, zoals de kenmerken van de persoon zelf, de functie die het spel heeft en het aantal uren dat eraan besteed wordt. Het verschilt of je een spel speelt omdat je het als manier ervaart om met druk van school of werk om te kunnen gaan, of dat het een manier is om zo nu een dan een leeg uurtje te vullen. Ook maakt het bij kinderen uit of het kind gedragsproblemen of een ontwikkelingsstoornis heeft, of dat het zich prima kan houden aan de gemaakte afspraak om de gametijd te beperken.

Wanneer de speeltijd oploopt tot meer dan drie uur per dag, gaat het vaak mis. De gevolgen zijn dan vooral negatief. Mogelijke gevolgen zijn sociaal isolement, toename in agressie en negatieve school- en werkprestaties, zo blijkt uit onderzoek van Bureau Jeugd en Media. Zo kan obsessief gamen negatieve gevolgen hebben voor de algemene gezondheid, zoals slaapproblemen, meer ruzie en afgenomen tolerantie.

Na een rondvraag in mijn eigen gamende vriendengroep zijn de meningen unaniem gelijk. De meesten gamen tien tot vijftien uur per week, wat neerkomt op anderhalf tot twee uurtjes per dag. De voornamelijkste reden om te gamen is volgens hen om te ontspannen en om plezier te hebben. Geen van mijn gamekameraden wordt agressief door het spelen van een gewelddadige game. We spelen gewelddadige spellen als Grand Theft Auto en Destiny tot niet-gewelddadige spellen als FIFA 18 en Tony Hawk’s Pro Skater. Een enkeling geeft aan zelfs minder agressief te worden door het gamen, namelijk door eventuele zorgen te vergeten. En als er dan enige vorm van agressie te bespeuren is, dan ligt dat aan bugs (fouten) en exploits (technologie waar iemand een voordeel uit haalt) in het spel, niet aan de aard van het spel. Dat wordt ook wel ‘frustratie’ genoemd.

De onderzoeken naar de effecten van videogames op agressie geven aan dat het hooguit gaat om kleine effecten. Ondanks dat niet wetenschappelijk onderbouwd kan worden of er een link is tussen gewelddadige games en agressief gedrag, heeft het spelen van computerspellen verschillende voordelen.

Uit onderzoek van Tony van Rooij, Tim Schoenmakers (onderzoeksbureau IVO) en Jeroen Jansz (Erasmus Universiteit, Rotterdam) blijkt dat gamen een positief effect heeft op het ruimtelijk inzicht, het geheugen, taalcompetenties en cognitieve functies. Door het spelen van Engelstalige spellen, al dan niet met ondertiteling, ontwikkel je een grotere woordenschat. Je traint je geheugen door bij Grand Theft Auto te onthouden met welke route je naar je bestemming rijdt.

Bij het spel Civilization speel je een historisch leider met als doel zijn of haar beschaving te laten groeien om een overwinning te behalen. Spelenderwijs leer je over historische gebeurtenissen en leg je causale verbanden tussen militaire, technologische, politieke en sociaaleconomische ontwikkelingen. In de Assassin’s Creed-serie sta je in de schoenen van een sluipmoordenaar. Elk spel uit de reeks speelt zich af in een fictieve wereld uit de geschiedenis, die bestaat uit daadwerkelijk plaatsgevonden gebeurtenissen uit de echte wereld. Spelenderwijs wordt je kennis bijgebracht over symboliek, religie en de geschiedenis van een plek als Parijs, Londen of Italië. Je algemene kennis kan door het gamen dus verbeteren.

Sid Meier’s Civilization VI

Hersenonderzoekster bij de Universiteit van Geneva (Zwitserland), Daphne Bavelier, vertelt in een TED-talk: “In redelijke mate hebben spellen vrij krachtige en positieve effecten op vele aspecten van ons gedrag.” Er wordt wel eens geroepen dat je slechtere ogen krijgt van lang naar een scherm staren. Volgens Bavelier wordt het zicht juist beter. Gamers zijn in staat om kleine details te zien, zoals de kleine lettertjes op een etiket van een medicijndoosje, zonder een vergrootglas te gebruiken.” Daarnaast zijn gamers beter in het onderscheiden van verschillende grijstinten, waardoor ze in een mistbui sneller een auto zien dan een niet-gamer. “Wij willen deze gegevens gebruiken om games te ontwikkelen voor mensen met slecht zicht, om hun brein te trainen om beter te kunnen zien.” Eveneens zouden gamers zich beter kunnen focussen op huidige taken en zijn ze minder snel afgeleid door omgevingsfactoren.

Volgens onderzoekster Isabela Granic van de Radboud Universiteit in Nijmegen bevordert het spelen van videogames je probleemoplossende vaardigheden en ontwikkel je een beter ruimtelijk inzicht, waardoor je beter presteert op het werk of op school. Spellen kunnen de gemoedstoestand van de speler beïnvloeden. Je wordt er rustig en relaxt van. Ook angsten en stress verdwijnen. “Als het spelen van videogames mensen gelukkiger maakt, lijkt dit een fundamenteel emotioneel voordeel te zijn om te overwegen,” zegt Granic.

Tevens is het spelen van videogames een effectieve manier om doorzettingsvermogen op te bouwen en daardoor ook om te leren omgaan met falen. Wanneer je een bepaald onderdeel van een spel niet haalt, probeer je het gedeelte net zo lang opnieuw, totdat het wel lukt. Je raakt gefrustreerd door het falen, maar krijgt een kick nadat je het level toch gehaald hebt. Je zelfvertrouwen stijgt. De eigenschappen die je opbouwt tijdens het gamen worden volgens Granic ook gebruikt in het dagelijks leven.

Dat gamers volgens het stereotype sociaal incapabele kluizenaars zouden zijn is volgens Granic achterhaald. Bij veel spellen wordt sociale interactie juist aangemoedigd. Meer dan zeventig procent van gamers speelt met vrienden of met andere gamers van over de hele wereld. Deze zogenoemde multiplayer games vormen communities waarbij men leert hoe je moet communiceren, samenwerken en een groep leiden. “Mensen die videogames spelen – zelfs als ze gewelddadig zijn – en samenwerking aanmoedigen zijn waarschijnlijk eerder behulpzaam aan anderen tijdens het gamen dan diegenen die competitief dezelfde spellen spelen.”

Dat gamen gepaard gaat met gewelddadig gedrag is niet wetenschappelijk aangetoond. De voordelen die het spelen van games heeft op met name cognitieve functies wel. Gamen is dus zo verkeerd nog niet.

Reageer op dit artikel