Geen gezelligheid op de Dappermarkt

“Saai joh, het is gewoon een markt.” Een vrouw van ongeveer dertig loopt met haar mobieltje tegen het oor over de Dappermarkt. “Ik dacht echt dat het iets bijzonders was, maar het valt me vies tegen.”

Links van de vrouw zit een man, achter een rij spijkerbroeken, voorovergebogen naar zijn bami te staren. Als een jong meisje vraagt hoe duur die broek is, pakt hij een hap van zijn in de magnetron opgewarmde maaltijd en mompelt iets onverstaanbaars. Het meisje loopt verder. Terwijl ze nog even achterom kijkt, botst ze bijna tegen een jongeman aan. “Kijk waar je loopt”, zegt hij boos.

De Dappermarkt staat bekend als de meest betaalbare en multiculturele markt van Amsterdam, die vooral bezocht wordt door mensen uit de buurt en weinig toeristen trekt. Multicultureel is de Dappermarkt absoluut. Doe je ogen dicht en je vergeet dat je in Nederland bent. Je hoort mensen om je heen allerlei verschillende talen spreken. Doe je ogen open en je ziet marktkraampjes in een lange rij met daaromheen toch wel typisch Amsterdamse gebouwen. De grauwe lucht herinnert je eraan dat je in Nederland bent, al kan dat natuurlijk overal.

Of het de meest betaalbare is, valt nog te bezien. Als een vrouw drie euro voor een zwarte lange onderbroek te duur vindt, zegt een getinte man met een flinke bos grijs haar dat hij haar begrijpt. Larousse staat al 33 jaar achter zijn ondergoed-kraam. Hij verkoopt niet veel meer, maar klaagt niet. “Ik ben verslaafd, verslaafd aan op de markt staan. Het is zo mooi. Gelukkig ben ik al met pensioen, want voor het geld hoef je het niet meer te doen. Mensen met geld komen niet naar de markt, en voor anderen is het gewoon te duur.”

Larousse wijst naar zijn overbuurman die ook al wat ouder is. Hij eet soep en als je zijn gezicht zou moeten geloven, is die soep echt smerig. “Zo kijkt hij altijd hoor, hij vergeet te lachen. Maar hij is niet de enige, iedereen loopt te klagen.” Larousse blijft positief, maar snapt de anderen wel. “Toen ik hier ruim dertig jaar geleden begon was het echt leuk. Ik kon makkelijk mijn brood verdienen, ik kon zelfs op vakantie en alles. De laatste zeven jaar wordt het steeds minder. Ik moet soms zelfs geld bijleggen.”

Al dat geklaag komt de sfeer duidelijk niet ten goede. “Vroeger voelde het als een familie”, zegt Larousse. “Na de markt gingen we met z’n allen naar het café en maakten we grapjes.” Nu kent Larousse niet eens iedereen die op de markt staat. “En hij staat niet meer vol hè. Vroeger was het dringen voor een plekje en moet je nu zien: helemaal leeg daar”, zegt hij terwijl hij naar het einde van de Dappermarkt wijst. Inderdaad geen kraam te bekennen. En dat is volgens Larousse de toekomst. “Mensen bestellen via internet. Vroeger kwamen toeristen nog wel eens voor de gezelligheid. Maar je ziet het: daarvoor moet je niet hier zijn!”

Reageer op dit artikel