Geen overwinning zonder mecanicien

Mecaniciens in de wielersport komen alleen in beeld als ze iets verkeerd doen. Bijvoorbeeld een wiel verkeerd in een fiets zetten of een renner te lang laten wachten. Volgens mecanicien Harrie Cremers klopt dat beeld niet. “Na de wielrenner is de mecanicien het belangrijkst.” 

“De renner is het belangrijkste. Die moet uiteindelijk op die fiets de wedstrijd rijden en winnen. Maar als de fiets niet in orde is, dan gaat dat niet. Beeld je bijvoorbeeld in dat een renner iets hoort kraken. Dat gaat in zijn hoofd zitten. ‘Shit ik hoor het piepen.’ Daardoor kan hij niet de concentratie opbrengen om zich te richten op zijn prestatie. Die fiets is natuurlijk wel het materiaal waarmee ze het moeten doen in de wedstrijd. En die fiets moet schoon zijn, goed schakelen en perfect afgesteld staan naar de wensen van de renner. Als dat allemaal het geval is, dan helpt dat mee tussen de oren van de renner.”

Olympische Spelen

“Mensen beseffen vaak ook niet hoe lange dagen mecaniciens maken. Ik ben zelf actief bij de wielrenners van de jeugd Olympische Spelen. Dat heb ik zowel in 2010 gedaan als dit jaar in Nanjing. Het is leuk om erbij te zijn, maar ook heel hard werken. ’s Ochtends vroeg opstaan om te ontbijten en dan gelijk aan de slag met de fietsen. Op de eerste dag in Nanjing moest ik per wielrenner drie fietsen in elkaar zetten. De ploeg bestaat gelukkig maar uit vier jongeren, maar twaalf fietsen in je eentje in elkaar zetten is niet niks. Er zitten er bij die de fiets thuis niet poetsen voor hij op transport gaat. Dan moet ik eerst alles schoonmaken voor ik hem goed kan monteren. Daarna begint het afstellen en nalopen van alle onderdelen. Meestal kom je dan een of twee onderdelen tegen die bijvoorbeeld verroest zijn. Dan hoop ik altijd maar dat ik vervangend materiaal heb, want ik kan niet zomaar alles meenemen vanuit Nederland. Dot kost al een paar uur en dan heb ik het nog niet over de rest van mijn dag daar.”

Wedstrijden

“Want na het monteren ga ik tijdens wedstrijden of mee in de auto als mechanische ondersteuning of bij andere disciplines sta ik langs de kant van het parcours klaar om te helpen. Vaak doe ik dan ook een stukje coaching, je staat daar niet voor niets. Na de wedstrijd help ik met het masseren van de wielrenners. Dan is het volgende op mijn lijstjes wederom de fietsen nalopen en zorgen dat alles in orde is voor een dag later. Dan ga je eten en heb je nog wat teambesprekingen en dan naar bed. Als je een dag maakt van 05.30 je bed uitkomen en je om 11.00 er weer induiken, dan is dat heel normaal. En ben je na een week ook behoorlijk moe.”

Marianne Vos

800px-Olympic_Road_Race_Womens_winners,_London_-_July_2012
Marianne Vos in actie tijdens de Olympische wedstrijd van 2012 in Londen

“Nu ben ik actief voor de jongeren, maar in het verleden heb ik ook gewerkt bij de vrouwenploeg. Dan spreek ik wel over een jaar of vier geleden hoor. Toen was het vrouwenwielrennen al wel in opkomst, maar nog niet zo groot als nu. Dat was ook leuk om mee te maken hoor, maar anders dan met die jongeren. Het was voor die vrouwen al meer hun ‘core-business’. Zij verdienen er al hun geld mee en zijn professioneler bezig dan de jongeren. Verder is en blijft het bij allebei wel met name een vak van veel overleggen met elkaar. Er zijn bepaalde vuistregels om een fiets goed af te stellen, maar die gaan niet voor iedere renner op. Zo’n renner moet mij dan zeggen wat hij of zij anders wil en dan kan ik het aanpassen aan hun wensen.“
“Een mooi voorbeeld daarvan heb ik meegemaakt met Marianne Vos. Er was een wedstrijd in Italië en ik had een paar uur voor de wedstrijd alle fietsen in orde gemaakt voor de vrouwen. Ik had bij alle fietsen carbon wieler erin gezet. Maar het weer sloeg om naar regenachtig en met carbonwieler kun je niet zo goed remmen. Veel van de renster kwamen naar mij toe en vroegen of ik de wielen weer terug wilde wisselen. Maar niet Vos. Zei zij heel rustig: ‘Laat die van mij maar zitten hoor. Dan begin ik gewoon wat eerder met remmen’.

Hobby

“Ik heb mezelf geleerd om mecanicien te zijn. Er zijn wel opleidingen tot fietsenmaker bijvoorbeeld, maar ik geloof niet dat er een specifieke opleiding is die zich richt op het wielrennen. Ik ben lang geleden begonnen door het blad Fiets te lezen. Daar stonden vaak cursussen in hoe je bepaalde onderdelen moest vervangen of schoonhouden. Die kopieerde ik dan uit het blad en bewaarde die in een werkmap. Als ik dan tijdens het schoonmaken of repareren van mijn eigen fiets iets tegenkwam, dan kon ik uit die map de manier om het te verhelpen halen. En zo heb ik stap voor stap mezelf alles geleerd over de racefiets.”
“Dat is ook gewoon iets dat in mijn aard zit. Als iemand hier nieuwe dakpannen komt leggen, dan wil ik graag weten hoe dat in zijn werk gaat. Dan vraag ik ook wel eens of ik met die man mee mag kijken. Zo is het eigenlijk net zo gegaan met de fietsen. En ik had veel fietsen om mee te werken, want vrienden en familie kregen door dat ik me daarmee bezig hield en binnen de kortste keren stond ik aan hun fietsen te sleutelen. Dat doe ik nu nog veel. In de garage bij mijn huis heb ik een eigen werkplaats ingericht. Er staan fietsen van mijn gezin en mijzelf, maar ook van buren, vrienden en kennissen. Heb laatst bijvoorbeeld de zadelpen van en fiets ingekort, die staat er nog, en ik heb een verroest balhoofd vervangen en ik heb nog wat lopen klooien om een stel lagers te vervangen. Dat doe ik allemaal in mijn werkplaats.”
“De kinderen wisten vroeger niet anders dan dat ‘hiernaast’ de garage betekende. Dan vroeg mijn vrouw als ik richting de gang liep altijd: ‘Ga je weer naar hiernaast?’ Eerst dachten de kinderen nog dat ik dan naar de buren ging, maar ze hebben snel geleerd dat dat niet zo was.”

Problemen

“Als je zoveel aan de fietsen van andere mensen knutselt, dan gaat het ongetwijfeld een keer gebeuren dat er iets mis gaat. Dat iemand valt door jouw werk. Gelukkig heb ik dat nog nooit meegemaakt. Ook niet bij de jongeren of de vrouwen. Heb wel eens meegemaakt dat de ketting van zo’n renster eraf vloog tijdens een beklimming. Maar of dat aan mij lag met het afstellen of aan de druk die op de ketting stond op de beklimming durf ik niet te zeggen.”
“Tijdens een race was en ben ik er ook niet bang voor dat er wat gebeurt. Je moet toch kalm blijven om je werk goed te kunnen doen. Als ik op van de zenuwen uit de auto stap om een renner te helpen, dan kan zelfs de makkelijkste klus nog veel tijd kosten. Daarbij is het altijd maar afwachten of en wat je kunt doen. Je hoort bij een valpartij wat namen door de radio doorkomen. Dan moet je goed luisteren of je ‘Netherlands’ of de naam van een van je renners hoort. Dan is het een kwestie van auto aan de kant en eruit springen met een wiel, als je een van de namen hoort. Soms ren je dan met een wiel in je hand tussen allemaal renners en mecaniciens door, op zoek naar jouw renner, die alweer op weg kan zijn.”

Professioneel

“Dat werk voor de Olympische Jongerenploeg en het vrouwenteam is en was vrijwillig. De wedstrijden van de vrouwen waar ik bij was, waren allemaal in het weekend. Dan gebruikte ik mijn vrije tijd om dat soort dingen mee te maken. En voor de Jeugd Olympische Spelen heb ik de vrijde dagen op mijn werk opgenomen. Ik vind het leuk om dat soort dingen zo af en toe te doen. Ik weet niet of ik het voor mijn full-time baan zou willen doen. Ik zit al een paar jaar op die wip-wap. Mijn baan is nu facilitair medewerker bij NOC*NSF. Als ik thuiskom, dan kan ik ervoor kiezen om nog eventjes de garage in te duiken en wat te puzzelen aan een fiets. Maar als dat je beroep is, dan heb je die vrijheid niet meer. Dan moet je wel. Ik weet niet of dat me zou bevallen.”
“Ik sta er wel voor open om het eens te proberen. Mijn broer is verzorger bij team Belkin en hij heeft daar al wat lijntjes voor mij uitstaan. Misschien kan ik een keer met een doorgewinterde mecanicien mee tijdens een wedstrijd in het weekend. Een klassieker bijvoorbeeld. Ik zou ook wel eens een Tour de France mee willen maken, maar ik weet niet of dat erin zit.”

Fietsen

10313173_333090390175357_328151263078067713_n
Harrie Cremers op de Col de Suzette

“Ik zou het ook wel missen om niet zoveel vrijheid te hebben om zelf te gaan fietsen. Dat doe ik namelijk ook erg graag. Ik heb meerdere keren meegedaan aan Alpe d’huzes en TourduALS. Maar daarnaast fiets ik ook heel veel zelf in de avonden en weekenden. Ik geloof dat ik dit jaar al op de 8 duizend kilometer zit. Altijd als ik van plan ben om te gaan fietsen, dan hang ik mijn eigen fiets een avond van tevoren even op in de schuur. Dan kan ik hem helemaal nalopen en zorgen dat hij in orde is om op te gaan rijden. Maar heel af en toe dan heb ik daar geen tijd voor. Dan ben ik bijvoorbeeld al heel lang bezig met de fiets van iemand anders en vergeet ik gewoon dat ik zelf wou gaan fietsen. Dan rijd ik wel eens door het bos en dan hoor ik zelf en tik of ratel in mijn fiets. Dan lukt het me nog wel om ter plekke het probleem op te lossen.”

Uitgelichte foto: Eigen werk
Foto Marianne Vos: Photo by DAVID ILIFF. License: CC-BY-SA 3.0 via Wikimedia
Foto Harrie Cremers via Cycling Espresso

Reageer op dit artikel