Geknipt in Westerbork

Midden in de Drentse bossen ligt het dorp Westerbork. Wie googelt op de deze plaats krijgt alleen informatie en nieuws over het voormalige doorvoerkamp. Het dorp lijkt onlosmakelijk verbonden aan zijn oorlogsverleden. In dit verhaal ligt de focus daarom niet op deze voor de hand liggende optie, maar gaat het over een klein bijzonder museum.

Drentse dorpjes lijken in veel opzichten op elkaar. Westerbork is daar geen uitzondering op. Wie aankomt in het centrum is omringd met veel groen en van die alleenstaande, moderne woonboerderijen. Op de hoofdstraat zitten meerdere kleine café en restaurants. Er lopen weinig mensen op straat. Hier en daar zit een oud echtpaar op het terras en soms zit iemand alleen. Toch lijkt het druk op straat. Er is veel interactie tussen de mensen die elkaar kruisen. Sommige staan even stil en maken een praatje. Wie dat niet doet, lijkt te genieten van de rust en het nazomerse zonnetje.

Achter de ruiten van wat vroeger een boerderij was, maar tegenwoordig als iets anders dient, hangt een zwarte, gele poster. Het pand huisvest een informatiepunt voor toeristen, die volop aanwezig zijn in het hoogseizoen, maar er is nog iets bijzonders. Naast de informatiebalie, die zowel in het Engels als Nederlands aangegeven staat, zijn twee deuren wijdt opengezet. Het is de ingang van een toeristische trekpleister, die uit een enkele kamer bestaat. Een klein museum toegewijd aan de papierknipkunst.

Knipkring

Het museum is klein. De vloer bestaat uit twee delen: een vierkant stuk gemaakt van laminaat en een groter deel eromheen, dat uit kleine witgele tegeltjes bestaat waar de lampen zacht op reflecteren. Aan de bakstenen muur hangen diverse papierfiguurtjes, die omringd zijn met goud-, zwart- of zilverkleurig lijsten. Hier en daar staat een vitrinekast waarin de papierwerken worden tentoongesteld. In het midden van de ruimte staat een ovale tafel. Op de met rood gestofte houten stoelen zitten twee vrouwen van rond de zestig. Op tafel staat een trommel met koekjes voor bij de koffie of thee en materiaal voor de gasten om zelf een papierkunstwerk te maken.

Het uiltje dat ikzelf heb geknipt

Fenna Brouwer is de gastvrouw en knipster in het museum. Ze ziet er netjes uit en draagt een kleurrijke ketting. Ze doet dit werk vrijwillig. Al dertig jaar is ze hier te vinden. Ze was eerst alleen gastvrouw, maar vond toen leuk werk in een verzorgingstehuis. Nu is ze met pensioen. ‘’Ik ben toen weer hier gaan werken en heb toen een cursus gevolgd in het papierkunstknippen. Als je aan het knippen bent, is dat heel ontspannend.’’ Voor haar is het museum niet alleen een museum. Het is meer dan dat. Het is gezelligheid. ‘’Ik heb nu veel meer contact met mensen, dat vind ik het leukste. Zo voel ik me niet alleen op de wereld. Daarnaast zeg ik ook altijd: Als je kan werken, moet je dat doen.’’

Knippen doet Brouwer niet alleen. Ze zit ook in een knipkring. Soms krijgt de groep een opdracht met een thema, die mede door de eigenaar van het museum wordt bedacht. Individueel werken ze dan aan hun eigen werkjes. De laatste keer maakte Brouwer een oog met tralies en daaronder de regenboogvlag. ‘’Ik had in het nieuws gelezen dat er een homostel in elkaar geslagen was en wilde daar iets mee doen. Het thema was ‘achter de ogen’ en achter de ogen zag ik alleen maar ellende.’’ Het is geen groot kunstwerk, maar ze was er toch zo’n drie of vier weken mee bezig. ‘’Maar ik deed het niet iedere dag hoor.’’

Ik heb nu veel meer contact met mensen, dat vind ik het leukste. Zo voel ik me niet alleen op de wereld. – Fenna Brouwer

Aan de drank

In het museum lopen drie mensen rond. Gennie Lanting, de andere vrouw die aan tafel zat, is naar een twee gasten toegelopen om hen een rondleiding te geven. Een al wat ouder echtpaar, dat op vakantie is in de Drentse bossen. Ze stopt bij een vitrinekast die tegen de muur aanstaat. De verschillende werken die gemaakt zijn rondom het thema ‘achter het oog’ liggen daar tentoongesteld. Ze vertelt wat over de kunstenaars: ‘’Ja die is aan de drank’’, grapt ze terwijl ze wijst naar een werkje op de muur. Het is papierkunst waar rechtopstaande en omgevallen wijnflessen en –glazen staan afgebeeld. Ze zei het op zo’n bepaalde manier dat iedereen in het museum hardop moest lachen.  

Het museum bestaat sinds de jaren vijftig en is ooit opgericht door knipkunstenaar Wiecher Leve. In de vitrinekasten en aan de muur hangen zowel nieuwe als oude werken. Een overzicht van drie eeuwen aan papierknipkunst. Lanting heeft het oudere echtpaar bij de uitgang nog even hartelijk bedankt voor hun komst en is inmiddels weer aan tafel geschoven. ‘’Per seizoen hebben we zo’n vijf- á zesduizend bezoekers. Vooral in het hoogseizoen hoor. Ik houd het nu hoog aan.’’ Tegenwoordig wordt het wel iets minder, vindt ze. ‘’Mensen kwamen vroeger in bussen van 50 man, maar iedereen is nu steeds meer mobiel, waardoor de groepen kleiner worden. Met vier euro entree kom je wel een heel eind, maar gelukkig krijgen we ook subsidie van de gemeente.’’  

Drentse gemoedelijkheid

Lanting doet al 25 jaar vrijwilligerswerk in het museum. Eens in de twee weken. Ze houdt van de sfeer en, net als Brouwer, de gezelligheid. ‘’Je bent er lekker op uit en je spreekt mensen,’’ vertelt ze. Ook voor haar is het museum een manier om onder de mensen te komen. ‘’Aan het eind van elk seizoen gaan we met alle vrijwilligers uit eten. Dat is ook altijd heel erg leuk.’’ Lanting en Brouwer doen het werk samen met nog vijftien andere. Iedere dag zitten er weer twee nieuwe gastvrouwen. De oudste is al 91 en de jongste begin zestig.

Ondertussen is het al ver na sluitingstijd. Brouwer is al naar huis en Lanting laat nog snel wat kaarten zien waarop papierkunstwerken staan afgedrukt. De diversiteit in stijl valt meteen op. Lanting beaamt het, ook al geeft ze toe dat ze er niet heel veel vanaf weet. Enthousiast laat ze wat kaarten zien: ‘’Je ziet het: de een knipt heel fijntjes en de andere knipt het liefst boerderijen’’, zegt ze nonchalant. Ze loopt richting de uitgang. Het museum moet nu echt sluiten, want het is inmiddels halfvijf. Lanting haalt een sleutel uit haar zak en doet de deur dicht. ‘’Zo, nu ben ik klaar en breng ik de sleutel naar de winkel hiernaast. Dan haalt de volgende gastvrouw het morgenochtend op.’’ Ze lacht. ‘’Dat is die Drentse gemoedelijkheid hé.’’

Verschillende kaarten waar een papierkunstwerk op staat afgebeeld.

Reageer op dit artikel