Genieten: “een boterham met gebakken ei en een pakje chocomel”

Maria Fiers (1942) is geboren in Bladel. Ze was de jongste van haar zes broers en zussen. “Iedereen zegt altijd dat ik qua karakter op mijn moeder lijk. Ze was zachtaardig, meegaand en niet streng. Misschien wel niet streng genoeg. Mijn vader heb ik niet gekend, hij overleed toen ik nog heel jong was.”

Verliefd
In de Danszaal in Eersel leerde Maria Toon kennen. Iedere zondag ging ze dansen tussen 16u en 23u. Ze was toen rond de twintig. “Hoe dat gegaan is, weet ik niet precies. Opa kan in ieder geval niet dansen, dus zo is het niet gegaan”, vertelt ze met een lach. Toon was ouder, hij was 28 en al uit dienst. Ze trouwden binnen een paar jaar. Toon komt uit Berlicum, maar heeft altijd in Veldhoven gewoond in het huis naast zijn huidige huis. Toen Maria zwanger raakte van haar eerste dochter, mijn moeder Astrid, stopte ze met werken. “In die tijd was het heel normaal om te stoppen met werken. Als je ging werken dan zeiden de dames uit de buurt: ‘verdient jouw man soms niet genoeg, dat je moet gaan werken?’ Daarnaast had ik genoeg te doen met twee dochters. En alle vrouwen zaten thuis met de kinderen, het was normaal.

Bijbaantjes
Maria’s eerste baantje was bij de lagere school in Bladel. “Mijn zussen poetsten de klaslokalen en ik veegde samen met mijn broer onder de banken, daar waar je met de gewone veger niet bij kon. Hier kreeg ik niet voor betaald, daarom mochten we met Sinterklaas onze schoen zetten. Toen ik vijftien was ben ik bij de Spar gaan werken en daarna bij een confectiefabriek. Daar kon ik d’n aard niet krijgen, ik vond het maar raar volk allemaal.” Maria is in 1960 gestart met het Middelbaar Dienstverlenend Gezondheids Onderwijs (MDGO) bij het Parktheater in Eindhoven. Nu is dat het Summa-college.
Astrid ging op haar tweeëntwintigste samenwonen met mijn vader, Jan. De zus van Astrid vertrok een paar jaar later ook. Maria had toen een stuk minder te doen. “Ik had het gevoel dat ik helemaal niets meer had. Toen ben ik vrijwilligerswerk gaan doen in het ziekenhuis. Al sinds 1993 doe ik dit iedere donderdag. Ik doe patiëntenvervoer en koffie schenken. Dat vind ik gewoon leuk.”

Tuinieren
In 1970 hebben Maria en Toon het huis laten bouwen. Het is een flink huis, zo’n honderdvijftig vierkante meter, met een enorme tuin. In die tuin is een appelboomgaard, een vijver, een tomatenkas en een groentetuin met onder andere bloemkolen, wortels, tomaten, aardappelen en rode kool. De enige groente die oma in de winkel koopt, is witlof. Alles wat ze over heeft in de tuin, geeft ze aan Toon’s broer ‘Ome Harry’. Hij woont naast hen. Een hele tijd heeft Maria ook nog een kleine aspergewinkel gehad in de garage. “Hier verderop in de straat had een man een kuikenmesterij en op een stuk grond had hij asperges. Die man werd toen ziek en toen heeft opa geholpen met asperges steken, ’s morgens en ’s avonds. We hebben toen de grond gekocht van die man en de asperges verkochten we aan mensen in de buurt. Mensen kwamen dan langs om een bestelling door te geven. Ik deed ze dan wassen, schoonmaken en snijden. In de garage woog ik ze af en dan konden de mensen het op komen halen.

Jeugd
Maria had een normale jeugd. “In die tijd was er nog geen televisie, dus ik maakte graag kleren. Ook puzzelde ik veel en dat doe ik nu nog. De televisie kwam pas in 1961. Mijn ouders kochten er een en de kinderen uit de buurt kwamen dan bij mij televisie kijken. Het was heel anders dan nu. We hadden alleen zender 1 en 2 en soms een kinderprogramma.

Genieten
Naast werken in de tuin, zijn er meerdere dingen die Maria gelukkig maken. “Die kleine dingetjes in het leven, ja. Mooie bloemen, dagen waarop al mijn broers en zussen die nog leven bij elkaar zijn, maar ook een eind fietsen in het bos en dan een boterham met ei eten. En chocomel uit een pakje drinken, met een ijsje toe.” Als ik haar vraag naar een leuk verhaal, begint ze over Tante Zuster. De zus van Toon was mager, bleek, had wit haar en was ‘een bietje van het padje’. En blijkbaar, was ik als de dood voor haar. Toen ik een jaar of vier was, heb ik Tante Zuster ontmoet. Daarna vertelde ik oma dat ik voor het eerst in mijn leven een spook had gezien.
Met een open blik kijkt Maria naar de toekomst. Ze weet nog niet wat ze wil doen met het huis, mocht Toon komen te overlijden. “Ik kan dan pas bepalen of ik hier blijf wonen. Het huis kan ik wel bijhouden, maar de tuin kan ik in mijn eentje niet doen. Maar zo ver is het gelukkig nog lang niet.”

Reageer op dit artikel