“Achter de geraniums zitten? Ik ga liever naar het bos!”

Bel je haar op, dan krijg je een vrolijk en bijna zingend “Met mevrouw Plaisier!”. Mijn oma is namelijk een dame uit het Haagse, wat ze vaak onbewust even benadrukt. Telefonisch maken we een afspraak voor de ochtend; ze heeft ’s middags een geheugentest. Maar die test had ze een week geleden ondergaan. Foutje van de agenda. Ach, dat geheugen. “Maar er mankeert niks hoor!”

Volgens mijn oma gaat het altijd uitstekend met haar. Dat straalt ze ook uit: van het frisse korte kapsel (zonder watergolf) tot de brede glimlach. Je kan wel stellen dat het een tevreden mens is. Oud worden brengt de nodige kwalen met zich mee, die zich tot nu toe beperken tot het geheugen en de longen. Een onhandige combinatie: vergeet ze een maand medicatie, dan komt er zo een longontsteking om de hoek loeren. Sinds kort komt dagelijks de thuiszorg met een wekservice. “Ze komen heel vroeg, om zeven uur ’s ochtends al. Daar baal ik weleens van; lig ik net zo lekker in mijn bed. Het is wel heel gezellig hoor. Ik klets wat af met de dames. Ze geven me m’n puffie, schrijven iets in een groot boek en zijn ook zo weer weg.”

Kletsen in de natuur
Vereenzamen staat niet in haar woordenboek. Waar sommige ouderen in stilte achter de geraniums zitten, vult oma Loes haar tijd met praatjes in het bos. Want: “Je moet mee, anders ga je dood. Ik ga me echt niet oud gedragen hoor! Al die oudjes met hun stokkie en rollator die altijd thuisblijven… Zet me achter zo’n karretje en ik word ongelukkig.” Met of zonder hond, elke dag is ze dus in het bos te vinden. “Ik heb wel lang een hond gehad, we noemden hem Haagse Harry. Toen hij kwam te overlijden besloot ik om geen hond meer te nemen, de verantwoordelijkheid werd me te groot.” Wat brengt haar dan toch in het bos? Nou, ze woont er tegenover. “Ik zeg altijd maar zo: ik woon dan in een appartementje, maar ik heb de grootste tuin van Breda! Even de weg oversteken en ik bevind me onder de mensen en hun trouwe viervoeters. Soms neem ik speciaal wat hondenbrokjes mee en dat vinden die dieren geweldig”, glundert oma.

De hunk uit Hattem
Wat brengt een Hagenees dan in Breda? Een sportevenement in Amersfoort. Het actieve leven dat Loes nu nog steeds voortzet begon namelijk na de huishoudschool, ze besluit dan lerares gymnastiek te worden. Die keuze bracht haar bij het evenement in Amersfoort waar ze Evert ontmoette, een knappe atletische man. De vonk sprong over, maar makkelijk ging het niet: Evert kwam uit Hattem (Gelderland). “Dat was wel even wennen hoor. Als stadse met een passie voor lippenstift en mooie kleren bezocht ik het grauwe en gelovige Hattem. Maar ik kan me goed aanpassen en ging zelfs mee naar de kerk op zondag.” Evert vindt een baan in Breda, waardoor het stel verhuist naar de Parel van het Zuiden. Ze trouwen en krijgen algauw een tweeling.


Oma Loes, Evert en de eerste drie van de vijf kinderen

Jesus Christ Superstar
Het klinkt nu alsof het geloof een rol ging spelen in het leven van oma Loes. Toch valt dat (voor iemand in die tijd) reuze mee. “We gingen een dag minder naar de kerk dan gebruikelijk. Ik vond het geloof niet heel belangrijk in de opvoeding van de kinderen. Als ze maar gelukkig waren. We gingen zelfs naar de bioscoop, dat was toen echt een beetje heidens. Jesus Christ Superstar hebben we gezien, dat was eigenlijk wel heiligschennis. In de buurt bemoeide niemand zich echt met elkaar dus we kwamen er goed vanaf. In Hattem was dat heel anders geweest.”

Juffrouw Loes
“Ik genoot ontzettend van mijn kinderen, maar huisvrouw zijn was niet aan mij besteed. Algauw ging ik weer aan het werk door mijn passie voor onderwijs en gymnastiek. Vooral de kleuters lesgeven was heerlijk. We zongen liedjes en iedereen was vrolijk. Dat moment van bewegen is zo belangrijk voor jonge kinderen. Daarnaast kon ik ook mijn eigen kinderen in de gaten houden op school.” Praten over werk lijkt te wringen en dan wordt de irritatie van ouder worden even merkbaar. “Het heeft me nooit losgelaten en ik mis het werk. Daarom doe ik nog steeds elke ochtend buikspieroefeningen. Daarnaast kom ik ook nog weleens oud-studenten tegen, dan ben ik weer even ‘juffrouw Loes’.”

Alles went behalve een vent
Twintig jaar woont oma in haar flatje. Na een ongelukkige echtscheiding met Evert is ze er gaan wonen. De mannen heeft ze sindsdien afgezworen. “Ik merk aan mijn vriendinnen dat die kerels regels opstellen en ook veel zeuren. Ik vind mijn vrijheid juist zo fijn. Ik zeg altijd maar zo: alles went behalve een vent!” Maar dan na een tijdje nadenken: “Ik twijfel weleens over dingen. Dan mis ik wel iemand om mee te sparren. Toch denk ik niet dat ik een man nodig heb om gelukkig te zijn.”

Het gesprek valt stil. Na een tijdje besluiten we te gaan voor een Haags bakkie. De waterkoker en Loes houden een conversatie van frustratie. “Nou kom nou. Schiet nou eens op”, moppert ze tijdens het gepruttel. Of die onrust ligt aan de versnelde schildklier of gewoon het van oorsprong actieve bestaan in de gymzaal, dit moment tekent het leven van oma Loes. Stilstaan heeft ze een hekel aan. Tijdens het gesprek frummelt ze aan pluisjes op de bank, brengt haar haren in model, legt de kranten goed. We besluiten een fotomomentje te maken voor het artikel. “Wacht maar, dan doe ik nog even lippenstift op.” In al die tijd is ze geen haar veranderd.

Reageer op dit artikel