Haastrecht: spil in de polder

Het was even zoeken hoor. Ergens moest nog zo’n wegenatlas liggen. Zo een van de ANWB. Eentje die in bijna iedere auto op de Nederlandse wegen rondslingert. Gelukkig, daar lag-ie. Waar ligt dat plaatsje in vredesnaam? Speurend in het register wordt duidelijk dat bladzijde 68 meer weet te vertellen. Haastrecht: een klein plaatsje naast Gouda. Klein, maar van grote waarde.

Een poldermuseum, een molen, de Hollandse IJsel en de Vlist. Water lijkt de verbindende factor te zijn in het Zuid-Hollandse Haastrecht. En dat is het ook. “Akkerbouw is hier bijna niet mogelijk”, vertelt Jaap Barendrecht. “Het is veel te nat. De grond wordt vooral gebruikt als weide voor de koeien. Het is niet voor niets dat er zoveel kaas uit deze streek komt bijvoorbeeld de Goudse kaas.” Barendrecht is een enthousiaste kenner van poldergeschiedenis en bijna alles daar omheen. Iets heel anders dan het huisartsenberoep dat hij uitoefende.

Binnen in het huis van Barendrecht steekt hij vrijwel meteen van wal. Zijn kennis over water, molens, dijken en nog veel meer, is indrukwekkend. Het grote huis, dat vroeg diende als zijn praktijk, ligt perfect in het dorp voor de interesses van de oud-huisarts. De Hollandse IJsel vormt namelijk het einde van zijn achtertuin. Diezelfde rivier speelt een belangrijke rol binnen de Krimpenerwaard. De streek waar Haastrecht deel van uitmaakt. “Het water uit de landerijen werd in de Vlist gemalen en vanuit daar vloeide het naar de IJsel”, legt Barendrecht uit.

Zoals in Nederland veel gebieden zijn gewonnen uit het water, is dit bij Krimpenerwaard ook het geval. Het was niet zoals de Haarlemmermeerpolder een en al water, maar bewoonbaar was het ook niet. Vanuit een soort moerasbos is de Krimpenerwaard – waard betekent: een stuk land omgeven door stromend water. Erg toepasselijk in een gebied waar water de overhand heeft – ontstaan. “In 944 werd dit gebied door een Duitse keizer geschonken aan twee Utrechtse kerken”, legt Barendrecht uit alsof hij volleerd geschiedkundige is. “Zij kregen de taak dit gebied te ontginnen.” Een rinkelende telefoon brak in, in de geschiedenisles van Barendrecht. “Ik heb vandaag weer eens een echte ‘Hooge Boezemdag’”, vertelt hij aan de telefoon. Een Hooge boezem? “Daar gaan we straks nog even kijken, bij de molen.”

De telefoon staat weer terug op de plaats waar hij stond en Barendrecht neemt weer plaats in zijn stoel. Een zetel die perfect past binnen het statige herenhuis. Binnen welk waterschap bevindt Haastrecht zich eigenlijk? Deze vraag brengt een lach op zijn gezicht. Barendrecht staat weer op en somt alle waterschappen in de buurt op en wijst ook direct in hun richting. “Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, Hoogheemraadschap van Rijnland en Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden.” Haastrecht bevindt zich op de driesprong van deze waterschappen. Alle namen van steden, dorpen, rivieren en de waterschappen maken het verhaal niet duidelijker. Dit beseft ook Barendrecht. Zijn boekenkast biedt uitkomst. Omdat de Bosatlas niet duidelijk genoeg was, kwam daar weer de ANWB wegenatlas tevoorschijn.

Het probleem dat de grond in de Krimpenerwaard nu te nat is voor akkerbouw is, is maar relatief. Eeuwen geleden zou überhaupt wonen in de Krimpenerwaard al onmogelijk zijn. Ook nu nog vereist wonen in dit gebied de nodige aanpassingen. “Aan deze kant van de weg”, vertelt Barendrecht terwijl hij naar het gemaal De Hooge Boezem achter Haastrecht loopt. “Zijn de huizen gebouwd op palen die in de grond zijn geheid.”

Het gemaal ligt aan de Hoogstraat. “De Hoogstraat, daarvan denkt bijna iedereen dat het de ‘hoofdstraat’ is. Dat is niet. ‘Hoog’ verwijst gewoon naar het feit dat de weg hoog ligt. Alle zijwegen van de Hoogstraat lopen dan ook naar beneden. Als je hier geboren en getogen bent, valt dat blijkbaar niet meer op”, zo vertelt Barendrecht, die zelf niet opgroeide in Haastrecht. Terwijl hij vrijwel iedereen begroet in het dorp komt het gemaal steeds dichterbij. Onderweg loopt de gepensioneerd huisarts de lokale bakkerij binnen en zet zijn anekdote over de Hoogstraat extra kracht bij. “Kijk hier”, zegt hij terwijl hij een bonnetje van een bestelling laat zien. “Ze schreven hier bij mijn adres ook ‘hoofdstraat’.”

Het gemaal, dat eveneens aan de Hoogstraat is gevestigd, is niet meer in gebruik en is momenteel ingericht als museum over de polder. Met een stok die doet denken aan een telescoophengel gaat Barendrecht heel de kaart van de Krimpenerwaard af. Af en toe doet hij een stap opzij om plaats te maken. De kaart is namelijk in het groot gedrukt op de vloer. “Hier de waaiersluis bij Gouda”, zo klinkt het. Alles wat hij eerder op de dag in enkel woorden vertelde, doet hij nu over, maar dan met de kaart erbij.

In de machinehal van het gemaal, waar twee grote centrifugaalpompen het uitzicht bepalen, wordt duidelijk welk belang Haastrecht had binnen de Krimpenerwaard. Via dit gemaal werd het water dat uit de polder in de Vlist was gemalen, in Hollandse IJsel gepompt. De ontwatering van de Krimpenerwaard, ongeveer 13.500 hectare groot, verliep via Haastrecht. Als het water daar de Hollandse IJsel niet in kon, kregen de boeren natte voeten in de waard. Met een draai aan de knop zet Barendrecht een proefopstelling van een stoommachine in werking. Het is het niet moeilijk voor te stellen hoe hier vroeger de waterhuishouding werd geregeld. Barendrecht legt ieder detail in het gemaal zo uit alsof hij geen huisarts was, maar werktuigbouwkundige.

Weer thuis, terug van het bezoek aan het gemaal, haalt Barendrecht wat documentatie over molens tevoorschijn. Ergens uit zijn huis tovert hij een snelhechter met papieren naar boven. Zeer gedetailleerd staat de werking en allerlei andere zaken beschreven. “Ik heb ooit eens het en ander op papier gezet over molens”, zegt Barendrecht nonchalant. Opscheppen over zijn kennis doet hij absoluut niet. Niets voor hem, hij interesseert zich er gewoon voor.

“Gaan we te voet of met de auto naar de molen? Het is zo’n anderhalve kilometer lopen”, vraagt Barendrecht. “We gaan maar even snel met de auto”, besluit hij. Onderweg stop Barendrecht meerdere malen. Zo is het hek bij iemands inrit, aan de overkant van de molen, een duidelijke verwijzing naar de molens die hier stonden. En laat hij zien dat het zwembad van Haastrecht onder het niveau van de Vlist ligt. Wonen onder de zeespiegel, veel buitenlanders staan raar te kijken wanneer ze dat horen. Het idee blijft ook nog altijd wat vreemd. Maar Nederlanders weten én doen vaak niet anders.

Eenmaal bij de molen – de precieze naam is overigens Boezemmolen nr. 6 – aangekomen, vertelt Barendrecht nog enthousiaster dan hij al deed in het gemaal. “In Haastrecht was de eerste Hooge boezem van Nederland én van de wereld”, vertelt hij trots. “Hier waren ze eerder dan bijvoorbeeld bij de molens van Kinderdijk. Iedereen kent de molens van Kinderdijk, maar weinigen weten af van de Hooge boezem achter Haastrecht.” De Hooge Boezem achter Haastrecht werd noodzakelijk om het water uit de polders weg te krijgen. Doordat het land zover daalde kon het water uit de polder niet meer uit zichzelf de Vlist instromen. Er kwamen molens om het water vanuit de polder de Vlist in te malen. Lozen van de Vlist op de Hollandse IJsel werd ook steeds lastiger, waarna besloten werd om te lozen via de Hooge Boezem achter Haastrecht. Zeven boezemmolens maalden water uit de Vlist naar de Hooge Boezem waaruit het in de Hollandse IJsel kon vloeien. Door deze manier van ontwateren ontstond er in 1486 voor het eerste in Nederland een vorm van tweetrapsbemaling.

Van de zeven molens is er nu nog maar een over: nummer zes. Dat er nog maar een molen over is, is te danken aan het gemaal in het centrum van Haastrecht. Die maakte de molens overbodig. Klappen van de hamer galmen uit de molen. De restauratie is nog in volle gang. Terwijl Barendrecht naar de ingang van de molen loopt, zorgt hij dat-ie niet in de buurt komt van de draaiend wieken. “Hier komt het scheprad te hangen”, zo wijst hij aan beneden in de molen. Na het beklimmen van drie trappen, staat Barendrecht tussen alle andere vrijwilligers in de nok van de molen. Barendrecht: “Alles zit met wiggen vast. Gaat er iets stuk dan sla je de wig eruit en vervang je het kapotte onderdeel.” Oprecht gefascineerd kijkt hij rond in de molen.

De molen is slechts een klein onderdeel binnen het waterbeheer van Nederland. Barendrecht: “Nederlanders zijn veruit koploper op het gebied van waterbeheer.” Dat Nederlanders in de hele wereld projecten verzorgen om water in toom te houden, zet deze bewering extra kracht bij. Het is maar goed dat wij Nederlanders ‘koploper’ zijn, anders was op dit kleine stukje aarde nooit een land als Nederland ontstaan. Als je al kijkt naar al datgene wat met water te maken heeft in Haastrecht is het niet gek dat Nederland een waterland is. Groot is het Zuid-Hollandse plaatsje niet – overigens wel een plaats die niet zou misstaan op een ansichtkaart— maar des te groter is het belang van Haastrecht. Haastrecht is de spil binnen deze polder.

Reageer op dit artikel