Havo: Een kriem voor de creatieveling?

Op de middelbare school worden werknemertjes klaargestoomd voor het echte leven. Maar wat als iemand dat het liefst leeft vol creativiteit? Kan hij of zij die vaardigheden dan goed genoeg ontwikkelen op de havo? “Ik maak messen voor restaurants, maar op school moet ik een dier kleien.”

Alle illustraties zijn gemaakt door Mara de Bruin

Een knaloranje vel. De schrik van elke scholier. “Geachte heer/mevrouw”, kopt het blad. Dylan Meischke (16) uit Eindhoven grijnst ernaar. Hij staat met het blaadje in zijn hand. Het lag in de schuur in zijn tuin. Daar werkt hij. De puber is er goed mee weggekomen: “Dylan mag over naar havo 5.” Een positief bericht. Wel laat de docent nog een klein detail achter: “Dylan kan veel beter. Jammer dat hoge punten halen hem niet interesseert.” Dat is gedeeltelijk waar. Dylan is namelijk meer geïnteresseerd in messen maken. Het is zijn grote passie. “Een paar jaar geleden heb ik dit helemaal ontdekt”, zegt hij. “De hobby is een beetje uit de hand gelopen. Eerst maakte ik ninjasterren van pizzasnijders, nu maak ik messen voor restaurants.” Hij pulkt een stuk hout uit een handvat. Hij laat het voorwerp zien. Een stalen koksmes blinkt in het Tl-licht van zijn werkplaats. Daar is hij dagelijks een paar uur te vinden. Hij glimlacht terwijl hij zijn collectie laat zien. “Hier komen er nog wel een paar bij, ik kan er maar niet mee ophouden.” School lacht iets minder hard. Zij vinden dat de scholier meer tijd zou moeten besteden aan huiswerk. Daar snapt Dylan niets van: “Ik vind dat er onvoldoende aandacht wordt besteed aan de creatieve ontwikkeling van leerlingen. Later wil ik een creatief beroep, in het meest ideale geval messenmaker, maar ik kan daar op school helemaal geen tijd aan besteden. Logisch dus dat ik dat na school doe als ik thuis ben.”

messen gooien

          “creativiteit de creativiteit zelfst.naamw. (v.) Uitspraak:   [krejativi’tɛit] talent om nieuwe dingen te verzinnen”

De creatieve industrie

Hoogstwaarschijnlijk kiest Dylan als hij oud genoeg is voor een beroep in de creatieve industrie. De creatieve industrie is één van de negen topsectoren van de Nederlandse economie. Volgens Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) werken 180000 fulltimers in de creatieve industrie. Het kent drie sectoren: Kunst en cultureel erfgoed (archieven, monumenten), media en entertainment (games, films, televisie, radio) en creatieve zakelijke dienstverlening (beroepen in bijvoorbeeld muziek, reclame, vormgeving, software). De industrie blijft constant in beweging. Op 10 maart dit jaar, schreven tientallen creatieve werknemers en werkgevers een brief aan de toekomstige informateur in Nederland. Onder andere het Topteam Creatieve Industrie, de Dutch Design Week en de Federatie Dutch Creative Industries zetten zich in. In de brief meldden zij dat “de Nederlandse creatieve industrie wil bijdragen aan het vormgeven van oplossingen voor vraagstukken.” Met die vraagstukken bedoelen zij zaken als bijvoorbeeld knelpunten in de zorg, de groeiende maatschappelijke tweedeling en het gebruik van duurzame energie. Waar de artistieke werknemers hun handen ineenslaan om de maatschappij te helpen, moet de havoleerling het vooral met boetseren doen. “In de brugklas kreeg ik drie weken de tijd om een dier van klei te knutselen”, zegt Dylan. Terwijl hij praat, is hij met een haakse slijper in de weer. De vlammen vliegen nog net niet in zijn bruine haar. Zonder te kijken, herhaalt hij het snijden een aantal keer. Perfect op maat. “Dat we dat soort werkjes te doen krijgen, is op zich niet zo erg, hoor. Voor iemand die niet creatief of artistiek aangelegd is, zal zoiets al een hele uitdaging zijn”, zegt hij. Het probleem zit hem meer in het feit dat bovenstaande werkjes het hoogste niveau is op school: “Ik raak op zo’n moment echt compleet verveeld. En als je dan de klas uit wordt gestuurd omdat je niet meewerkt, denk ik wel what the fuck. Ik vind het systeem een beetje passé en oubollig, het mag wel wat vernieuwing hebben.”

                                       “creativiteit• de scheppingsdrang, de vernieuwingsdrang.”

Messen maken

Ongeveer tweeënhalf geleden startte Dylan met messen maken. Dat begon in zijn slaapkamer, maar heeft zo’n grote vorm aangenomen dat er in huis geen plek meer is. De moeder van Dylan heeft een schuur moeten bestellen. Hierin staan schuurmachines, een haakse slijper, bakken hout en stapels staal. In de hoek staat een gietertje bedolven onder het stof. “Eigenlijk zou de helft van de schuur nog van mama zijn, maar ze heeft het maar opgegeven.” Op @dmb_dylanmeischkeblades heeft Dylan 687 volgers. Daarop plaatst hij foto’s en video’s van zijn werk. Ook heeft hij via Instagram contact met mensen die dezelfde passie delen. “Echt bizar, ik dm (redactie: direct message) met makers over de hele wereld. Soms vragen ze mij zelfs om tips. Supervet.” Dylan koopt materiaal via internet. Over de hele wereld haalt hij gereedschappen. Het hout komt uit Duitsland, het staal uit Nederland en soms zelfs unieke heften uit Amerika. “Het proces begint eigenlijk al bij het ontwerp maken. Ik teken iets wat mij functioneel en mooi lijkt. Vervolgens plak ik dat op een stuk staal. Daarna slijp ik met mijn bandschuurmachine het profiel van het mes uit.” Dankzij de aanschaf van machinerie sloeg het messen maken over van een bescheiden hobby naar een professionele passie. “Per week besteed ik ongeveer twintig uur in de schuur. Op zaterdag werk ik twaalf uur en daarnaast heb ik ook nog school. Een uitdaging om alles te combineren. Op dit moment is me dat het helemaal waard, maar het zou natuurlijk heel fijn zijn als ik niet alle uurtjes bij elkaar moest sprokkelen.”

Studeren

Na de havo kan een leerling terecht bij een kleine groep opleidingen cultuur en kunst zoals de kunstacademie of HBO Toneel en Dans. Ook kan je in de trapeze hangen bij de Opleiding Circus Arts. Uit cijfers van het CBS blijkt dat 5% van alle afgestudeerden in het hoger onderwijs creatief is opgeleid. De meeste studenten studeren af in de beeldende kunst, terwijl in de dans, theater en bouwkunst relatief weinig scholieren afstuderen. Toch is het aantal kunstenaars sinds 2005 met 14% gestegen. Die groei is sterker dan die van het totaal aantal werkende personen op de arbeidsmarkt. Dat er een laag percentage creatieve studenten is, wil dus niet zeggen dat creatieve beroepen minder in trek zijn. Dylan weet niet zo goed welke studie het beste bij zijn passie past: “Ik wil natuurlijk een goede combinatie maken van studeren en mijn passie uitvoeren, maar ik weet niet of dit kan. Het lijkt me ook wel zonde om niets met mijn hbo-niveau te doen, maar ik weet gewoon echt niet op welke manier dat het best haalbaar is.” Dylan is voor hulp al eens naar de directeur gestapt, maar daar kwam niets uit. “Om antwoorden op mijn vragen te krijgen moet ik met mijn familie in gesprek. Docenten weten niet wat ze moeten zeggen.” Michiel van Maaren kan zich daarin vinden. Hij ging ook in Eindhoven naar de middelbare school. Tegenwoordig studeert hij aan de Design Academy Eindhoven. “School stimuleert naar mijn mening zijn leerlingen niet echt in het creatieve veld aangezien je dan niet in het plaatje past. Met dat plaatje bedoel ik de reguliere manier van later geld verdienen.” Michiel voelde zich tegengehouden op de middelbare school: “De decanen weten niet denderend veel over creatieve past niet in het plaatjescholen, wat je vrijheid heel erg limiteert. Je gaat namelijk niet zo snel je talent achteraan als je niet weet wat je ermee moet doen of waar je kan komen. Ruimte voor je talent ontwikkelen is er pas na school.” Gelukkig heeft Michiel iets positiefs gehaald uit de onwetendheid van docenten op zijn middelbare school: “Kunst wordt meestal gezien als een bijvakje waar je gezellig een tekening maakt en voor de rest niets uithaalt. Doordat er zo minachtend over gedaan werd, kwam er voor mij een nog grotere drive om mete bewijzen. Dat leidt uiteindelijk ook tot creatieve verrijking.”

CKV

Met negenentwintig klasgenoten een mes slijpen tijdens scheikunde zit er niet in. Wel zijn er verschillende creatieve vakken te vinden op de havo. Cultureel Kunstzinnige Vorming (CKV) en Beeldende Vorming, bijvoorbeeld. CKV werd in 1999 ingevoerd in de bovenbouw van havo en vwo. Vanaf het schooljaar 2017-2018 geldt een nieuw examenprogramma voor CKV op havo en voor vwo. Er is bijvoorbeeld een verplicht SE cijfer voor CKV en het nieuwe programma zou voor meer uitbreiding van de culturele ervaringen moeten zorgen. De studielast voor CKV is op de havo 120 uur. Jan Mulder is beheerder van de website www.kernvakckv.nl. Hij benadrukt dat CKV niet bedoeld is voor de creatieve ontwikkeling van de leerling: “Bij CKV is het doel een verbreding en verdieping van het culturele referentiekader van de leerling. Het gaat er niet om dat de leerling zelf creatief bezig is. Een leerling maakt bij CKV kennis met diverse kunstdisciplines en moet daarbij culturele activiteiten bezoeken die bij die disciplines passen. De bedoeling is ook omverdieping aan te bieden in de zin van kleine en grotere onderzoeksactiviteiten.”

        “Creativiteit: Creativiteit is de productie van nieuwe ideeën die passend en nuttig zijn in een bepaalde situatie.”

Plannen van de overheid

Het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap houdt zich actief bezig met het stimuleren van cultuuronderwijs. In een kamerbrief van 23 november 2016, staan concrete plannen voor de toekomst. “Cultuuronderwijs leert leerlingen om op een creatieve manier met problemen en uitdagingen om te gaan. Daarmee is het een essentiële factor in de ontwikkeling van kinderen”, schrijven Jet Bussemaker en Sander Dekker. De afgelopen jaren is vooral aandacht besteed aan het basisonderwijs. Het programma “Cultuureducatie met Kwaliteit” werd in 2013 geïntroduceerd. 59% van alle basisscholen in Nederland doet mee aan het project. Het doel is “kinderen te laten profiteren van goed cultuuronderwijs waarin ze plezier hebben en belangrijke vaardigheden leren”. Om dit te bereiken bevordert CmK de deskundigheid van leerkrachten en de samenwerking tussen scholen en culturele instellingen. Dit zodat leerlingen al op jonge leeftijd in aanraking komen met cultuur en creativiteit. “De aanpak in deze projecten verschilt: je ziet coaching van leraren door vakleerkrachten in de klas, culturele instellingen en leraren die samen een leerlijn dans uitzetten, maar ook een poëzieproject dat uiteindelijk een kinderstadsdichter opleverde.” Het programmpast niet in het plaatje2a is succesvol gebleken en wordt dan ook doorgezet. Over middelbare scholen die meedoen bestaan geen aparte cijfers. In de periode 2017-2020 komen nieuwe creatieve maatregelen. De plannen voor het voortgezet onderwijs richten zich vooral op een verbetering van creatief onderwijs op het VMBO. Ook moet er een vernieuwing van het vak CKV komen. Leerlingen doen in de nieuwe vorm verdiepend en reflecterend onderzoek. Daarnaast is het de bedoeling dat ze praktische activiteiten gaan ondernemen.

 

Voorstellen

Dylan en Michiel hebben tips en voorstellen voor de overheid. “Per persoon aangepast onderwijs is niet haalbaar, dat begrijp ik”, zegt Dylan. Wel denkt hij dat het onderwijs veel beter kan. De oplossing zit volgens hem in een kleine aanpassing: “Ik vind dat middelbare scholen minder gebruik moeten maken van toetsen en huiswerk. Door de manier waarop iemand zich inzet in de les en opdrachten maakt op school, kun je al heel goed afleiden of die persoon de stof beheerst. Mensen zoals ik hebben dan in ieder geval thuis genoeg tijd om door te ontwikkelen op creatieve vlakken.” Michiel zegt iets soortgelijks: “De school kan in mijn ogen meer vrijheid geven na school.” Ook vindt hij dat school een meer actievere rol kan spelen bij de creatieve ontwikkeling van scholieren: “Op dit moment moet alles vooral op eigen initiatief, maar de school kan dingen aanbieden als een map met oude kunstopdrachten die je kunt uitvoeren om daar je eigen fascinatie in te vinden. Ik had graag een gymles daarvoor ingeruild, puur om meer tijd in mijn ontwikkeling te stoppen.” Ilona de Ruijter, woordvoerder van het OCW (Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen), is om een reactie op het artikel gevraagd. Zij laat weten dat het OCW veel vragen van studenten krijgt: “Het lukt helaas niet om die allemaal goed te beantwoorden.” Dylan hoopt dat het schoolsysteem ooit veranderd, maar meer tijd om zich er druk om te maken, heeft hij niet. Zijn mobiel gaat. Een chef wil honderd botermessen bij hem bestellen. “Daar ben ik wel even zoet mee.” De schuurdeur gaat dicht, het wiskundeboek ook. Het oranje vel is toch al binnen.raport

 

Reageer op dit artikel