Het unieke van Texel

Als ultieme zuiderling, ben ik nog nooit in Texel geweest. Wat heeft deze uithoek te bieden dat er jaarlijks een miljoen toeristen naartoe komen. En waarin komt het eiland overeen met Zuid-Limburg, het gebied waar ikzelf opgroeide.

Nog voordat ik op Texel aankom, heb ik het gevoel dat ik op vakantie ga. De vlakke, groene landschappen en tulpenvelden achter Amsterdam zijn het internationale beeld van Nederland, maar voor iemand die de heuvels van Limburg is gewend, komen ze nog vreemd voor.

De veerpond die ik vanuit Den Helder moet nemen om op Texel te komen, draagt bij aan dat vreemde gevoel. Naar mijn idee is heel Nederland te bereiken met auto, trein, of bus. Ik heb alleen gebruik gemaakt van ponden in het buitenland. Dat ik nu ook met de veerpond reis, geeft mij het gevoel op vakantie te zijn.

Bij aankomst op het eiland hoor ik voor het eerst iets bekends, het Duits van een klein groepje toeristen. Net als Zuid-Limburg is Texel een populaire vakantieplek voor onze oosterburen. Na een korte busrit loop ik in De Koog een restaurant in om te lunchen. De lunchkaart is zowel in het Nederlands als in het Duits geprint. Na een tosti met Texelse ham en schapenkaas, vraag ik aan mijn serveerster wat zij zo uniek vindt aan Texel.

“Dat is een goede vraag”, mompelt ze terwijl ze haar hand door haar peper-en-zoutlokken haalt. “De natuur die wij hier hebben is zeker bijzonder, en daarvoor kun je gewoon door de duinen lopen.” Op de vraag of ze zich afgezonderd voelt van de rest van Nederland, schudt ze lachend haar hoofd.

“We hebben hier alles wat we nodig hebben. Behalve een ziekenhuis. Mocht een Texelaar met spoed naar het ziekenhuis in Den Helder moeten, dan wordt de pond direct richting het eiland gestuurd. Als ik een hartaanval zou krijgen dan ben ik sneller in een ziekenhuis dan iemand uit Amsterdam.”

Ik reken mijn tosti af, bedank haar voor het gesprek en loop richting het strand, mijn pad is echter versperd door werkzaamheden. Een heel blok aan huizen wordt hier tegen het strand aan gebouwd. Als ik aan de een van de bouwvakkers vraag of hij veel werk op het eiland heeft, knikt hij bruusk ja: “De toeristen blijven maar komen.”

Uiteindelijk kom ik op het strand terecht, en op het eerste gezicht ziet het er armzalig uit. De lucht is grijs en koud en het lijkt alsof de wolken ieder moment hun water kunnen lozen. Strandpaviljoens liggen er donker bij, hoewel ze wel open zijn. De zandstranden worden belopen door enkele koppels die hun hond uit laten.

Het verlaten strand van Texel

Na nog geen tien minuten over het strand gelopen te hebben, weet ik zeker dat er zich een zandbak in mijn schoenen bevindt. Plots botst een poedel tegen me op en het lukt me nog net overeind te blijven staan.

“Wat doe je nou? Loop je zomaar tegen die jongen op?” Achter me klinkt een vrouwenstem en als ik omdraai zie een vrouw die mijn grootmoeder had kunnen zijn. Bezorgd kijkt ze me aan: “Gaat het wel, jongen? De hond heeft je toch geen pijn gedaan?” Ik verzeker haar van niet en raak met de vrouw en haar man in gesprek.

Het blijken twee Utrechtenaren te zijn die  nu voor de eerste Texel bezoeken, na jarenlang in Zeeland op vakantie zijn geweest. “Daar is het ons nu te toeristisch geworden, steeds meer Belgen en Duitser die daar naartoe gaan. Deed leek ons een goed alternatief, hier is het rustiger. De natuur voelt ook echter, hoewel het zo dicht bij de bewoonde wereld is.”

Toch merken ze dat ook hier het toerisme stijgt. “Er is geen restaurant meer waar de menukaart niet in het Duits is vertaald. En een groot deel van de andere gasten in het hotel zijn Duits” Haar man vult zuchtend aan. “Het is allemaal wel goed voor de economie en zo, maar ik vind het ook wel jammer dat die Duitsers over komen, er is geen ontsnappen aan.” Het echtpaar zegt gedag en loopt richting het strandpaviljoen, de twee hebben nog niet geluncht.

Ik vervolg mijn weg en na wat een eeuw lijk kom ik de eerste mensen van mijn eigen leeftijd tegen. Ze zijn druk bezig met een zandkasteel. Als ik ze in het Nederlands complimenteer op hun bouwwerk, kijken ze me onzeker aan. Ik herhaal het compliment in het Duits. Ze vragen lacherig of ik er misschien wil wonen. We grappen door en ik vraag ze wat ze van het eiland vinden.

“Heel rustig, zeker in maart. Ook goedkoop. Dat ze hier allemaal Duits kunnen is ook fijn, hier moeten zeker veel Duitsers komen in de zomer. Ik zou dan niet met al mijn landgenoten op dit kleine eilandje willen zitten.”

Ik vraag of ze zeehonden hebben gezien, laten ze hun hoofden hangen. Het is ze helaas niet gelukt om ze in het wild te zien, maar ze hebben Ecomare (museum over de natuur op Texel, red.) bezocht en daar rondgewandeld.

Het is me duidelijk dat het grootste ‘selling point’ van Texel de natuur zelf is. Zo kom ik een wilde fazant tegen die met zijn borst vooruit rondloopt over de duinen. Alsof hij de baas van het eiland is. Zoiets zou je nooit zien in een stad als Tilburg. Maar hetgeen waar Texelaren en Nederlandse toeristen mee beginnen te worstelen is de grote hoeveelheid Duitse toeristen die het eiland bestormt.

Nu Lonely Planet naast Rotterdam en Texel zelf heel Nederland als topvakantiebestemming op de kaart heeft gezet, zullen de toeristen blijven komen en doet het eiland zijn best deze te accommoderen.

Reageer op dit artikel