Hoe de spirituele wereld het leven van Walter compleet veranderde

Walter Savelkouls (61) is al bijna 40 jaar actief als biologiedocent op het Sint-Joriscollege in Eindhoven. Daarmee verdient hij zijn brood, maar naast zijn baan steekt hij ook veel tijd in de zin van het leven en het praten met mensen daarover. Zelf noemt hij het ‘werken vanuit het spirituele oogpunt’. Zo geeft hij mensen energie, zet hij ze aan het nadenken en heeft hij de gave te communiceren met overledenen. Ik zocht hem op in zijn werkkamer, waar hij regelmatig mensen over de vloer krijgt om hen te helpen met zijn spirituele ‘krachten’.

Spirituele wereld

Zeer netjes aangekleed, strak in het pak, neem ik eigenlijk zonder verwachtingen plaats in een typische werkkamer: boekenkasten vol literatuur, een tafel met stoelen en een computer. Om Walters verhaal bij voorbaat beter te begrijpen, vraag ik naar de definitie van de spirituele wereld: Het is één totaal, maar het heeft zich in tweeën gesplitst. Je moet het zo zien: je lichaam is een jasje. Als het versleten is gaat het weg. Dat in tegenstelling tot wie je werkelijk bent, je identiteit. Dat heeft altijd bestaan in vorige levens en blijft bestaan. Het ontwikkelt zich in het pad van reïncarnatie, mensen komen steeds terug.” Ondanks dat niet iedereen hierin gelooft, praat Walter met vele anderen hierover: “Ik doe het altijd gratis. Ik heb een soort cadeautje voor de mensen en help mensen graag, die ook echt belangstelling hebben. Regelmatig komen mensen ook langs. Naar mijn mening is het gewoon wat ik doe, anderen vinden het heel bijzonder. Ik geef een kijkje in het leven van de mensen om hun leven te bekijken op een andere manier, zodat ze daar voordeel uit kunnen halen.”

Praktisch werken

Praten is hoofdzakelijk de manier waarop Walter mensen op een andere manier laat kijken. Volgens hem is het echter wel belangrijk om te weten dat hij niet degene is die daarvoor het initiatief neemt. “Het belangrijkste wat je leert is dat je mensen helpt als ze daar zelf behoefte aan hebben. Ik begin dus altijd waar zij zelf bij kunnen. Een van mijn slogans is: er is geen enkel toeval. Mensen komen bij mij. Ik hoef er geen reclame voor te maken, dat gebeurt vanzelf. Ik voel dat ik een onderdeel ben van een proces waarin ik op aanvraag mijn bijdrage lever bij mensen. Je hebt mensen die er hun boterham mee willen verdienen en mensen hun wil op leggen, die anderen allerlei dingen vertellen waar ze niks aan hebben. Ik wil zelf altijd heel praktisch met iedereen werken. Er komen nooit mensen bij mij die ik niet kan helpen. Dat klinkt arrogant, maar het is wel zo.”

Kanaal tussen overledenen en nabestaanden

Eén van de dingen waar Walter mensen mee helpt, is het communiceren met overledenen. Geregeld krijgt Walter bezoek, in de hoop van hem te horen of hun overleden dierbare iets te zeggen heeft. Zekerheid daarvoor is er echter niet: “Ik ga niet met doden communiceren als het geen zin heeft. Ik zeg altijd: laat de doden met rust. Die hebben hun leven hier gehad, mijn taak is om met de levenden te werken. Af en toe krijg ik wel signalen die ik nodig heb in het nu, maar het is niet om per se een babbeltje te maken. Soms krijg ik boodschappen door van overledenen, die in het belang zijn van de mensen tegenover mij. Niet altijd is het mogelijk om precies te zien wie het is.” Ook is het niet mogelijk om zelf contact op te zoeken met een overleden persoon. “Het is niet op aanvraag. Als iemand vraagt of ik kan praten met zijn overleden broer, ga ik daar niet op in. Ik moet het signaal krijgen van degene die overleden is of degene die in hun plaats iets vertelt. Soms is het heel helder en kan ik tot in details treden, maar het is nooit een ‘raad maar raak’ spel ofzo. Ik voel meteen of het van belang is.”

Wat regelmatig voorkomt als Walter vertelt wat de overledenen tegen hem zeggen, zijn tranen die vloeien. Mensen zijn emotioneel en missen hun dierbare. Een logisch gevolg erkent Walter, maar volgens hem is dit juist niet de bedoeling van de overledenen: “Soms zijn ze daarboven zo enthousiast en ratelen ze maar door. Dan zeg ik tegen de persoon tegenover mij dat hij of zij even moet wachten, omdat ik moet luisteren naar wat ze allemaal te vertellen hebben.” Vaak is een ‘advies’ hierbij van toepassing, vertelt Walter: “Ze zeggen vaak dat de nabestaande zich geen zorgen hoeft te maken en dat ze moeten nadenken over hun eigen leven oppakken en leven met hun dood. Ze stimuleren vaak en zijn heel positief naar de ander toe.”

Ieder gesprek met welk persoon dan ook is altijd anders. Het is dus niet zo dat Walter een vast patroon of systeem heeft voor de mensen die langskomen: “Als mensen hier komen en ik begin te praten weet ik niet wat ik ga zeggen, de volgende zin niet eens. Soms, en mijn vrouw ziet dat heel goed, word ik overgenomen en dan luister ik gewoon mee. Na afloop weet ik het dan ook niet meer. Daarom moet ik goed luisteren, het is een mededeling. Ik ben gewoon het kanaal.” Het is een bijzondere gave, maar daar is Walter het niet mee eens: “Eigenlijk is dit een natuurlijk iets. Iedereen heeft het, maar je moet het wel ruimte geven. Die latente vermogens heb je. Naast eraan werken moet je een bepaalde spirituele ontwikkeling hebben doorgemaakt. Niet in dit leven, maar in de levens hiervoor. Je bent in dit leven met een opdracht. Je wordt geboren op een plek en kiest je eigen ouders uit. Vanuit daar kan je je levensopdracht verder leren en uitvoeren. Iedereen mag daar zelf over denken zoals die wil, maar voor mij is het zo helder als wat. Alles wat je in je leven tegenkomt zijn kansen. Er overkomen je geen dingen, dingen vallen je toe. Dan heb je de keuze om het aan te nemen of van je af te gooien.”

Energie geven

Naast de gave om met overledenen te praten, is hij ook in staat om anderen energie te geven. Dat kan door middel van gesprekken, maar ook ‘onbewust’ voor de anderen, waardoor het de hele dag doorgaat. “Als ik naar huis rijd moet ik regelmatig wachten voor het stoplicht. Ik kijk in de spiegel naar de mensen in de auto achter mij. Ik zie dat die mensen een probleem hebben. Dan kijk ik ze door de spiegel aan en geef ze energie en inzicht in wat ze werkelijk voor elkaar betekenen. Ik gebruik daarbij de kennis van de spirituele wereld, ook daar krijgen ze inzicht in. Dan hebben ze een keuze wat ze ermee doen, maar dan zit mijn werk erop. ‘Iets’ zegt mij namelijk dat ik in die spiegel moet kijken”, zegt Walter. In toeval gelooft hij dan ook niet: “Alles is al geregeld voor je. Voor mij stond de helft van mijn familie voor de klas, de andere helft in de bouw. Voor mij was het snel duidelijk dat ik het onderwijs in moest. De bouw trok mij niet, ik moest met mensen werken. Ik deed de opleiding en dat ging allemaal heel makkelijk en na m’n eerste brief werd ik direct aangenomen.” Dat gebeurde bij het Sint-Joriscollege waar Walter nog altijd actief is.

Biologie en spiritualiteit

Ondanks dat de spiritualiteit heel belangrijk is in het leven van Walter, is hij ‘gewoon’ biologiedocent in het dagelijks leven. Dat hij het vak geeft wat onder andere draait om mensen is ook geen toeval.“Mijn vader was altijd met planten bezig en ik wist altijd al dat ik er iets mee wilde doen. Bio is een schitterend vak”, vertelt hij passievol. “Het is wel paradoxaal; je bent druk aan het uitleggen hoe alles werkt, terwijl je eigenlijk denkt: dit stelt geen fluit voor. Juist de kennis en het steeds meer weten bracht mij tot het besef dat we eigenlijk heel weinig weten. We denken veel te weten, maar het is allemaal voortborduren op. De essentiële antwoorden, daar heeft niemand antwoord op. Wat was er voor de Big Ben? Dat weet niemand. Ik laat leerlingen over alles nadenken.”

Walter samen met twee collega’s, poserend voor ‘zijn’ St-Joriscollege. Foto: Eindhovens Dagblad/Fotopersburo Van de Meulenhof BV

Niet geheel tegen de verwachting in bestaat een college van Walter niet alleen uit het voordragen van de lesstof: “Soms ga ik naast ze zitten en vraag ik hoe het met ze gaat. Ik kan niet anders. Ik werk heel erg intuïtief. Nu hebben ze dit nodig, dan moet dat gebeuren en dan moet ik dat doen.” Ook de leerlingen kunnen Walters aanpak wel waarderen: “Onze school bestond laatst honderd jaar en toen hadden we een reünie. Ze kwamen in een rij naar me toe om iets tegen me te zeggen. Dat hoeft niet, maar het gebeurde wel.” In het bijzonder springt één moment er voor Walter uit: “Ik herinner me een lange knul die mij een knuffel wilde geven. Hij zei dat ik de enige was die hem niet in de steek liet en in hem geloofde. Hij had al die harde lessen nodig om te zijn waar hij nu is, ik wist wat hij nodig had. Dat hij dat zei kwam wel binnen. Er zijn ook leerlingen waar ik niks voor te betekenen heb, dat is misschien een andere collega. Ik ben niet belangrijk, maar voor sommige mensen wel.”

Kaars in een donkere ruimte

Inmiddels is Walter al ruim twintig jaar in aanraking met de spiritualiteit. Zijn vrouw zelfs al langer, maar zij was niet de directe oorzaak dat haar man zich hiermee ging bezighouden. “Ik was een keer op de school van mijn kinderen. Eén van de medeouders zei tegen mijn vrouw dat zij samen met mij echt naar een ‘bijeenkomst’ moest gaan. De eerste keer ging alleen mijn vrouw. Zij was enthousiast en een aantal weken later ging ik mee. Toen ik daar zat voelde ik dat er iets bijzonders aanstaande was, maar ik kon het niet helemaal duiden. Het was alsof je in een omgeving kwam waarvan je opgelucht was dat je er was, zoals thuis. Alsof er een kaars werd aangestoken in een donkere ruimte. Dan heb je een keuze of je er iets mee gaat doen. Dat deed ik”, zo zegt hij tevreden. Om zijn huidige gevoel te omschrijven over de spiritualiteit, gebruikt hij een vergelijking. “Als je naar een berg loopt wordt een berg hoger, naar mate je dichterbij komt. Als je met deze kennis in je rugzak zo’n berg nadert, wordt hij juist steeds kleiner; de berg, die staat voor je problemen, lost op.”

Negatieve reacties en de gevolgen daarvan

Ondanks dat zijn vrouw en Walter zelf zo enthousiast waren over alles van spiritualiteit, gold dat niet voor iedereen in zijn omgeving. Soms liep hij zichzelf zelfs weleens voorbij: “In al m’n enthousiasme wilde ik laten zien dat iedereen hier recht op had. Ik vond het zo fantastisch. Ik gunde het iedereen, maar vond het ook wel leuk om een soort bijzondere status te krijgen binnen bijvoorbeeld de familie. Nou, daar werd ik gigantisch op afgerekend. Niet door anderen, maar door mezelf. Ik wilde iets waar anderen totaal niet op zaten te wachten.” Het bekendste voorbeeld daarvan was Walters zwager, die een brief schreef: “Hij vertelde mij dat hij zich ernstige zorgen maakte en niet snapte wat ik aan het doen was. Later kwam hij daarop terug, omdat hij wel zag dat ik echt gelukkig was.”

Walters zwager was niet de enige die zijn of haar bedenkingen had bij de spiritualiteit: “Mijn oudste broer, die inmiddels overleden is, zei dat hij gelooft in andere dingen. Ook prima. Het punt is, ook naar bijvoorbeeld collega’s toe, dat je mensen niet iets kan laten zien waar ze niet aan toe zijn. Je moet het doen in het belang van andere mensen. Als je er probeert zelf beter of belangrijk van te worden, kom je veel problemen tegen. Velen kiezen ervoor om er niks mee te doen, zien niet per se het nut, of willen niet anders zijn. Maar ook ik ben zo gewoon als ik ben. Veel gewoner kan het niet. Dat is ook mijn ‘dekmantel’. Je moet op ooghoogte met de ander blijven. Als je lekker belangrijk doet krijg je afstand en gaan mensen naar je opkijken; foute boel.”

Ondanks de, in eerste instantie, negatieve en bezorgde reacties ging Walter stug door met zijn geloof in spiritualiteit. Volgens hem heeft immers iedereen behoefte aan gesprekken met anderen: “Tijdens je leven kom je weleens iets tegen, waardoor je rondloopt met de gedachte of je zelf gek bent of dat het echt zo is. ‘Is het anders wat ik zie of voel ik wat anderen zeggen?’ Ik zie het als dat je met een puzzelstukje rondloopt en op zoek bent naar de plek waar dat stukje past. Daarbij, iedereen heeft latente vermogens. Dat zijn bepaalde krachten die er in aanleg zijn, maar waar je wel aan moet werken. Als je met mensen praat of je wordt op dingen gewezen, gaan luikjes open. Je kan anderen helpen. Je hoeft maar naar iemand te kijken en je ziet en weet al een heleboel.”

 

 

Reageer op dit artikel