‘Ik ben bang voor de aftakeling’

Nog altijd actief en zelfstandig, maar wetend dat er een tijd komt waarin het allemaal niet meer zo makkelijk gaat. Lenie van den Broek (80) staat er steeds angstiger tegenover. “Ik zie mezelf echt niet eenzaam wegkwijnen in een bejaardentehuis.”

 Mijn oma Lenie is bang om in het bejaardentehuis terecht te komen. Voorzien van een kopje koffie en een stuk zelfgebakken appeltaart vertelt ze me over zelfstandigheid, haar angst voor aftakeling en eenzaamheid.

Actief en zelfstandig

Maar weinig 80-jarigen zijn zo actief als oma Lenie. Ze woont al ruim dertig jaar met haar man Jan, 85 jaar oud, in een middelgrote woning in Eindhoven. Daar zorgt ze iedere dag voor het eten en doet ze het huishouden nog altijd zelf. Jan, nog net zo actief als zijn vrouw, verzorgt altijd de tuin. Buiten het huishouden is Lenie, die als jongste van vijf opgroeide in het Brabantse dorp Boxtel, ook altijd actief bezig. Zo gaat ze iedere donderdag een uurtje naar het zwembad, waar ze oefeningen doet in een ouderenclub. “Zo blijf ik lichamelijk een beetje fit. Al zit ik tegenwoordig vaak gewoon in het bubbelbad. Maar dat is ook goed voor de spieren.” Naast de gezondheid, gaat ze ook om sociale redenen zwemmen. “Het is altijd gezellig, want ik zwem steeds met dezelfde ouderen. Helaas wordt de club tegenwoordig wel steeds kleiner.” Lenie heeft één goede vriendschap overgehouden aan het zwemmen. “Wies en ik gaan vaak bij elkaar op de koffie. Vroeger gingen we ook vaak samen steden in Nederland bezoeken, maar dat kan ze fysiek nu niet meer.”

Naast zwemmen, zijn ook wandelen en fietsen de favoriete bezigheden van Lenie. Hoewel ze slechts twee jaar geleden nog een pacemaker kreeg, weigert ze thuis te blijven zitten. “De hele dag binnen zitten en puzzelen en breien is niets voor mij hoor.” Vorig jaar kocht Lenie zelfs een hometrainer. Want fietsliefhebber als ze is, wil ze ook op regen- of stormachtige dagen kunnen fietsen. “Ik vind fietsen heerlijk. Op zonnige en niet al te winderige dagen kan ik makkelijk uren aan een stuk fietsen. Meestal ga ik dan naar de dorpen om Eindhoven heen, of naar een park of naar het vliegveld om vliegtuigen te spotten. Wel altijd in mijn eentje, want Jan fietst te sloom voor mijn doen.”

Angst voor aftakeling

Maar hoe fief ze nu ook nog mag zijn, Lenie weet dat dat niet voor altijd zo blijft. En dat vindt ze frustrerend. “Ik kijk op tegen de aftakeling. Ik ben er zelfs bang voor. Ik merk nu al dat ik soms lichamelijk minder kan, maar het idee dat ik op een dag niet meer kan fietsen of niet meer alleen kan wonen, maakt me soms echt bang. Je wereld wordt dan zo klein.”

Lenie is zichtbaar bedroefd. Ik weet dat ze het niet graag toegeeft. En hoe graag ze actief en zelfstandig wil blijven. Ze schenkt ons nog een kopje koffie in.

Bejaardentehuis

“Waar ik het meest tegenop kijk, is dat ik misschien ooit in een bejaardentehuis terechtkom. Jan is ook al 85 en kan steeds minder. Op een gegeven moment zal het ons niet meer lukken om in dit huis te blijven wonen.” Het huis heeft twee verdiepingen, een gevaarlijk smalle trap en bovendien een  enorme tuin. Het onderhoud zal op een gegeven moment te veel worden. “Dan is een bejaardentehuis nog de enige optie, ben ik bang. Maar ik zie mezelf daar echt niet eenzaam wegkwijnen.”

Van alle 65-plussers in Nederland woonden er in 2014 bijna 140.000 in een institutioneel huishouden, zoals een verzorgingstehuis, bejaardenhuis en revalidatiecentrum, zo blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Driekwart hiervan is voor persoonlijke verzorging en buitenhuiselijke activiteiten afhankelijk van de hulp van anderen.

Weinig aandacht

Wat is het dat Lenie het meest angstig maakt voor een bejaardentehuis? “Je hoort vaak op het nieuws of van andere ouderen dat er weinig persoonlijke aandacht is voor ouderen in een tehuis. Ik zeg niet dat dat altijd waar is, maar ik denk dat door alle bezuinigingen er inderdaad minder verzorgers zijn dan ouderen. Ik ben bang dat ik misschien vergeten ga worden. Te weinig aandacht krijg. Of eenzaam wordt.” Lenie zal niet snel vergeten worden, want ze heeft genoeg familie. Maar niet alle ouderen hebben dit geluk. Uit cijfers van het Nationaal Ouderenfonds blijkt dat 33 procent van de ouderen zich eenzaam voelt. Dat komt neer op 1,2 miljoen ouderen. Zo’n 200.000 daarvan voelen zich extreem eenzaam en krijgen slechts één keer per maand bezoek.

Toch heeft Lenie ergens wel gelijk. EenVandaag zocht vorig jaar nog uit dat 51 procent van de verpleegkundigen en verzorgenden vindt dat er te weinig tijd is om tehuisbewoners de zorg te bieden die ze nodig hebben. Vanwege alle bezuinigingen in de ouderenzorg, stelt ruim 60 procent zelfs dat er geen tijd is voor persoonlijke aandacht.

Langzaam word ik ook steeds angstiger van het idee dat mijn oma wellicht ooit in een bejaardentehuis komt te zitten. Ik moet er niet aan denken dat ze daar te weinig aandacht zou krijgen, of misschien eenzaam zou worden. Ik pak haar hand vast.

Ervaringen

“Ach, misschien denk ik er wel te zwaar over. Het is vast niet alleen maar ellende, hoor.” Toch kan Lenie één incident nooit meer vergeten. “Onze oude buurman Ben de Roos, die inmiddels al een paar jaar dood is, zat in een verzorgingstehuis. Hij was dement en kon eigenlijk niets meer. Op een middag gingen Jan en ik bij hem op bezoek, maar troffen hem zó verloren aan. Hij had in zijn broek geplast en zat in zijn natte broek op de rand van het bed. De tranen liepen over zijn wangen, want hij zat zo al een tijdje en werd maar niet verschoond door de verzorgsters. Dat beeld vergeet ik nooit meer. Zo bedroeft zat hij erbij. Dat verdient niemand.” Lenie wordt er zichtbaar emotioneel van. “Ja, zoiets is vreselijk om te zien.”

Toch maakt Lenie niet alleen maar akelige dingen mee. “Mijn schoonzus, je oudtante An, zit samen met haar zus Nel in een verzorgingstehuis. De één omdat ze fysiek niet veel meer kan, de ander omdat ze dement begint te worden. Ze hebben het prima naar hun zin, krijgen lekker eten, kunnen elkaar bezoeken als ze willen. En als ik ze spreek op verjaardagen, vertellen ze ook dat het met de verzorging en aandacht goed zit.”

Hoewel goede verhalen als deze Lenie enigszins gerust stellen, helpen ze haar niet van haar angst voor aftakeling en het bejaardentehuis af. “De angst blijft, want ik wil daar gewoon niet terechtkomen. Ik wil zelfstandig en actief kunnen blijven. Genoeg aandacht krijgen en niet eenzaam worden. Want dan ben ik een ongelukkig mens.” Maar zolang Lenie nog kan fietsen, is ze dat nog even niet.

Reageer op dit artikel