‘IK WAS NIET EENS EEN COMMUNIST!’

“Ik deed het voor mijn familie, dat was het juiste om te doen op dat moment,” zegt de gepensioneerde ex-communist. In dit interview vertelt Marian Nadobnik over zijn verleden als communist. Hij heeft er tot op de dag van vandaag totaal geen spijt van. Wel van totaal iets anders.

Nadobnik rond 1980

Tussen de kilometersl ange open grasvelden, af en toe onderbroken door stukjes bos en vooroorlogse Duitse huisjes, ligt Bolewice. Dat is een klein dorpje in het woiwodschap (provincie) Groot-Polen, een uurtje van de Duitse grens vandaan. Als oudste van het gezin moet Nadobnik in zijn tienerjaren in de bakkerij van zijn vader Feliks Nadobnik werken. “Ik moest ook al vroeg voor mijn zusje en broertje zorgen, omdat mijn moeder op jonge leeftijd stierf. Aan helpen in huis was geen ontkomen aan.” Nadobnik wordt ook van jongs af aan erg patriottisch opgevoed. Zijn vader is namelijk anticommunistisch. “Dat nationalisme stamde nog uit de oorlog, maar ik had daar nooit iets mee. Niet dat ik niet trots was, maar omdat het van mijn vader moest,” vertelt Nadobnik met een grijns op zijn gezicht. “Je moest van Polen houden en het communisme haten.”

Nadobnik heeft totaal geen interesse in politiek op die leeftijd, maar wel in muziek. “Mijn droom was om muzikant te worden. Vanaf mijn 16e speelde ik in een schoolbandje… op de contrabas,” vertelt Nadobnik terwijl hij met gesloten ogen droog in de lucht de snaren raakt. “Iets later – al na mijn dienstplicht – ontmoette ik mijn toekomstige vrouw Danka in het stadje Swiebodzin. Ik was toen 20. We kregen een relatie en de band was mijn toevluchtsoort. Na een avond bij Danka, vertrok ik naar de kroeg naar mijn bandmaatjes, voor de zoveelste keer. Ik pakte mijn jas, zei gedag en liep naar buiten. Woest trok ze het raam open en riep: ‘Je kiest voor je band, of je kiest voor mij.’” Nadobniks vrouw Danka lacht hem toe achter in de kamer en zegt tegen hem: “Het was heel simpel, je houdt van mij of niet.” Nadobnik: “Ik heb mijn keuze toen dus moeten maken. Ik kan nog steeds niet geloven hoe ik het zolang heb kunnen uithouden,” fluistert Nadobnik terwijl hij om zich heen kijkt. “Dat moet ik niet te hard zeggen, ze heeft oren als een Duitse Herder.”

Nadobnik op zijn werk rond 1973

Op een dag in 1970 wordt er bij Nadobnik aangeklopt, die ondertussen al getrouwd is. Twee mannen in pak staan voor de deur van het witte landhuisje langs het spoor. Nadobnik opent de deur en krijgt meteen een officiële begroeting: “Dzień dobry kameraad-collega, wij zijn hier namens de partijcommissie van de PZPR (Poolse Verenigde Arbeiderspartij). Mogen wij even binnenkomen?” Nadobnik: “Dat waren twee partijleden van mijn werk. Ik was toen technicus en docent Pools en kreeg de kans lid te worden van de partij. Dat was een soort studentenvereniging, maar dan in de maatschappij en op het werk. Typisch voor een communistische staat.”

“Mijn geboortejaar – 1946 – was een apart jaar voor Polen. Kort na de Tweede Wereldoorlog was het hier net het Wilde Westen. Na de Duitser kwam de Rus. De ene bezetting na de andere,” zegt Nadobnik. “De Sovjetunie greep de macht. Vanaf dat moment was Polen geen democratisch en kapitalistisch land meer, maar een marionet bestuurd vanuit Moskou. Wie niet luisterde werd neergeslagen. Kijk maar naar de Hongaarse Opstand of de Praagse Lente. Ging ik dat regime steunen?

Nadobnik op zijn werk rond 1974

Op dat moment had ik dus een keuze. Als ik me inschreef kon ik profiteren: dan kreeg ik een groot appartement, een beter salaris en veel meer andere dingen. Ik kon ook weigeren, dan steunde ik het regime niet. Ik keek toen naar mijn vrouw en ze knikte. We wilden aan kinderen beginnen en konden wel wat meer geld gebruiken, dus ik ging akkoord. Ik was niet eens een communist! Maar vanaf dat moment wel… op papier ten minste.” Nadobnik bekijkt ondertussen zijn onderscheidingen van de partij en wat oude foto’s uit die tijd. “De leiders waren trots op me, omdat ik goed en veel werkte. Maar ik verloor daardoor wel veel vrienden die tegen de regering waren. Een aantal familieleden verhuisden naar Nederland vanwege het regime, ze hadden er genoeg van. Mijn kinderen gingen in de jaren ‘80 de straat op om te protesteren, terwijl ze dondersgoed wisten dat ik bij de partij zat.” Dat deed Nadobnik veel pijn, maar hij genoot van al zijn privileges en hij had het goed. Daar ging het uiteindelijk om volgens hem.

Nadobnik op een partijcongres rond 1974

Ook al was Nadobnik geen echte communist, zoals hij zelf zegt, vindt hij het communisme zo slecht nog niet. Nadobnik vindt zelfs dat het leven voor de val van de muur beter was dan nu. “Mensen respecteerden elkaar, er was gelijkheid en de staat zorgde voor jou. Je had alles: gratis openbaar vervoer naar je werk, gratis zorg en gratis scholing. Toen was er misschien wel weinig, maar je hoefde je geen zorgen te maken over je bestaan. Nu wel. Het enige goede aan de val van de muur was dat de Rus naar huis ging, meer niet.”

“Ik heb dus uiteindelijk geen spijt dat ik bij de partij zat. Wat had jij gedaan als je kon kiezen voor een beter bestaan? Die keuze had ik, toen ik nog in het landhuisje woonde langs het spoor.” Een deur verder woonde de familie van de grootste Poolse rockster uit die tijd: Czesław Niemen, hij kwam weleens op bezoek bij zijn familie. Danka voelde zich bevoorrecht om naast een bekendheid te leven, maar Marian Nadobnik had een dubbel gevoel. Hij valt tijdens het vertellen even stil. Na enkele momenten van stilte kijkt hij langzaam weer op. Zijn ogen, die even in het niets staarden, klaarden weer op. “Dat had ik kunnen zijn! Als er iets is waar ik spijt van heb, is dat ik geen muzikant ben geworden,” vertelt Nadobnik en kijkt even om naar zijn vrouw Danka die achter hem zit. “Maar ik kan niet klagen,” voegt hij eraan toe en geeft zijn vrouw een knipoog.

 

 

Reageer op dit artikel