Ingrid mag bijverdiensten bijstand houden, schiet er weinig mee op

Fotocredits: Omroep Brabant

Iedereen in de bijstand zou mogen bijverdienen. Het is een onderwerp dat al sinds de jaren negentig leeft. Gemeentes kregen in 2016 toestemming om hier tijdelijk mee te experimenteren. Het Tilburgse vertrouwensexperiment, dat nu halverwege is, is een voorbeeld. De zestigjarige Ingrid Boef doet mee.

In Ingrids voortuin is een gat gegraven. Het zand ligt in hoopjes ernaast. Het water is afgesloten. Op haar waardevolle spullen zijn stickers geplakt die duidelijk maken dat het item te koop is. Ingrid zag het aankomen, dus heeft ze haar allerlaatste driehonderd euro van de bank gehaald en haar autootje teruggekocht. Al haar ellende staat tentoongesteld voor de buurt. Ze schaamt zich kapot. Als er een paar dagen later voor de zoveelste keer een deurwaarder aanbelt, houdt Ingrid de gordijnen nog even dicht. Ze hoopt dat hij weggaat.

Dit is zo’n tien jaar geleden, toen Ingrid en haar man net gescheiden waren. Door de scheiding kreeg Ingrid een deel van de schulden van haar ex in haar schoot geworpen. Ook kon ze niet meer werken en belandde ze in de bijstand. De geboorte van haar jongste zoon Luuk, veertien jaar geleden, bracht zwangerschapscomplicaties met zich mee. Voortaan kan ze niet meer zomaar buitenshuis gaan, maar ze is niet arbeidsongeschikt. Het is wel iets waar haar potentiële werkgever rekening mee moet houden. Ingrid heeft haar leeftijd ook niet mee. “Als je ouder bent, word je minder snel aangenomen”, zegt ze. “Als ik jonger was geweest had ik allang ergens aan het werk kunnen zijn. Uitzendbureaus zoeken altijd mensen, zeker voor in ploegendiensten. Of je daar gelukkig van wordt, is een andere kwestie.”

Het Tilburgs vertrouwensexperiment is een samenwerking van de gemeente en Tilburg University. Ze willen kijken wat het met mensen in de bijstand doet als ze meer keuzevrijheid en persoonlijke aandacht krijgen. Het doel is de Participatiewet te verbeteren en het aantal bijstandsgerechtigheden (485.000 in januari 2019, CBS) te verminderen. Bijstandsgerechtigden konden zichzelf aanmelden. De belofte: niemand gaat er financieel op achteruit en je kunt altijd stoppen. Het experiment is in januari 2018 begonnen en duurt twee jaar lang. Ook Groningen, Utrecht en Wageningen, Amsterdam en Nijmegen experimenteren ook met de regels in de bijstand, maar zijn andere onderzoeken. Daarnaast doet Deventer mee, maar de betrouwbaarheid van het onderzoek komt in het geding door het kleiner worden van de proefgroep. Wat er gebeurt na afloop van het vertrouwensexperiment is nog onbekend.

Klusje hier en daar
De schulden van haar ex probeerde Ingrid destijds onder controle te krijgen met behulp van Stichting Blut. Hierbij hielp een begeleider haar met het beperken van haar uitgaven. Haar huidige inkomsten, 982,79 euro netto per maand plus een kindgebonden budget, komen van de bijstand. Een beetje bijverdienen met een klusje hier en daar mag Ingrid niet, of nou ja. Dat mag wel, maar dan zou haar bijstand worden gekort. Anders is er kans dat ze boven het minimumloon uitkomt en dan zou de bijstand te aantrekkelijk zijn. Slechts een kleine groep mensen mag bijverdiensten houden en Ingrid hoort daar niet bij.

Sinds 1996 is bijverdienen in de bijstand al een heikel punt. Het zou enerzijds aanmoedigen om meer te werken, maar anderzijds juist remmen omdat bijstandsgerechtigden financieel beter rond kunnen komen. Toch keurt politiek Den Haag dat jaar een wetsvoorstel goed waarin staat dat alleenstaande moeders (dus geen co-ouderschap, wat Ingrid wel heeft) mogen bijverdienen, net zoals mensen boven de 57,5 jaar. Het gaat om maximaal 275 gulden, nog geen 125 euro, per maand. In 2008 komt daarbij dat ook 65+’ers een beetje bij mogen verdienen. De wet wordt steeds bijgeschaafd. Of je wel of niet in aanraking komt voor het houden van je bijverdiensten wordt steeds ingewikkelder. Bij het vertrouwensexperiment is het duidelijk: je mag de bijverdiensten houden als dat een van de regels van de groep is waarin je bent ingedeeld.

Het Tilburgse vertrouwensexperiment telt vier groepen. De achthonderd deelnemers zijn ingeloot in een van die groepen.

Groep een. De bijstandsgerechtigde bepaalt wat de beste manier is om naar werk te zoeken. Ook krijgt hij begeleiding, mag hij een deel van de bijverdiensten houden en krijgt een bonus als hij werk vindt.


Groep twee. De bijstandsgerechtigde heeft geen sollicitatieplicht. Hij krijgt een begeleider die meer focust op de talenten en persoonlijke ondersteuning die bij hem past.

Groep drie. De bijstandsgerechtigde heeft geen sollicitatieplicht. Hij krijgt een begeleider waarmee hij kan sparren over wat hij nodig heeft op weg naar werk. Ook mag hij een deel van de bijverdiensten houden en krijgt hij een bonus als hij werk vindt.

Groep vier. Dit is de controlegroep. De bijstandsgerechtigde moet minimaal een sollicitatiebrief per week versturen, krijgt geen nieuwe begeleiding en heeft geen recht op bonussen of het houden van bijverdiensten.

Ode aan overleden vriendin
Ingrid mag in de tijd van het vertrouwensexperiment haar bijverdiensten houden, want ze is ingedeeld in groep drie. Dat komt goed uit, want nog voor dit experiment is ze met een eigen bedrijfje begonnen. Haar hartsvriendin Audrey zei al vaker dat ze iets met haar haakkunsten moest gaan doen. Haken deed Ingrid al jaren, ook samen met Audrey. Toen borstkanker Audrey te zwak maakte, haakte Ingrid geld bij elkaar om haar laatste wens in vervulling te laten gaan. “Ze wilde super graag nog eens met dolfijnen zwemmen”, zegt Ingrid. Haken kreeg voor Ingrid ook een emotionele waarde. Ze luisterde naar haar vriendin en schreef op de verjaardag van Audrey zich in bij de Kamer van Koophandel. Rakkie Kakkie heet het bedrijf. Audrey stelde dat als er een bedrijfje zou komen, het zo genoemd moest worden. De bijverdiensten die Ingrid maakt met Rakkie Kakkie mag ze houden. Veel is het niet.

Ingrid laat haar nieuwste gehaakte pop zien. Het is een pilotenjongetje van zo’n veertig centimeter hoog. Ze heeft er minimaal vijf kleuren garen in zijn verwerkt. Z’n mutsje is beige, zijn oogjes zwart. “Ik heb hier wekenlang aan gewerkt!”, ze lacht als ze de pop verder naar voren duwt zodat-ie beter bekeken kan worden. “Een vriendin vond ‘m ook mooi en wilde ‘m wel hebben, maar dan moet ze gewoon betalen, hoor! Tachtig euro, kost-ie.”

Als Ingrid de pop verkoopt, houdt ze zeventig euro winst over. Er gaat nog tien euro materiaalkosten af. Daarvan mag ze vijftig procent houden. Vijfendertig euro dus. Voor een maand werk. En al zou ze supersnel kunnen haken: er zit een maximum van 209 euro aan de bijverdiensten. Stel, ze zou voor vijfhonderd euro haakwerk verkopen, mag ze in plaats van 250 maar 209 euro houden. Anders verdient ze te veel en is het niet aantrekkelijk om uit de bijstand te komen. Ingrid zou dolgraag uit de bijstand willen, maar kan nog niet rondkomen van haar bedrijf. “Ik heb een klapper van een idee nodig voordat ik genoeg opdrachten krijg. En dan moet ik ook personeel inhuren, want het kost heel veel tijd om zo’n pop te maken. De bonus die je krijgt als je fulltime werk vindt, kan ik voorlopig wel vergeten. Mijn bedrijfje wordt niet als werk gezien omdat ik te weinig verdien, terwijl ik meer uren handenarbeid in mijn werk steek dan iemand die auto-onderdelen doorverkoopt. Het goede nieuws is dat ik zonder stress haak. Dat is ook wat waard.”

Levensgevaarlijke stress
De informatieplicht in het reguliere systeem, het maandelijks doorgeven van elke verandering in je inkomsten of woonsituatie, was Ingrid te veel. Haar bloeddruk was levensgevaarlijk hoog. Ze slikte medicijnen en mocht bijna niet bewegen van de dokter. Daarnaast ergerde ze zich groen en geel aan de manier van werken. “Je wordt opstandig van al die verplichtingen”, zegt Ingrid. “En het ging allemaal zo onpersoonlijk. Ik weet nog wel dat ik een parkeerkaartje declareerde, wat mag voor een afspraak bij de gemeente. Ik kreeg toen een telefoontje van mijn begeleider met informatie over een kilometervergoeding. Hij vroeg later in het gesprek of ik ook de fiets kon pakken. Hij had geen idee dat ik zestig jaar ben en niet zomaar naar buiten kan. Dat komt omdat je maar een nummertje bent en er nooit een kennismakingsgesprek is geweest. Even later bleek ook dat ik recht had op langdurigheidstoeslag, een extra inkomen als je lang in de bijstand zit. Dat hoorde ik niet eens van de gemeente, maar van m’n zus.”

De persoonlijke benadering van het vertrouwensexperiment is dan ook iets wat Ingrid bevalt. Nicole helpt Ingrid met de administratie van haar bedrijfje en komt maandelijks op bezoek om over de stand van zaken te praten. De twee maken grapjes over het nieuwe hoortoestel van Ingrid of schieten in de lach als ze elkaar aankijken. Nicole complimenteert Ingrid over de kleur op haar wangen. “Het is goed om je zo te zien, dat was eerst wel anders”, stelt Nicole. “Nicole weet echt wat ik nodig heb”, zegt Ingrid. “Ik weet niet hoe dit experiment gegaan zou zijn als ik haar niet aardig vond.”  

Uit de bijstand is Ingrid voorlopig nog niet. Haar eigen bedrijfje moet flink geüpgraded worden om eruit te komen. “Maar waar doe ik het voor?”, zegt ze. “Ik vind haken hartstikke leuk, daar niet van, maar ik ben zestig jaar, joh. Ik kan al bijna met pensioen!”, lacht ze. Hoewel het vertrouwensexperiment haar waarschijnlijk niet volledig zelfvoorzienend kan maken, vindt Ingrid dat dat niet het belangrijkste is. “Uiteindelijk gaat het erom dat ik mijn kind eten kan geven.” En dat kan Ingrid bij zowel het oude systeem als het experiment, maar dat laatste bezorgt haar een heleboel stress minder. 

Reageer op dit artikel