Jonge metaalbewerker ontpopt zich tot trotse grootvader

De Veldhovense Cor van de Looij (77) is vanaf jonge leeftijd al een doorzetter met een sterke eigen wil. Hoewel zijn familie iets anders voor hem voor ogen had, trok hij zich hier niets van aan en bewandelde hij zijn eigen carrièrepad binnen Philips. 

Groot gezin

“Ik kom uit een groot gezin van twaalf kinderen. We zijn opgegroeid in Veldhoven. Toen mijn vader op jonge leeftijd overleed, moest mijn moeder voor alle kinderen zorgen. Mijn eerste ‘bijbaantje’ was dan ook om samen met de andere kinderen voor het huishouden te zorgen. Alle mensen in ons huis waren zelfvoorzienend. Het eten werd op het land verbouwd en dat moesten wij plukken. Mijn moeder was als het ware de ‘manager’, zij zorgde ervoor dat alles in goede banen verliep. Mijn oudere broers, van ongeveer 15 en 16 jaar oud, waren de grootverdieners van het gezin. Van dat geld moesten wij allemaal leven.”

Studiekeuze

“Rond mijn elfde moest ik een keuze gaan maken welke studie ik zou willen doen. Als ik het vergelijk met nu was er uiteraard een stuk minder keuze in studies, maar toentertijd was het aanbod voor mij erg groot. In die tijd wilden scholen je eigenlijk ook altijd wel aannemen. Je hoefde hiervoor niet op een wachtlijst te staan. Als er niet genoeg plek was, dan maakten ze er gewoon een klas bij.

Omdat ik uit een zeer katholiek gezin kom, stond mijn familie erop dat ik pastoor zou worden. Dit wilde ik alleen beslist niet. De opleiding voor pastoor was een hoge opleiding, die je nu bijvoorbeeld zou kunnen vergelijken met het gymnasium. Op deze opleiding moest je erg veel leren, maar dat was niet aan mij besteed. Ik wilde juist dingen ondernemen. Ik had dan ook duidelijk laten merken dat ik hier beslist geen zin in had, maar toch werd ik naar deze school gestuurd om er verschillende intelligentietesten te maken. Ik slaagde voor deze testen, maar ik hield stug vol dat ik hier niet naartoe wilde. Ook zou ik moeten verhuizen naar een internaat. Dit wilde ik niet. Ik hield voet bij stuk en uiteindelijk mocht ik mijn eigen keuze maken.”

Philips bedrijfsschool

“Philips was een bedrijf waar ik erg veel interesse in had. Ik vond techniek en uitvindingen erg interessant. Toen ik twaalf jaar was ben ik dan ook naar de Philips bedrijfsschool gegaan. Dit was een speciale school opgericht door het bedrijf Philips. Omdat er zoveel mensen werkten, moest het bedrijf ervoor zorgen dat er ook voorzieningen waren, zoals bijvoorbeeld scholen. De eerste twee jaar van de studie vonden op school plaats. We kregen hier allerlei soorten vakken, van metaalbewerking tot administratie. De helft van de week had je praktijklessen en de andere helft theorie. Voor mij was dit perfect. In deze twee jaar werd geselecteerd op welke afdeling je het beste zou passen. Ik ben toen in de metaalbewerking terechtgekomen. In de twee jaar die hierop volgden, moest je bewijzen dat je het vak goed beheerste. De gehele studie werd betaald door Philips, dus in de laatste twee jaar moesten we als het ware de studie terugbetalen in werkzaamheden. Voerde je deze werkzaamheden goed uit? Dan was je geslaagd.”

Over een andere boeg gooien

“Nadat ik geslaagd was, heb ik nog zo’n jaar in de metaalbewerking gewerkt. Na dat jaar moest ik in militaire dienst. Dit was voor mij een periode waarin ik ging nadenken of dit wel was wat ik wilde gaan doen. Ik had die metaalbewerking eigenlijk alweer gezien en ik was toe aan een andere baan. Om een andere baan te krijgen binnen het bedrijf, moest ik weer gaan studeren. Een avondopleiding, naast mijn normale baan, werkte voor mij het beste. Deze opleiding duurde in het totaal zes jaar. Twee jaar vooropleiding en vier jaar specialisatie. Na mijn tweede opleiding, toen was ik ongeveer 26 jaar oud, kreeg ik een nieuwe baan aangeboden. In deze baan zou ik uitgezonden worden naar verschillende landen in Europa, waar Philips inmiddels nieuwe fabrieken had gebouwd. In Eindhoven was mijn basis. Ik kreeg vaste punten in landen als België, Duitsland en Groot-Brittannië.

De onderdelen die in de Nederlandse fabriek gemaakt werden, moesten in het buitenland tot één product worden samengesteld. In iedere fabriek werd een ander product gemaakt, zoals een televisie bijvoorbeeld. Alle onderdelen moesten uiteraard precies in elkaar passen. Wanneer dit niet het geval was, hadden de fabrieken een probleem. Het was mijn taak om dit op te lossen. Door deze baan kon ik veel reizen en had ik veel uitdaging, dat vond ik het leukst.”

Eigen familie

“Als ik in aan het werk was, zorgde mijn vrouw thuis voor onze dochter. Vroeger was het heel normaal dat de man aan het werk was en de vrouw thuis voor de kinderen zorgde. Vrouwen werken nu uiteraard meer, dus tegenwoordig is dat anders. Voor mij was het een heel groot voordeel dat mijn vrouw niet werkte, anders had ik dit werk nooit kunnen doen. Ik heb eigenlijk altijd gedacht: ‘dat haal ik later wel in als ik kleinkinderen heb’. Doordat ik met mijn 58e al met pensioen was, heb ik dit ook kunnen verwezenlijken. Ik ben erg blij dat ik met mijn kleinkinderen veel tijd heb kunnen doorbrengen. Ik denk niet dat ik mijn werkzaamheden tot de huidige pensioenleeftijd (red. 67 jaar) had kunnen voortzetten. Het werk wat ik deed was daarvoor veel te zwaar. Ik vraag mij af hoe dit in de toekomst zal zijn. Ik kon mij destijds bijvoorbeeld niet makkelijk afmelden, je moest er altijd zijn voor het bedrijf. Dat wordt denk ik veel lastiger als je tot die leeftijd door zou moeten werken. Ik ben altijd heel erg blij geweest dat ik wél zo vroeg heb kunnen stoppen met werken. Ik heb mij ook nooit verveeld. Ons huisje in Zeeland is echt mijn rustoord sinds mijn pensioen. Hier heb ik altijd veel tijd doorgebracht met mijn familie. Ook al hield ik van mijn werk, de tijd die ik met mijn kind en kleinkinderen heb door kunnen brengen is mij het meest dierbaar. Achteraf gezien ben ik blij dat ik al jong mijn eigen weg ben gegaan, als priester had ik namelijk nooit geweten hoe het is om opa te zijn.”

Reageer op dit artikel