Kantens: klein, schattig en gelovig

Auteur: Pieter Kuiper

Even leek het erop dat de stem van de bus ook met een Gronings dialect praat. Dat viel gelukkig mee. Hoe komt een wereldvreemd meisje uit Brabant anders op een voor haar verre bestemming terecht? Kantens, ook wel Kannens in de volksmond, is een miniscuul dorpje 25 kilometer ten noorden van de stad Groningen. Met 750 inwoners en drie kerken ben je er in een zucht doorheen. Tijdens de busreis van drie kwartier wordt duidelijk dat het dorpje omringd is door weilanden, koeien en boerderijen met enorme voorhuizen.

De meiden op de achterste bank praten wel Gronings. Het onbekende taaltje is moeilijk te verstaan. Maar af en toe, tussen de zinnen door, valt het dialect weg. Dat verraadt waar het drukke gesprek over gaat. Een afgelaste toets op school. De pubermeisjes hadden nog wel zo goed geleerd, al zeggen ze zelf. Een paar haltes verder wordt mijn gevoel bevestigd: we stoppen bij een middelbare school. Van een drukke stad rijdt de bus naar een steeds rustiger wordende omgeving. Het doet bijna denken dat je in een compleet andere wereld terecht komt, waar de mensen nuchter en relaxed zijn. “Kerkstraat”, de straatnaam komt harder binnen dan ik verwacht. Na zo’n lange reis let ik niet meer zo op de tijd. Snel nog op stop duwen, voordat de bus mijn eindbestemming alweer voorbij is. Nadat de buschauffeur en ik elkaar gedag zeggen, stap ik de bus uit. Uitzicht op rechts zijn weilanden en na ongeveer twintig meter lopen staat links een kerk. Op een parkeerplaats komt een vriendelijk groetende inwoner voorbij. Door de smalle stoepranden is het lastig om te zien welk huisnummer er op de huizen staan. Rechtsboven, witgeverfde cijfers. Nummer 27. Dit is het huisnummer dat ik even daarvoor invoerde in Google Maps. Achter de lichtblauwe voordeur wonen John en Anneke. Zestien jaar geleden kochten zij een ruim huis met riante achtertuin en flinke schuur, dat nu omgebouwd is tot een atelier voor schilderkunst.

Na een korte lunch wagen John en ik ons aan een wandeling. De zon schijnt, de zonnebrillen kunnen op. In het midden van het dorp prijkt een grote kerk. Grafstenen staan in onwillekeurige volgorde rondom de kerk zon te vangen. De kerk is gesloten. Opvallend is dat geen een huis in het dorp op elkaar lijkt. Maar één ding hebben de eigenzinnige huizen met elkaar gemeen. Ze zijn allemaal om de grote Protestantste kerk heen gebouwd. Even verderop in het dorp staan nog twee kerken, vertelt John. De Gereformeerde Kerk Vrijgemaakt en de Christelijk Gereformeerde Kerk. De inwoners van Kantens kunnen niet hun eigen dorp in voor de dagelijkse boodschap. Het kleine dorpje heeft geen winkels. Volgens John waren er vroeger drie verschillende bakkers en slagers maar inmiddels zijn deze alle twee verdwenen naar het verleden. Hij zegt dat deze zijn kapot geconcurreerd. Met drie verschillende geloofsovertuigingen ontstaan er de nodige spanningen. Inwoners met de ene geloofsovertuiging, gaan absoluut niet naar de bakker met een andere geloofsovertuiging. Je kunt wel zeggen dat Kantens een zwaar gelovig dorpje is. De mensen zijn stijf en op zichzelf. Dat is volgens John typisch Gronings. Maar ondanks deze verschillende ideeën, heerst er een grote verbondenheid binnen het dorp. Tal van dorpsverenigingen zorgen ervoor dat elke inwoner iedereen kent. Op de drie kerken na is op de doordeweekse woensdag niks te merken van de verschillende geloofsovertuigingen. Het lijkt een rustig en vredelievend dorpje. Totdat je op zondag het kleine Kantens bezoekt, vertelt mijn gids. Dán zie je een stroom van inwoners die hun tocht naar de kerk afleggen.

Reageer op dit artikel