Koffie en wijsheid bij opa

Ons hele leven krijgen we al te horen dat we respect moeten hebben voor de ouderen. Zij hebben veel meegemaakt, en hebben dus veel levenservaring. Nu verdienen ze dus het respect van de jeugd. Jeugd, zoals ik. Van ouderen kun je nog veel leren, hoor je vaak. Dat klinkt ook vrij logisch. Zij lopen al heel wat jaren meer rond op de wereld dan mijn generatie. Dit zijn mensen die de oorlog hebben meegemaakt, of in ieder geval de nasleep ervan gevoelt hebben. Mensen die niet één, maar twee generaties onder zich hebben. Ze zijn getrouwd, hebben kinderen opgevoed, en geleerd hoe het is om een gezin te onderhouden. De wereld verandert om hun heen, zoals dat ook bij ons zal gaan gebeuren. Hoe is het om te zien hoe de hele wereld om je heen verandert? De cultuur waarin je vroeger bent opgegroeid is na een tijdje niet meer. Wat vijftig jaar geleden nog nieuw of schokkend was, is nu al vaak achterhaald. Rock ’n Roll was destijds nog riskant. Nu wordt er kleurrijk gerapt over ‘bitches and hoes’. Onze generatie groeit dus duidelijk anders op dan twee generaties geleden. Maar hoe groot is dan de kloof tussen deze generaties?

Totdat ik op kamers ging studeren, zag ik ze bijna elke week. Dat is nu teruggezakt naar veel minder. Net toen ik volwassen genoeg werd om volwassen discussies met mijn grootouders te gaan waarderen, ben ik honderd kilometer van ze vandaan gaan wonen. Daarom voelt het voor mij best spannend dat ik na lange tijd echt een afspraak met ze gemaakt heb. Ik ga bijna twee uur reizen, naar het kleine dorpje in Midden-Limburg, Koningsbosch, om daar eens gezellig bij mijn grootouders op de koffie te gaan. Het cliché blijft, grootouders zijn altijd blij om hun kleinkinderen op bezoek te zien komen.

Na de lange reis word ik dan ook hartelijk ontvangen. Mijn grootouders zitten allebei met een glimlach in hun vaste stoel, waar ze door het raam kunnen uitkijken op de straat. Ik vertel ze mijn doel. Ik wil graag wijzer van ze worden. Leren van hun levenservaring. Ik wil weten hoe zij tegen mijn generatie aankijken. Een beetje ongemakkelijk val ik maar direct met de deur in huis. “Wat is jullie levensverhaal?” Wellicht een hele open vraag, maar perfect om een lang gesprek te beginnen.

Mijn oma kijkt mijn opa aan. Duidelijk wil ze dat hij het verhaal gaat vertellen. Op de achtergrond pruttelt de zuurkool op het fornuis. Mijn oma waarschuwt al dat ze af en toe even door de zuurkool zal moeten roeren. Haar man moet namelijk over een paar uur weer weg om bij de fanfare te gaan spelen, waarschuwt ze. Mijn opa gehoorzaamt dan ook netjes, en begint te vertellen. “Mijn levensverhaal?”, zegt hij een beetje aarzelend. Hij ademt eens diep uit. “Ik ben in de oorlog geboren, in 1944. Toen heb ik op de lagere school gezeten van 1950 tot 1956. Daarna heb ik twee jaar lager onderwijs gevolgd. Toen ben ik begonnen met werken, in de bouwvak als huisschilder.” In minder dan een minuut wist ik het levensverhaal van mijn opa. Kort maar krachtig, zoals ik hem ken. Maar veel informatie kan ik er helaas niet uithalen. Hij is, net zoals ik, geen spraakwaterval. Toch weet ik zeker dat mijn opa mij wijzer kan maken door zijn levenservaring met mij te delen. Daarom wil ik een over een paar zaken leren, via mijn grootouders:

Hardere jeugd:

Mijn opa is in de oorlog geboren, naast de Duitse grens. Dat kan nooit een makkelijke tijd zijn geweest. Ik ben in een makkelijke tijd opgegroeid. Wat ik me daarom afvraag, is hoe ik door zo’n moeilijke tijd als de nasleep van een oorlog heen moet komen.

“Ik ben in een schuilkelder geboren”, ligt mijn opa verder toe als ik hem vraag naar de oorlog. “Ik herinner me nog dat ik bij andere mensen in huis heb moeten wonen, omdat er geen woningen voor ons beschikbaar waren. Twee Duitse militairen zaten ook in deze kelder ondergedoken. Zij gingen af en toe boven de grond de koe melken, om mij melk te geven”, zegt hij nuchter.

Mijn opa vertelt dit rustig, maar ik schrik er wel van. Zeker als ik het vergelijk met mijn jeugd, waar er nooit een gevoel van gevaar was. Ik vroeg hem hoe hij door de nasleep van de oorlog kwam. “Toen hadden we nog verplichte dienstplicht”, vertelt mijn opa. De gedachte bij een verplichte diensttijd lijkt mij onvoorstelbaar. Mijn opa maakt er een minder probleem van. “Daar had je niks aan te willen”, zegt hij simpelweg. “Die wetten waren er toen gewoon zo.” Maar leuk was anders, vertelt hij mij. “Het begint al met je haren die worden opgeschoren. Je identiteit wordt deels afgepakt. Dat is de eerste stap richting een minderwaardig gevoel.” Hoe hij het beschrijft klinkt grillig, maar toch doet hij er luchtig over. “Zo was het in die tijd nu eenmaal.”

Toch zou mijn opa het weer opnieuw gedaan hebben, als hij de kans zou krijgen. “De diensttijd heeft mij toch wel het meest gevormd als persoon. Je was destijds achttien, wat natuurlijk een moeilijke leeftijd is. Dat weet jij natuurlijk ook.” Ik knik begrijpend. “Je wordt ook wel echt als persoon gevormd tijdens de diensttijd. Je komt samen met andere militairen, die uit andere streken komen. Zo kom je met andere militairen in contact, zo leer je mensen kennen. Je was toen ook voor het eerst soms lang van huis weg.”

Ik moet denken aan hoe ik het ervaarde om op kamers te gaan wonen. Dat deed mij hier lichtelijk aan denken. Ook ik vertrok op mijn achttiende het huis uit, om nieuwe mensen uit allerlei delen van het land te leren kennen, en ik kwam ook vaak lange periodes niet meer thuis. Ik vroeg mijn opa of ik de vergelijking voorzichtig mocht trekken tussen nu het huis uit gaan om op kamers te gaan studeren, en de diensttijd van zijn tijd. “Ja, het is nu natuurlijk een andere tijd. Maar ook jij ging op je achttiende het huis uit om nieuwe ervaringen op te doen. In mijn tijd gingen echter alleen de kinderen van de rijkere mensen studeren. Dat was voor ons niet realistisch. Maar sinds de dienstplicht afgeschaft is, ontwikkelt de jeugd zich op die manier.”

Autoriteit:

Hoe mijn opa de dienstplicht ervaarde, kan hij in één woord samenvatten . “Shit,” luidt het duidelijke antwoord. Maar toch vindt hij dat de dienstplicht niet slecht zou zijn voor de jeugd van tegenwoordig. “Je leert luisteren naar autoriteit dankzij de dienstplicht.” Hier raak ik toch een wat gevoeligere snaar. “In het algemeen is onze generatie beter opgevoed. Dat wil niet zeggen dat toen alles goed was, en nu alles verkeerd. Maar in mijn tijd was er veel meer respect naar anderen toe. Ouders werden bijvoorbeeld meer gerespecteerd. Wat ze zeiden, dat was zo.” Ik moet inderdaad denken aan de losgeslagen tieners die zich niets meer laten zeggen door hun ouders. “Het is niet vreemd dat mensen minder respect hebben, dat is door de tijd gekomen. Alles werd losser. Op de scholen is dat begonnen. De leerkracht moest opeens niet meer tegenover, maar tussen de leerlingen staan. Zo is het respect weggegaan. De jeugd wordt te los gelaten.”

Het lijkt alsof ik iets in hem heb losgemaakt. “Het geweld op straat is ook lang niet wat het toen was. De jeugd verveelt zich, omdat er altijd wel iets te doen is. Nu heb je overal party’s en festivals, noem maar op. In mijn tijd was er lang niet zoveel te doen. De mogelijkheden die er nu zijn, hadden wij toen nog niet. Wij waren met alles blij, met alles gelukkig. Wij waren veel enthousiaster met alles wat we kregen. Daardoor waren wij ook altijd veel meer tevreden. De jeugd van tegenwoordig is veel moeilijker tevreden te maken.”

Hoe mijn opa het nu beschrijft, klinkt alsof de strengere autoritaire figuren altijd een goed ding waren. Mijn generatie heeft juist een hekel aan strenge autoritaire personen. Daarom wilde ik graag weten of hij ook slechte ervaringen heeft gehad met de strengere autoriteit.

“Het was niet altijd ideaal.” Ik knik begrijpend. “We waren het ook vaak ergens niet mee eens. Mijn schoonvader was een ontzettend strenge man. Hij duldde absoluut geen tegenspraak. Het was wel zwaar om zo’n persoon als schoonvader te hebben. Voordat ik met je oma ging samenwonen, hebben we een tijd onder zijn dak gewoond. Met hangen en wurgen ben ik hier uiteindelijk doorheen gekomen. Je probeert je maar zoveel mogelijk aan te passen.” Mijn opa vond dit uiteindelijk geen leven. “De strengere samenleving van vroeger heeft mij veel geleerd. Je leert te respecteren, maar ook dat je niet te ver moet gaan.”

Ik vroeg mijn opa hoe hij zijn schoonvader uiteindelijk heeft overleefd. “Verhuizen,” zei hij simpel. Maar hij begrijpt wel waarom de generatie voor hem zo ontzettend streng was. “Ik ben dan wel in de oorlog geboren, onze ouders hebben de oorlog echt meegemaakt. Die zijn echt erbarmelijke toestanden gewend. Zij moesten echt in het bos hout gaan zoeken om de kachel te stoken. Ze waren blij als ze met wat takjes terug konden komen. Daarom handelden ze ook zo streng naar ons. Ze vonden dat wij niks te klagen hadden. Wij hadden het immers al goed.” Ik kon alleen maar denken dat mijn opa op dezelfde manier naar mijn generatie moet kijken. Hoe wij allemaal met smartphones lopen, en dure designerkleding kunnen dragen. Ik realiseer me dat ik dat toch iets minder voor lief moet gaan nemen.

“Niet te hoog grijpen”:

Het doel van mijn bezoekje moest nog verbaal aan bod komen. Hoe kijkt iemand tegen het leven die al veel meer dan ik heb meegemaakt? Mijn opa kent mij als persoon, hij heeft mij zien opgroeien. Kan hij mij een levensles geven? Dat is dan ook precies wat ik aan hem vraag. Wat voor tips heb je voor iemand van 22, die zijn pad in het leven nog moet gaan ontdekken?

“Uiteindelijk ben ik ook maar als arbeider opgegroeid. Ik ben geen directeur van een bedrijf, die zou je waarschijnlijk een heel ander verhaal geven. Ik heb het altijd veilig gespeeld. Wat ik jou aanraad is dat je je doel probeert te bereiken. Niet te hoog grijpen, blijf realistisch. Ik ken mensen die ontzettend veel geld verdiend hebben, en uiteindelijk gescheiden zijn, en nu ergens ongelukkig in een klein huisje wonen. Ik heb gewoon hard gewerkt, en daar heb ik een mooi leven aan overgehouden. Ik kan straks gelukkige kinderen achterlaten, en natuurlijk gelukkige kleinkinderen. Zo kan ik heel erg genieten van de dingen die ik bereikt heb. Dat is momenteel het mooiste in mijn leven. Ik ben nu gewoon gelukkig, en dat heb ik bereikt met hard werken, oprecht zijn, en vooral respect hebben naar iedereen.”

Ik drink mijn koffie op, en bedank mijn opa voor zijn wijze les, en het lange gesprek. Hij bedankt mij voor het bezoekje. Het eten dat mijn oma gekookt heeft is inmiddels klaar, dus het is voor mij tijd om dezelfde lange reis terug naar mijn kamer te maken. In de trein laat ik het hele verhaal nog eens in mijn hoofd nagalmen. Vooral het einde blijft mij bij. Mijn opa is een heel tevreden man. Hij heeft een mooi huisje in een klein dorpje, en zit daar met genoegen. Hij heeft nooit te hoge ambities gehad, maar heeft gewoon gespeeld met de kaarten die het leven hem gegeven hebben. Dan denk ik aan mijn ambities. Ik vraag me heel vaak af, wil ik later beroemd worden? Of juist heel rijk? Wil ik aan de andere kant van de wereld gaan wonen? Dankzij mijn opa heb ik een nieuw doel. Gewoon gelukkig worden. Daarvoor hoef ik geen hele hoge doelen te stellen. Dat heeft mijn opa ook niet gedaan, en toch kan hij tevreden op zijn leven terugkijken. Niet te hoog grijpen, we zien wel waar het leven mij brengt. In dit geval weer terug op mijn studentenkamer.

Reageer op dit artikel