“Laat ze maar lullen”

Thea Verkade (70) is een echte Rotterdamse. Ze heeft een hart van goud maar is niet op haar mondje gevallen. “Laat ze maar over me lullen, dat interesseert mij niet. Mensen kletsen toch wel over je.”.

 

Jeugd

“Ik heb een hele leuke jeugd gehad. Mijn vader was streng. Hij zat bij de mariniers en ik moest luisteren. Vroeger deed je dat gewoon. Mijn moeder was lief. Het was thuis altijd gezellig. Iedereen was altijd welkom. Mijn moeder had een glazen oog en daar haalde ze altijd grapjes mee uit. Een keer kwam ik met opa langs en toen vroeg ze: “ Wil je een bonbon?” Dat wilde opa wel. Mijn moeder deed haar oog uit, legde het op een schoteltje en gaf het aan hem. Daar moest ik altijd wel om lachen.”

 

Relatie

“Elke vrijdag ging ik naar dansles. Daar leerde ik opa kennen. Hij was populair. Ik volgens mij ook wel een beetje maar ik was bleu. Er liepen een paar jongens achter mij aan maar die vond ik niets. Toen ik opa op het oog kreeg, bracht hij een ander naar huis. Hennie, ik vergeet het nooit. Daarna kwam hij mij een keer halen om te dansen en zei ik: “Ik dacht dat je verkering had.” “Nee joh, haar heb ik gewoon naar huis gebracht. Zal ik jou vanavond naar huis brengen?” Ik vond dat goed. Onderweg vroeg hij: “Wil je nog lekker een zakkie patat van Brinkman?” Heerlijk was het. Daarna bracht hij me netjes thuis tot aan de deur en zei: “Oh, wat heb je lekkere zachte handjes.” Ik lachte en vertelde dat het mijn handschoenen waren. Die droeg je vroeger nog.”

 

Eigen bedrijf

“Samen met opa nam ik het bedrijf van zijn vader over. Jaloezieënfabriek Zuid. Met een eigen bedrijf ben je altijd aan het werk. Ook in het weekend. Op zondag deden we vaak de administratie want dan ging de telefoon niet. Als je voor jezelf werkte, kreeg je niets. Geen kinderbijslag of ziekenfonds. Ik had er in het begin nog andere baantjes bij want anders ging het niet. Dat gaf wel stress maar we hadden ook vrijheid. We konden ons eigen ding doen.”

 

Vrienden

“Wij waren bevriend met een stel waar we veel mee op vakantie gingen. Hij was als een broer voor me. Ik belde hem als eerst toen opa dood was. Hij kwam gelijk langs. Een dag later kreeg ik een brief waar in stond dat ze wisten dat ik een begrijpende vrouw was. Ze moesten met vakantie en dus konden ze niet op zijn begrafenis zijn. Dat heb ik ze nooit vergeven. Juist toen had ik vrienden nodig. Als je in je diepste dal zit, heb je vrienden nodig. Maar je ziet dat het geen echte vrienden zijn. Je hebt zo weinig echte vrienden in het leven. Heel weinig. Toen opa overleed zag ik nog terloops mensen. Je bent niet meer gezellig want je hebt geen man. Je wordt een gevaar, want stel je voor dat die man mij aardig vindt. Belachelijk.”

 

Kaartleggen

“Mijn moeder legde kaarten(tarotkaarten red.) en als kind zat ik daar vaak bij. Zo heb ik het geleerd. De kaarten zijn van mijn oma geweest. Het zit in de familie. Jaren geleden legde ik de kaarten voor een iemand waarmee in op tennis zat. Twee jaar terug kwam ze naar me toe en ze vertelde dat alles was uitgekomen. Ongelooflijk.”

 

Genieten

“Als ik dingen over zou kunnen doen zou ik meer genieten. Ik deed te veel wat er van me werd verwacht. Huisje, boompje, beestje. Ik deed niet wat ik graag zou willen omdat ik anders mensen te kort deed. Nu zou ik het anders doen en nu doe ik het ook anders. Nu doe ik wat ik wil. Ik denk: laat ze allemaal maar barsten. Laat ze maar over me lullen, dat interesseert mij niet. Mensen kletsen toch wel over je.”

 

Reageer op dit artikel