Leven zonder hamer en stijgbeugel

Student Journalistiek Sabine Schults (23) is slechthorend, net als naar schatting één op de tien Nederlanders (blijkt uit cijfers van de Raad voor Gezondheidsonderzoek). Ze merkt dat niet iedereen het begrijpt wanneer ze vertelt dat ze slecht hoort. Wat voor gevolgen heeft gehoorschade op het dagelijks leven? 

Vandaag, 18 september 2012, is de grote dag. De zenuwen van gisteren – toen ik mijn rijexamen haalde – zijn nog goed merkbaar. Het is nog vroeg in de ochtend. Mijn maag knort. Vanaf twaalf uur gisteravond mocht ik niets meer eten en enkel nog water drinken. Rond zeven uur rij ik door de ochtendmist en arriveer ik bij het ziekenhuis. Zo’n acht uur later word ik wakker. Zonder hamer en zonder stijgbeugel. Met een witte, strakgetrokken tulband met hier en daar een bloederig vlekje om mijn hoofd gewikkeld. Niet dat ik nog iets aan die hamer en stijgbeugel had. Mijn oor zat zo ver verstopt onder het virus dat ik toch al niet veel meer hoorde.

Onder het mes
Na tientallen huisartsbezoeken werd ik vijf jaar geleden doorverwezen naar een KNO-arts. Al maandenlang had ik last van een steeds terugkerend loopoor. Bovendien merkte ik dat mijn gehoor niet meer was wat het geweest is. Uit een CT- en MRI-scan bleek dat ik een chronische middenoorontsteking had. De ontsteking zat in de buurt bij belangrijke zenuwen en dicht bij de hersenen; een hersenvliesontsteking of zenuwuitval behoorde tot de gevolgen. Er was geen sprake van of, maar hoe lang het zou duren, dus moest er zo snel mogelijk actie ondernomen worden. Doordat twee van de gehoorbeentjes in mijn rechteroor aangetast waren door de ontsteking zijn deze operatief verwijderd.

Hoewel de operatie toen goed is verlopen ben ik afgelopen juli opnieuw geopereerd aan hetzelfde oor. Een jaar na de eerste ingreep bleek de ontsteking terug te zijn gekomen, maar nog in zeer kleine mate. Omdat ik toen net met een nieuwe opleiding was begonnen, wilde ik de operatie uitstellen. Uiteindelijk heeft dat uitstel iets te lang – vier jaar – geduurd. Pas begin dit jaar heb ik de moed bij elkaar geraapt en actie ondernomen om weer een operatie in te plannen. Of de ontsteking nu voorgoed wegblijft is nog maar de vraag. Het oor heeft even nodig om te herstellen. Over een half jaar worden er weer nieuwe scans gemaakt, dan is pas echt duidelijk of de ontsteking wegblijft. Volgens mijn arts is de kans zeker aanwezig dat de ontsteking telkens weer terug blijft komen. Dan zal ik toch weer onder het mes moeten.

Vermoeiend
Mijn slechthorendheid neemt nogal wat problemen met zich mee, die tot mijn ongenoegen door veel mensen niet begrepen worden. Zo is het lastig om een een-op-eengesprek te volgen wanneer er veel omgevingsgeluiden zijn, zoals in een restaurant of op een feest. Ook tijdens hoorcolleges kan ik de docent soms moeilijk verstaan wanneer medestudenten met elkaar aan het praten zijn. Het is vervelend om grote delen van gesprekken niet mee te krijgen, maar ik voel me bezwaard om te vragen of iemand harder wil praten.

Ik vind het lastig om te plaatsen uit welke hoek een geluid vandaan komt. Ik schrik als ik ‘s avonds in bed lig vaak, omdat ik niet weet of het geluid uit mijn eigen appartement of van de bovenburen afkomstig is. Gelukkig stelt mijn vriend me dan gerust. Het luisteren vergt voor mij meer inspanning en concentratie. Het is vermoeiend om naar een hoorcollege te luisteren waarbij er altijd wel studenten zijn die er doorheen praten. Op een feest blijf ik soms minder lang hangen, omdat ik vanwege vaak te luidde muziek mensen moeilijk kan verstaan.

Het levert niet alleen irritaties bij mezelf op wanneer ik iemand niet versta, maar ook bij de ander. Soms begrijp ik dingen verkeerd, doordat ik voor woorden die ik niet goed heb verstaan, bedenk wat het zou kunnen zijn geweest. Zo heb ik bijvoorbeeld een het verkeerde vlees in de oven gelegd tijdens mijn voormalige werkzaamheden als hulpkok. Het is heel vervelend als gasten daardoor tien minuten langer moeten wachten op hun eten.

Als ik mensen vertel over mijn slechthorendheid merk ik dat ze het vaak links laten liggen. Het gaat het ene oor erin en het andere eruit. Dat is vervelend, want dan ontstaan er situaties waarbij het lijkt alsof ik mensen negeer, terwijl ik ze in feite gewoon niet heb gehoord. Gelukkig heb ik bij mijn hechte vriendengroep minder problemen. Zij vinden het niet erg als ik een aantal keren ‘he’ zeg. Ik vind het zelf overigens ook minder erg om aan hen aan te geven dat ik ze niet versta. Ze houden er rekening mee en lopen automatisch aan mijn linkerkant wanneer we ergens naartoe gaan. Dat voelde in de eerste instantie wat ongemakkelijk, want ik wil niet gezien worden als iemand met een beperking. Tegenwoordig gaat het zo automatisch dat ik het niet eens door heb.

Niet voor iedereen
Vaak krijg ik de vraag of ik geen gehoorapparaat kan nemen. Zo simpel is dat niet. Een gehoorapparaat werkt niet voor iedereen. Het licht eraan hoe hoog je geluidsverlies is. Bij meer dan vijfentwintig decibel verlies is er al sprake van lichte slechthorendheid, aldus Schoonenberg. Bij een verlies van negentig decibel ben je zo goed als doof. Zelf zit ik op de grens van licht en matig gehoorverlies, zo rond de veertig decibel verlies. Ik heb moeite met het verstaan van gesprekken in rumoerige omgevingen, maar een een-op-eengesprek in een rustige omgeving en op normaal stemniveau is prima te doen. Een normaal gesprek ligt rond de zestig decibel. Ik mag dus van geluk spreken; het kan nog veel erger.

Volgens mijn KNO-arts hoor ik – hoe krom het ook klinkt – té goed voor een gehoorapparaat. Ze is het eens dat ik in veel situaties moeite heb met horen, maar een gehoorapparaat helpt voor mij niet. Daarbij versterkt een gehoorapparaat álle geluiden. In lawaaierige omgevingen is het dan dus nog steeds lastig om een gesprek te kunnen verstaan. Mijn vader, die wel een gehoorapparaat gebruikt, neemt die van hem daarom vaak niet mee naar feestjes.

Gehoorschade
Ik ben lang niet de enige jongere met een gehoorprobleem. Uit onderzoek van de Raad voor Gezondheidsonderzoek (RGO) blijkt dat één op de tien Nederlanders slechthorend is door lawaaischade en ouderdom. Volgens de Hoorstichting is het aannemelijk dat het werkelijk aantal slechthorenden hoger ligt dan 1,6 miljoen Nederlanders. Dat komt omdat de bevolking vergrijst en er meer mensen met ouderdomsslechthorendheid zijn, maar ook door het mogelijk oplopend aantal jongeren met gehoorschade. Uit gegevens van Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) blijkt dat er waarschijnlijk steeds meer jongeren gehoorschade oplopen, omdat zij vaker en op jongere leeftijd worden blootgesteld aan een hoeveelheid geluid die een risico kan vormen.

Gehoorschade kan ontstaan door een te lange blootstelling aan lawaai, bijvoorbeeld tijdens een concert of het luisteren naar te harde muziek via een koptelefoon. Deze gehoorschade treedt steeds vaker op. Zelfs nog meer dan ouderdomsslechthorendheid, wat inhoudt dat je gehoor door je jaren heen steeds meer achteruit gaat. Daarentegen zijn ziekte of letsel ook oorzaken van gehoorproblemen. Bij zwaar hoofdletsel kunnen de beentjes in het oor beschadigd raken. Ook het plaatsen van een buisje, wat meestal gebeurd als een ooronsteking steeds terug blijft komen, kan tot gehoorschade leiden. Er zijn daarnaast verschillende ziektebeelden als de ziekte van Ménière – waarbij je naast evenwichtsproblemen ook gehoorschade kunt oplopen – en het Syndroom van Usher – waarbij je na verloop van tijd steeds minder ziet en hoort, en ervoor kan leiden dat je uiteindelijk blind en doof wordt.

Mijn gehoorschade is ontstaan door een chronische ontsteking in mijn middenoor. De oorzaak daarvan zou kunnen zijn dat ik van kleins af aan al vaak last had van oorontstekingen. Die ontstonden vaak na het zwemmen, of gingen gepaard met een verkoudheid en een keelontsteking. Wanneer de chronische ontsteking precies is ontstaan weet ik niet. Het kan goed zijn dat ik er heel lang mee gelopen heb, zonder het te weten.

Rockacademie
Wat ik het vervelendst vind aan mijn gehoorproblemen is toch wel dat ik mijn hobby een beetje aan de kant heb moeten schuiven. Ongeveer tien jaar geleden ben ik begonnen met gitaarspelen. Dat ging steeds beter en op een gegeven moment speelde ik in een paar bandjes en trad ik af en toe op. Ik was vastberaden om van het vmbo naar de havo door te stromen om vervolgens naar de Tilburgse Rockacademie te kunnen. Wanneer ik een concert bezocht, droomde ik ervan om zelf op het podium te staan, voor zo’n volle zaal.

Terwijl de jaren vorderden, ging mijn gehoor steeds meer achteruit. Het eindexamen Muziek op de havo heb ik mondeling afgelegd, omdat ik geen onderscheid kon maken tussen verschillende instrumenten wanneer deze tegelijk hoorbaar waren, zoals in een lied vaak het geval is. Wanneer we met de band repeteerden moest mijn gitaarversterker altijd wat harder staan dan de rest, omdat ik anders niet hoorde wat ik speelde. Tijdens een repetitie kan dat nog enigszins, maar bij een optreden is het een no-go. Ik kwam tot de realisatie dat de Rockacademie, waar ik graag naartoe wilde, er niet meer inzat.

Die paar sessies in de maand dat ik tegenwoordig nog gitaar speel, worden meestal vrij snel afgekapt doordat de buurvrouw – een vrouw van in de tachtig met een ouderwets gehoorapparaat dat met ringleidingen werkt – wakker is geworden en besloten heeft de televisie maar weer eens uit verveling aan te zetten. De pickups van mijn gitaar pakken de geluidssignalen van haar gehoorapparaat op. Aangezien muziek maken alleen is voor degene die hoort, hou ik het wel bij mijn andere passie: mijn studie journalistiek.

Reageer op dit artikel