Luik-Bastenaken-Luik: natuurlijke selectie

Wie de wielerklassieker Luik-Bastenaken-Luik wint, wordt nooit beticht van het stelen van de overwinning. Wie in Luik wint, is de sterkste van die dag. Michael Boogerd stelde ooit: “Luik is de eerlijkste koers die ik ken”. Inderdaad La Doyenne win je niet door slinkse trucjes.

Ongeveer tweehonderdvijftig kilometer door België – niet het epicentrum van de koers: Vlaanderen. Nee, dit maal Wallonië – voert de oudste klassieker die er is. Vandaar ook zijn bijnaam La Doyenne, wat simpelweg De Oudste betekent. Mythische heuvels als de Stockeu en Côte de Wanne voeren het peloton door de Waalse bossen van Luik naar Bastenaken en weer terug.

Natuurlijke selectie klinkt bruut, maar omschrijft de Waalse koers wel het best. Alleen de renner met de meest frisse benen in de voorstad van Luik maakt aanspraak op de overwinning. Nederlanders met deze benen zijn schaars. Ab Geldermans gaf met zijn overwinning het startschot en Steven Rooks, Adrie van der Poel en Wout Poels volgde. Poels was in de meest recente editie dé man in Luik. In een ‘sprint-a-trois’, hield hij Albasini en Rui Costa achter zich. “Poels is een verdiende winnaar”, reageerde de nummer drie. Wederom: de sterkste wint in Luik. Poels was pas de vierde Nederlandse overwinnaar.

In La Doyenne passeerden veel grote namen als eerste de meet. Een paar van hen zijn: De Kannibaal Eddy Merckx, De Das Bernard Hinault en Monsieur Chrono Jacques Anquetil. Merckx komt vermoedelijk plaats te kort in zijn huis in het Belgische Meise om zijn vijf trofeeën te stallen. Waar Merckx als Kannibaal alles opvrat wat er te winnen viel. Deed Anquetil dit alleen in het rondenwerk. De Tour de France won hij vijf maal – dit deed hij als eerste renner ooit, maar natuurlijk deed Merckx hem dit later na – maar in het klassieke eendagswerk vlotte het maar niet voor de Franse charmeur.

Totdat hij die ene keer in 1966 aan de start stond in Luik. Precies vijftig jaar geleden liet Anquetil zien dat hij ook kon presteren in de, door hem niet zo geliefde, eendagswedstrijden. De Fransman omschreef klassiekers eens als weinig meer dan ‘loterijen’. Op een zonovergoten dag in mei ging Anquetil op voor zijn laatste grote kunstje.

In april van dit jaar teisterde kou, sneeuw en regen het peloton nog. Af en toe deed het denken aan La Doyenne 1980. Misschien wel de meest heroïsche editie ooit. Beelden van deze wedstrijd staan bij de meeste wielervolgers op het netvlies gebrand. Bernard Hinault, rijdend in het geel van de Renault-ploeg, trotseerde de ijzige kou onderweg naar Luik. Een wereld van verschil met het jaar dat Maître Jacques in Luik reed. Dat jaar had zon de overhand.

Het scheelde weinig of Luik-Bastenaken-Luik had een van de grootste rondenrenners ooit, nooit in de eindrankschikking teruggevonden. Anquetil plande namelijk een vroege opgave in Luik. Zijn enige deelname aan La Doyenne wilde hij vroegtijdig beëindigen. In de jaren zestig vormde de Waalse Pijl en het Waalse Monument het Ardens Wielerweekend. Als eerste wedstrijd van het tweeluik werd La Flèche Wallonne gereden. Een koers die eveneens startte in Luik en de streep was getrokken in het Henegouwse. Nog preciezer: in Marcinelle. Een mijnstad op nog geen dertig kilometer hemelsbreed van de Franse grens. De finish van nu, met als scherprechter de Muur van Hoei, bestond toen nog niet.

Echt vlotte in de Waalse Pijl deed het niet met Anquetil. Dat deed het wel met Michele Dancelli. De Italiaan, uit de ploeg met salamifabrikant Molteni als sponsor, kwam als eerste over de finish. Anquetil passeerde op drie en een halve minuut achterstand de streep in een groepje met onder andere Felice Gimondi en Rik van Looy. Meer dan een dertiende plaats zat er voor de Fransoos niet in. Gemotiveerd voor deel twee van het Ardens Wielerweekend was hij dan ook allerminst.

Net zoals het parcours van de Waalse Pijl, is de route van Luik-Bastenaken-Luik ook niet gespaard van aanpassingen. Door de jaren heen zijn er diverse veranderingen doorgevoerd. Vaak om de wedstrijd meer spanning te geven, maar dit is in de Ardennenklassiekers fout uitgepakt. Wachten tot de laatste klim is zowel in de Amstel Gold Race, Waalse Pijl als Luik-Bastenaken-Luik het devies. Avonturiers zijn er nauwelijks meer.

Het parcours van nu bestond nog niet in de editie die Jacques Anquetil won. “Vroeger werd er eerder in de wedstrijd echt gekoerst. Vanaf de Côte de Wanne begon de koers in Luik-Bastenaken-Luik. Dan kreeg je onder andere nog de Haute Levée en na de Col du Rosier was de schifting er”, vertelt Willy In’t Ven uit. De Belgische renner werd derde in het jaar dat Monsieur Chrono won. Een derde plaats die hem de zege bracht in het overallklassement van het Ardens Wielerweekend. “Het parcours was toen wel anders vergeleken met nu”, gaat In’t Ven verder. “Bijvoorbeeld de Stockeu, daar hoefde wij niet overheen.”

De finish in Ans was er vroeger ook niet. In’t Ven: “Wij finishte nog op piste in Rocourt. Een finish als Parijs-Roubaix nu nog steeds heeft. Anquetil kwam van achter uit het peloton ons voorbij. Vic van Schil en ik besloten er meteen achteraan te gaan. We zijn gaan rijden voor plek twee en drie en hebben geprobeerd om het peloton voor te blijven. Als Anquetil wegsprong, werd-ie niet meer terug gehaald.” De Fransman, rijdend bij Ford-France Hutchinson, rekende de koplopers in en zette een tijdrit van dik veertig kilometer in, op weg naar de wielerbaan. Zijn grootse tijdritcapaciteiten leverde hem ook zijn bijnaam op: Monsieur Chrono.

De Ardense heuvels zorgen in La Doyenne voor de natuurlijke selectie. Dit jaar moest Wout Poels maar liefst tien cols over, waarvan er acht in de laatste negentig kilometer opdoemden. Poels ging op de Côte de la Rue Naniot. Met nog 2,5 kilometer tot de streep. Met een demarrage kwamen hij en drie anderen los uit het peloton. Anquetil verliet de koplopers vijftig jaar terug al op de Mont Theux. Nog veertig kilometer tot de streep.

Anquetil wist, al fietsend door Luik, dat de overwinning hem niet meer kon ontgaan. “Toen ik door de voorstad van Luik reed, wist ik dat ik de mooiste klassieker binnen had. Een exemplarische overwinning voor mij, ik de rondenrenner”, memoreerde de inmiddels overleden Fransman ooit. Middenin de velodrome van Rocourt had de winnaar zich inmiddels ontdaan van zijn helm, een primitief knutselwerk van een aantal dikke leren banden, en vierde met een bos bloemen zijn overwinning. Hij had laten zien dat hij ook het klassieke werk aankon.

De aankomst in het velodrome moet ongetwijfeld een eervollere finish zijn geweest dan de huidige finish. De laatste kilometers van La Doyenne worden afgewerkt in de grauwe straten van Ans, een voorstad van Luik. Wijken met een triestig aanblik vormen het decor voor het slotstuk. Dit slotstuk is dan ook het enige wat het kijken waard is. “Ik mocht van Vic tweede worden omdat ik het meeste kopwerk had gedaan”, legt In’t Ven uit. “Maar ik schoot van de piste af in het zand en zag het peloton ook al binnen komen rijden. Vic kon natuurlijk niet wachten om te zorgen dat ik tweede werd.” De oud-renner van Mann-Grundig werd daardoor derde.

In’t Ven was die dag geen kopman bij zijn ploeg. “Dat ging in die tijd helemaal niet zo”, omschrijft hij. “Je kunt het wielrennen van toen niet meer vergelijken met dat van nu. Iedereen mocht gaan voor zichzelf en waar je kon, hielp je elkaar. Dat er één iemand wordt uitgespeeld zoals tegenwoordig, dat was toen niet.” Deze manier van koersen, zonder een kopman, is misschien wel de rede waarom het koersen in de heuvelklassiekers vroeger aantrekkelijker was dan vandaag de dag.

Tegenwoordig rijdt heel de Movistar-ploeg – idem voor andere ploegen – alleen om Alejandro Valverde, drievoudig winnaar in Luik, perfect af te zetten aan de voet van de laatste klim. Om hier in te slagen moet de wedstrijd gecontroleerd worden. Elke avonturier wordt teruggehaald door de dominante ploegen in de wedstrijd. Er wordt zo gekoerst dat wanneer je aanvalt, je je eigen graf graaft. Het komt het kijkplezier niet ten goede. Ook dit jaar bleef de koers lang gesloten. Pas op de nieuwe kasseiklim, Rue Naniot, probeerde de Zwitser Albasini het. Hij kwam weg samen met drie anderen, waaronder dus Wout Poels. In tegenstelling tot andere jaren wisten zij wel stand te houden.

Ondanks dat het dit jaar geen veredelde massasprint werd – dit is de laatste jaren eerder regel dan uitzondering in Wallonië – was de spanning nog niet van het niveau dat we kennen uit de Ronde van Vlaanderen of Parijs-Roubaix. Doordat ‘onze’ Wout Poels naar de winst spurtte leek het een fantastische wedstrijd. Qua uitslag is het dat inderdaad, maar wanneer komen de heroïsche ontsnappingen weer terug? Zonder grootschalige veranderingen zal het nog wel een tijdje een koers blijven waarin de renners wachten, nog steeds wachten en nog iets meer wachten.

Gelukkig blijft de natuurlijke selectie bestaan in Luik-Bastenaken-Luik. Zo blijft het die ‘eerlijke koers’ waar Boogerd het ooit over had. Hoewel eerlijk niet altijd van toepassing is op La Doyenne. Aleksandr Vinokourov wilde de natuurlijke selectie nog wel eens omzeilen met een fiks geldbedrag. De Kazach wordt er van verdacht dat hij zijn overwinning in 2010 kocht. Voor anderhalve ton zou hij, de nummer twee van dat jaar, Kolobnev hebben omgekocht. Maar de Olympisch kampioen van 2012 fietst niet meer, dus dat gevaar lijkt geweken. Luik-Bastenaken-Luik blijft met stip het monument onder de monumenten.

Reageer op dit artikel