“Modeontwerper zijn gaat verder dan het tekenen van een jurk”

Wikimedia: Saurabh R. Patil

Exacte cijfers zijn er niet, maar ieder jaar studeren er weer een hoop modeontwerpers af van Nederlandse modeopleidingen. Ze zijn klaar om de modewereld te bestormen. Vier jonge ontwerpers vertellen over het volgen van een opleiding, een eigen label, meedoen aan wedstrijden en talentenjachten op tv.

Kris Berden is ruim een jaar werkzaam als ontwerpster vrouwenmode bij het Franse modehuis Mugler (voorheen Thierry Mugler).  Ze studeerde modevormgeving aan ArtEZ, Hogeschool voor de kunsten in Arnhem en liep daarna stage bij Viktor en Rolf. Toen ze werd toegelaten voor de Master Fashion Design aan l’Institut Français de la Mode verhuisde ze in 2012 naar Parijs. Na een stage bij Lanvin solliciteerde ze voor een baan bij modehuis Mugler. Daar kon ze direct aan de slag. “Er is veel concurrentie”, vertelt Berden. “Elk jaar studeren veel modestudenten af en het grootste gedeelte daarvan wil in de luxe sector werken waar niet veel vacatures voor zijn. Door het volgen van een opleiding, stage lopen, meedoen aan wedstrijden en andere projecten bouw je langzaam je CV op.”

Berden is blij dat ze een opleiding heeft gevolgd.  “Het is vaak een soort erkenningspunt voor mensen in de industrie. Hierdoor leer je het vak, de expertise en mensen in het wereldje kennen. Modeontwerper zijn, gaat veel verder dan het tekenen van een jurk. Daarnaast leer je heel veel door ervaring op te doen in de praktijk. Natuurlijk zijn er uitzonderingen. Er zijn mensen die het tot modeontwerper schoppen zonder opleiding, maar in de meeste gevallen is dat een samenloop van zeer getalenteerd zijn, de juiste mensen kennen en geluk hebben.”

“Tijdens mijn bachelor kwam ik in aanraking met alle facetten die met mode te maken hebben. Je leert modeontwerpen en alles daar omheen. Je creëert je eigen identiteit, collecties en je bouwt een portfolio op. Mijn master was meer gericht op het gebied tussen jou als ontwerper en het werken voor een label. Dit was voor mij een toegevoegde waarde omdat  ik hierin mijn toekomst zag. Je ontwerpt bijvoorbeeld je eigen collectie en je werkt met een bedrijf voor de productie. Je leert mode en het ontwerpen daarvan te bekijken vanuit een ietwat zakelijk perspectief waarin je leert de taal te spreken van een ander merk. Mode is een business en ook daarin moet geld verdiend worden.”

Bregje Lampe, modejournalist voor Volkskrant, schreef onlangs voor lifestylewebsite ID.com een artikel waarin zij aangaf waarom een opleiding zo belangrijk is voor (beginnende) ontwerpers. Zij geeft daarin aan dat je, om een modemerk op te zetten of om zelfs alleen maar een jurk te maken, veel meer moet kunnen dan alleen naaien. Lampe gaf in het artikel ook aan dat je ervoor moet zorgen dat je het vakmanschap beheerst en dat moet leren van de meesters. Anyouk Tan schreef voor diezelfde site dat studeren een aanslag is op je creativiteit. Dit komt volgens haar doordat scholen gerund worden als bedrijven. Tan heeft wel een eigen idee over hoe je door kan breken in de mode-industrie. “Wat je dan wel moet doen om het te maken in de creatieve industrie? Dat mag je precies helemaal zelf bedenken. Het is de essentie van creativiteit”, stelt ze in haar artikel.

Niet alleen Tan heeft kritiek op opleidingen voor modeontwerpers. Ook Nederlands bekendste trendwatcher Lidewij Edelkoort vindt dat er wat moet veranderen op de modeacademies. Modewebsite Fashion United schreef over de trendpresentatie van Edelkoort in Parijs waarin zij aangaf dat modeopleidingen de studenten opleiden tot ontwerpende individualisten, door haar omschreven als ‘kleine Karls’ (Lagerfeld red.). Volgens Edelkoort wordt er teveel aandacht geschonken aan het ‘circus’ om de mode heen, zoals catwalkshows, catalogi, communicatie en fotografie. Zij ziet graag dat de scholen meer tijd besteden aan textielkennis en de ambacht van het kledingstuk zelf.

Creatieve vrijheid vs. opleiding
Charlotte de Jongh was het na drie jaar modeacademie zat en besloot ermee te stoppen. Zij startte daarna haar eigen accessoireslabel met de naam ‘Skarlet Starkdale’. “Docenten waren mij teveel aan het vormen, daar was ik het niet mee eens. Ik had goede punten en was op weg naar een leuke stage bij de Deense ontwerpster Anne Sofie Madsen, maar dat weegt voor mij niet op tegen mijn eigen creatieve vrijheid.”

Ze studeerde aan het Amsterdam Fashion Institute (AMFI),  een opleiding die wat meer gericht is op de commerciële kant van de modewereld. “Ik ben geen commerciële ontwerpster, ik maak het liefste extravagante kleding. Dat kon ik voor  mijn gevoel daar niet tot uiting brengen. Een modeopleiding op de kunstacademie had waarschijnlijk beter bij mij gepast.” Toch kijkt ze positief terug op haar jaren op de modeacademie. “Ik heb de basistechnieken geleerd van het modeontwerpen en produceren. Die kennis neem ik mee in mijn eigen bedrijf. Toen ik na drie jaar stopte, was ik klaar om op eigen benen te staan en dat vind ik belangrijker dan het halen van een papiertje.”

De Jongh vertelt dat ze geen enkel moment spijt heeft gehad van haar beslissing. “Het enige nadeel is dat ik een behoorlijke studieschuld heb opgebouwd. Ondanks dat ik nog maar een jaar moest, ben ik blij met mijn beslissing en trots dat ik voor mezelf ben begonnen. Ik vind mijn creatieve vrijheid te belangrijk, dan duurt een jaar nog te lang.” Om de basistechnieken onder de knie te krijgen moeten ontwerpers een opleiding volgen, zegt De Jongh. “Als je die technieken beheerst dan weet je of datgene wat je ontwerpt wel uitvoerbaar is. Dat is een van de redenen waarom ik denk dat een opleiding wel belangrijk is.”

Modeprijzen
In Nederland zijn er ieder jaar twee grote modeprijzen te vergeven. De Frans Molenaar Prijs wordt al uitgereikt sinds 1996 en is in het leven geroepen door de ontwerper zelf. Hij wil hiermee, zoals het op zijn eigen website staat, couturetalent een duwtje in de rug geven. Ondanks het overlijden van Frans Molenaar in januari 2015 blijft de prijs de komende jaren bestaan, meldde RTL Boulevard onlangs. De ontwerper heeft in zijn nalatenschap gezorgd dat er genoeg geld beschikbaar is. Naast de Frans Molenaar Prijs is er sinds 2007 ook nog de  ‘Lichting’ show tijdens de Mercedes Benz Fashionweek Amsterdam. Tijdens deze show mogen de beste studenten van de Nederlandse modeacademies hun afstudeercollecties laten zien.  Afgelopen jaar won Bastian Visch de V&D talent award bij de Lichting show. Hij won een geldbedrag en zijn collectie werd verkocht bij de winkelketen.

In 2014 won Karin Vlug de Frans Molenaar Prijs met haar afstudeercollectie ‘One square fits all’. Bij het maken van deze collectie gebruikte Vlug geen naald en draad. De patroonstukken werden met linten aan elkaar gemaakt. Haar patronen bestaan uit vierkante vormen waardoor er geen restmateriaal overblijft. In haar atelier in Amsterdam vertelt ze wat de prijs voor haar carrière heeft betekent. “Door deelname aan de prijs kwam ik in contact met jurylid José Teunissen, lector van de afdeling modevormgeving van ArtEZ. Zij is samen met Hein Daanen , lector Fashion & Technology van het AMFI, het ‘Kiemproject’ gestart. In het project wordt kleding gemaakt zonder patronen en zonder te naaien. Ik ben, samen met een aantal partners, betrokken geweest bij de conceptfase afgelopen jaar. Uiteindelijk willen we een nieuw modesysteem ontwikkelen zonder waste en restafval maar met een perfect fit. De collecties die ik nu ontwikkel zijn de eerste stappen naar het uiteindelijke concept.”

“De afstudeercollectie en de collectie die ik nu ontwikkel is fase één. Al mijn patroondelen hebben rechte hoeken zodat er geen restmateriaal is. Deze worden aan elkaar geregen door middel van linten net zoals in mijn afstudeercollectie. Als ontwerper kan je gewoon met een aantal simpele, makkelijk te produceren patroondelen alles om een figuur heen maken.” Vlug vertelt verder over haar toekomstplannen. “Ik hoef niet zo nodig elk seizoen een nieuwe collectie uit te brengen. Ik ontwikkel liever een nieuw modesysteem. Daar ben ik gaandeweg een beetje achter gekomen. Ik had op de academie ook nooit zin om te naaien. Dat wordt al gedaan sinds mensen kleding dragen, ik wil iets nieuws ontwikkelen.”

De ontwerpster is enthousiast over deelname aan wedstrijden en raad het studenten zeker aan.  “Je moet echt meedoen! Je ontmoet daar de juiste mensen en het is heel goed om jezelf te laten zien. Ook al kom je niet eens door de eerste ronde, dan is het alsnog goed om die ervaring op te doen. Je bouwt op die manier namelijk een portfolio op. Het is een hele goede training voor jezelf. Je wordt steeds sneller en steeds beter in wat je doet. Het is een leerzame  ervaring en los van of je wel of niet wint; je bent wel genomineerd en je hebt jezelf laten zien aan de pers en het publiek. Doe daar je voordeel mee, mensen moeten je leren kennen.”

Project Catwalk
Ook op televisie zijn er programma’s om ontwerpers een duwtje in de rug te geven. Zo is er sinds 2004 het Amerikaanse programma `Project Runway’. Daarin strijden vijftien ontwerpers voor een geldprijs en een kans om hun kleding aan het grote publiek te laten zien tijdens de drukbezochte New York Fashion Week. Slechts drie, soms vier krijgen de kans om een collectie te laten zien. Elke week valt er een ontwerper af.  Inmiddels zijn er in Amerika al dertien seizoenen uitgezonden en is seizoen veertien in de maak. Dat zo’n tv programma een ontwerper kan helpen, bewijst de winnaar van seizoen vier, Christian Siriano. Na lovende kritieken tijdens de finale in 2008 wordt zijn kleding verkocht in grote warenhuizen en showt hij nog steeds zijn collectie tijdens New York Fashion Week.

In Nederland werd `Project Runway’ ook uitgerold. Het werd vertaald naar ‘Project Catwalk’ en is drie seizoenen te zien geweest op tv. Bjorn Kersten was een van de deelnemers in seizoen drie. Hij werd vierde en greep net naast een plek in de finale. Desondanks gaat het goed met de carrière van de ontwerper. In september 2014 showde Kersten in Londen en inmiddels is hij bezig met een ready-to-wearcollectie die hij in juli 2015 zal lanceren.  Kersten vertelt over opstarten in de modewereld. “Het is lastig als een beginnend ontwerper, vooral financieel gezien is het zwaar. Al het geld dat binnenkomt investeer ik weer in het label. Ik kan er helaas nog niet volledig van leven en heb daarom nog een bijbaan van 32 uur. Maar dat is niet zo raar, veel ontwerpers hebben in het begin een bijbaan.”

‘Project Catwalk’ heeft Kersten vooral een naam en gezicht gegeven. “Je creëert er naamsbekendheid mee. Uiteindelijk moet je het toch zelf proberen te maken in de modewereld. Het was een leuke ervaring maar het heeft mij te weinig gebracht als ontwerper. Het draait toch vooral om het tv maken.” Kersten zegt zich weinig te hebben ontwikkelt als ontwerper tijdens het programma. “Je krijgt maar beperkt de tijd om iets te maken. Ik kon op deze manier niet mijn eigen stempel drukken op de ontwerpen. Ik wil graag dat alles wat ik maak perfect is en dat kon toen niet. In mijn eigen couturecollectie gaat bijvoorbeeld heel veel tijd zitten. Dan ben je soms een aantal weken bezig met één jurk.”

Kersten geeft aan dat hij niet meer aan een programma als ‘Project Catwalk’ mee zou doen, het leverde hem te weinig op. Eerder deed hij ook mee aan het tv programma ‘NCRV Xperience’, een soort talentenjacht voor alle modestudenten in Nederland. Hij mocht meedoen, samen met twee anderen, en won. “Dat is een programma waar ik veel eerder weer aan mee zou doen. Door de stage die ik won bij Addy van den Krommenacker heb ik zoveel geleerd, dat is beter dan het winnen van een geldbedrag.”

Hoe maak je het in de modewereld?
Voor de ambitieuze afstudeerders is er hoop. Uit de vier verhalen blijkt dat carrière maken in de modewereld zeker mogelijk is. De paden die de jonge ontwerpers gekozen hebben zijn heel verschillend. Toch hebben ze één ding gemeen. Van het volgen van zware modeopleidingen tot een bijbaan nemen om je eigen label  verder te ontwikkelen, ze werken allemaal ontzettend hard om hun dromen waar te maken.

Reageer op dit artikel