O-pa

Oss – Wanneer je Cees van Vliet (76 jaar) een appje stuurt, reageert hij waarschijnlijk met zijn vaste uitspraak ‘o’. Zijn antwoorden zouden zo kort kunnen zijn omdat zijn vingers simpelweg te groot zijn voor de toetsen op zijn telefoon. Toch staat deze letter ook symbool voor Cees’ manier van leven. Zijn motto: erger je niet, verwonder je slechts.

Het is één ding om een levenswijsheid te hebben. Het is een tweede om er ook echt naar te leven. Cees staat er bij familie en vrienden om bekend dit heel goed te kunnen. Hoewel nuchterheid in de familie zit, denkt hij dat hij zijn manier van leven niet volledig aan zijn ouders te danken heeft. ‘Het is langzaamaan ontstaan’, denkt hij. ‘Dat is gewoon zicht op het leven hebben. Wijsheid komt met de jaren.’

Oudste kind

V.l.n.r. Cees, Annie, Gerrit, Cees’ moeder

Cees mag dan wel steeds nuchterder geworden zijn in zijn leven, kleine Cees begon al goed. Hij werd geboren als oudste kind in 1943 in het dorpje Berghem. Als speelgoed kapot ging, dan maakte hij wel nieuwe. Al snel verhuisde het gezin naar Geffen. Eén jaar na hem kwam zusje Annie, twee jaar daarna kwam broertje Gerrit en nog eens zeven jaar later besloot nakomeling Tonnie de hekken te sluiten. Dat zijn twee broertjes beter konden voetballen dan hij, was jammer, maar ook daar lag hij niet wakker van. ‘Ik was in een hoop dingen beter dan zij’, vertelt Cees. ‘Ik was bijvoorbeeld erg goed in knutselen. Mijn vader was daar ook altijd mee bezig, maar hij kon er helemaal niks van. Dus ik heb het mezelf aangeleerd.’ Cees’ grootste kinderwens? Gewoon “veul” gereedschap krijgen. Die wens is uitgekomen. Buiten in de tuin staat een grote schuur. Een doolhof van al het gereedschap dat de mensheid ooit heeft bedacht.

Klein Ceesje

Op de lagere school in Geffen was Cees de beste van de klas. Dat deze school niet zo’n hoog niveau had, bleek toen gezin van Vliet naar Oss verhuisde. De elfjarige Cees moest van school veranderen en in de zesde klas in Oss was hij de slechtste. Het resultaat: nog maar een keertje de zesde overdoen. Na dit tweede jaar zag de frater wel iets in de jonge Cees. Hij moest maar naar de mulo. De leerling was het hier echter niet mee eens: ‘Dat vond ik zo’n trutschool. Dat stomme gedoe met die woordjes leren. Dat kon ik niet.’ Hoewel hij achten haalde voor de technische vakken, stond Cees rond carnaval een vier voor Frans en twee tweeën voor Duits en Engels. ‘Toen werd ik van school getrapt’, herinnert hij zich lachend. ‘Ik moest weer terug naar de zesde klas. Voor de derde keer. Ja, dat is een heel gedegen opleiding geweest.’

Militaire dienst

‘Alles loopt zoals het moet lopen’, is ook een uitspraak van Cees. Dat was ook het geval bij zijn eigen schoolcarrière. Op de ambachtsschool was hij een betere leerling. Sterker nog, hij was de beste. ‘Ik heb de eerste prijs nog steeds liggen’, vertelt Cees trots. ‘Een hele dure combinatietang. Ik gebruik hem niet meer, hij is te oud, maar hij ligt nog steeds in mijn kistje in de auto.’ Het kistje dat overal mee naar toe gaat, want je weet maar nooit wanneer je gereedschap nodig hebt.

Het zou een logische stap voor de gedreven leerling zijn geweest om na de ambachtsschool naar de HTS te gaan. Maar ja, al zijn vrienden gingen naar de UTS, dus hij ook maar. Ook op de UTS was hij een van de betere leerlingen. Zijn overbuurman zag een talent in hem en bood hem een baan als leerling technisch tekenaar bij het gemeentelijke energiebedrijf aan. Drie maanden heeft hij hier met plezier gewerkt. Tot hij 22 werd en toch echt in dienst moest.

Iets grotere Cees

Zoals gezegd heeft Cees met de jaren geleerd zich minder te ergeren en meer te verwonderen. In dienst was hij hier nog iets minder goed in. ‘Ik kon niet tegen die strikte discipline’, lacht hij. ‘Ik vond groeten en melden en al dat soort flauwekul grote onzin. Dat deed ik dus ook het liefst niet. Op een dag zei mijn baas: “Cees, kom eens. Ik ben zo tevreden over het werk wat je doet. Ik heb je voorgedragen als soldaat één.” Dat was een beloning, dan kreeg ik een dubbeltje per dag meer. “Maar dat hebben ze afgewezen”, vervolgde de man. “Je doet je werk goed, maar je bent een te slecht militair.” Ik zei: “Dan mogen ze dat dubbeltje houden.” Dat vond ik wel een eer.’

Liefde

Met nieuwe levenswijsheden op zak verliet Cees na iets minder dan twee jaar militaire dienst. Zijn overbuurman wilde hem weer hebben bij het gemeentelijke energiebedrijf, waardoor hij twee maanden vroeger terug naar Oss mocht komen. De buurman hielp hem niet alleen aan een baan. Op zijn welkom-terug-feest was de hele familie van de overkant uitgenodigd. Ook buurmeisje Ine. ‘Eigenlijk had ik haar nog nooit gezien.’ Voor Cees was het liefde op het eerste gezicht. ‘En voor haar denk ik nog meer dan voor mij. Al weet ik niet of ze meer verliefd was op mij of op “munne” motor.’

Deze motor bracht de twee ook bij elkaar toen Ine zogenaamd voor zusje Annie mee op vakantie ging met de familie van Vliet. Cees had geen zin om in de auto mee te gaan, dus kwam hij na met een vriend op de motor. ‘Ine heeft daar in Zwitserland elke dag bij mij achterop de motor gezeten’, denkt hij terug. ‘Of voorop. Ze had geen rijbewijs, maar kon goed motorrijden.’ De oude Norton staat nog steeds in de schuur bij Cees. Die gaat nooit weg. Terug in Nederland werd het stel onafscheidelijk en na vijf jaar kochten de twee een huis en trouwden ze.

Het gelukkige bruidspaar

Cees ziet zijn huwelijk nog steeds als het perfecte huwelijk. Ruzies kan hij zich nog amper herinneren. Altijd is hij verliefd gebleven op zijn Ine. Als je hem vertelt dat in een huwelijk verliefd zijn soms overgaat in houden van, dan zegt hij dat je onzin uitkraamt. ‘Dat zeggen mensen die het niet echt hebben’, verklaart hij dan. ‘Maar wij kenden ook niemand die zo’n goed huwelijk had als wij. We hebben het er weleens over gehad en er was misschien één stel dat we kenden dat bij ons huwelijk in de buurt kwam. Niet meer.’

Avondschool

Eén jaar na hun bruiloft werd Sjors geboren. Het was inmiddels 1971 en Cees was gepromoveerd tot opzichter gas bij de gemeente. ‘Ik wist daar geen bal van, maar mijn baas zag iets in mij’, legt hij uit. De fanatiekeling was niet van plan bij dit baantje te blijven steken, dus besloot hij de avond-HTS elektrotechniek naast zijn werk te gaan doen. Hij werkte fulltime en studeerde nog eens drie avonden in de week. Net voor zijn eindexamen werd kleine Jeroen geboren. ‘Ja, dat was niet echt gepland. Jeroen wel, maar het eindexamen niet’, voegt Cees er lachend aan toe.

Het tweede huis dat Cees verbouwde

Na elektrotechniek stopte hij even met studeren om het huis te kunnen verbouwen. Daarna ging hij weer vrolijk door met avond-HTS werktuigbouwkunde. Ofwel fietsenmaker. ‘Want een werktuigbouwkundige is een fietsenmaker.’ Na het halen van dit diploma was Cees’ baas er nog niet van overtuigd dat de beste man genoeg papieren had, dus moest hij nog maar even de applicatiecursus HTS bedrijfskunde erachteraan plakken. Tussendoor wist de alleskunner een tweede huis om te bouwen van varkensstal tot droompaleisje, zijn huidige huis. Uiteindelijk heeft Cees meer dan tien jaar avondschool gedaan. Of hij niet beter gelijk HTS had kunnen doen in plaats van UTS? ‘Dat kun je wel zeggen, maar ja, het is toch zo gelopen. Moet je je eigen niet zo druk over maken. Maar het “hed” allemaal gruwelijk veel tijd gekost.’

Inmiddels was Cees werkvoorbereider en ontwerper van het gasnet, gasstations en alles wat ermee te maken heeft. Elke studie die hij deed, gaf hem meer verantwoordelijkheden op het werk. Je zou denken dat na ruim tien jaar avondschool Cees van zijn vrijheid zou genieten, maar niks was minder waar. ‘Toen zei ik tegen mijn baas: “Zo en nu wil ik eindelijk mijn vak gaan leren. Ik wil hogere gastechniek gaan doen”. En zo geschiedde.

Hier komt een van de weinige mensen om de hoek kijken waaraan Cees zich gruwelijk geërgerd heeft: zijn leraar. ‘Ik had met die vent steeds ruzie in de les’, legt hij uit. ‘Hij vertelde hoe je een gasontvangststation moest bouwen. Ik had al eens zo’n ding laten bouwen, dus ik wist er veel meer van dan hij. Hij wist er helemaal niks van, ik corrigeerde hem altijd in de les. Het was gewoon een eigenwijze bal. Toen moest ik op mondeling komen en ik stikte van de tandpijn. Ik kon helemaal niks door die pijn en die lul zat maar te mauwen. Uiteindelijk kreeg ik een vijfeneenhalf van hem. Eén tiende punt te weinig. Ach ja, daar kan die man ook niks aan doen. Er zijn geen kwaaie mensen, sommige mensen worden slecht gemaakt.’ Het diploma heeft hij nooit gehaald, maar hoe Cees een gasontvangstation moest bouwen, wist hij in ieder geval zeker.

Cees en zijn Ine

Pensioen

De eerste zondag dat Cees officieel van school af was, iets voor zijn veertigste, pakte hij een koud pilsje en ging met zijn Ine in de zomerzon achter in de tuin zitten. Hij zei tegen zijn vrouw: ‘Zal ik jou eens wat vertellen? Ik hoef niet te studeren. Ik hoef niks.’ Deze traditie heeft hij twee jaar lang volgehouden. De jaren verstreken en Cees klom hogerop. Hij werd chef van het gasbedrijf, bij de overname door de Provinciale Noord-Brabantse Elektriciteits Maatschappij werd hij chef buitendienst en uiteindelijk belandde hij als adviseur op gasgebied bij de PNEM in Den Bosch. Tot hij op zijn 56ste van zijn vervroegde pensioen mocht gaan genieten. De kinderen waren inmiddels groot. Veel van hun opgroeien had hij niet meegekregen door zijn werk en studie. Ook de twee nichtjes die Ine bijna als haar dochters zag, omdat ze elke dag bij haar over de vloer kwamen, hebben niet veel van ome Cees gezien in die jaren. Nu hij écht niks meer hoefde, had hij tijd om van zijn kinderen en inmiddels twee kleinkinderen te genieten. Later zouden er nog twee volgen.

Al heeft Cees in die twintig jaar pensioen nog amper stilgezeten. Bijna elke avond zijn Ine en hij gaan kaarten bij vrienden. Op donderdagochtenden – en soms middagen – is hij niet bereikbaar vanwege tennis – en het pilsje achteraf. Elke week weten familie en vrienden hem te vinden wanneer er iets gemaakt moet worden. Het maakt niet uit wat het is, Cees fikst het wel weer. Maar er is natuurlijk altijd tijd voor pauze met een koud pilsje of rood wijntje. En natuurlijk moest het stel ook nog af en toe op vakantie. Het liefst naar La Grande Motte.

Eenzaam

Tot 3 november 2010. Op een zonnige ochtend lijkt er geen vuiltje aan de lucht wanneer Cees zijn dagelijkse bezoekje aan de bakker brengt. Bij terugkomst gaat hij bij zijn dierbare Ine kijken als hij haar levenloos in bed aantreft. De klap is groot. ‘We hadden het met zijn tweeën zo goed, mooier is er niet.’ Dit is het enige deel van zijn leven waar Cees zwaar geëmotioneerd van raakt wanneer hij erover vertelt. ‘En dan kom je plotsklaps alleen te zitten. Ik heb haar dat weleens verweten. Ik denk: godverdorie, jij klapt er mooi tussenuit. Laat mij hier maar alleen achter. Maar ja, daar kon ze natuurlijk ook niks aan doen.’ Dat hij haar ooit zal terugzien wil hij graag geloven, maar helaas kan hij dat niet. Voor hem is de dood het einde. Toch is Ine in de kerk begraven.

Cees eet een marshmellow

Hoewel Cees erg goed was in het liefhebben van zijn vrouw, is hij ook goed in het beste uit het leven halen. Als er geen doel meer is om voor te leven, dan maakt hij dat doel zelf wel. Vooral naar zijn vakanties met vrienden of “eenzaam”, zoals hij het zelf noemt, kijkt hij erg uit. Toch is het gemis van Ine nog vaak lastig. Vooral als Cees ‘s avonds alleen thuiskwam, voelde hij de leegte. Dit is minder geworden sinds Thimo, zijn tweede kleinkind, bij hem is komen wonen. ‘Dat je niet alleen bent is heel fijn’, legt Cees uit. ‘Maar soms maak je je ook weer ongerust als zo’n “klotjong” weer niet op tijd thuis is. Die zorgen die je vroeger met de kinderen had, heb je nu weer.’ Opa Cees is een klein beetje opnieuw vader geworden. En dat is stiekem toch ook wel vaak leuk.

Erger je niet, verwonder je slechts

Ondanks het gemis van Ine heeft Cees nog altijd erg veel zin in het leven. Oud voelt hij zich niet. ‘Als je zegt dat je niks meer kan, dan kan je het ook niet meer.’ Dus doet de 70-plusser nog zoveel mogelijk om maar niet vast te roesten. Dat wordt hem makkelijk gemaakt door alle mensen die over de vloer komen. Dit interview heeft dagen gekost omdat er continu vrienden, kennissen of familie even een pilsje kwamen vatten. Zijn achterdeur zit nooit op slot. Hoewel Cees nog minstens tien jaar er tegenaan wil, heeft hij geen specifieke plannen. Een nieuwe vrouw komt er niet meer, want niemand kan genoeg aan Ine tippen om hem zijn vrijheid weer af te nemen.

Ik besluit mijn interview met opa met de conclusie dat hij toch een mooi leven heeft gehad. ‘Dat is ook zo. Ik heb het altijd erg goed gehad. Ik heb nooit veel pech gehad, behalve met oma. Maar het komt niet altijd door pech. Het komt vooral door je manier van leven. Wees opgewekt en blij. Erger je niet, verwonder je slechts. Dat is toch een hele wijze spreuk.’

Opa is trots op zijn twee kleindochters

Reageer op dit artikel