Ook blaffende honden bijten

Heesch – Naar schatting worden er volgens Bureau Beke jaarlijks 150.000 mensen en dieren gebeten door een hoog-risico hond. Ook ik kreeg twee jaar geleden met een dergelijk dier te maken. Wat wordt er gedaan om dit immense aantal bijtincidenten terug te dringen?

Al lopend kijk ik naar Djingo’s achterkant. Het beige dwergkeeshondje heeft me altijd aan het lachen weten te krijgen. Ik kan er niks aan doen, dat waggelende hoopje haar is zo’n belachelijk gezicht. Zijn ouders waren prijswinnende honden vanwege hun uiterlijk en Djingo lijkt het te weten. Trots trippelt hij richting een plek om te plassen. De lijn staat strak gespannen.

Het is vreemd om te bedenken dat alles anders had kunnen lopen als er ook maar één ding die avond in mei anders was gegaan. Ik ging bij Glenn, mijn vriend, eten. Was ik thuis gaan eten, dan was er niks aan de hand geweest. ‘Zullen wij Djingo direct uit gaan laten?’ vroeg Glenn’s moeder, Connie, aan me terwijl ze de borden afruimde. Normaal gesproken liet Glenn’s broer Djingo altijd uit. Had hij dit op die dag weer gedaan, dan was alles anders gelopen. Het was een mooie lenteavond in het dorpje Heesch. Even een ommetje maken leek helemaal geen slecht idee.

‘Zullen we een keer rechtsaf gaan? We gaan altijd al linksaf’, stelt Connie voor. Waarom we uiteindelijk rechtsaf slaan, weet ik niet zeker. Ik geniet van de avondzon op mijn gezicht en de geur van lentebloemen. De rustgevende wandeling is precies wat ik nodig had na een dag schoolstress. Hij zal niet lang meer duren. Wanneer we de hoek om lopen verdwijnt de zon achter de huizen. Djingo blijft even stilstaan om zijn behoefte in een stuk gras langs de stoep te doen. Ongegeneerd gooit hij een pootje omhoog en laat het lopen. Aan de overkant van de straat ligt een groter grasveld met een vijver in het midden. De straat lijkt verlaten, op een grote bruine stafford, achter op het grasveld, na. Het dier is niet aangelijnd en kijkt om zich heen. Plots krijgt het ons in de gaten en loopt het onze kant op.

Stafford – Pixabay

Aangeboren?

Staffords vallen onder hoog-risico honden. Andere voorbeelden hiervan zijn de rottweiler en pitbull. Volgens de Tweede Kamer is een hoog-risicohond ‘een hond die bij bijten in staat is tot het toebrengen van bovenmatig ernstige bijtschade (zoals verlies van spier en/of orgaanweefsel), met soms de dood tot gevolg’. Bij de beoordeling of een hond een hoog-risicohond is, wordt er gekeken naar de fysieke verschijning, bijtstijl, bijtintensiteit en genetische basis. Denk dan bijvoorbeeld aan de bouw van de hond, het gewicht, de mate waarin een hond zijn prooi wel of niet loslaat en of een hond is gefokt als vechthond. Er zijn bepaalde rassen die door hun genen van nature risicovoller zijn dan anderen. Van de twintig meest gevaarlijke rassen maakte de Raad voor Dieraangelegenheden begin 2017 een lijst. Wanneer een hond op deze lijst ernstig letsel veroorzaakte, kon de overheid dan strenger optreden. Zo nodig door het dier te euthanaseren. Ook kon er preventief opgetreden worden met verplichte muilkorven of een aanlijnplicht.

In juni 2019 liet Minister Schouten van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit echter weten deze lijst in te willen trekken. Ze schreef: ‘In 2018 heeft de organisatie Davalon het onderzoek naar karakteristieken afgerond. Het onderzoek heeft aangetoond dat het totaal van fysieke en temperamentkenmerken van het dier, eigenaar gerelateerde factoren en situationele kenmerken leiden tot afwijkend agressief gedrag bij het individuele dier. Deze karakteristieken zijn niet altijd te relateren aan hondenrassen.’

Wat de minister bedoelt is dat bepaald gedrag niet alleen afhankelijk is van genen. Uit onderzoek van Wageningen Livestock Research blijkt dat opvoeding en eventuele hondentraining minstens zo belangrijk zijn voor het karakter van een hond. Een rottweiler die de juiste opvoeding heeft gehad zal minder snel bijten dan een dalmatiër met een slechte start in zijn leven. Dit terwijl de bijtdrempel van een rottweiler van nature lager ligt. Ook tonen verschillende onderzoeken, zoals het onderzoek van Honey uit 2017, aan dat een hond die in zijn puppytraining vaak gestraft wordt, eerder zal bijten dan een hond die wordt getraind aan de hand van een beloningsysteem. Natuurlijk zal de rottweiler een stuk venijniger kunnen bijten dan de dalmatiër, maar volgens Schouten is het niet eerlijk om alleen daarvoor een hondenras op de “gevaarlijke” lijst te zetten. Wel pleit Sienke Groenman van de Koninklijke Hondenbescherming voor houderschap onder voorwaarde, met een cursus vooraf. In Trouw legt ze uit waarom: ‘Met training en door de hond van jongs af aan te socialiseren kan hij prima in de maatschappij, maar het zal nooit een golden retriever worden.’

Djingo

Vechten, vluchten of bevriezen

Honden spelen wel vaker met elkaar. Wanneer de bruine stafford aan Djingo begint te snuffelen, ruikt mijn schoonmoeder noch ik onraad. Eerst blijft het bij snuffelen. Even later ontbloot het grote dier zijn tanden en begint te grommen. Vanzelfsprekend voelt Djingo zich bedreigd en gromt terug. Nu gebeurt alles in een sneltreinvaart. Ik trek hard aan Djingo’s lijn. De stafford springt bovenop zijn prooi. Ik trek harder en begin het arme beest rond te zwieren in de hoop dat het roofdier afhaakt. Het werkt niet. Het spel wordt alleen maar leuker voor de stafford. Het keeshondje zijn gegrom verandert in gepiep. Gejammer. Gegil, van Connie. Tien seconden later komt een grijze stafford zijn maatje helpen. En nog een. En nog een. Mijn schoonmoeder pakt haar hondje op. Ze houdt hem recht boven haar hoofd. De vier vechthonden willen hun prooi. Ze springen tegen haar op. Het baasje beseft dat het nu gevaarlijk voor haar wordt. Ze zet Djingo met tegenzin neer.

Op zo’n moment zijn er drie mogelijke reacties: vechten, vluchten of bevriezen. Vechten heeft geen zin. De vier honden zijn één bonk spier. Hun kaken bijten door botten heen. Intuïtief kiezen we voor vluchten. Connie rent moeizaam, in paniek en huilend op haar hakken naar huis voor hulp. Ik ga de andere kant op. Angst giert door mijn lijf. Achter me hoor ik gegrom en gejank. Nadenken heeft geen zin. Alles gebeurt op intuïtie. Binnen vijf seconden krijg ik spijt. Ik draai me om en ren terug. Ten slotte kiest mijn lichaam voor bevriezen. Ik kijk toe hoe het hondje van alle kanten wordt gebeten. De beesten laten niet los en schudden hun prooi heen en weer. Het is een vreselijk schouwspel. De tranen rollen over mijn wangen. Ik kan niks doen. Ik weet niet of ik in gevaar ben. Maar mijn lichaam heeft gekozen om te bevriezen. Gegrom en gejank. Gegrom. Het gejank is gestopt.

Bijtincidenten

Bijtincidenten worden in Nederland niet schematisch bijgehouden. Uit onderzoek van Bureau Beke uit 2019 blijkt echter dat naar schatting jaarlijks 150.000 mensen worden gebeten door honden, waarvan één vijfde deel ernstig gewond raakt. Elk jaar overlijdt er zelfs één persoon aan hondenbeten. Over hoe vaak vechthonden andere dieren verwonden, is niet veel bekend. In het onderzoek van Bureau Beke zijn 195 incidenten geanalyseerd. In meer dan de helft van de gevallen was het slachtoffer een dier. Wanneer er toch een mens gewond raakte tijdens een incident, was dit vaak omdat diegene zijn of haar hond probeerde te verdedigen. Saskia Ober, van het Landelijk Informatiecentrum Gezelschapsdieren (LICG), een organisatie van de Rijksoverheid, legt uit dat agressie tegen honden of tegen mensen heel verschillend van aard kan zijn: ‘Zo zien sommige honden andere, vooral kleine hondjes, aan voor prooidier waardoor prooiagressie ontstaat die zij tegenover een mens niet zouden laten zien.’

Zo blijkt ook uit een artikel dat in november 2016 in het Dagblad van het Noorden stond. Bianca Eisema liet op een avond haar twee herdershonden uit toen ze opeens nagels op het wegdek hoorde. Plotseling sprongen er twee pitbulls op haar honden. Het baasje heeft geschopt en geslagen om de twee aanvallers weg te jagen. Toen de rust was wedergekeerd ging het met de herdershonden naar omstandigheden goed, maar was Eisema lelijk gewond geraakt aan haar handen. Eén van de twee vechthonden is afgemaakt.

Af en toe worden mensen toch uit het niets aangevallen. Tilburger Tom Albers las de weken ervoor al over soortgelijke aanvallen in de krant toen hij zelf in september 2019 door een rottweiler werd gebeten. In het Brabants Dagblad vertelt hij dat het dier midden op het fietspad zat toen hij naar zijn werk fietste. De hond beet eerst in Albers’ linkerknie en daarna in zijn bil. Naar eigen zeggen waren de gevolgen wellicht niet te overzien geweest als het een kind was die zo was aangevallen. Daarom heeft Albers aangifte gedaan.

Bij voorgaande incidenten hebben de slachtoffers nog “geluk” gehad. Italiaanse waterhond Taffy had dit in mei 2018, net als Djingo, niet. Op Omroep Brabant staat hoe ze recht voor de ogen van baasje Jan Maarten Hendriks werd besprongen door twee onbekende vechthonden. Uit alle macht probeerde Hendriks de twee van Taffy af te trekken. Ook de eigenaar van de vechthonden hielp mee. Het mocht niet baten. Dezelfde dag overleed het arme dier. Helaas konden er geen maatregelen worden genomen tegen de honden, omdat de politie niet meteen was gebeld. Hendriks liet het hier niet bij zitten en startte een petitie. Hierin eisen hij en ruim 3000 ondertekenaars dat er overal een aanlijn- en muilkorfgebod voor agressieve honden komt, dat ze direct worden geëuthanaseerd na een ernstig bijtincident en dat het ophitsen van een dier tegen mens of dier als misdrijf wordt aangemerkt, gevolgd door onmiddellijke inbeslagname. Daarnaast pleit de petitie voor een verbod op het fokken van gevaarlijke rassen, verplichte training voor hond en baasje en een eenvoudige meldingsmogelijkheid voor burgers en dierenartsen.

Rottweiler – Pixabay

Maatregelen

Uit de vele handtekeningen onder Hendriks’ petitie blijkt dat hij niet de enige is met ontevredenheid over het optreden van de overheid tegen hoog-risicohonden. Anderhalf jaar na Djingo’s dood kopte het Brabants Dagblad: ‘Boete voor doodbijten van dwergkeesje in Heesch’. Een boete van driehonderd euro. De staffords zouden zijn ontsnapt uit de tuin van één van de eigenaren. Die hebben hun honden na een week teruggekregen van de politie. Eén van de dieren zit in het asiel. De andere drie lopen nog zorgeloos rond door Heesch. Zonder aanlijnplicht en zonder muilkorf. Ik ging verhaal halen bij het LICG over deze zaak. ‘Er is de laatste tijd steeds meer aandacht voor dit soort zaken en de kans dat er wordt opgetreden tegen een eigenaar van één of meer honden die een andere hond doodbijten, is daardoor ook steeds groter’, liet Ober weten. ‘Maar elke situatie en elke beoordeling is anders en in het verleden is gebleken dat politie niet altijd weet dat ze zo’n aangifte moet opnemen of hoe dit moet worden afgehandeld.’

Het onderwerp is al jarenlang een discussiepunt in de Tweede Kamer. Volgens het LICG dacht de overheid de bijtproblemen in 1993 op te lossen met een fok- en houdverbod voor pitbull-achtigen: de Regeling Agressieve Dieren (RAD). Hiermee hoopte de Tweede Kamer dat pitbulls zouden uitsterven. Toen in 2008 bleek dat er niet minder bijtincidenten waren voorgevallen door deze regeling, werd de RAD weer afgeschaft.

In 2017 werd de eerdergenoemde hoog-risicolijst ingevoerd. In eerste instantie zouden alle honden op deze lijst verplicht op cursus moeten in 2018. Niet alleen ging dit idee niet door, zoals vermeld werd de hele lijst in 2019 weer afgeschaft.

Een wet waar we ons wel nog op kunnen beroepen is artikel 425. Hierin staat dat de eigenaar van een hond volledig verantwoordelijk is. Het artikel luidt: ‘Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie (maximaal 8300 euro) wordt gestraft: hij die een dier op een mens aanhitst of een onder zijn hoede staand dier, wanneer het een mens aanvalt, niet terughoudt. En hij die geen voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand gevaarlijk dier.’ Eigenaars van losgeslagen vechthonden kunnen dus wel degelijk worden gestraft na een bijtincident.

Wat er met de vechthond gebeurt, hangt af van de gemeente. Zo kun je denken aan een verplichte muilkorf, een aanlijnverplichting, een inbeslagname of, in het ergste geval, euthanasie voor een ontembaar dier. Daarnaast krijgen steeds meer gemeenten een meldpunt, waar iedereen gevaarlijk gedrag van honden kan gaan melden. De handhaving is in de praktijk helaas een probleem. Volgens de Tweede Kamer kost het nog te veel capaciteit om meldpunten volledig functioneel te laten zijn.

Toch helpen al deze maatregelen niet genoeg om het aantal bijtincidenten terug te dringen. Daarom wordt er bij de overheid nog flink gebrainstormd naar oplossingen. Er wordt hier bijvoorbeeld gesproken over merktekens, zoals een geel lintje, voor honden die wat ruimte nodig hebben. Andere maatregelen zouden een bewijs van deskundigheid van de eigenaar kunnen zijn of verplichte cursussen voor baasjes van risicohonden. Ook zegt Schouten bezig te zijn met de invoering van een hondenpaspoort. In ieder geval is het duidelijk dat de ideeënbus van de Tweede Kamer nog niet leeg is. Wat we hiervan terug gaan zien de komende jaren, zullen we moeten afwachten.

Zwarte urn

Djingo’s dood is nu twee jaar geleden. Bij Glenn thuis staat er een foto van het verloren hondje met een kleine, zwarte urn ernaast. De crematie van 200 euro en de “waarde” van Djingo, 2100 euro, zijn vergoed door de verzekeringen van de staffords hun baasjes. Dankzij dit geld loopt er inmiddels een ander dwergkeesje rond in de woonkamer: Luna. Het grijsharige vrouwtje trippelt naar de achterdeur en begint schel te blaffen. Ze is geen vervanging voor Djingo, maar wel een nieuw gezinslid. Connie opent de deur voor haar. Luna loopt naar buiten en gaat naar achteren hangen. Ongegeneerd laat ze haar plas lopen. Dit stukje tuin is speciaal ingericht voor haar behoeften. Uitgelaten zal ze immers niet meer worden.

Luna

Reageer op dit artikel