Op zoek naar God in Goedereede

“Geloof” vind je in Nederland overal. Onze woonkamers zijn gedecoreerd met boeddhabeeldjes en spirituele leuzen, de steden hebben kerken en moskeeën en de oren van zestienjarige meisjes zijn versierd met kruisjes-oorbellen. Toch lijkt het échte geloven van vroeger een beetje afgezwakt. In het dorpje Goedereede ging ik op opnieuw op zoek naar het goddelijke. En ik vond haar.

“Ben jij een atheïst?” “Ik? Nee, nee absoluut niet.” “Waar geloof je in, dan?” De vraagsteller neemt een hijs van zijn sigaret. Door de rook knijpt hij zijn ogen samen. Een slok van zijn lauwe biertje. Hij wuift met zijn hand. “Nou?” “Uhm ja gewoon. Ik geloof wel dat er iéts is, maar wat, ja dat weet ik ook niet. Kijk er zijn wel energieën natuurlijk, maar die zweven niet echt tastbaar in de lucht. Maar ze zijn er, hoor. Ja, ik geloof wel.” Stilte. Nog een hijs. Een knikje. En weg is ‘ie. Ik had hetzelfde gedaan.

De scene hierboven gebeurde een paar maanden geleden voor een kroeg in Tilburg. Het is ook maar een vaag begrip, geloof. Iedereen doet het wel in zekere mate, maar toch voelt het anders dan vroeger. Op Instagram zie je niet snel een foto van een student die op zondag met zijn ouders in de kerk een weesgegroetje doet. #Gezellig.

Ik was eerst wel zo. Voor heel even dan. Toen ik negen jaar oud was, zag ik Jesus Christ Superstar op tv. Die mooie verhalen, sterke vriendschappen en danssessies in het zand op blote voeten: dat wilde ik ook. Ik liet me dopen, deed mijn communie en ging naar de bijbelschool. Eenmaal op de middelbare school zwakte de Jezus Christus-wens een beetje af en kocht ik boeken over geisha’s. Maar dat is weer een ander verhaal.

Terug naar het geloof. Ondanks dat het dus overal om me heen is, voél ik het niet echt meer. Waar dat aan ligt, weet ik niet. Maar ik ben wel benieuwd of ik het überhaupt weer kan voelen. Daarvoor moet ik wel naar een “goddelijke” stad. Dus dat doe ik. Plaats van bestemming: Zuid-Holland, Goedereede.

Goedereede dankt zijn naam aan de titel die hij in de middeleeuwen kreeg. “Goede reede” betekent zoiets als “veilige haven”. Op de kop van het eiland Goeree-Overflakkee diende het dorpje als een belangrijke handelsplaats. Op een gegeven moment trok de kooplui weg. De stadsmuren werden niet meer onderhouden en gesloopt. De goede reede was niet meer. Slechte zaak. Wat wél overeind is gebleven, is het geloof. Priester Boeyens woonde hier vroeger. Zijn voormalige woonhuis bestaat nog steeds. Tegenwoordig heet het “De Gouden Leeuw”. Het heeft nog steeds een pausenkamer.

De bus brengt me naar een brug. “Draai om bij de fietsen, loop naar het water en je ziet het vanzelf”, zegt de buschauffeur. “Niet te missen.” Hij had gelijk. Als je over het zacht golvende water heenkijkt, zie je tientallen geveltjes in bruin en wit. De voortuintjes zijn geen voetstap lang, maar toch staan ze vol met hyacinten en tuinkabouters. Een lang, stenen pad brengt je naar het dorpsplein. Ik hoor niets anders dan de wind en mijn vans die over de kiezels heengaan. Ik zie een huis, een atelier, nog een huis. Voor de ramen hangen bordjes met “te koop”. Zelfs de bakker is te huur.

De stilte wordt doorbroken met het geluid van een klok. Dat moet het een teken zijn. Ik kijk omhoog en zie aan het eind van het pad een toren zo hoog dat je wel “Halleluja” moet zeggen. De kerk is omringt met bomen en beelden. Een van Adrianus VI, bijvoorbeeld. Hij was in 1522 paus van het dorp. In het perk voor het monument staan geen bloemen meer. Alleen wat zand. De ingang van de kerk heeft een rode deur bijna net zo hoog als die van de stenen toren. Ik kan nu al niet wachten op alle leuzen en gesprekken die ik ga voeren. Misschien kan ik samen met alle gelovigen wel een nummertje uit Jesus Christ Superstar doen. Net als vroeger. Ik sluit mijn hand om de ronde metalen cirkel en trek eraan. Helaas. In Goedereede is de kerk alleen op zondag open. Of op zaterdagmiddag, tijdens het bejaardenconcert. Geen priester vandaag, geen mis, geen danssessie.

Weer hoor ik het geluid van mijn schoenen, maar nu klinken ze iets harder. Ik werp nog een laatste blik op het water en de gekleurde bloemen. Een blij gevoel krijg ik van de bushalte die dichterbij komt. Mijn telefoon en oortjes liggen al in mijn hand als ik een stem hoor. “Ik was op zoek naar het zonnetje, maar hij is er niet echt, he.” Twee bronzen glazen kijken me aan. Een hoge stem en brede lach doen denken aan een kind, maar de lijnen in de handen verraden een oudere leeftijd. Een roze fleecevest, beige buideltas en rugzak met drinkfles trekken mijn aandacht. Ze vertrekt naar Rotterdam, vertelt ze. Ze woont hier nu al een aantal jaar. Maar ze mist de stad. Het leven. Het geluid. Ze hoort er ook nog steeds niet bij, vertelt ze. Dat gaat niet zo makkelijk hier. “De gemeenschap is een verhaal apart. Als je niet hetzelfde denkt, val je al snel buiten de boot. Zelfs de kerk heeft zich in tweeën gesplitst.” Marleen heet ze. Ze zegt dat tien jaar geleden een groep bewoners de kerk wat vrijer wilde maken. Dat resulteerde in een groep hervormde en een groep oecumenische bewoners. Die tweede groep predikt nu in een schuur naast haar huis. In de kerk in het dorp komt bijna niemand meer. “Zo jammer.” Ze zet haar zonnebril af en knippert met haar lichtblauwe ogen. “Het is juist fijn als iedereen elkaar in zijn waarde laat. Dan kun je zoveel bereiken.” De ogen kijken naar de lucht die grijs kleurt. “Mag ik met jou meereizen?” Natuurlijk. In de drie uur daarna hoor ik verhalen over feminisme, spiritualiteit, geluk, liefde en dood. Als ik het woord “eindhalte” zie staan, snik ik bijna een beetje. Ik schud Marleen de hand. “Tot ziens.” Wie weet. Ik vond mijn geloof vandaag. Ook al is de kerk dicht, ook al was er geen zon. Als ik die jongen in de kroeg nog eens tegenkom, weet ik wat ik moet zeggen. “Ik geloof in mensen.” Ja, dat wordt ‘m. Dankjewel Goedereede.

 

Reageer op dit artikel