Pittoresk Dokkum is ’s zomers niet zo schattig meer

Een vaal geelgekleurd rammelkevertje met bloemenstickers rijdt tussen de gracht en terrasjes waar de Dokkumers de eerste lentezon meepikken. Het past net. Moet je nagaan dat verkeer van twee kanten kan komen. Het autootje rijdt recht op de muziekwinkel af, de enige plek in de stad waar muzikaal Dokkum terecht kan.

Toch zijn uit Dokkum bands als The Homesick en It Dockumer Lokaeltsje voortgekomen. Beide stammen ze van de punkscene af die eind jaren zeventig en begin jaren tachtig ontstond. De muziek van It Dockumer Lokaeltsje klinkt chaotisch, industrieel en neemt het leven niet te serieus. De vijftigers hebben in 2017 nog nummers als ‘Haadkut’ en ‘Kontmuzyk’ uitgebracht. Aanstaande Record Store Day, een internationale dag waar alles om de platenzakenbranche draait, treden ze weer op.

De jongens van The Homesick houden het enigszins rustig met geordende jengelgitaartjes. Het zijn twintigers zijn, maar al opgemerkt door onder andere The Guardian en BBC Radio 6. Dokkum lijkt een vruchtbare plek voor punkmuziek, maar de krappe straten en met planten bezaaide gevels van grachtenpanden geven toch niet zo’n ruig beeld.

Juist dat idyllische geeft voer voor verzet, waar punk om draait, maar er blijkt meer te zijn. Op een zachtroze zonnescherm prijkt in gouden sierletters ‘Evangelische Boektiek’. In de etalage ligt Christelijke literatuur. Dat het geloof zo leeft is logisch: dertien kerken telt de stad.

Moord

Het Christendom speelt een belangrijke rol en dat terwijl in de allervroegste jaren van dat geloof Dokkum helemaal niet aan wilde sluiten. Sint Bonifatius wilde rond het jaar 754 de Dokkumse bevolking overtuigen van de leer van Jezus, maar werd terplekke met een stok de dood ingeslagen. Bij zijn gedenkbeeld hangen drie middelbare scholieren. Ze schoppen tegen de grond en roepen naar een eendenkoppel dat in het kunstmatige vijvertje ernaast zwemt.

Geef die hangjongeren eens ongelijk: je moet íets te doen hebben. Muzikaal gezien is er dus alleen een muziekwinkel waar je terecht kunt. Een platenzaak kent Dokkum niet. Voor elpees kun je naar de kringloopwinkel, waar titels als ‘Liefde is blij zijn’ van kinderkoor De Accu’s te vinden zijn. Een poppodium is nergens te vinden. De rockkroeg (ook genaamd It Dockumer Lokaeltsje, gebaseerd op het boemeltreintje dat tussen Dokkum en Leeuwaren reed) is zo’n tien jaar geleden opgeheven.

Er is een beetje hoop: in een oud chinees restaurant wordt een nieuwe rockclub gebouwd. De gevel die een Aziatische tempel representeert hangt nog boven de ingang. ‘Rock’em’ staat in het bliksemschichtlettertype van Metallica op de ramen geplakt. Alleen is er vertraging met de bouw, het blijkt gemeentegedoe te zijn. Herrie schoppen in je eigen garage, zolang de buren het tolereren, was en is voorlopig nog de enige manier om met hard gitaarwerk bezig te kunnen zijn.

Importpunk

Verveling en protest tegen het geloof lijken de motivatie van de Dokkumse punkbandjes om te beginnen. The Homesick heeft niet voor niets nummers als ‘The Best Part Of Being Young is Falling in Love With Jesus’ of ‘St. Boniface’. Maar toch is het grootste deel van de Dokkumse punkscene geïmporteerd.

“Punkmuziek leeft hier alleen in de zomer”, zegt Melchert van der Zwaag. In zijn muziekwinkel hangen tientallen akoestische gitaren, staan een handjevol piano’s en kratten vol met bladmuziek: van Justin Bieber tot Friese trots. “Als je hier rondkijkt zie je wat voor muziek de mensen hier luisteren. Als je hier punkmuziek wil horen, zul je even moeten wachten. ’s Zomers komen buitenlandse seizoenarbeiders (groenteplukkers, red.). Zij nemen de ruigere stijlen met zich mee en spelen dan soms ook op festivals in de buurt, zoals op de Waddeneilanden of in Leeuwarden.”

Voor muziekstijlen naast pop, klassiek, jazz en blues zul je naar de grote stad moeten, verklaart Van der Zwaag. “Je vindt al meer rock en punk in Leeuwarden, maar als je elke bedenkbare muziekstijl wil vinden, zul je naar Groningen moeten gaan. Dokkum is te traditioneel.”

Het idyllische landschap verraadt dat al een beetje. Op de terrasjes zeggen de bewoners om de paar minuten gedag naar bekende voorbijgangers. Door de lokale jeugd wordt met pils in de hand luidruchtig Fries gesproken, oudere lui klust aan hun boten. De penetrante lucht van verf hangt aan de kade, het geluid van getimmer komt uit een platbodemschip. Een bejaarde man rust uit op een bankje dat rond een boom is gebouwd, met uitzicht op de roodkleurige korenmolen Zeldenrust.  Dat in Dokkum zelden rust is, is ondenkbaar. Het zou zonde zijn als punk dat komt verstoren.

Reageer op dit artikel