Radicalisering: ‘Jongeren willen de islam als totaalpakket’

Foto: Pexels

Dennis Abdelkarim Honing (26) bekeert zich op zijn zeventiende tot de islam, nadat hij in de jeugdgevangenis geïnspireerd raakt door het geloof. Hij was op zoek naar zijn identiteit en vond die  bij het Salafisme. Omdat het geloof hem niet genoeg bood, ging hij op zoek naar meer. Uiteindelijk radicaliseerde en deradicaliseerde hij. Nu vertelt hij zijn verhaal.

We spreken om elf uur ’s ochtends af in Haarlem, de woonplaats van Honing, voor een dicht Turkse  eettentje. “Ik wist het adres van de koffietent niet meer, dus ik heb je dit maar doorgegeven”, zegt Honing verontschuldigend, terwijl hij met een blikje energydrink in zijn hand naar de overkant wijst. We lopen naar de desbetreffende koffietent, die gevestigd is in een kaal kraakpand in Haarlem-Zuid. “Hier gebeurt het allemaal. Haarlem-Zuid is wel echt de getto van Haarlem”, zegt Honing grinnikend. Honing praat honderduit over Haarlem. Hij stelt mij vragen over mijn woonplaats, Tilburg, wat volgens hem het Mekka van de radicalisering is. “Ik heb daar nog lessen gevolgd toen ik radicaliseerde. In Tilburg-Noord zit een imam die zich bezig hielt met politiek Salafisme.” Na een kort gesprekje maakt Honing duidelijk dat ik hem alles mag vragen.

Op zijn vijftiende kwam Honing terecht in een jeugdgevangenis, nadat hij een straatroof had gepleegd met een aantal vrienden. Daar raakte hij bevriend met een groepje Marokkaanse en Palestijnse jongens. “We zaten dicht op elkaar en spraken elkaar dus vaak. In het begin gingen de gesprekken over voetbal en vrouwen, maar op een gegeven moment ben je daar wel over uitgepraat. Toen bespraken we  eetgewoonten en uiteindelijk ook geloof.” Deze gesprekken hebben een kiem gelegd voor zijn radicalisering, vertelt hij.

Het Salafisme
Het Salafisme als enige reden waarom jongeren radicaliseren klopt niet, volgens Honing. “Het Salafisme staat op zichzelf. Moslimapologeten proberen het Salafisme, dat bijvoorbeeld executies en het verhandelen in slavinnen toestaat, goed te praten door alleen te wijzen op de maatschappelijke factoren. Het speelt zeker een rol in de zoektocht naar hun religieuze identiteit. Wat zij dan vinden, bijvoorbeeld het geloof dat jihad aanreikt, staat op zichzelf. De islam heeft een eigen probleem en dat heeft niets te maken met een Geert Wilders of een Pim Fortuyn. Dat moeten we proberen te scheiden.” Meer uitleg? Zie deze infographic over radicalisering en het Salafisme.

“We moeten begrijpen dat het Salafisme juist iets heel Nederlands heeft, omdat het heel radicaal zoekt naar een eerlijke beleving van de islam. Ze kijken niet naar wat er verwacht wordt. Daarom past het zo goed. Marokkaanse jongeren hebben ouders die zeggen: ‘Hou nou maar je bek en ga gewoon bidden’. Die jongeren groeien op in een land waar jongeren hun droom kunnen volgen. Dat is waar ze zich in het Salafisme mee bezig kunnen houden. Ze willen geen rekening houden met allerlei regels. Ze willen vrijheid. In die zin past het goed in onze tijdsgeest. Het leidt alleen tot dictatoriale en illegale dingen.”

Van bekering naar radicalisering

“Mijn radicaliseringsproces is heel stapsgewijs gegaan. Bij iedere groep wilde ik eigenlijk meer. Ik ben bekeerd in 2008, op mijn zeventiende. Mijn moeder was alcoholiste en overleed in hetzelfde jaar. Het feit dat de islam met reinheid en trouw naar buitenkwam, sprak mij ook om die reden aan. De islam is simpel, een Apple design. Er is maar één God en die kun je niet afbeelden. Daaronder staat een heel team van profeten. De profeten zijn de PostNL bezorgers van de islam: ze bezorgen een boodschap over het geloof. Daarnaast kun je zonder hulp van een geestelijke bidden. De zwerver en de koning dienen allebei te buigen. Dat vond ik een onwijs mooi concept. Nog steeds eigenlijk.”

Na zijn vrijlating zag hij ‘Ali’, de film over Mohammed Ali, en  de film ‘Malcolm X’. “Daarin zie je jongens die op zoek zijn naar hun identiteit. Ze worden gediscrimineerd, maar houden zich aan hun eigen regels. Sterke, grote figuren met een basis in het geloof, dat inspireerde mij.”

Dennis Abdelkarim Honing. (bron: Facebook)
Dennis Abdelkarim Honing. (bron: Facebook)

Honing ging op zoek naar een liberale moskee. Hij kwam bij de veelbesproken liberale Poldermoskee van Mohammed Cheppih in Amsterdam terecht. “De Poldermoskee was voor bekeerlingen. Er werden Nederlandse preken gehouden en alleen het reciteren was in het Arabisch. Dat leek mij een mooie instap. Je zag jongeren daar hun plek opeisen met een duidelijke mening.” Toch miste er wat. “Het was me wat te zoetsappig. Ik had behoefte aan wat meer en andere jongeren om mij heen ook. Wij wilden een religie en misschien zelfs wel activisme. Wat kregen we: netjes in de rij staan, scheer je baard en lak je schoenen. Dat is misschien ook wel de fout die Marokkaanse moskeeën hebben begaan. Ze waren te ingetogen. Bidden, niets zeggen. Dat past in Marokko, niet in Nederland.”

Een van Honings vrienden woonde in een wijk in Amsterdam waar een Marokkaanse moskee stond, met een Salafistische maar apolitieke inslag. “Daar ontmoette ik een Salafist. Ik stelde hem wat vragen en hij bood aan om me mee te nemen naar Tilburg. Zo gezegd, zo gedaan. Ik heb daar een tijdje gezeten, tot ik dat op een gegeven moment ook te braaf vond. Daarna kwam ik in aanraking met het politieke Salafisme. Dat is in principe hetzelfde pakket, alleen dan met de jihad erbij. Daar mocht je wel wat doen aan je irritaties tegenover de politiek. Eigenlijk kwam het voort uit het helemaal beleven van de islam. Dat is wat heel veel jongeren gedreven heeft.” Op dat moment radicaliseerde Honing. Hij begon kritisch naar zijn eigen land te kijken en hij geloofde sterk in een islamitische staat.

Familie Khan

Rolling Stone schrijft in 2015 een reconstructie van de familie Khan, drie jongeren die naar Syrië vertrokken: “Nowhere (in this statement) is the assertion that Hamzah’s intent to join the Islamic State also means that he intended to commit harm in the United States. This fear, however, lies at the heart of both the Khan case and virtually all of the other ISIS-related prosecutions, though there is so far little evidence that those who have made it to Syria plan to come home.” Dus  nergens in het bewijsmateriaal van deze en andere zaken blijkt dat deze jongeren daadwerkelijk plannen hebben Amerika te bedreigen.

Deradicalisering

Hoe langer Honing zich verdiepte in het jihadisme, hoe onzekerder hij werd over zijn eigen standpunten. “Ik begon steeds meer twijfels te krijgen bij wat er werd gepredikt. Er werden dingen vertelt die eigenlijk niet klopten.” Het had te maken met het probleem van het lijden. “Als God almachtig is, kan hij het leed stoppen. Als hij het leed niet wil stoppen, is hij niet algoed.  Als hij het leed niet kan stoppen, is hij niet almachtig. Dat veroorzaakte een sneeuwbaleffect voor mij. Het is eigenlijk begonnen bij een persoonlijke twijfel, maar niet bij de heftigheid van mijn opvattingen.”

“Vragen als ‘Waarom laat god kinderen met kanker rondlopen?’ kwamen bij me op en langzaam maar zeker stort je toren van je radicaal denkgoed in.” Honing zou zelf nooit naar Syrië kunnen vertrekken. “Ik was en ben daar niet de juiste persoon voor. Zo diep zat het bij mij niet. Ik leef heel erg in het nu en daardoor was het voor mij makkelijker om die toren om te gooien. Daarnaast heb ik altijd mezelf uitgesproken. Nu nog steeds.”

Nederland vs. radicalisering

De islam en de Marokkaanse etniciteit in Nederland staan beiden onder druk. Er is veel kritiek op het geloof en het is als moslim moeilijker om een baan te kunnen vinden. “Dat kan een reden voor deze jongeren zijn om zich open te stellen voor hardere geluiden”, stelt Honing. “De politieke partij DENK is daar ook een voorbeeld van. Het zou bijna een Salafistische partij kunnen zijn, met no nonsense ideeën en een duidelijke mening. De standpunten van DENK zijn vrij radicaal, bijvoorbeeld het castreren van pedofielen of het verbieden van een overheidsfunctie na een racistische uitspraak. Dat is precies waar allochtonen op dit moment naar lijken te hunkeren.”

“Voor een gedeelte is het zo dat ‘de blanke roedel’, zoals ik dat noem, geestelijk nog niet klaar is dat helemaal te accepteren. Zelfs links Nederland wil graag nog blijven ‘aaien’, ze zeggen steeds: ‘Jij mag er zijn, jij hebt een mooi cultuurtje’. Er is moeite om de mensen als gelijke te zien. Dat begrijpt de andere kant en wordt uiteindelijk, zeker bij de jeugd, een frustratie. Dat kan zeker een relatie hebben met radicalisering.”

“Al-wala’ wa-l-bara’: loyaliteit en afstand.
Liefde hebben voor je geloof en afstand nemen van de ongelovigen.”

Aantrekkingskracht radicalisering

Onderzoeker Peter Prudon en Bertjan Doosje schreven in  een essay over radicalisering onder andere over de aantrekkingskracht tot radicale organisaties. Westerse jongeren voelen zich aangetrokken tot radicalisering door drie factoren: ideologie, instrumentaliteit en identiteit. Binnen een ideologie, de eerste factor,  heeft iemand behoefte aan een andere, meestal rechtvaardige samenleving. Deze samenleving ontstaat door een strenge leer. Jongeren gaan dan op zoek naar mensen die dezelfde soort samenleving willen verwezenlijken. Bij de tweede factor, instrumentaliteit, gaat het om radicale middelen die helpen een doel te bereiken. In het geval van radicalisering richting IS, is het doel een islamitische staat (ook: kalifaat). De laatste factor heeft te maken met identiteit en is misschien wel de meest voorkomende factor. Het traditionele en religieuze wereldbeeld van bijvoorbeeld de ouders staat haaks op de vrijere levenswijze van autochtone klasgenoten. Dat veroorzaakt verwarring en maakt dat jongeren zich niet thuis voelen in eigen huis of omgeving.

Arabische Lente en radicalisering
De Arabische Lente begon in 2010 in onder andere Egypte, Libië, Syrië en Tunesië. Daar begon ook het rekruteren voor Islamitische Staat. IS ontstond als afsplitsing van de terroristische organisatie al-Qaida, toen Amerika in 2003 Irak binnenviel. Veel jongeren in de bovengenoemde landen studeerden aan de universiteit met de belofte dat ze later van de overheid werk zouden krijgen. Toen die jongeren afstudeerden, bleek er geen werk voor ze te zijn. Er waren toen twee mogelijkheden: of vluchten naar Europa als in de hoop op een betere toekomst, of je aansluiten bij een organisatie als IS, die jou geld en werk biedt in ruil voor jouw diensten. Uit wanhoop sloten veel jongeren zich aan bij de terroristische organisatie en radicaliseerden daar onder het bewind van leider Abu Bakr al-Baghdadi.

Honing: “Vaak wordt gezegd dat jongeren bij IS een luchtkasteel voorgehouden wordt. Dat wat er beloofd wordt, niet waargemaakt wordt. Dat klopt niet helemaal. Ik ken een Marokkaanse jongen, Abu Hanifa, die in Antwerpen woonde. Hij wilde graag studeren, maar wist dat hij het moeilijker heeft op de arbeidsmarkt vanwege het feit dat hij Marokkaan is. Hij sloot zich aan bij IS en heeft nu een hoge functie bij de politie daar. Daar zie je dat IS ook echt in staat is om mensen iets te geven. Als het halal is, is de weg bij IS heel kort.”

Rol van de media in het radicaliseringsdebat

Het woord radicalisering is misschien wel een van de meest gebruikte woorden in de media. Dennis Honing: “De media zijn aan de vrije markt onderhevig. Ze willen spanning. Dingen worden pikanter gemaakt dan het uiteindelijk is en je moet als lezer kunnen onderscheiden wat er wel en niet aan klopt.”

Dennis Honing woont inmiddels met zijn vrouw en vier kinderen in Haarlem. Hij is nog steeds moslim en predikt nu voor de humane islam. Deze stroming wordt gezien als de ‘oplossing’ voor extreme islam en is dus eigenlijk het tegenovergestelde. Honing schreef een boek over zijn radicaliseringsproces en schrijft regelmatig voor websites als Geen Stijl over problemen binnen de islam.

Reageer op dit artikel