Recensie: de kunst van het stelen

Boem, pats, met een volle vaart word ik meteen na de intro het verhaal ingetrokken. Ik beeld me in mijn hoofd voor hoe Olga in Roemenië de schilderijen in de kachel verbrandt. Een longread die gaat over de roof bij de Kunsthal in Rotterdam. Iets waar ik in het nieuws het een en ander over heb gelezen. Maar deze longread slaat een hele andere weg in.

Waar ik dacht dat alleen de intro zo beeldend op mij zou overkomen, gaat dit door in de rest van het verhaal. Ik heb het gevoel alsof ik met hoofd productie Jan Moerer mee loop door het museum. Ik stel me voor hoe hij wakker wordt gebeld met het nieuws dat er ‘misschien’ schilderijen zijn gestolen. Het korte zinnetje: “Dan lopen ze de hoek om. Zeven legen plekken.” Het is niet eens een volwaardige volle zin, maar juist door de beknoptheid komt de bedoeling hard binnen.

Dan, een beetje achtergrondinformatie over het museum. Prettig, voor de lezer die geen idee heeft wat voor museum de Kunsthal nu eigenlijk is. Ik krijg een kijkje in het beveiligingssysteem van de Kunsthal – of eigenlijk het gebrek eraan. Het verhaal is eigenlijk een reconstructie van die beruchte nacht. Het is duidelijk dat schrijver Lex Boon helderheid in het verhaal wilde verschaffen. Vandaar dat het verhaal is opgedeeld in een soort van hoofdstukjes. ‘De melding, de criminelen, het plan.’ Zo gaan de hoofdstukken maar door. Heerlijk overzichtelijk.

Ik begin dus met een terugblik op de nacht. Lex Moerer die uit zijn bed wordt gebeld en het geklooi van de mobiele surveillanten en de politie. Dan lees ik me nog een stapje terug in de tijd. Ik ga terug naar het moment dat de roof gepland werd. Ik krijg inzicht in wie de Roemeense criminelen zijn. Ik zie ze voor me. Wellicht dat dit ook wordt versterkt door het enorme aantal foto’s dat aan het artikel is toegevoegd. En dat is niet voor niks: het brengt het verhaal nog meer tot leven.

Het goede aan deze lomgread vind ik dat de schrijver niet te lang bij een gebeurtenis blijft hangen. Het verhaal is opgedeeld in allemaal kleine hoofdstukjes en je maakt sprongen van het verleden naar het moment dat de roof is gepleegd. De manier waarop de reconstructie van de roof wordt geschreven, doet meteen denken aan een slecht opgezette inbraak. ‘Ze hebben geen idee waar ze moeten beginnen, maar het navigatiesysteem van de auto biedt uitkomst. Eugen tikt ‘museum’ in.’ Ik moet er eigenlijk om lachen. Ik zie het gekluns als voor me, terwijl deze mensen het wel voor elkaar hebben gekregen een roof te plegen.

Juist doordat het verhaal zo helder wordt beschreven, met tussendoor alledaagse dingen die de criminelen doen. Denk aan: ‘in de shoarmatent met aluminium tafeltjes bestellen Eugen en Alexandru een pizza’ is zo gewoon dat je bijna vergeet dat het verhaal om een diefstal draait. Ik vermoed dat dit juist de bedoeling is. Het is een georganiseerde roof, maar het doet allemaal amateuristisch aan.

‘Op die manier komen Radu en Adrian om 03.16.51 uur het museum binnen. 72 minuten voordat Jan Moerer uit zijn bed wordt gebeld.’ De details die Boon beschrijft, zijn zo nauwkeurig. Zelf vind ik dit een grote toevoeging aan het verhaal. Een virtual reality bril zou hierbij niet eens nodig zijn. In mijn hoofd zie ik het al ronduit voor me.

De foto’s van de schilderijen die in het midden van het verhaal naar voren komen, geeft een beeld van wat er buit is gemaakt. De enige toevoeging hier zou de geschatte waarde van de schilderijen zijn. Overigens komt de waarde van de buit wel aan bod onder het kopje ‘onderzoek’, dus dat is de schrijver zeker niet vergeten.

De recensie lijkt geschikt voor een grote doelgroep. Makkelijk leesbaar voor iedereen. Alles wordt tot in de puntjes uitgelegd. Van het plan, naar de uitvoering, de vlucht, het onderzoek van de rechercheurs en het tragische lot van de schilderijen.

Het verhaal eindigt met de rechtszaak en de straf die de verdachten boven het hoofd hangt. Het laat een open einde, omdat dit nog vervolgd wordt.

Longread: http://www.nrc.nl/kunsthal/

Reageer op dit artikel