Stadje Veere is door de wol geverfd

Door: Charlotte Hamilton

VEERE- Dat het een stad is zou je bijna niet geloven: Veere heeft nog geen zeventienhonderd inwoners. Het toeristische stadje met zijn volle havens, bruisende cafeetjes en ouderwetse winkels lijkt aandoenlijk, maar deze stad was in de zestiende eeuw een van de belangrijkste handelsimperia van de lage landen. Dankzij een belangrijk contract, dat werd opgemaakt in 1541, is dit Zeeuwse stadje de bijzondere plek die het vandaag is.

 

In een jaar passeren duizenden mensen haar. Velen van hen zijn toeristen. Zij kijken naar haar, of de Grote Kerk achter haar. Ze graast terwijl de mensen hun weg vervolgen naar het centrum van de historische stad. Ze zijn druk in de weer met elkaar, hun telefoons of een ijsje of frietje dat ze hebben gekocht op de parkeerplaats om de hoek. Allemaal komen zij Veere bezoeken, sommige van hen niet wetende hoe rijk aan geschiedenis dit stadje is en hoe cruciaal dit soort was voor Veere. Haar wol is niet meer zo belangrijk voor de Zeeuwse stad als vroeger, maar hoe Veere er nu bij ligt is volledig te danken aan ‘de Schotse stapel’, aan het schaap.

 

“In deze stad wonen nu zo’n zestienhonderdvijftig mensen. Een lange tijd geleden was dat meer dan het dubbele. In de bloeiperiode van Veere woonden hier ongeveer vierduizend mensen” vertelt een medewerker van het piepkleine VVV kantoor aan de kade van de stad,   “Veere was een prachtige stad met een hele gunstige ligging. In de zestiende eeuw was het een perfecte plek voor handel: aan het water in het ‘Veerse gat’.” Het Veerse gat, gevestigd aan een zeearm, was veilig voor koopvaardij. Hier waren hier geen klippen of zandbanken. Schepen konden gemakkelijk voor anker gaan en zelfs in hartje winter vroor het water nooit dicht. Schepen voeren bovendien maar een of twee uur en keken alweer het ruime sop tegemoet: ze zaten op volle zee met een keur aan nieuwe handelsbestemmingen.

 

Hendrik II van Borsele had in 1433 macht over Veere, en bouwde een groot handelsimperium op. Dat deed hij door de juiste vrienden te maken. Hij paaide zijn vrienden graag. Zo deed hij dat ook met de Koning van Schotland. Na het geven van allerlei geschenken – onder andere een leeuw – en eindeloos geslijm kreeg Van Borsele wat hij wilde: op elf jarige leeftijd trouwde zijn zoon, Wolfert VI, met de Schotse prinses Maria Stuart. Dat was een bijzonder slimme zet. Dankzij deze verbintenis kon Wolfert VI van Borsele een handelsovereenkomst maken met Schotland. In Veere, en alleen in Veere, mochten Schotse goederen opgeslagen en verhandeld worden. De koning ging akkoord en de Schotse stapel was geboren: het contract tussen Schotland en Veere. Niet alleen werden er afspraken gemaakt over handel, maar ook de rechten en plichten van Schotten in de Zeeuwse stad werden omschreven. Dit contract is zeker tweehonderd jaar van kracht geweest. De Schotse stapel, ontstaan in 1541, bracht Veere welvaart. Veere was een van de belangrijkste steden van de Lage Landen.

 

In de zestiende eeuw was tien procent van de handelsstad Veere schots. Zij kregen in ruil voor het stapelrecht een flink aantal voorrechten. Zo hadden de Veerse Schotten een eigen kerk, maar regelden ook hun eigen ook rechtspraak. Zij hadden herbergen waar de Schotten gratis mochten verblijven en dronken bier of wijn belastingvrij. Ook in de havens kregen zij een eigen ligplaats aangewezen. De Schotse pakhuizen kregen een plek op hun eigen kade. Lord consevator, in dienst van de Schotse troon hield een oogje op de stad. Hij handhaafde de wet, was notaris, ouderling en hield ook nog eens de commerciële en maritieme belangen in het oog.

 

In de hoogtijdagen ankerde er elke dag wel vijftig schepen aan. De stad bruiste van het leven. Inwoners van de stad Veere hadden het goed. Er was tijd voor vrijetijdsbesteding en plezier, zo werden er zeilwedstrijden georganiseerd of werd er een wedstrijd op poten gezet om te kijken wie dat jaar de mooiste baby had gekregen. Kooplieden liepen over De Schotse Kaai en ontmoetten elkaar uit alle winstreken.

 

Maar, ook de gouden tijden van Veere gingen voorbij. De Vissersvloot verplaatste zich naar Colijnsplaat en kooplieden vertrokken naar Antwerpen en Rotterdam. Toen in 1961, na de watersnoodramp, een dam werd gebouwd tussen het Veerse gat en de Noordzee was Veere definitief geen gunstige handelsplek meer. Deze dam, onderdeel van het deltaplan, zorgt voor een afsluiting tussen open wateren en betekende zo ook het einde van eb en vloed.

“Ondertussen wonen en werken er in Veere al lang geen Schotten meer. In al die tijd is de Zeeuwse stad veel veranderd, maar is er gelukkig nog veel te zien van het prachtige verleden.” Zegt een medewerker van het Zeeuws Museum. De stad, die veel mensen maar een dorpje zouden noemen, is een levend museum. De oude huizen staan vastberaden tegen de zeewind op de kaai, kinderkopjes maken nog altijd geen plaats voor strak asfalt. In het zomerseizoen loopt de stad over van de toeristen. Ze nemen een kijkje in het oude stadhuis of de Grote Kerk. Bezoeken het Schotse huizen museum en lopen over de Schotse Kaai. Ze gaan langs bij ‘Oma’s snoepwinkel’ en neuzen tussen het ouderwets snoep zoals stroopsoldaatjes of ‘babbelaars’, een authentiek Zeeuwse lekkernij. Ook bezoeken velen toeristen Atelier de Schapenkop. Hier wordt nog steeds wol verhandeld. Elk mogelijk product van mijn soort kun je daar vinden: sloffen, vellen, kleding en zelfs kaas tijdens het juiste seizoen. Daar levert het schaap in de wei voor de Grote Kerk geen bijdrage aan, nog niet.

Zij staan maar met z’n tweeën voor de grote kerk. De schapen grazen terwijl de mensen hun weg vervolgen naar het centrum van de historische stad. Allemaal komen zij Veere bezoeken, sommige van hen niet weten hoe rijk aan geschiedenis deze stad is en hoe cruciaal schapen waren voor Veere…

 

* Bronnen: (Gesprekken met medewerkers van) VVV Veere, Museum Veere, Museum Schotse Huizen, Atelier de Schapenkop.

Reageer op dit artikel