Stadsboer heeft vooral internationaal potentie

Het verbouwen van verse groentes bovenop een flat midden in het centrum van Rotterdam, of tonnen kilo’s aan sla verbouwen in de Bijlmer. Stadslandbouw is populairder dan ooit en stadsboer lijkt hét beroep van de toekomst te zijn. Toch zullen we de komende tien jaar niet massaal naar de Nederlandse stadsboer fietsen voor onze wekelijkse boodschappen.

Als je nadenkt over de herkomst van onze groenten dan denk je  aan weidse velden vol met aspergebedden, aardbeienplanten of verschillende preisoorten. Je ziet tractoren voor je die af en aan rijden en boeren die dag en nacht op het land doorbrengen om hun verse groenten te oogsten. Deze groenten moeten regen en wind, maar ook de brandende zon doorstaan om, na een heel logistiek proces, op ons bord te belanden. Nederland is heer en meester in het verbouwen van groenten en ons landschap wordt getekend door alle vitamines die in onze grond en in onze tuinbouwkassen volgroeien.

Maar het idee dat het telen van groenten alleen maar op het platteland gebeurt, klopt niet meer. De mogelijkheid om groenten midden in de stad groot te brengen is de nieuwe realiteit. Zo staat er sinds 2017 midden in de Amsterdamse Bijlmer een boerderij in de hoogte, oftewel voedselflat, oftewel ‘vertical farm’. Het pand van het verticale landbouwbedrijf GrowX is ingericht om slasoorten en verse kruiden op de meest gecontroleerde wijze groot te brengen. In de oude voormalige bedrijfshal hangen vijftien lagen sla en kruiden boven elkaar, die gevoed worden door paars kunstlicht. De groentes bevinden zich in een perfect geconditioneerde ruimte waar geen enkel straaltje licht of natuur zich een weg naar binnen kan werken. Zo kan er klimaatneutraal geteeld worden. Deze techniek die deels uit de ruimtevaart komt biedt een manier om op grote schaal groente te telen, zelfs in een stad. Men spreekt over een oplossing voor het vitaminetekort in de steden. En het zou een oplossing kunnen zijn voor het voedseltekort voor de groeiende wereldpopulatie. Blijkt dit de nieuwe manier van telen te zijn? Of doen we te zeer uit de hoogte over de vertical farm?

Een slaflat in de Bijlmer

Overal ter wereld poppen voedselflats uit de grond. Populaire bestemmingen zijn miljoenensteden zoals New York, Dubai en Singapore. Het doel is om vers voedsel naar de stad te brengen en daarbij het milieu zo min mogelijk te schaden. Een revolutionaire ontwikkeling waar het bedrijf GrowX van Ard van de Kreeke internationaal gezien toonaangevend in is. “Wij telen bij GrowX voornamelijk slasoorten voor het hogere horeca segment. Dat betekent dat we met veel precisie kunnen sturen op de gezondheidsaspecten van het soort blad. We maken als het ware echte powersla. De voedingswaarden maar ook de smaak worden op detailniveau gestuurd door de omstandigheden die bij vertical farming kunnen worden gecreëerd”, vertelt Van de Kreeke. De voormalig Zeeuwse (biologische) boer krijgt tegenwoordig heel wat internationale gasten over de vloer die Nederland zien als het walhalla van het vertical farming. Zo kwam onlangs de burgemeester van Beijing een kijkje nemen bij het Amsterdamse bedrijf. Van de Kreeke: “Nederland loopt enorm voorop in dit soort ontwikkelingen dankzij de Universiteit van Wageningen en de HAS. Wij willen als bedrijf dus ook blijven ontwikkelen. Momenteel zijn we bezig met een robotisering die de kostprijs zestig tot zeventig procent naar beneden brengt.”

Bron: GrowX

De kostprijs, dat is vooralsnog een van de minpunten van het telen in de vertical farm. Een slamix die bij de supermarkt om de hoek nog geen drie euro kost, kost bij GrowX wel een paar honderd euro per kilo. Even bij de stadsboer langs om een zakje slamelange te halen zit er voor de gemiddelde Amsterdammer dus nog niet in. De afzetmarkt van GrowX zijn de luxe horeca zaken die graag in de buidel willen tasten voor een lokaal kwaliteitsproduct. Bij verticale landbouw wordt er geen gebruik gemaakt van pesticiden en door een slim irrigatiesysteem wordt het gebruik van water beperkt. Je hebt dus niet alleen een kwaliteitsproduct, maar ook richt het minimale schade aan de planeet.

Boeren in een miljoenenstad

Ondanks dat er ontwikkelingen zijn om deze kostprijs drastisch omlaag te brengen ziet van de Kreeke geen grootse toekomst voor de vertical farming in Nederland. “De voedselproductie en logistiek zijn zo ongelofelijk efficiënt geregeld in ons land. Al het verse voedsel dat we in een stad willen nuttigen is binnen een straal van honderd kilometer beschikbaar. Vijfenzeventig procent van al onze verse landbouwproducten wordt geëxporteerd naar het buitenland, dus een tekort aan vers voedsel kan ik me vooralsnog niet voorstellen.” Miljoenensteden zoals Dubai, Singapore of Detroit staan juist wel te springen om dit soort innovaties. Daar is de afstand tot het platteland enorm, zijn de weersomstandigheden slecht voor efficiënte glastuinbouw of is vers voedsel simpelweg onbetaalbaar. Een vertical farm kan hierbij dus een oplossing zijn en ook in de toekomst een oplossing bieden om de groeiende bevolking te voorzien van vers, lokaal voedsel.

Nederland zou dus eigenlijk het laatste land zijn waar vertical farms zich massaal zouden gaan vestigen. Toch opent de ene na de andere verticale stadsboerderij zijn deuren. Rotterdam Food Cluster, een initiatief van de gemeente Rotterdam richt zich ook op de innovatie van de verticale landbouw in de regio. Adriaan van der Giessen projectmanager vanuit de Gemeente Rotterdam wil vanuit de rol als gespecialiseerde regio in glastuinbouw inspelen op deze innovatie. Momenteel richt de gemeente zich op ontwikkeling van een verticale boerderij om niet alleen producten te produceren maar vooral om het proces te optimaliseren en dit als exportproduct te verkopen. “Steden in een land zoals China hebben heel wat geld over voor vers voedsel. We willen dus met onze kennis bijdragen aan deze revolutionaire innovatie. Alle soorten gewassen overal op de wereld kunnen telen draagt niet alleen bij aan de vermindering van de Co2 uitstoot maar ook aan de wereldwijde gezondheid”, zo vertelt van der Giessen.

Bron: GrowX

Oplossing voor vitaminetekort

Of dat de verticale boerderijen in de toekomst de Nederlandse steden gaan voeden, daar is onderzoeker dr. van der Schans aan de Wageningen Universiteit heel duidelijk over. “Nee, dat is in Nederland zeker niet het geval. Nederland heeft een heel goed horizontaal kassensysteem en een goede logistiek. Ons platteland ligt relatief dicht bij de steden, dus een vertical farm zou in Nederland vooral een gadget zijn.” Dat we de vertical farm in Nederland niet zozeer nodig hebben zegt niet dat het internationaal van enorme waarde kan zijn. Zo vertelt van der Schans dat de Canadese overheid een vertical farm op de poolcirkel heeft geplaatst om de indianengemeenschappen weer aan de verse groenten te krijgen.  Zij leven namelijk van geïmporteerde producten zoals tomaten uit blik. Nu krijgen deze gemeenschappen door de vertical farm de mogelijkheid om verse tomaten te eten. Klimaatonafhankelijk telen is dus een oplossing om het vitaminetekort in de steden of in afgesloten gebieden te voorkomen.

Lokaal als het kan, globaal als het moet

Volgens de onderzoeker zijn we redelijk doorgeschoten in de globalisering. Volgens hem zou het ideaal zijn om ons land zoveel mogelijk te voeden met ons eigen voedsel. “Het is in mijn ogen pervers hoe de situatie nu in elkaar steekt”, zegt van der Schans. “Nu liggen er bijvoorbeeld pruimen uit Chili in een Nederlandse supermarkt terwijl de pruimenteelers uit Zeeland hun product niet kwijt kunnen. Omdat de pruimen door droogte iets te klein zijn voldoen ze niet aan het Nederlandse ideaal en rotten ze dus weg aan de boom”, zo vertelt van der Schans. Volgens onderzoek van de Wageningen Universiteit blijkt dit veel in Nederland te gebeuren.

https://infogram.com/nederlandse-landbouwgoederen-1hxr4zq3e78q4yo?live
https://infogram.com/nederlandse-landbouwgoederen-1hxr4zq3e78q4yo?live

Dit is de link naar het infogram tabel over de Nederlandse export en import van landbouwgoederen

Volgens van der Schans betekent het niet dat we al onze producten uit Nederland moeten halen, maar als we onze eigen steden willen voeden, dan is dit volgens hem een goed begin. “Bananen horen natuurlijk uit de tropen te komen en port is het beste uit Portugal. Dus handel tussen verschillende landen en gebieden is iets wat ons eetpatroon verrijkt en dat moet zeker blijven bestaan, maar je moet het internationale handelssysteem niet belasten met onzinnige dingen. Mijn insteek zou zijn: lokaal als het kan, globaal als het moet.”

Groen maakt leefbaar

Ondanks dat de stadslandbouw de Nederlandse steden niet op grote schaal zal gaan voeden in de toekomst, kan het wel een andere rol spelen in het dagelijks leven van de stadsbewoners. Zo vertelt van der Schans dat meer groen en kleinschalige stadslandbouw bij kan dragen aan de leefbaarheid van de stad. “Steden die volgebouwd zijn met cement en beton zijn helemaal niet fijn om in te wonen”, zo vertelt de onderzoeker. Het is blijkbaar niet alleen onaantrekkelijk voor het oog, maar het is bij verschillende weersomstandigheden ook totaal niet handig. Van der Schans: “Als je natuur toelaat in de stad dan levert dit een fijne plek voor mensen om samen te komen, maar ook is het goed voor het ecosysteem. Een daktuin vangt bij een stortbui het water op en de verdamping van dit water verkoelt de stad weer bij enorme hitte.” Met de buren op zaterdagmiddag aan de gezamenlijke moestuin werken, schept, zoals dat met een duur woord heet, sociale cohesie. Stadslandbouw verbindt, én draagt dus bij aan de gezondheid van de stad.

Bron: Pixabay

Lokaal eten is identiteitspolitiek

Volgens van der Giessen is eten emotie. “Men wil het verhaal achter het product weten. In de supermarkt wordt er ook achter veel producten het verhaal van de boer en het product vertelt. Het spreekt tot de verbeelding en geeft een extra waarde aan de wijn, de groente of het vlees. Het lokale aspect maakt deel uit van deze emotie en vertical farming is hier zeker ook een vorm van. Een bedrijf zoals GrowX speelt ook in op deze trend en verkoopt, naast het kwalitatieve product, ook het verhaal aan hun klanten. Ook al is vertical farming een vrij kille manier om producten te laten groeien biedt het de charme van lokale Amsterdamse groenten.”

In verschillende Nederlandse steden zijn er restaurants te vinden die hun eigen producten verbouwen en serveren. Op het Dak in Rotterdam en The Greenhouse in Utrecht zijn twee voorbeelden. Bedrijven zoals deze willen inspelen op de behoefte van de mensen om duurzame, verse en lokale producten te consumeren. Eigen producten worden vaak aangevuld met producten van biologische boeren in de omgeving. Dit speelt in op een grotere beweging die gaande is in de voedselsector. De trend van het lokaal consumeren heeft namelijk niet alleen te maken met het verhaal achter het eten, volgens van der Schans heeft het ook te maken met de politiek. “Vanwege de internationalisering en de migratiestromen zijn veel mensen in Nederland zich unheimisch gaan voelen. Lokaal eten heeft dus ook iets weg van identiteitspolitiek. De laatste maanden is dit veel explicieter geworden vanwege de protesten van de Nederlandse boeren. De boeren stonden op het Malieveld in Den Haag te zwaaien met Nederlandse vlaggen en politicus Thierry Baudet stond daar te roepen, ‘eigen boeren eerst’, ‘eigen groenten eerst’. Het heeft dus niet alleen iets met identiteit, maar ook met solidariteit te maken.”

De stadsboerderij als klaslokaal

Het is dus een illusie dat de Nederlandse consument de komende tien jaar zijn boodschappen gaat doen bij de  stadsboer. Al is er volgens van der Kreeke wel een rol weggelegd voor stadsboeren die op kleinere schaal produceren op moestuinen of zogenoemde dakakkers midden in het centrum. “Stadsboeren kunnen de stedelingen nog iets nuttigs bijbrengen over voedsel. Door te laten zien dat een paprika niet in de schappen van de supermarkt groeit en dat aardappels niet uit een boom komen, gaan consumenten vers voedsel waarderen.”

Bron: Pixabay

Hoe mooi het volgens onderzoeker van der Schans ook klinkt om kinderen een kijkje achter de schermen te geven bij de lokale stadsboer, is het volgens hem in praktijk bijna niet haalbaar. Van der Schans: “De praktijk is dat die kinderen allerlei ziektes mee kunnen nemen dus dat dat deel waar je ze toe laat moet je afsluiten van je professionele teelt. Niet alleen dit kost geld, maar ook de tijd die een boer erin moet steken. Het onderwijs in Nederland bulkt ook niet van het geld, dus dat wordt financieel gezien een lastig verhaal. Heel veel gemeenten zien de kennis van kinderen over gezond voedsel als een verantwoordelijkheid van de ouders. Dus die educatie daar wordt je niet heel rijk van. Er zijn boeren die hier wel op inspelen, maar het is vaak echt geen hoofdstroom van inkomsten.” 

De droom om op professioneel niveau stadsboer te worden is er dus een die in Nederland lastig is om uit te laten komen. Ondanks de innovaties die juist vanuit Nederland de wereld over gaan, blijkt Nederland het allerlaatste land waar stadslandbouw efficiënt zou zijn. In Nederlandse steden kunnen we het dus het beste laten bij dakakkers of moestuinen en erop hopen dat de stadslandbouw een verbindend of educatieve functie heeft. De stadsboer met prangende ambitie moet dus toch zijn koffers pakken naar het verre, minder vruchtbare buitenland.

Reageer op dit artikel