Strenger straffen niet altijd de oplossing

De afgelopen veertien jaar zijn we in Nederland strenger gaan straffen. Burgers voelen zich niet veilig en er moet volgens hen iets aan de criminaliteit gedaan worden. Maar strenger straffen levert niet alleen maar voordelen op. Er zijn nadelen voor zowel de burgers/maatschappij als voor gedetineerden.

Ondanks dat de criminaliteit al jaren daalt voelen veel burgers zich onveilig, dat blijkt onder andere uit de jaarlijkse Veiligheidsmonitor van het CBS. Ook onderzoeker en hoogleraar criminologie en strafrecht Roland Moerland bevestigt dit: “De criminaliteit neemt in cijfers dan wel af, maar dat is vaak niet het beeld dat mensen hebben.” Rechtspraak.nl laat weten dat criminaliteit vaak wordt verward met overlast van baldadige hangjongeren. Ook de politiek werkt mee aan die beeldvorming, door deze overlast in het criminele te trekken, bijvoorbeeld door overlast ‘straatterreur’ te noemen. Zijn zwaardere straffen en het harder aanpakken van de criminaliteit een goede oplossing?

Heeft strenger straffen zin?

Uit onderzoek van Vrij Nederlands is gebleken dat we in Nederland steeds strenger straffen. Maar of zwaarder straffen zin heeft hangt sterk af van het strafdoel dat wordt nagestreefd. Om de effectiviteit van een straf te onderzoeken, moeten, volgens Rechtspraak.nl, dadergroepen worden onderscheiden. Er zijn daders die misdrijven plegen uit rationele motieven, anderen handelen vanuit een gevoel dat sterker is dan henzelf, weer anderen hebben een gebrek aan cognitieve capaciteiten. Die eerste groep maakt doorgaans een afweging: zal het misdrijf me iets opleveren of ondervind ik er vooral de nadelen van? Zij nemen bewust de pakkans mee in hun afweging. Deze factoren kunnen reden zijn om van het voorgenomen delict af te zien, of om een ander delict met een lagere kans op straf voor te bereiden. Op deze manier kan een hoge straf afschrikwekkend werken. Maar zonder een hoge pakkans heeft zwaarder straffen echter vrijwel geen zin. Het weerhoudt de ‘rationele’ crimineel er niet van een delict te plegen.

Voor de tweede (waarschijnlijk veel grotere) groep speelt afschrikking door straf minder een rol en dat geldt ook voor de indruk die men van de pakkans heeft. Het gaat bij deze groep om mensen met een lage zelfcontrole en een hoge graad van impulsiviteit, die hun daad soms verrichten onder invloed van alcohol of drugs. Daardoor zijn zij niet goed in staat de consequenties van daden in te schatten, en dus ook niet de pakkans en de straf. Plegers van de ernstige gewelds- en zedendelicten zijn vooral in deze groep te vinden, maar ook zwakbegaafden of gestoorden. Die laten zich moeilijk sturen door een hoge strafbedreiging.

Volgens Moerland is het moeilijk te zeggen of zwaarder straffen ook daadwerkelijk zin heeft. Volgens hem hangt het af van de daad: “Als ik toch een antwoord moet geven dan denk ik dat het weinig zin heeft. Wat wil je ermee bereiken? Wil je leed toevoegen, iets duidelijk maken/norm vestigen dan heeft het enigszins zin. Maar als het doel resocialiseren is en de dader bewust maken van wat hij of zij fout heeft gedaan dan heeft het geen zin. Bij resocialisatie is het van groot belang dat de gedetineerde niet te lang uit de maatschappij wordt geplaats. Hoe langer dit het geval is hoe moeilijker het wordt voor de dader om zich weer aan te passen en hoe moeilijker voor de maatschappij om de resocialisatie te accepteren.”

Ook strafrechter Lieneke de Klerk weet niet of strenger straffen altijd even zinvol is: “Het ligt eraan wat je wil bereiken met de straf. Is je doel vergelden dan denk ik dat het zeker zinvol is. Een persoon die bewust het leven van een ander ontneemt moet verantwoording dragen voor zijn daad en moet worden gestraft. Maar als iemand met een psychische stoornis een ander vermoord, omdat hij/zij als jaren door het slachtoffer werd gepest, is dat een hele andere casus. Je wilt deze persoon uiteindelijk weer terug de maatschappij in hebben dus moet er anders en misschien wel minder hard worden gestraft.” Hetzelfde geldt voor kleine zaken. “Een winkeldief die de eerste keer de fout in gaat krijgt een boete. De tweede keer is deze boete iets hoger en de derde keer gaat hij/zij drie dagen de cel in of krijgt een taakstraf. Als het niet ophoudt ga je steeds strenger straffen”, aldus De Klerk.

Gevolgen voor de maatschappij

Zwaarder straffen heeft ook gevolgen voor de gewone burger. Een voorbeeld van een positief gevolg is dat burgers zich veilig gaan voelen. Ondanks dat de criminaliteit al jaren daalt voelen veel burgers zich onveilig. Hard optreden van de overheid tegen misdadigers geeft een gevoel van veiligheid. Volgens Moerland is het ook politiek efficiënt: “Mensen opsluiten en de bevolking serieus nemen is belangrijk voor de politiek.”

Naast de positieve gevolgen van zwaarder straffen heeft het ook negatieve gevolgen voor de maatschappij. Een voorbeeld hiervan zijn de kosten. Hoe meer mensen er in de gevangenis komen hoe duurder dat is voor de maatschappij. Uiteindelijk moet iemand het betalen en dat doen burgers indirect door middel van belasting.

Een dag ‘gewone’ gevangenisstraf kostte de samenleving in 2008 208 euro. Een dag jeugddetentie kwam in dat jaar op 398 euro, en een dag TBS op 455 euro. Aangezien er op 1 januari 2008 meer dan 12 duizend mensen ‘gewoon’ vastzaten, er bijna tweeduizend jeugdigen waren opgesloten en 1.800 TBS-patiënten in een kliniek zaten, kostte alleen die ene dag de samenleving meer dan 4 miljoen euro aan detentie.
Gevangenisstraffen zijn overigens voor de maatschappij nóg duurder. Gedetineerden werken niet en soms moet daardoor door partners een uitkering worden aangevraagd.

Verder blijkt uit onderzoek dat opsluiting beperkt effectief is. Binnen twee jaar na celstraf pleegt vijftig procent opnieuw een misdrijf. Dus in plaats van veel geld te betalen aan celstraf terwijl dat niet helpt kan er misschien beter gezocht worden naar andere oplossingen zodat het en minder geld kost en de dader niet opnieuw een misdrijf begaat.

Gevolgen voor de misdadiger

Zwaarder straffen heeft ook effect op de daders. “Een zwaardere straf werkt stigmatiserend”, vertelt Moerland. “Zodra daders een hoge straf krijgen worden ze ‘gek’. Resocialisatie is tijdelijk onmogelijk en ze krijgen het gevoel dat ze buiten de maatschappij worden geplaatst. Zodra ze wel weer terug de maatschappij in kunnen worden ze door de maatschappij weer buitengesloten. Ze krijgen steeds het gevoel er niet bij te horen en dat werkt averechts.”

Net zoals het voor de maatschappij een negatief gevolg is dat vijftig procent na een celstraf binnen twee jaar weer de fout in gaat, is dat ook een negatief gevolg voor de misdadiger zelf. Hij/zij krijgt niet de juiste behandeling. Hij/zij leert er dus niks van. Een weggegooide kans zou je kunnen zeggen. Ergens moet het dus anders. Maar hoe?

“Wij Nederlanders moeten niet zo naar het individu kijken maar naar het collectief”, legt Moerland uit. “Het probleem is ook voor het slachtoffer niet gelijk opgelost als de dader in de cel zit of een schadevergoeding moet betalen. De rozentuin van Meneer Bakker blijft hoe dan ook vernield, ongeacht de straf die de dader ervoor heeft gekregen. Er zou meer naar tolerantie moeten worden gekeken. Als mensen bijvoorbeeld in België over de schreef gaan is dat het probleem van de hele samenleving en niet alleen van dader maar en het slachtoffer. De hele straat, achterban van de dader en familie van het slachtoffer hebben ermee te maken. Mensen moeten bij elkaar worden gebracht. Vertel de dader waarom het fout is en laat de dader ook uitleggen waarom hij/zij het feit heeft begaan. Laat hem meedenken aan oplossing en laat hem/haar zijn fout inzien.”

Preventie of repressie

Voorkomen is niet alleen beter dan genezen, maar ook goedkoper. Elke euro die aan de voorkant aan preventie wordt besteed, bespaart aan de achterkant gemiddeld drie euro, laat rechtpraak.nl weten.
Een werkstraf, zo heeft de Reclassering berekend, kostte tussen de 627 en 1973 euro per straf (bedragen 2009). Een werkstraf duurt gemiddeld ruim 68 uur. In 2009 begeleidde de Reclassering bijna 29 duizend werkstraffen. De kosten hiervan beliepen in totaal enkele tientallen miljoenen. 
En zoals hierboven uitgelegd kostte het de samenleving in 2008 ongeveer 4 miljoen per dag aan gevangenisstraffen. Verder vormt ook recidive een kostenpost, die bij gevangenisstraf hoger is dan bij taakstraffen.

Brengt de bereikte criminaliteitsreductie dan meer op? Dat valt tegen. In landen als Engeland en de VS waar, ook streng wordt gestraft, komen ze hiervan al deels terug. In de VS (‘three strikes and you’re out’) zitten van iedere 100 duizend inwoners 700 mensen in de gevangenis: één op de 31 volwassen Amerikanen. Dit heeft onder meer geleid tot het ontstaan van vaderloze buurten, onbeheersbare taferelen in gevangenissen en een aanslag op de overheidsfinanciën. Zo wordt in Californië 11 procent van het budget aan gevangenissen besteed: 8 miljard dollar per jaar. Dat is méér dan er aan onderwijs wordt uitgegeven.

Groot-Brittannië kent sinds enkele jaren minimumstraffen. Ook hier leveren de strenge straffen problemen op. Reden voor de nieuwe regering om te streven naar minder gedetineerden. Dit wil men bereiken door meer mensen met een zogenoemde community service order te straffen. Het lijkt erop dat landen met een streng strafregime de nadelen ervan gaan onderkennen en dat men daar steeds meer af wil van strenge straffen.

Of er nu meer aan strenger straffen of meer aan preventie moet worden gedaan is moeilijk te zeggen. Moerland: “Er wordt gekeken naar allerlei cijfers maar de vraag is hoe komen ze aan deze cijfers? Wat wordt er allemaal meegenomen aan data? Daarnaast blijft veel criminaliteit verborgen. Wat binnenkomt aan criminele activiteiten is pas het topje van de ijsberg. Ik denk dat er aan beide oplossingen van alles moet worden gedaan. Ze zijn ook beide van groot belang voor de veiligheid.”

 

1 reactie

  1. geweldig artikel en hoe duidelijk kan het zijn dat we wat strafrecht op de goede weg zitten. Het primaire gevoel van oog om oog, wordt hier met geweldige voorbeelden eronder uit gehaald. Ik hoop dat deze methode verder geëvolueerd wordt en er meer geld uit zal gaan naar preventie

Reageer op dit artikel