Swiebertje terug naar Oudewater

Mijn naam is Swiebertje. Kennen jullie mij nog? Ik weet nog goed hoe de natgeregende bladeren die dag de weg bedekten. Veertig jaar geleden nam ik met pijn in mijn hart afscheid van lieve Saartje, Malle Pietje en Bromsnor in Oudewater. Maar vandaag keer ik terug.

“Nou Swiebertje, je zal me wel niet geloven, maar ik zal je missen jongen”, zei die ouwe Bromsnor toen tegen me. Niets zou mij en mijn ingedeukte hoed in de weg staan. Ik ging naar Canada. En nu, na al die jaren wil ik niets liever dan mijn thuishaven Oudewater weer opzoeken. Zouden ze er nog zijn? Zou Saartje nog een stukje taart voor me klaar hebben staan? Zou Bromsnor me weer de kelder in gooien als ik weer eens kattenkwaad heb uitgehaald? Zou alles nog hetzelfde zijn?

Ik passeer het blauwe met wit omlijnde bordje ‘Oudewater’ en het valt me op dat de klinkers in de straat nog dezelfde zijn. Langzaam en nieuwsgierig loop ik het centrum binnen. Daar sta ik dan, op het pleintje van mijn vertrouwde Oudewater omringd door de smalle grachtjes. Om me heen zie ik winkels die er eerst niet waren. Zo komen er mensen de Hema uitgelopen met grote plastic tassen. Aan de andere kant van het plein drinken een meneer en mevrouw rustig een kopje koffie op het terras van Eethuisje ’t Backertje. Dat huisje herken ik aan de mozaïek in de gevels. Raar dat alles zo anders is maar toch zo hetzelfde is gebleven. Terwijl ik om mij heen sta te kijken, word ik geroepen door een grijzende meneer met een klein rond brilletje. Het lijkt wel alsof hij mij herkent? Ik loop naar hem en we schudden de hand.

img_6435

Jacques Zanen
Jacques Zanen is zijn naam. Jacques is van Toeristen Informatie Punt Oudewater (TIP) en al snel heb ik door dat hij alles weet over mijn geschiedenis. Met zijn grote glimlach en oprechte interesse merk ik dat hij enthousiast is om mij te zien. Het regent vandaag. Een druppel druipt langzaam over de glazen van zijn bril. Jacques schuift zijn TIParaplu open en samen schuilen we voor de regen. “Kom laat ik je even rondleiden. Je bent vast benieuwd naar je oude woonplaats”, concludeert Jacques terecht.  Terwijl we door de Oudewaterse straatjes lopen merk ik op dat de huisjes met de trapgevels en de sierkolommen in de gevels er nog hetzelfde uitzien.  “De meeste panden staat op de lijst van Rijksmonumenten. Daar zijn we erg trots op. Op de trapgevels die je ziet liggen afdekplaten, die beschermen de gevelstenen in de winter tegen intrekkend vocht dat kan bevriezen waardoor de stenen kunnen breken. Dat is ook de reden waarom de meeste huizen hier zo scheef gebouwd zijn. Als het regent vangt het dak het meeste water op zodat de stenen niet nat worden”, vertelt Jacques met veel enthousiasme. Grappig, na al die jaren heb ik dat nooit geweten.

Stadhuis zonder tralies
Een stukje verderop schrik ik even en stop. Na veertig jaar sta ik weer recht tegenover het grote img_6415stadhuis met de rode luikjes waar ik dagelijks langs liep en dé plek waar Bromsnor mij het cachot in gooide als ik me weer misdragen had volgens hem. Die deur die nét te laag was waardoor ik moest bukken om naar binnen te gaan en de ronde deurhendel die Bromsnors beste vriend was. Nee, die deur zal ik nooit vergeten. “Zoals je ziet is het pronkjuweel onder de monumenten het stadhuis in de originele staat gebleven. Belangrijke details aan dit pand zijn natuurlijk de wapens van Alkmaar, Delft en Oudewater. Het wapen van Oudewater bestaat uit een burcht en aan beide zijden een leeuw ter bescherming van de stad”, legt Jacques mij uit. We gaan naar binnen. Een paar minuten later staar ik naar het donkere hol waar ik de nodige uurtjes heb gezeten. De tralies waren weg, maar het raampje met het houten luikje, waar mijn vrienden mij eten brachten, is niks veranderd.

Saartje?
Ik ben nu wel benieuwd naar het huisje van Saartje. Daar kwam ik misschien nog wel het meest. Jacques en ik lopen over het bruggetje naast het stadhuis. Plots zie ik daar een zwart beeld dat verdacht veel op mijn hoofd lijkt. Een mannenhoofd dat wordt ondersteund door zijn vuisten. “Ja, dat is nou de trots van Oudewater die hier sinds 2003 staat. Zo laten we zien dat Swiebertje onlosmakelijk is verbonden met de stad”, verklaart Jacques. Ik ben totaal verbaasd. Een beeld van míjn hoofd? Het is een vreemd gevoel dat de inwoners mij hier niet vergeten zijn na al die jaren. Onder het bruggetje vaart een bootje. Een geel met blauw bootje die een stuk of tien mensen door de smalle grachtjes vaart. Volgens Jacques is dat een toeristenbootje. Sinds ik hier weg ben komen er steeds meer toeristen naar Oudewater om te kijken naar de plek waar ik vroeger ronddwaalde. “Zo, en dan komen we nu bij het oude huis van Saartje”, kondigt hij aan. Ik voel een vlaag van woede opkomen als ik het huis bekijk die Jacques iets te vrolijk aanwijst. Ik zie niets meer dan een woonhuis. Een huis met bloemetjesgordijnen en een blauwe voordeur. Niet Saartjes huis. Het dringt nu tot me door dat Bromsnor, Malle Pietje en Saartje niet meer hier zijn. Er staat geen kopje koffie en stukje taart meer voor me klaar.img_6439

We vervolgen onze weg over de Varkensbrug, terug naar het stadsplein. We eindigen bij een cafeetje genaamd: ‘Café Saartje’. Dat geeft me een goed gevoel. Ook zij is niet vergeten. Ik bedank Jacques en we nemen afscheid. Met een dubbel gevoel loop ik met mijn ingedeukte hoed langs het blauwe, wit omlijnde bordje. Deze keer met een rode streep door ‘Oudewater’.

Reageer op dit artikel